Ministerie van Algemene Zaken

Speech van de minister-president, dr. Jan Peter Balkenende, diner Deltalinqs, WTC Rotterdam, 17 januari 2004.

Dames en heren.

Op de site van het havenmuseum van Rotterdam, kwam ik een oproep tegen. Het museum zoekt persoonlijke verhalen. Verhalen van `kabelgasten' en `kraanmeesters'.

Waarom?

Om het verleden van de Rotterdamse haven vast te leggen. Om de tijdgeest te pakken, waarin je nog op je fietssie naar de haven in de stad gong. De tijd waarin je het vak van bootwerker nog in de put leerde. De tijd waarin de graan-elevator nog een nieuwe manier van lossen betekende.

Die beroepen en gebruiken zijn verdwenen.

De haven ligt buiten de stad. Het vak leer je op de havenvakschool of aan het Scheepvaart- en Transportcollege. En een plant run je met een paar mensen en veel computers. En - het is maar goed ook dat de haven moderniseert.

Ooit ­ zo'n vierhonderd jaar terug - was Nederland werkelijk koploper. Ongeveer de helft van de totale wereldhandel werd toen overgeslagen in onze havens. Zo is het natuurlijk al lang niet meer.

Sindsdien zijn andere havens sterk opgekomen. In Europa en in het verre Oosten. Dat is ook logisch. Want economische zwaartepunten verplaatsen zich.

Vooral de havens in Aziatische landen laten een ongekende dynamiek zien. Sjanghai en Singapore lopen voorop, als het gaat om groeicijfers.
---

Maar als je een andere berekening gebruikt, dan blijft Rotterdam Rijn- en Maasmond tóch de grootste haven van de wereld.

Dames en heren.

Ik denk dat u wacht op een uitspraak van mij over de Tweede Maasvlakte. En ook denk ik, dat u hoopt, dat ik iets zeg over het Havenbedrijf. In combinatie natuurlijk met een uitspraak over wat ik van de situatie vind.

Ik zeg daar dit over.

Het kabinet is niet anders gaan denken over het belang van de Tweede Maasvlakte. En we vinden de Mainport Rotterdam ongelooflijk belangrijk voor de toekomst van Nederland.

Daarom hebben we eerder al, ingestemd met het Project Mainportontwikkeling Rotterdam (PMR). We gaven daarmee groen licht aan het verbeteren van de leefbaarheid en het versterken van de economie. En natuurlijk ook aan het reserveren van ruimte voor de Tweede Maasvlakte.

Op dit moment onderhandelen de partners in het Project Mainportontwikkeling Rotterdam ­ en die partners zijn: de rijksoverheid, de provincie Zuid-Holland, de stadsregio Rotterdam en de gemeente Rotterdam ­ over de financiering en de uitvoering van de drie PMR- deelprojecten.
April 2005 ­ dus over 4 maanden ­ moet dit uitmonden in een uitvoeringsakkoord. Daarin staat wie wat betaalt, wat daar precies voor gedaan wordt en hoe dat wordt getoetst.

Voordat de overheid besluit tot deelname in het Havenbedrijf, wordt er een boekenonderzoek gedaan. Dat onderzoek duurt sommige mensen allemaal veel te lang. Maar de overheid wil ­ net als een ondernemer ­ wel even goed weten met wie ze werkelijk in zee gaat.
---

Er liggen nog forse vraagstukken. Maar ik heb er alle vertrouwen in, dat we die gaan oplossen.

Wat belangrijk is voor u om te onthouden, is dat het boekenonderzoek los staat van het belang dat het kabinet hecht aan de Tweede Maasvlakte.

We vonden de Tweede Maasvlakte belangrijk. En we vinden de Tweede Maasvlakte belangrijk. Onverminderd. Dus samen met u hoop ik, dat alles definitief rond komt. Dit voorjaar nog.

Maar er zijn meer onderwerpen die spelen. En die hebben eigenlijk allemaal te maken met samenwerking. Samenwerking in de haven zelf. Samenwerking met andere havens. En samenwerking tussen de overheid en bedrijven.

U neemt de modernisering van de haven serieus. Dat blijkt uit de recente Havenmonitor.

In 2003 heeft meer dan drie kwart van de bedrijven in de Rotterdamse haven investeringen gedaan. Gemiddeld trok u ruim 650.000 euro uit. U loopt daarmee vóór op de rest van de ondernemingen in Nederland. Daarvan investeerde de helft.

U hebt ook een grote stap gezet richting samenwerking. Sinds kort beschikt u over het elektronische havennetwerk. Het Port Community System. Een kwaliteitshaven kan natuurlijk niet zonder.

Ik las in de krant een interview met de directeur van Port Infolink. Die vertelde dat de douaneaangifte van nagenoeg al het containerverkeer, nu elektronisch gebeurt.

Dat scheelt 2 miljoen berichten. En een stapel papier die vijf keer zo hoog is als de Euromast!


---

Het digitale netwerk kwam overigens niet zo heel gemakkelijk tot stand. Al in 1984 werden de eerste stappen gezet. Toen was Rotterdam de eerste haven ter wereld, die aan de automatisering ging. Maar het project liep stuk. En velen van u waagden zich niet aan een tweede ronde.

