Ministerie van Buitenlandse Zaken

Aan de Voorzittervan de TweedeKamerderStaten-Generaal

Binnenhof 4

Den Haag


-

Directie Integratie Europa

Bezuidenhoutseweg 67

Postbus 20061

2500 EB Den Haag


Datum


- 22 februari 2005

Behandeld


- Karin Wester


Kenmerk


- DIE-062/05

Telefoon


- 070 348 5462


Blad


- 1/7

Fax


- 070 348 6381


Bijlage(n)


- 1


- karin.wester@minbuza.nl


Betreft


- - Aanbieding van verslag informele bijeenkomst OS-bewindslieden te Luxemburg op 14 en 15 februari


- Zeer geachte Voorzitter,


- Graag bied ik u hierbij het verslag aan van de informele bijeenkomst van bewindslieden verantwoordelijk voor ontwikkelingssamenwerking die op 14 en 15 februari werd gehouden in Luxemburg.


- -
De Minister voor Ontwikkelingssamenwerking,

A.M.A. van Ardenne-van der Hoeven

Verslag van de informele bijeenkomst van OS-bewindslieden

te Luxemburg op 14 en 15 februari 2005

Samenvatting

De bewindslieden voor ontwikkelingssamenwerking uit de EU-lidstaten en de toetredende landen kwamen op 14 en 15 februari voor een informele vergadering bijeen in Luxemburg. Aan de orde kwam een aantal thema's die de komende maanden de ontwikkelingsagenda voor een belangrijk deel zullen bepalen. Naast de inspanningen van de Europese Unie ten aanzien van de door de Tsunami getroffen landen, werd gesproken over de strijd tegen HIV/Aids, de Millennium Development Goals, en herziening van het beleidskader voor ontwikkelingssamenwerking van de Europese Gemeenschap.

Toelichting

Follow-up Tsunami

Het Luxemburgs voorzitterschap deed verslag van een recente bijeenkomst met Jan Egeland, Onder-Secretaris Generaal van de VN voor humanitaire zaken. De VN zet momenteel samen met Price Waterhouse een systeem op voor het in kaart brengen van de financiële middelen die ter beschikking worden gesteld voor met name humanitaire hulp. Hieruit dient naar voren te komen of landen zich aan hun afspraken houden en of de fondsen op de juiste plaats terecht komen. Ex-president Bill Clinton zal per 1 maart zijn werkzaamheden aanvangen als speciale VN-gezant. In die hoedanigheid zal hij er tevens op toezien dat financiële toezeggingen worden nagekomen. De activiteiten van VN-OCHA zullen de komende zes maanden geleidelijk worden uitgefaseerd, hoewel de humanitaire hulp langer doorloopt. Eind juni zal er een gezamenlijke VN-EU evaluatie worden opgemaakt van het verloop van de hulpinspanningen. De algemene indruk tot nu toe is dat de coördinatie van de hulp goed verlopen is; wel dient er gewaakt te worden voor duplicatie van werkzaamheden en overfinanciering van bepaalde regio's.

Het voorzitterschap pleitte ervoor dat de EU op het gebied van monitoring en evaluatie zoveel mogelijk aansluit bij de VN. Dit is ook als uitgangspunt opgenomen in het EU Actieplan dat op 31 januari jl. door de Raad is aanvaard. In lijn met het Actieplan worden momenteel door de Commissie in samenwerking met de lidstaten systemen opgezet om de EU-hulp in kaart te brengen, zowel op humanitair terrein als op het gebied van wederopbouw.

De lidstaten onderstreepten in hun interventies het belang van goede monitorsystemen en spraken steun uit voor de inspanningen op dit vlak van het voorzitterschap en de Commissie. Tevens werd de centrale rol van de VN-OCHA benadrukt, voor zover het humanitaire hulp betrof. Hierbij werd door sommige sprekers gepleit voor humanitaire hervormingen die de internationale gemeenschap beter in staat zouden stellen het hoofd te bieden aan onvoorziene rampen, alsmede aan zogenaamde forgotten crises.

