Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid

Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer Postbus 90801 2509 LV Den Haag der Staten-Generaal Anna van Hannoverstraat 4 Binnenhof 1a Telefoon (070) 333 44 44 2513 AA `s-GRAVENHAGE Telefax (070) 333 40 33

Uw brief Ons kenmerk Doorkiesnummer 3 februari 2005 SV/AL/05/9378 nr. 2040507550
Onderwerp Datum Contactpersoon Kamervragen van het lid De Wit (SP) 23 februari 2005

Hierbij zend ik u de antwoorden op de vragen van het lid De Wit (SP) over het chronische- vermoeidheidssyndroom (CVS) en het recht op arbeidsverzuim of uitkering. Bij brief van 10 februari jl. hebt u mij gevraagd u te informeren over de gevolgen voor de WAO- herbeoordelingen van het standpunt van de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport met betrekking tot het advies van de Gezondheidsraad over ME. Zoals in de antwoorden op de genoemde kamervragen vermeld is, behoeft de huidige uitvoeringspraktijk geen aanpassing vanwege het advies van de Gezondheidsraad of het standpunt van de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.

De Minister van Sociale Zaken
en Werkgelegenheid,

(mr. A.J. de Geus)

2040507550

Vragen van het lid De Wit (SP) aan de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid over het chronische-vermoeidheidssyndroom (CVS) en het recht op arbeidsverzuim of uitkering. (Ingezonden 2 februari 2005)

Vraag 1
Wat is uw oordeel over het volgende citaat: "Bedrijfs- en verzekeringsartsen zullen patiënten moeten uitleggen dat, niet zoals zij vaak denken, de diagnose en de oorzaak van een aandoening bepalend zijn voor het recht op arbeidsverzuim of op een uitkering, maar dat het gaat om uitingen en gevolgen van ziekte"? 1)

Antwoord 1
Dit citaat is geheel in overeenstemming met de huidige regelgeving en uitvoering. Zowel gedurende de eerste twee jaren van ziekte als bij de claimbeoordeling WAO wordt bezien welke beperkingen iemand heeft ten gevolge van zijn ziekte, en welke mogelijkheden hij desondanks nog heeft om te werken. Bij de claimbeoordeling is het noodzakelijk dat er sprake is van een diagnose en van consistent samenhangende stoornissen, beperkingen en handicaps. Het is niet noodzakelijk dat de oorzaak van een ziekte bekend is of gemeten kan worden. Het gaat er omdat het bestaan ervan aannemelijk is te achten en dat hierover overeenstemming bestaat tussen artsen. In het advies Het chronisch-vermoeidheidssyndroom wordt duidelijk gesteld dat een diagnose op zich nooit recht geeft op een uitkering. Recht op een arbeidsongeschiktheidsuitkering bestaat alleen als door de ziekte of handicap er verlies aan verdiencapaciteit optreedt, doordat iemand door zijn beperkingen minder kan verdienen. Dit volgt overigens rechtstreeks uit de huidige
arbeidsongeschiktheidswetgeving, en wordt nu ook zo door het UWV uitgevoerd.

Vraag 2
Welke conclusies verbindt het UWV aan de constatering dat CVS een reële, ernstig invaliderende aandoening is?

Vraag 3
Wat gaat u doen om de keuringspraktijk in overeenstemming te brengen met de conclusies van de Gezondheidsraad over CVS?

Antwoord 2 en 3
Het advies van de Gezondheidsraad is zoals vermeld bij het vorige antwoord in lijn met de huidige uitvoering. Er zijn dan ook op het punt van de uitvoering van de arbeidsongeschiktheidswetten geen gevolgen te verwachten van het advies.

Vraag 4
Bent u van mening dat WAO, Wajong en WAZ-herbeoordelingen van mensen met CVS moeten worden uitgesteld totdat de conclusies van de Gezondheidsraad in de keuringspraktijk zijn verwerkt? Zo neen, waarom niet?

Antwoord 4

Neen, zie het antwoord bij de vragen 2 en 3.


1) Het chronische-vermoeidheidssyndroom, Gezondheidsraad 2005/20 pag. 17

Toelichting:
Deze vragen dienen ter aanvulling op eerdere vragen terzake van de leden Bussemaker en Arib (beiden PvdA), ingezonden 31 januari 2005, (vraagnummer 2040507280).