Partij van de Arbeid


Den Haag, 23 februari 2005


Vragen van de leden Dijsselbloem en Van Heemst (beiden PvdA) aan de minister van Justitie en de minister van Binnenlandse Zaken


over de incidenten in de nasleep van de moord op Van Gogh


* Herinnert u zich uw antwoorden van 11 januari waarin u aangeeft dat 104 maal incidenten in of bij een moskee plaatsvonden en nog eens 14 maal bij islamitische scholen, die te relateren zijn aan de moord op Theo van Gogh?


* Hoeveel incidenten, strafbare feiten of overtredingen van de openbare orde hebben zich sindsdien voorgedaan in of nabij moskeeën of islamitische scholen?


* Hoe ver is het strafrechterlijk onderzoek gevorderd naar deze incidenten? Wat heeft dit onderzoek opgeleverd waar het gaat om de vraag naar de achtergronden en de eventuele samenhang tussen deze incidenten?


* Bent u nog steeds van mening dat extra alertheid van de zijde van burgemeesters, commissarissen van de Koningin en het openbaar ministerie ten aanzien van islamitische instellingen gewenst is, zoals u aan betrokkenen vroeg per brief in november? Zo nee, waarom niet?


* Van hoeveel van de incidenten is proces-verbaal opgemaakt? Hoeveel processen-verbaal zijn opgevolgd en in hoeveel gevallen kon tot op heden daadwerkelijk tot vervolging worden overgegaan?


* Bent u van mening dat dit opsporings- en vervolgingspercentage voldoende hoog is? Zal hier een voldoende preventief signaal van uitgaan om verdere brandstichtingen en dergelijke zoveel mogelijk te voorkomen?


* Indien u vraag 6 negatief beantwoord, welke extra inzet zult u bevorderen om de vermoedelijke daders van deze reeks van aanslagen alsnog op te pakken en aan de rechter voor te geleiden?


Natwoord op vragen van de leden Dijsselbloem en Van Heemst over recente aanslagen op moskeeën en andere islamitische centra nummer 711, vergaderjaar 2004-205.