Provincie Friesland

PERSBERICHT

Nummer: 37
Datum: 23-02-05

Provincie maakt beperking stand
beschermde inheemse diersoorten mogelijk

De provincie heeft een in 2003 genomen besluit over beperking van populaties diersoorten gewijzigd en onder meer het damhert en het wild zwijn toegevoegd aan de lijst diersoorten die in Fryslân mogen worden afgeschoten. Ook zijn nieuwe bepalingen opgenomen over de beverrat, de muskusrat en de Canadeze gans. Daarnaast heeft de provincie een ontheffing verleend aan de Faunabeheereenheid Fryslân voor het vangen en doden van vossen ter bescherming van de weidevogels.

Wild zwijn en damhert
Er zijn verschillende redenen voor het beperken van deze populaties. Wilde zwijnen kunnen landbouwschade aanrichten en ziekten als varkenspest en mond- en klauwzeer bij zich dragen. Het damhert kan schade aanrichten aan gewassen en gevaar opleveren voor de verkeersveiligheid. Damherten hebben een geschikte leefomgeving nodig en die is er in Fryslân niet. De damhertenpopulatie in Fryslân is ontstaan doordat eigenaren van de dieren af wilden en deze in het wild hebben losgelaten. Het overbrengen van de dieren naar andere leefgebieden, zoals de Veluwe, is geen oplossing. Daar geldt een maximum aantal dieren. Het provinciebestuur vindt daarom dat het onder voorwaarden mogelijk moet zijn deze dieren af te schieten. Dit betekent niet dat alle damherten onmiddellijk zullen worden afgeschoten.

Vossen
Voor het schieten van vossen heeft de provincie twee jaar geleden al een ontheffing afgegeven. Deze ontheffing is door de bestuursrechter in Leeuwarden geschorst. De uitspraak van de bestuursrechter is op 9 februari jl. bevestigd door de Raad van State, maar deze hoogste rechter heeft erbij bepaald dat GS wel bevoegd zijn een ontheffing te verlenen voor de vossenjacht. De provincie heeft daarom nu een beperktere ontheffing afgegeven - met name wat betreft de periode waarin mag worden gejaagd - en de ontheffing uitgebreider gemotiveerd.

N 35


---- --
Aan de leden van Provinciale Staten

Leeuwarden, 22 februari 2005
Verzonden,

Ons kenmerk : 588770
Team : Landelijk Gebied
Telefoon : 058 - 2925271 / P. Bot
Uw kenmerk :
Bijlage(n) :

Onderwerp:
Stand van zaken bodemdaling als gevolg van de zoutwinning door Frisia Zout B.V. binnen concessie Barradeel 1

Frisia Zout B.V. heeft twee concessies voor het winnen van zout, te weten Barradeel 1 (met winlocaties Bas 1 en Bas 2) en Barradeel 2 (met winlocaties Bas 3 die is aangelegd door middel van een schuine boring vanuit locatie Bas 2, en Bas 4). Voor Barradeel 1 mag de bodemdaling als gevolg van de zoutwinning maximaal 35 cm worden. Voor Barradeel 2 is dit 30 cm. Op dit moment bedraagt de bodemdaling als gevolg van de zoutwinning bij Harlingen binnen concessie Barradeel 1 op het laagste punt 32,5 cm. Bij de concessieverlening Barradeel 1 is afgesproken dat de bodemdaling de 35 cm niet mag overschrijden. De komende tijd vindt tussen de hierbij betrokken partijen overleg plaats over het stopzetten of toestaan van verdere winning. Afgesproken is aanvullende metingen te verrichten om een beter beeld te krijgen van het naijleffect, het dalen van de bodem na het stopzetten van de zoutboringen. Op basis hiervan vindt een vervolggesprek plaats medio maart 2005.

