Ingezonden persbericht


Published: 12:15 06.05.2005 GMT+2 /HUGIN /Source: Van Lanschot /AEX: VLAN /ISIN: NL0000302636

Ontslagbescherming rem op werkgelegenheid

Herstel investeringen en winst laat nog op zich wachten Orderpositie (zeer) gunstig; omzet nagenoeg gelijk Verwachting werkgelegenheid: vast + 0,5% en tijdelijk + 8,2%

Speciale enquête onder 400 directeuren:
Minimumloon geen rem op aanname personeel
Regelgeving en dure CAO's slecht voor vestigingsklimaat Passende arbeid moet vervallen

De gang van zaken in Nederlandse middenbedrijven (20 tot 500 medewerkers) heeft zich in het afgelopen halfjaar minder gunstig ontwikkeld dan de directeuren van deze bedrijven in september 2004 hadden verwacht. Er is geen aanleiding om te veronderstellen dat de jaarprognose van de directeuren in het komende halfjaar alsnog zal uitkomen. Dat is onder meer de uitkomst van het halfjaarlijkse TrendMeter-onderzoek van F. van Lanschot Bankiers en het onderzoekbureau Motivaction. Uit een speciale enquête onder 400 directeuren blijkt tevens dat de ontslagbescherming de aanname van personeel tegenhoudt en daarmee de groei van de werkgelegenheid belemmert. Passende arbeid mag van 60% van de directeuren komen te vervallen.

De uitkomsten van het TrendMeter-onderzoek in maart 2005 onder een panel van 400 algemeen directeuren tonen aan dat met name de positieve verwachtingen die de middenbedrijven nog in september vorig jaar hadden over de ontwikkeling van de investeringen, de winstgevendheid en de werkgelegenheid in de daaropvolgende 12 maanden (tot september dit jaar) niet zullen uitkomen. In september vorig jaar dacht slechts 16% van de directeuren dat de investeringen die als een belangrijke indicator voor de ontwikkeling van de economie kunnen worden gezien, zouden dalen, 36% dat de investeringen zouden stijgen en 48% dat de investeringen onveranderd zouden blijven. Deze prognose lijkt wat te optimistisch te zijn geweest. Uit de peiling van maart 2005 - dus nadat een halfjaar is verstreken - blijken de werkelijke investeringen in de afgelopen 12 maanden nog steeds in 32% van de bedrijven te zijn gedaald, nog slechts in 29% van de bedrijven te zijn gestegen en in 39% van de bedrijven onveranderd te zijn gebleven. Dit betekent dat - wil de jaarprognose van de directeuren uitkomen - in het tweede halfjaar (van maart tot september dit jaar) een krachtig herstel zou moeten optreden. Uit de meting van maart blijkt dat dit herstel niet door de directeuren wordt verwacht. Het aantal directeuren dat in de komende 12 maanden op een daling van de investeringen rekent, is ten opzichte van september vorig jaar iets toegenomen (van 16% tot 17%), terwijl het aantal directeuren dat uitgaat van een stijging terugliep (van 36% tot 34%).

Aantal bedrijven met krappe winst gestegen
Naast de investeringsbereidheid heeft ook de winstontwikkeling in het afgelopen halfjaar een negatief beeld vertoond. Terwijl in september vorig jaar 46% van de directeuren een winststijging in de komende 12 maanden verwachtte, blijkt nu - na een halfjaar - dat nog slechts 17% van de bedrijven in de afgelopen 12 maanden een ruime winst heeft geboekt. Dat hield een kleine daling in ten opzichte van de meting in september vorig jaar, toen nog 18% op een ruime winst rekende. Verder gaf in september vorig jaar slechts 12% van de directeuren aan dat een winstdaling werd verwacht, terwijl nu 49% van de bedrijven aangeeft een krappe winst in de afgelopen 12 maanden te hebben geboekt. Daarmee is het aantal bedrijven dat een krappe winst behaalde, ten opzichte van september vorig jaar gestegen (van 42% tot 49%). Vooral bij de kleinere, lokaal opererende bedrijven is het percentage dat zegt dat de winstontwikkeling krap is, hoog. Hetzelfde geldt voor de sector bouwnijverheid; 71% geeft aan dat de winstontwikkeling (zeer) krap was, terwijl maar 5 procent aangeeft dat deze ruim was. Ook voor de winstontwikkeling geldt dat de eerdere jaarprognose van de directeuren alleen bewaarheid kan worden, als in het volgend halfjaar een positieve omslag optreedt. Deze omslag wordt niet verwacht. Het aantal directeuren dat in de komende 12 maanden op een winststijging rekent, is ten opzichte van september vorig jaar gedaald, en wel van 46% tot 43%, terwijl het aantal directeuren dat een winstdaling verwacht nagenoeg gelijk is gebleven (11% nu tegenover 12% in september). Directeuren in de horecabranche zijn voor wat betreft winstgevendheid het meest positief ; liefst 65 procent verwacht een toename.