Ten aanzien van de wederopbouwfase werd algemeen de centrale rol van de ontvangende landen en het belang van conflictpreventie benadrukt. Ierland stelde voor een speciale EU-gezant te benoemen die in samenwerking met Clinton de EU-inspanningen zou kunnen monitoren en ook een oog zou kunnen houden op de conflictsituaties in de getroffen gebieden. Dit voorstel werd door enkele landen gesteund; het Luxemburgs voorzitterschap tekende daarbij aan dat duplicatie voorkomen diende te worden.

Nederland gaf aan welwillend te staan tegenover het Ierse voorstel voor een EU-gezant. Ten aanzien van schuldverlichting stelde Nederland dat fondsen die vrij zouden komen als gevolg van het mogelijk instellen van een moratorium door de ontvangende landen voor wederopbouw bestemd dienen te worden. Voorts zullen de kosten hiervan voor de Club van Parijs-landen additioneel dienen te zijn aan de reeds toegezegde noodhulp en hulp voor wederopbouw. Tot schuldverlichting zal niet eerder dienen te worden overgegaan dan nadat uit analyses van de Wereldbank en IMF blijkt dat er sprake is van een onhoudbare schuld.

Nederland bracht verder naar voren voorstander te zijn van versterking van VN-OCHA en daarnaast meer aandacht te willen besteden aan forgotten crises.

In een korte discussie over de mogelijkheid de snelle reactiecapaciteit van de EU (zowel binnen als buiten de Unie) te versterken, stond Commissaris Louis Michel stil bij de institutionele en logistieke complicaties die een dergelijk voorstel met zich mee brengt. Voorop zou moeten staan dat humanitaire principes leidend dienen te zijn. In april zal de Raad op deze kwestie terugkomen op basis van voorstellen van de Commissie en Hoge Vertegenwoordiger Javier Solana.

Strijd tegen HIV/Aids

Het debat werd geopend door Peter Piot, Directeur UNAIDS, die een overzicht gaf van de laatste ontwikkelingen in de strijd tegen HIV/Aids. Inmiddels is meer dan de helft van de besmette personen in Afrika van het vrouwelijke geslacht. Ook het aantal jonge slachtoffers groeit. De aids-epidemie eist steeds meer slachtoffers in Oost Europa en Centraal Azië, terwijl de politieke wil om het probleem aan te pakken daar zeer gering is. In Latijns Amerika doet zich hetzelfde probleem voor.

Positief is dat van de zes miljard dollar die vorig jaar beschikbaar was in ontwikkelingslanden voor de strijd tegen HIV/Aids de helft van de ontwikkelingslanden zelf afkomstig was. Bovendien heeft inmiddels 12 procent van de mensen met aids toegang tot behandeling.

Dit neemt niet weg dat de omvang van de epidemie enorm is en zowel op sociaal als economisch en veiligheidsvlak grote gevolgen heeft. De Millennium DevelopmentGoals kunnen niet worden gehaald als de internationale gemeenschap de aids-epidemie niet onder controle krijgt. Piot pleitte voor een grotere betrokkenheid van politici, de zakenwereld en religieuze instellingen, voor visionair leiderschap en voor meer financieel commitment. Hij onderstreepte de noodzaak van een tweesporenbeleid: korte termijn zorg en toegang tot behandeling enerzijds en een lange termijn aanpak anderzijds (preventie, verbetering seksuele en reproductieve gezondheid). Bovendien zou er meer aandacht moeten komen voor de resultaten van het beleid, alsmede harmonisatie en coördinatie van donorinspanningen.

Het betoog van Piot werd breed gesteund door de lidstaten, waarbij specifieke aandacht gevraagd werd voor de ontwikkeling van goede gezondheidsvoorzieningen, de rol van vrouwen, het belang van preventie, verbetering van seksuele en reproductieve rechten en de noodzaak van onderzoek naar vaccins en microbiociden. Van verschillende kanten werd gewezen op de noodzaak een brain drain te voorkomen en medische staf te behouden juist in de minst toegankelijke gebieden. Ook werd door diverse lidstaten onderstreept dat goed in kaart gebracht dient te worden of de fondsen effectief besteed worden en welke maatregelen er genomen kunnen worden (onder andere op het gebied van harmonisatie en coördinatie) om hierin verbetering aan te brengen.

