Ingezonden persbericht

Academisch ziekenhuis kon seksueel misbruik voorkomen

Getuigenverhoor omdat AMC aansprakelijkheid nog steeds niet erkent

AMSTERDAM, 20050124 -- AMSTELVEEN - Op dinsdag 25 januari a.s. zal in het gebouw van de rechtbank Amsterdam aan de Parnassusweg 220 van 9.30 uur tot 16.30 uur een voorlopig getuigenverhoor plaatsvinden. Er zullen vijf hulpverleners worden verhoord die voor het Academisch Medisch Centrum (AMC) werkzaam zijn en/of waren. Tevens zal de ex-patiënte, die om het getuigenverhoor verzocht, verhoord worden. Zij stelt het AMC aansprakelijk voor geleden schade omdat het ziekenhuis het seksueel grensoverschrijdend gedrag door een psychotherapeut had kunnen voorkomen.


De rechtbank Amsterdam oordeelde op 22 november 2004 dat het door klaagster ingediende verzoekschrift ertoe strekt een voorlopig getuigenverhoor te bevelen. Er zullen vier psychiaters en een ergotherapeut worden verhoord. Vier hulpverleners waren in 1997/1998 werkzaam voor het AMC toen klaagster onder medische behandeling was in de toenmalige dagkliniek van het zorgprogramma stemmingsstoornissen van het psychiatrisch centrum.

De voormalige patiënte stelt dat het academisch ziekenhuis het seksueel grensoverschrijdend gedrag door de Amsterdamse psychotherapeut F.F. had kunnen voorkomen. F. werd in augustus 2001 wegens het onderhouden van een seksuele relatie met de aan zijn zorg toevertrouwde cliënte door het AMC ontslagen. Hangende een spoedprocedure bij het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam die door de inspectie en klaagster aanhangig werd gemaakt, verzocht de Inspectie voor de Gezondheidszorg de psychotherapeut 'in ieder geval hangende de procedure' zijn werkzaamheden te staken. F. trok zich echter niets van dit verzoek aan dat de IGZ o.a. op haar vrees voor recidive baseerde. Zowel een tuchtrechtelijke als een strafrechtelijke veroordeling konden er niet voor zorgen dat cliënten voortaan voor de psychotherapeut beschermd zouden zijn.

Verzoekster verwijt het AMC tekort te zijn geschoten in de aan haar geboden zorg. Zij klopte bij diverse stafleden en een voormalig hulpverlener aan om de door F. naar haar toe geuite erotische gevoelens bespreekbaar te maken. Niemand reageerde. Het taboe dat op grensoverschrijdend gedrag door een collega rust, bleek groter dan diverse pogingen van de patiënte om de toen dringend nodige hulp te verkrijgen. Diverse signalen werden door de staf niet herkend of geïgnoreerd. De nodige maatregelen die verdere escalatie hadden kunnen voorkomen, nam het ziekenhuis niet.

Het AMC betwist ondermeer dat de patiënte herhaaldelijk melding maakte van het grensoverschrijdend gedrag door F. en wijst de aansprakelijk voor de door onzorgvuldigheid en nalatigheid geleden schade af. In plaats van de gemaakte fouten te erkennen, beschuldigt het ziekenhuis de ex-patiënte, volledig ten onrechte, van misbruik van bevoegdheid en 'stalking'. Het omkeren van de rollen van slachtoffer en dader is een voortzetting van de rollenomkeer die al in 1998 in het AMC plaatsvond: de psychotherapeut verweet men niets, de patiënte verweet men grensoverschrijdend gedrag. Nog tijdens het misbruik, In 2001, klopte de ex-patiënte bezorgd over de veiligheid van patiënten en met het verzoek haar ex-therapeut de nodige hulp te bieden, bij het AMC aan. Al haar pogingen gericht op het instellen van een grondig onderzoek bleven succesloos. Zij wilde dat van de gemaakte fouten kon worden geleerd en patiënten voortaan betere zorg zouden ontvangen en minder risico's zouden lopen op seksueel misbruik waarvoor het AMC een vruchtbare bodem bleek te zijn. Het ziekenhuis was pas bereid melding te maken bij de inspectie nadat de ex-patiënte er gedurende vele maanden voortdurend en nadrukkelijk om had verzocht. Het zou een half jaar duren alvorens de naam van de psychotherapeut door het AMC aan de inspectie zou worden doorgegeven.

De redactie van de website
Misbruik door Hulpverleners (MdH)
www.misbruikdoorhulpverleners.nl
info@misbruikdoorhulpverleners.nl
06 - 137 717 47




Ingezonden persbericht