Provincie Gelderland

|                                            |Nr.   |2005-77        |
|                                            |Arnhem|22 februari    |
|                                            |,     |2005           |
GS STELLEN RICHTLIJNEN MILIEUEFFECTRAPPORT VOOR N303 VOORTHUIZEN EN ONTSLUITING BEDRIJVENTERREIN HARSELAAR VOORLOPIG VAST

Gedeputeerde Staten (GS) van Gelderland hebben een nieuwe stap gezet in de procedure voor de omleiding van de N303 bij Voorthuizen en de ontsluiting van het bedrijventerrein Harselaar-Zuid. Gisteren hebben zij het rapport Richtlijnen voor het milieueffectrapport (MER) voor de omleiding en de ontsluiting voorlopig vastgesteld. Dit rapport Richtlijnen vermeldt welke informatie er in het MER moet staan. Zo krijgt het milieu een volwaardige plek in de besluitvorming over de nieuwe weg. Zo is in de Richtlijnen vastgelegd dat de geschiedenis van de samenhangende projecten (de omleiding en de ontsluiting van het bedrijventerrein Harselaar) wordt beschreven en hoe de procedures naar verwachting verder zullen lopen. Daarnaast schrijven de Richtlijnen een trechtering voor van de verschillende alternatieven. Hierbij worden ook een drietal nieuwe varianten betrokken die uit de inspraak naar voren zijn gekomen. In een voorstudie worden de verschillende alternatieven beoordeeld op realiseerbaarheid, kosten en verkeerskundig effect. Op basis van deze voorstudie kan een keuze worden gemaakt voor de definitief te onderzoeken alternatieven. De voorlopig vastgestelde richtlijnen worden naar verwachting op 16 maart in de vergadering van de provinciale commissie Verkeer en Water besproken. Daarna stellen GS de Richtlijnen definitief vast.

Inspraak
De Richtlijnen zijn opgesteld op basis van het advies van de Commissie voor de milieueffectrapportage (Cmer). Deze onafhankelijke commissie baseerde haar advies op de startnotitie en de inspraakreacties hierop. Er zijn 42 schriftelijke reacties bij de provincie binnengekomen. Veel insprekers geven hun mening over de voorgestelde alternatieven (oostelijk en westelijk van Voorthuizen) voor de omleiding en de ontsluiting van het bedrijventerrein. Voor beide alternatieven zijn de voordelen en de nadelen benoemd. De inspraakreacties maken ook duidelijk kenbaar dat er zorgvuldig omgegaan moet worden met de natuur- en landschapswaarden rond Voorthuizen. In de voorlopig vastgestelde Richtlijnen geeft de provincie aan alle voor- en nadelen van de verschillende alternatieven in beeld te brengen. Ook de effecten van de nieuwe weg op de natuur- en landschapswaarden zullen onderzocht worden. Een aantal insprekers heeft een nieuw variant voor de weg ingebracht. In het verkeersmodel dat voor de studie is opgesteld, zullen deze nieuwe varianten doorgerekend worden. Het bestaande verkeersmodel zal hiervoor worden uitgebreid met scenario's (combinaties van alternatieven voor de omlegging bij Putten en Voorthuizen en de ontsluiting van het bedrijventerrein) tussen de A28 bij Putten en Barneveld-Zuid.

Vervolg
Het MER zal begin 2006 gereed zijn. Het MER wordt in het voorjaar van 2006 ter inzage gelegd gelijktijdig met de partiële herziening van het nieuwe streekplan. De uiteindelijke vaststelling van het tracé in het streekplan zal medio 2006 plaatsvinden.