Nederland vroeg aandacht voor de relatie tussen de strijd tegen HIV/Aids en seksuele en reproductieve rechten en gezondheid, onderwijs en gezondheidszorg. Daarnaast werd het belang van de beschikbaarheid van generieke medicijnen onderstreept; de WTO-afspraken die in dit verband zijn gemaakt dienen nu uitgevoerd te worden. Nederland ondersteunde het pleidooi van Piot om meer aandacht te besteden aan het probleem in Oost Europa. Tevens brak Nederland een lans voor het beschikbaar stellen van fondsen voor onderzoek naar de relatie tussen cultuur en religie enerzijds en HIV/Aids en seksuele en reproductieve gezondheid anderzijds.

De Commissie gaf aan op basis van een verzoek van de Raad van jl. november bezig te zijn met het opstellen van een EU Actieplan dat binnenkort ter goedkeuring aan de Raad zal worden voorgelegd. Hierin zal onder andere aandacht worden besteed aan de hoogte en de voorspelbaarheid van de benodigde financiële middelen, aan harmonisatie en coördinatie en aan de betrokkenheid van de private sector en het maatschappelijk middenveld bij de strijd tegen HIV/Aids.

Millennium Development Goals-

Het agendapunt werd ingeleid door Mark Malloch Brown, Administrator van UNDP. Het VN High Level Event in september van dit jaar zal, aldus Brown, over drie grote onderwerpen gaan, namelijk VN hervormingen, veiligheid en ontwikkeling. Ten aanzien van het eerste punt onderstreepte hij de noodzaak de integriteit en de effectiviteit van de VN te bestendigen; de urgentie hiervan was na de recente crises rond het oil for food programma en misdragingen van peace keeping forces alleen maar groter geworden. Op het gebied van veiligheid zal met name gesproken worden over terrorisme, non-proliferatie, de responsibility to protect en de voorstellen voor een Peacebuilding Commission.

Ten aanzien van ontwikkeling zullen de Millennium Development Goals (MDG's) centraal staan en daar ging Malloch Brown in zijn betoog uitgebreid op in. Europa speelt op dit vlak een essentiële rol, aldus Malloch Brown, vanwege het politieke commitment, de beschikbare fondsen en het duidelijk aanwezige gevoel van urgentie. Hij lichtte het rapport van het VN Millennium Project team toe, waarbij hij aangaf dat het rapport de doelpalen enigszins verzette door de verantwoordelijkheid voor het behalen van de MDG's voor een deel terug te leggen bij de ontwikkelingslanden zelf. Dit gold in het bijzonder de middeninkomens-landen, waarvan ook een zekere financiële investering in hun eigen ontwikkeling verwacht mag worden. Het grootste deel van de ODA dient aangewend te worden voor de ontwikkeling van de minst ontwikkelde landen (veelal in Afrika), aldus Malloch Brown. Hij benadrukte dat van de kant van de ontwikkelingslanden goed bestuur en respect voor mensenrechten, gendergelijkheid en de democratische rechtstaat mag worden verwacht. Daarnaast noemde hij de ontwikkeling van de private sector in ontwikkelingslanden als element dat zeker prominent zal figureren in het nog te verschijnen rapport van de Secretaris Generaal.

Malloch Brown riep de EU-lidstaten op in een vroegtijdig stadium een pakket maatregelen af te spreken over ODA-doelstellingen en innovatieve financieringsmechanismen zoals de International Finance Facility en de belasting op kerosine. Hij pleitte voor een evenwichtige opbouw van ODA (niet teveel schuldverlichting ten koste van nieuwe geldstromen) en een grotere voorspelbaarheid van fondsen. Voorts onderstreepte hij dat er voldoende geïnvesteerd moet worden in capaciteitsopbouw, met name in de gezondheidzorg, onderwijs en de private sector.