Stand van zaken Barradeel 1
Uit de concessie Barradeel 1 heeft de bodemdaling als gevolg van de zoutwinning inmiddels 32,5 cm bereikt op het diepste punt. Op de locatie Bas 2 vindt geen zoutwinning meer plaats, tot voor kort nog wel op de locatie Bas 1. Op dit moment wordt uit de caverne van Bas 1 geen zout gewonnen. In plaats daarvan worden diverse tests en metingen in het gebied uitgevoerd, om te zien hoe de bodemdaling zich ontwikkelt nadat er is gestopt met winnen, het zogeheten naijleffect. Hierbij wordt gebruik gemaakt van nieuwe technieken, zoals het zgn. onder druk afsluiten van de caverne (holte waaruit pekel wordt gewonnen). Hierdoor wordt de winbuis zodanig afgesloten dat de natuurlijke hoge gesteentedruk in de caverne blijft bestaan. Hierdoor zal naar verwachting van Staatstoezicht op de Mijnen geen of slechts een zeer kleine naijling van de bodem optreden na het beëindigen van de zoutwinning. De resultaten van de metingen zijn voor het Ministerie van Economische Zaken van cruciaal belang om te kunnen beoordelen of Frisia Zout toestemming kan worden gegeven voor extra zoutwinning uit Bas 1. Frisia Zout heeft namelijk bij EZ het verzoek ingediend om binnen de concessie nog 200.000 ton zout uit Bas 1 te mogen winnen.

Op 9 februari 2005 is het Bestuurlijk Overleg zoutwinning Frisia Zout (provincie, betrokken gemeenten, Wetterskip en EZ) op verzoek van provincie Fryslân bijeen geweest voor overleg over de bodemdaling en de vraag wanneer de 35cm bereikt zal zijn, rekening houdend met het naijleffect. In dit Bestuurlijk Overleg is op basis van de verstrekte informatie door Staatstoezicht op de Mijnen/EZ geconstateerd dat er nog te weinig testgegevens beschikbaar zijn om tot een advies aan EZ te kunnen komen over de aangevraagde extra winning van Frisia Zout. Opgemerkt is dat de nieuwe winlocatie Barradeel 2 (Bas 3 en Bas 4) de bodemdaling in Barradeel 1 kan beïnvloeden (cumulatief effect). Er zal dus extra bodemdaling kunnen optreden als gevolg van de winning uit de nieuwe concessie. Tegelijkertijd verwachten de onderzoekers in de toekomst dat de bodem in enige mate terug zal veren, het zogeheten rebound-effect. Dit laatste effect is echter nog onduidelijk en wordt in de afwegingen van Staatstoezicht op de Mijnen niet meegenomen. Het betreft dus al met al een complexe materie met nog enkele onzekerheden. Het Ministerie van Economische Zaken is dan ook geadviseerd om nog enige tijd door te gaan met de metingen.

Barradeel 2
Bas 3 is volledig in productie. De winlocatie Bas 4 is gereed om te produceren. Deze put kan echter niet worden opgestart omdat de daarvoor noodzakelijke pekeltransportleiding nog niet kan worden aangelegd. Diverse grondeigenaren willen aan de aanleg geen medewerking verlenen. Er lopen diverse procedures. Het gevolg is wel dat Frisia Zout zo lang mogelijk door wil gaan met winning op de Bas 1 locatie. Frisia Zout probeert om door middel van het verkrijgen van een gedoogvergunning de leiding alsnog te kunnen realiseren. Ook probeert het bedrijf nog steeds tot overeenkomst te komen met de grondeigenaren over de aanleg van de leiding. Een aantal van hen heeft inmiddels een overeenkomst getekend.

Wetterskip Fryslân
Het Wetterskip Fryslân heeft haar zorg uitgesproken over de waterhuishouding in Barradeel 2 als gevolg van de verwachte bodemdaling, ook als herstelwerkzaamheden worden uitgevoerd. Het Wetterskip wil hierover met de provincie in overleg. Ook wil men van de provincie weten hoe die het toekomstige gebruik van het gebied ziet. De noodzaak van extra waterberging wordt nadrukkelijk genoemd.

Tenslotte
Afgesproken is dat de komende weken in consessie Barradeel 1 de metingen worden vervolgd om een nog beter zicht te krijgen op het naijleffect. In de tweede helft van maart zal het Bestuurlijk Overleg dan weer bijeen komen om de resultaten van deze metingen te bespreken en te zien of op basis daarvan tot een advies aan EZ over de winningsaanvraag van Frisia kan worden gekomen. De provincie zal zich ervoor inzetten dat alle belangen die tot stoppen of doorgaan van de zoutwinning moeten leiden in dit advies meegewogen worden. Uitgangspunt daarbij blijft dat de bodemdaling, inclusief beïnvloeding door de nieuwe winlocaties, maximaal 35 cm mag bedragen.

Gedeputeerde Staten van Fryslân,

drs. E.H.T.M. Nijpels , voorzitter.

mr. J. Wibier , secretaris.


---- --