Gemeente Utrecht


2004 SCHRIFTELIJKE VRAGEN
115 Vragen van mevrouw N.R. Schipper
(ingekomen 29 december 2004)

Het Utrechts Nieuwsblad meldde 16 oktober 2004 dat van de poll, die gehouden is over drie varianten voor de snaterweide in Park de Watertoren, onduidelijk is wie haar stem heeft uitgebracht. Het is niet na te gaan wie aan de Poll heeft deelgenomen en bijvoorbeeld ook niet vanaf welke computer.
Dit zou kunnen betekenen dat de 52 reacties die op de poll zijn binnengekomen van 1 persoon afkomstig zijn. Maar het zou ook kunnen betekenen dat een aantal mensen zowel schriftelijk als via de poll hebben gereageerd. Dat kan naar mening van GroenLinks toch niet de bedoeling zijn van een dergelijke stemming. Waarbij het principe 'de meeste stemmen gelden' wordt gehanteerd.

Naast deze tijdelijke poll biedt de site van de gemeente Utrecht verschillende soorten gemeentelijke informatie over diverse ontwikkelingen in de stad. Zo is het mogelijk om via de website kennis te nemen van voorontwerp bestemmingsplannen. Maar ook is het voor belanghebbende mogelijk om via de site hierop te reageren.
Ook biedt de website de mogelijkheid om meldingen over de openbare ruimte door te geven, zodat de gemeente actie kan ondernemen.

Kortom 'digitale instrumenten' worden ingezet om de burgers van informatie te voorzien. Maar ook om informatie en meningen van de burgers te verkrijgen. GroenLinks vindt dat met de informatie van de burgers zorgvuldig moet worden omgegaan.

1. Is het College, met GroenLinks van mening dat ter stimulering van de betrokkenheid van bewoners bij ontwikkelingen in de stad, ook de website een gangbaar middel zouden moeten zijn om informatie te verschaffen?
2. Vindt het College dat de website van actuele en betrouwbare informatie voorzien moet zijn?
3. Is het College, met GroenLinks van mening dat als bewoners via de site:
a. een melding over de openbare ruimte doorgeven, dat zij er vanuit moeten kunnen gaan dat deze wordt ontvangen en actie wordt ondernomen?
b. reageren op een voorontwerp bestemmingsplan, dit zorgvuldig wordt behandeld?
c. als belanghebbende worden uitgenodigd om te stemmen, zij van een zorgvuldige en betrouwbare stemming moeten kunnen uitgaan?
4. Waarom heeft het College, voor de keuze van drie varianten van de snaterweide, gekozen voor het houden van een poll via internet?


Antwoorden van Burgemeester en wethouders
(verzonden 25 januari 2005)


1. Mét de fractie van GroenLinks is het College van mening dat www.Utrecht.nl een belangrijk middel is om informatie te verschaffen aan Utrechters en andere belangstellenden. Internet is een volwassen medium geworden, en het College wil dit medium ook als zodanig inzetten. (Voor cijfermatige onderbouwing, zie bijlage 1)
2. Mét de fractie van GroenLinks vindt het College dat www.Utrecht.nl een actuele en betrouwbare bron van overheidsinformatie moet zijn. Het publiceren van verouderde en onbetrouwbare informatie bewijst de Utrechter geen dienst.(Voor de organisatie van het beheer van de site, zie bijlage 1).
3. a. De Utrechtse website maakt in toenemende mate interactie met de gemeentelijke organisatie mogelijk. De inname van bewonersmeldingen over euvels aan de openbare ruimte is daarvan een voorbeeld. Bewonersmeldingen worden met zorg behandeld, ongeacht via welk kanaal (telefoon, balie, brief of e-mail) zij binnenkomen. Bewoners kunnen er op rekenen dat de gemeente hun melding registreert en volgens een vaste en vastgestelde werkwijze behandelt. Deze procedure staat op de Utrechtse website uitgebreid beschreven. (Voor korte beschrijving procedures, zie bijlage 1)
3. b. Als tweede voorbeeld van interactie noemt u het digitaal inspreken op voorontwerp bestemmingsplannen, wat in Utrecht een aantal keren is gedaan. Een zorgvuldige behandeling van de digitale reacties bestond erin dat zij volledig gelijkgeschakeld werden met inspraakreacties die schriftelijk of mondeling werden ontvangen. Alle reacties werden via de normale procedure verwerkt in een twee kolommenstuk, dat iedere inspreker thuis gezonden kreeg. (Voor toekomstige ontwikkelingen van bestemmingsplannen op het web, zie bijlage 1)
3. c. Als derde voorbeeld van digitale interactie noemt u het houden van stemmingen/ enquêtes /polls via internet. Als College zien we er op toe dat de mate van identificatie die daarbij wordt gevraagd past bij het doel waarvoor de poll wordt ingezet. In sommige gevallen kan een relatief laagdrempelige poll worden ingezet, waarbij geen identificatie is vereist. In andere situaties - als de uitslag bepalend is voor een beleidskeuze bijvoorbeeld - is het beter om minimaal naam-adres-gegevens te vragen, zodat controle op dubbeltellingen mogelijk is. (Voor voorbeeld 'De Haas', zie bijlage 1)
4. In het geval van de Snaterweide is gekozen voor een laagdrempelige Internet-poll, om zoveel mogelijk belanghebbenden in Overvecht te betrekken bij de plannen. Behalve de poll zijn ook een informatieavond gehouden en Stadsplannen verspreid. De poll nam een bescheiden plaats in in het totale proces. Naast de 61 officiële schriftelijke inspraakreacties, werd via Internet 52 keer gestemd voor één van de drie varianten. Deze informele reacties gaven hetzelfde beeld te zien als de officiële inspraakreacties. Volgens het College is er daarom geen reden om aan te nemen dat een herinrichtingvariant is gekozen die onvoldoende steun geniet. (Voor toekomstige beschikbaarheid identificatietechniek, zie bijlage 1)

