Gemeente Utrecht


SCHRIFTELIJKE VRAGEN inzake aantrekkelijker aankoopbeleid Le idsche Rijn Park

34 Vragen van de heer drs. R. Vriezen
(ingekomen 29 maart 2005)


Aantrekkelijker Aankoopbeleid Leidsche Rijn Park

Onlangs vernamen wij dat de verwervingen van de gronden voor het Leidsche Rijn Park moeizaam verlopen. Op dit moment dienen nog enkele tientallen percelen te worden aangekocht. Zolang deze gronden niet verworven kunnen worden zal er geen sprake zijn van het P.C. Thijsselint of het binnenpark (Binnenhof genaamd).
Een dergelijke gang van zaken is ongewenst bij een creatie van een stad aan de westzijde van het Amsterdam-Rijnkanaal waar binnen enkele jaren ongeveer 100.000 inwoners komen te wonen.
De bewoners van Leidsche Rijn wonen in een stedelijk gebied dat vrij dicht bebouwd is. De compensatie voor deze verdichting zat onder meer in het Leidsche Rijn Park. Dat was de geplande oase van rust, recreatie en ontspanning.

Dat de grondaankopen niet goed lopen verbaast ons niets. U kocht de gronden met als bestemming park. Vervolgens heeft u de bestemming gewijzigd in gronden met bestemming woningbouw. Gronden die worden ingezet voor een park hebben economisch gezien veel minder marktwaarde dan gronden die gebruikt worden voor woningbouw.

De voor het park bestemde gronden nu inzetten voor woningbouw in plaats van voor het park heeft begrijpelijkerwijs alle verkopende partijen alert gemaakt. Verkopen nu kan betekenen dat de betreffende gronden weldra ingezet worden voor woningbouw. Met andere woorden nu verkopen tegen "parkgrondprijs" betekent de kans lopen dat de gemeente na de aankoop door de bestemming te wijzigen in woningbouw met de extra opbrengsten aan de haal gaat.

De eigenaren van de gronden, die de gemeente wenst te verwerven voor het park, zullen door de handelwijze van het college nu niet meer bereid zijn om de gronden voor "parkgrondprijs" te verkopen. U als college (en daardoor ook de gemeente) bent niet langer meer een geloofwaardige partner. Hiermede heeft het college veroorzaakt, dat enerzijds de grondprijzen van het park zo hoog zijn geworden (de verkopende partijen houden in het achterhoofd rekening met de waarde van de gronden indien er woningbouw op zou plaatsvinden), anderzijds voor de enorme vertraging in realisering van het park waaronder het hele lint rondom het park en van het Binnenhof.

Om uit deze impasse te komen heeft de fractie van B en G een tweetal voorstellen. De gemeente dient weer een betrouwbare partner te worden. Dat kan door niet langer de gronden op de geëigende wijze van de eigenaren te kopen.

Voorstel 1:
1a De gemeente koopt de percelen voor een "parkgrondprijs".
1b De gemeente legt schriftelijk vast, middels een kettingbeding, dat op het moment dat de gronden binnen een nog vast te stellen aantal jaar (bijv. 25-50 jaar) een andere bestemming krijgen, zijnde woningbouw of een andere bestemming waardoor de gronden meer waard worden, de prijs opnieuw vast te stellen.
1c Na overeenstemming over de prijs van de grond met de nieuwe bestemming wordt het verschil tussen de waarde als woningbouwgrond (of een andere bestemming) verminderd met de waarde die voor de grond als parkgrond betaald is.
1d Indien partijen het niet over de prijs eens kunnen worden wordt er arbitrage gepleegd. De wijze van arbitrage wordt reeds bij de eerste aankoop van de gronden geregeld.


Voorstel 2:
De eigenaren van de percelen die nu de bestemming park hebben verkopen de gronden aan de gemeente in erfpacht met als bestemming park. Op het moment dat de gemeente de bestemming wijzigt kunnen de eigenaren, doordat zij juridisch eigenaar blijven het verschil in waarde binnenhalen.

Deze aanpak heeft voordelen voor beide partijen. Beiden worden winnaar en wat ook heel belangrijk is de inwoners van Leidsche Rijn en ook in de regio Utrecht zijn met de komst van het park de grootste winnaar. Voor de eigenaren en de gemeente zijn er de volgende voordelen:
2a De gemeente kan de gronden sneller verwerven en daardoor wordt de realisatie van het park, met name het lint en het binnenhof versneld mogelijk.
2b De verkopende partij kan zijn perceel eerder verzilveren zonder de mogelijkheid van extra inkomsten op termijn kwijt te raken.
2c Allerlei ontwikkelingen kunnen versneld doorgevoerd worden hetgeen ook als voordeel heeft dat er veel minder ambtelijke inzet behoeft plaats te vinden.

Op grond van het bovenstaande hebben wij de volgende vragen voor het college:
1. Wenst het college tot een snellere grondaankoop over te gaan om het park eerder te kunnen realiseren?
2. Zo ja, is het college bereid om een voor de eigenaren financieel aantrekkelijker grondaankoopbeleid te ontwikkelen gegeven de zich mogelijk wijzigende bestemming op termijn?
3. Zo ja, bent u bereid om de hierboven door ons aangedragen opties te beoordelen of een eventuele eigen variant op te stellen om het aankoopbeleid te stimuleren teneinde uw belofte van een groot Leidsche Rijn Park ook tijdig voor de tienduizenden huidige en toekomstige bezoekers in te lossen en niet pas over 30-40 jaar?

Graag ontvangen wij uw reactie.


---- --