Inmiddels hebt u toch uw scepsis weten te overwinnen. Dat was gewoon bittere noodzaak. U weet dat reders, verladers en expediteurs een haven links laten liggen, als een andere haven moderner is. Of sneller. Of goedkoper.

Ook op een ander punt zie je dat onderlinge samenwerking heel belangrijk is. Op het gebied van innovatie.

Niet lang geleden koos het Innovatieplatform vier gebieden uit die we écht als dragers van onze economische groei moeten zien. Het gaat om de sectoren:

· bloemen en voedsel,
· hightech systemen en materialen, · water,
· en de creatieve industrie.

De overheid stimuleert het vernieuwingsproces in die sectoren.

Voor sommigen van u was het een fikse tegenvaller te horen dat de sectoren `chemie' en `logistiek' niet tot de sleutelgebieden horen.

Nóg niet, zou ik willen zeggen. Want met deze twee sectoren wordt momenteel hard gewerkt om de ambities verder aan te scherpen. Om alle spelers bij elkaar te brengen en het zelforganiserend vermogen te versterken. Het Innovatieplatform heeft toegezegd dat - als dàt lukt ­ ze met deze sectoren in gesprek gaat over voorstellen voor specifieke acties.
---

Het denken in termen van `regio's' ­ waarbij sectoren zich niet op zichzelf terugtrekken, maar juist met andere sectoren in een regio samenwerken en vernieuwende banden aangaan ­ is ook een ontwikkeling die me zeer aanspreekt. En waarvoor de Maasvlakte stevige troeven in handen houdt. Want de combinatie van clusters rond containers, chemie, distributie, water, energie, maritieme zaken en nieuwe industrie, is werkelijk een veelbelovende.

Dames en heren.

Uw club, Deltalinqs, is een belangrijke aanjager van vernieuwing. En van samenwerking. Ik wil u complimenteren met twee initiatieven.

Het eerste, goede voorbeeld is het project dat de havenbedrijven en de onderwijsinstellingen hier in Rotterdam samen hebben gestart om voldoende operators op te leiden. Er is een opleiding gekomen. En er wordt een proeffabriek gebouwd. Om te trainen. Die fabriek is ook voor bedrijfsopleidingen te gebruiken.

Een tweede voorbeeld van succesvolle samenwerking is de International Advisory Board. Die is opgericht door uw voorzitter ­ Roelf de Boer. Als internationale pendant van het Economic Development Board Rotterdam van de gemeente.

Het is een club van topondernemers en smaakmakers uit binnen- en buitenland. Die met elkaar nadenken over de toekomst van Rotterdam. En die Rotterdam ook in een breder perspectief plaatsen. Want, zo zegt Roelf de Boer, de Rotterdamse haven moet niet alleen lokaal denken, maar ook mondiaal.

Niet lokaal denken, maar mondiaal. Als je dat doet, dan zie je dat de samenwerking tussen havens die dicht bij elkaar in de buurt liggen, steeds belangrijker wordt. Dat je je krachten moet bundelen. Om samen je aandeel op de wereldmarkt groter te maken.
---

Een Chinese klant bijvoorbeeld die wat wil verschepen naar Europa denkt echt niet: zal ik Rotterdam nemen of Antwerpen?

Die denkt in termen van complexen: het Hamburg/Bremen-complex. Of het Antwerpen/Rotterdam-complex. En dan komt het er natuurlijk op aan te zorgen dat ie voor Antwerpen/Rotterdam kiest!

Dames en heren.

Ik sprak ­ toch - over de Maasvlakte. En over samenwerking. In de haven. En tussen de havens. Nu breng ik ­ tot slot ­ die twee onderwerpen bij elkaar.

Als we er straks uit zijn ­ en zoals ik zei, verwacht ik dat dàt lukt dit voorjaar ­ dan moet er geïnvesteerd worden. Door de overheid. En door u. Door ons allemaal dus eigenlijk.

Ik hoop dat we elkaar ook dán weer zullen vinden. Om samen te werken en samen te bouwen aan de Tweede Maasvlakte.

De overheid wil dat de Rotterdamse haven één van de grootste en best geoutilleerde havens ter wereld is en blijft. En dat betekent in onze ogen ook, dat Rotterdam één van de schoonste en best georganiseerde havens ter wereld moet zijn. Een haven dus die zorgvuldig omgaat met grondstoffen, energie, water, biodiversiteit, mobiliteit en ruimte. Dat is ons streven. En ik weet zeker dat dat u - dat dat ons ­ ook gaat lukken.

Uiteraard blijft het kabinet graag ook met u in gesprek over al deze belangrijke zaken voor Rotterdam en voor Nederland.


---

Ik rond af. Misschien plaatst het havenmuseum over een jaar of tien, twintig wéér een oproep. Om uw verhalen te verzamelen. Over hoe het was met de haven rond de eeuwwisseling. Toen er nog geen Tweede Maasvlakte was. Toen regionale samenwerking nog geen vanzelfsprekendheid was.

Als u met de gebruikelijke Rotterdamse `handen-uit-de-mouwen'-mentaliteit verder gaat met moderniseren, dan gaat het snel. En zal er veel veranderen in de komende jaren.

Ik wens u daarbij veel succes. En ik dank u voor uw aandacht.


---