Bijlage 1


Bijlage bij schriftelijke vragen N.R. Schipper
(ingekomen 29 december 2004), 2004/115

1. Het belang van internet als informatief medium groeide de afgelopen jaren gestaag. Dit valt met cijfers te onderbouwen. Aan de vraagzijde door een toename van het totaal aantal bezoekers van 1.600.000 in 2003 tot 2.250.000 in 2004, een stijging van 40%. Aan de aanbodzijde steeg het aantal pagina's van 15.000 eind 2003 naar bijna 18.000 eind 2004; een stijging van zo'n 20%. Hiermee is de Utrechtse website in de ogen van ons College volwassen geworden. Desondanks zullen voorlopig ook Stadsplannen en folders noodzakelijk blijven; niet iedereen heeft de beschikking over Internet en wie dat wél heeft wil niet onder alle omstandigheden gebruik maken van dit middel.
2. Het actualiseren van de bijna 18.000 digitale pagina's die de website telt, is de zorg van zogenoemde webredacteuren. Zij hebben toegang tot het beheersysteem, waarmee zij digitale pagina's publiceren en beheren. Zij passen de inhoud van de pagina's aan, zodra daar binnen de afdeling aanleiding toe is. Door de publicatiemogelijkheid en -verantwoordelijkheid te leggen bij de afdelingen die de informatie in huis hebben, is de tijd die passeert tussen creatie van gegevens en publicatie ervan zo kort mogelijk. Bovendien vermindert deze manier van werken de kans op fouten. De technisch-functionele kant van de website - het draaiende houden van het platform dat publicatie mogelijk maakt - is centraal belegd bij Bureau Utrecht.nl. Dit werkt kostenefficiënt en zorgt ervoor dat alle afdelingen zich via één gemeentelijke website presenteren. Door de technisch/functionele kant van de website centraal te regelen en het beheer van de content decentraal te beleggen wordt volgens ons College het beste uit twee werelden gecombineerd.
3. a. De inname van een melding via internet verloopt door een digitaal formulier met enkele verplichte velden in te vullen. Na inname ontvangt de indiener een digitale ontvangbevestiging Als de gemeente (voorlopig) niets met de melding doet, krijgt de melder hiervan een met redenen omkleed bericht; bijvoorbeeld omdat oplossen van de melding een grote herinrichting vereist, waarvoor geen geld is gereserveerd. Bij kleine euvels krijgt de melder geen bericht, omdat deze zelf kan constateren dat een ontbrekende tegel weer keurig in het trottoir ligt. Dergelijke kleine herstelwerkzaamheden moeten binnen een week zijn uitgevoerd. Deze procedures staan beschreven op internet, zodat mensen al vóór het digitaal melden weten hoe de melding wordt afgehandeld/opgelost.
3. b. Utrecht deed in 2000 bij het voorontwerp bestemmingsplan Voordorp/Voorveldse polder als één van de eerste Nederlandse gemeenten een pilot met digitale inspraak op voorontwerp bestemmingsplannen. Uit evaluatieonderzoek uit 2001 blijkt dat deze interactiemogelijkheid door bewoners zeer gewaardeerd wordt vanwege onder meer het gemak en de laagdrempeligheid. Na 2000 werd ook rond andere voorontwerp bestemmingsplannen, en diverse nota's (horecanota, fietsnota, parkeernota) digitale inspraak mogelijk gemaakt. Dat leverde het ervaringsfeit op dat minimaal 35% - meestal veel meer - van het totaal aantal inspraakreacties via internet komt. Ook blijkt dat de digitale weg een nieuw publiek trekt van mensen die via de `oude kanalen' niet zouden hebben ingesproken. Inmiddels maakt de DSO een digitaliseringslag waardoor vigerende bestemmingsplannen nog in 2005 via www.Utrecht.nl in te zien zullen zijn. Tegelijk zal het digitaal inspreken bij de ontwikkeling van een nieuw bestemmingsplan een vast onderdeel van de werkwijze worden. Deze digitaliseringinspanning loopt vooruit op de wijziging van de wet op de ruimtelijke ordening die het digitaal raadplegen van bestemmingsplannen verplicht zal stellen. Minister Dekker van VROM heeft deze wetswijziging voor 2007 aangekondigd.