De lidstaten verwelkomden het betoog van Malloch Brown en gaven aan het rapport van het Millennium Project team in grote lijnen te steunen. Wel werden capaciteitsopbouw en seksuele en reproductieve rechten genoemd als onderwerpen die niet voldoende aandacht hadden gekregen. Ten aanzien van de in het rapport voorgestelde quick win opties voor ontwikkelingslanden, waren de lidstaten eensgezind van mening dat deze alleen zin hebben als ze ingebed worden in lange termijn strategieën voor duurzame ontwikkeling. Een aantal lidstaten sprak steun uit voor het voorstel bij de allocatie van middelen voorkeur te geven aan zogenaamde fast track countries, die vervolgens de ontwikkeling van de rest van de regio kunnen stimuleren. De meerderheid was echter terughoudend over dit voorstel en vroeg juist aandacht voor de ontwikkeling van strategieën om de minder goed presterende landen te steunen.

De Commissie werkt momenteel aan een EU-synthese rapport over de MDG's voor het VN High Level Event in september. De Raad zal dit in april bespreken. Het rapport zal een overzicht bevatten van de inspanningen van de EU (lidstaten en Commissie) tot nu toe, alsmede voorstellen voor verder afspraken, met name op het terrein van financiering, coherentie en Afrika.

De EU zal (overeenkomstig het besluit van de Raad van november jl.) onder andere afspraken moeten maken over nieuwe interim ODA-doelstellingen voor 2009/2010. De Commissie gaf aan momenteel te denken aan een EU-gemiddelde van 0,5 tot 0,55 van het BNP. Dit voorstel werd door veel lidstaten met instemming ontvangen, waarbij werd aangetekend dat het ODA-percentage van de nieuwe lidstaten hier uiteraard onder zal liggen. In april zal hierover een besluit worden genomen.-

Beleidskader ontwikkelingssamenwerking EG-

Jl. november kwamen de Raad en de Commissie gezamenlijk tot de conclusie dat de Beleidsverklaring voor het ontwikkelingsbeleid van de Europese Gemeenschap uit 2000 aan herziening toe was. De informele bijeenkomst vormde de eerste gelegenheid om hierover van gedachten te wisselen.

De huidige Verklaring is van toepassing op het ontwikkelingsbeleid van de EG, dat krachtens het EG Verdrag complementair dient te zijn aan het beleid van de lidstaten. Uit de interventie van Commissaris Michel kwam echter naar voren dat de Commissie graag ziet dat de nieuwe Beleidsverklaring ook richting geeft aan het ontwikkelingsbeleid van de lidstaten. Daarnaast gaf Michel er blijk van het begrip coherentie vrij ruim te interpreteren: het zou niet uitsluitend gaan om de belangen van ontwikkelingslanden, maar ook andere overwegingen van politieke aard konden een rol spelen.

De meeste lidstaten waren vrij kritisch over de inzet van de Commissie. Zij stelden zich op het standpunt dat juist de complementaire rol van de EG (en dus de Commissie) benadrukt moet worden en dat er geen vermenging van bevoegdheden dient plaats te vinden. Verder zou armoedebestrijding de centrale doelstelling van de Verklaring moeten blijven. Op basis van een evaluatie dient bekeken te worden of de in 2000 geïdentificeerde prioritaire gebieden voor EG-hulp aanpassing behoeven (het gaat om handel en ontwikkeling; regionale integratie en samenwerking; macro-economisch beleid; transport; voedselzekerheid en rurale ontwikkeling; en institutionele capaciteitsopbouw). Daarnaast zouden ontwikkelingen van de afgelopen vijf jaar in de Beleidsverklaring geïntegreerd moeten worden, zoals de MDG's, de WTO-Doha ontwikkelingsronde en actuele beleidsdiscussies over bijvoorbeeld vrede en veiligheid.

Nederland onderstreepte dat bij de herziening van de Beleidsverklaring uitgegaan moet worden van het comparatieve voordeel van de EG op terreinen als grootschalige infrastructuur, regionale integratie, capaciteitsopbouw, handelsbevordering en conflictpreventie. Daarnaast pleitte Nederland ervoor de herziening aan te grijpen als mogelijkheid om het coherentiebeleid van de EG verder vorm te geven en te zorgen dat dit in de praktijk meer resultaten voor ontwikkelingslanden oplevert.

De lidstaten verzochten de Commissie de tijd te nemen voor een breed consultatieproces en gaven aan de onderhandelingen over de herziening van de Beleidsverklaring af te willen ronden na het VN High Level Event, zodat de resultaten hiervan verwerkt kunnen worden.

===