3. c. Al in november 2001 is een enquête toegepast bij het nemen van een beslissing over het te plaatsen kunstwerk op het Neude. Via een schriftelijke én digitale enquête kwam De Haas als overtuigende winnaar uit de bus. Deze aanpak heeft indertijd op overtuigende wijze zes jaar discussie beslecht. De stemming voor De Haas is zo zorgvuldig mogelijk geweest. Op het digitale stemformulier moesten naam en adresgegevens verplicht worden ingevuld. Verwacht werd dat vermelding van naam en adresgegevens preventief zou werken ten aanzien van elke eenvoudige vorm van beïnvloeding van de stemming. Meerdere malen alle velden invoeren om de stemming te manipuleren is immers een vervelend werk en daarmee een barrière voor manipulatie. Bovendien was het in geval van twijfel over de uitslag mogelijk op de digitale stemformulieren een automatische controle te laten uitvoeren op éénmalig stemgedrag, ook door vergelijking met de schriftelijk uitgebrachte stemmen. Daarnaast kon gecheckt worden of de postcode overeenkwam met het ingevulde adres.
4. De officiële inspraakreacties voor de Snaterweide zijn verwerkt in een tweekolommen-stuk dat door ons College op 7 september jl. bestuurlijk is vastgesteld. Daarna is de Commissie Verkeer en Beheer geïnformeerd over de resultaten van de inspraak. De inspraaktermijn verliep in juni 2004. Alle insprekers zijn via een brief van 20 september jl. op de hoogte gebracht van de inspraakreacties en de verwerking daarvan. Overigens kan de betrouwbaarheid van digitale peilingen in de nabije toekomst verder verhoogd worden door toepassing van de DiGiD-techniek. Vanaf 1 januari jl. is deze techniek voor alle overheden en zelfstandige bedrijfsorganen in Nederland beschikbaar. DiGiD (Digitale Identiteit) maakt het burgers mogelijk zich digitaal te identificeren. Het vereist éénmalige registratie via een daartoe ingerichte website. Vervolgens krijgt de aanvrager binnen een week via de post een code, waarmee hij/zij zich voortaan bij elk overheidslichaam digitaal kan identificeren. Binnen de gemeente Utrecht laat ons College alle technische en gebruikers-aspecten van DiGiD testen. Doel is om in 2005 de DiGiD functionaliteit ter beschikking te hebben. DiGiD kan elke transactie aan die niet meer vereist dan betrouwbaarheid op het middenniveau. Dit is goed genoeg om een uittreksel van de burgerlijke stand aan te vragen, een verhuizing op te geven, of een poll te houden waarbij authenticatie gewenst is, maar onvoldoende voor betalingen of een transactie voor paspoort of rijbewijs. DiGiD gebruiken voor een digitale peiling betekent dat de gemeente weet wie zij voor zich heeft en dus beschikt over alle persoonsgegevens van de geïdentificeerde uit de Gemeentelijke Basisadministratie. Dat maakt het mogelijk de unieke persoon te koppelen aan zijn/haar stemvoorkeur. Waarborging van de privacy is daarmee een belangrijk punt dat wordt betrokken bij het geschikt maken van de DiGiD-techniek voor de gemeente Utrecht.


---- --