Totale personeelsbestand gedaald, verwachting toename werkgelegenheid In lijn met de zwakke investeringsbereidheid in het afgelopen halfjaar zijn ook de optimistischer verwachtingen die de directeuren in september vorig jaar afgaven over de werkgelegenheid, niet bewaarheid. Terwijl in september meer directeuren op een stijging dan op een daling van het personeelsbestand rekenden (29% tegenover 19%), blijkt nu het totale personeelsbestand bij de middenbedrijven nog steeds te zijn gedaald in de afgelopen 12 maanden. Terwijl het aantal vaste medewerkers met gemiddeld 1,4% afnam, liep het aantal tijdelijke krachten zelfs terug met gemiddeld 5,5%. Ook met betrekking tot de werkgelegenheid zou alleen een zeer krachtig herstel in het volgend halfjaar ertoe kunnen leiden dat de jaarprognose van september vorig jaar alsnog uitkomt. Een zodanig herstel wordt niet verwacht. Terwijl het aantal directeuren dat nu op een stijging van het personeelsbestand rekent, ten opzichte van september vorig jaar gelijk is gebleven (29%), is het aantal directeuren dat een daling van het personeelsbestand verwacht slechts licht verminderd van 19% in september vorig jaar tot 17% nu. Wel schetsen de directeuren - als hen gevraagd wordt hoe zij denken dat het aantal vaste krachten respectievelijk het aantal tijdelijke krachten zich zal gaan ontwikkelen - een iets optimistischer beeld. Terwijl zij in september nog rekenden op een daling van het vaste personeel met 0,3% verwachten zij nu een stijging met 0,5%. Daarnaast gaan zij ervan uit dat het aantal tijdelijke krachten met gemiddeld 8,2% zal stijgen, terwijl de directeuren in september vorig jaar nog rekenden op een stijging met slechts 1%.

Positief over binnenlandse en buitenlandse orderpositie De optimistische prognoses die in september vorig jaar werden afgegeven over de ontwikkeling van de orderpositie en de omzet in de komende 12 maanden lijken wel te gaan uitkomen. Terwijl in september vorig jaar 51% van de directeuren een verbetering van de orderpositie verwachtte, geeft nu 54% aan dat de huidige orderpositie gunstig tot zeer gunstig is. Daarnaast lijkt ook de voorspelling in september van een klein percentage directeuren (6%) dat de orderpositie zou verslechteren nu tot uiting te komen in het geringe aantal directeuren dat de huidige orderpositie als ongunstig bestempelt (9%). Afgaande op de verwachtingen zal deze positieve lijn worden voortgezet. Terwijl het aantal directeuren dat een verdere verbetering verwacht, steeg van 51% in september vorig jaar tot 53%, bleef het aantal directeuren dat op een verslechtering rekent nagenoeg gelijk (7% nu tegenover 6% in september). Zowel over de binnenlandse als de buitenlandse orders hebben de directeuren positieve verwachtingen. De branche waarin directeuren het meest positief zijn over de ontwikkeling van de orderpositie, is de horeca.

Vooral internationale bedrijven positief over omzet Ook is de prognose over de omzetontwikkeling bewaarheid. In september vorig jaar voorspelde 61% van de directeuren een omzetstijging, nu geeft 49% van de directeuren aan dat de omzet in de afgelopen 12 maanden is gestegen. Daartegenover staat dat de prognose in september vorig jaar van een gering aantal directeuren (6%) dat op een omzetdaling rekende, nog niet in de realiteit kan worden teruggevonden. Nu blijkt namelijk dat de omzet nog steeds bij 23% van de bedrijven is gedaald in de afgelopen 12 maanden. Uit de verwachtingen voor de komende 12 maanden kan worden afgeleid dat een verder herstel er op korte termijn niet in zit. Zowel het aantal directeuren dat een omzetstijging verwacht (60% nu tegenover 61% in september vorig jaar) als het aantal directeuren dat op een omzetdaling rekent (7% nu tegenover 6% in september) bleef nagenoeg gelijk. Evenals in september zijn internationaal opererende bedrijven nu het meest positief: 68% verwacht dat de omzet zal toenemen en slechts 2% rekent op een afname. Wederom heeft de horeca de meest positieve verwachtingen over de omzetontwikkeling; 79% verwacht een toename en geen van de ondernemers rekent op een daling van de omzet.

Toegenomen vertrouwen in economie
Opmerkelijk is dat - hoewel sterke aanwijzingen voor een definitief herstel nog steeds ontbreken - de verwachtingen van de directeuren over de ontwikkeling van de algemene economische situatie van Nederland toch opnieuw positief zijn bijgesteld. Behalve dat het aantal directeuren dat in de komende 12 maanden een verbetering van die situatie verwacht, weer toenam - en wel van 55% tot maar liefst 60% - liet het aantal directeuren dat op een verslechtering in deze periode rekent, weer een verdere daling zien (van 15% naar 10%).

TrendMeter-index blijft onveranderd
De TrendMeter-index die een cijfermatig oordeel geeft over de verwachtingen van het middenbedrijf voor de komende 12 maanden inzake de ontwikkeling van vier economische indicatoren - orderpositie, investeringen, winstgevendheid en werkgelegenheid - is ten opzichte van september 2004 onveranderd gebleven, namelijk 27. In september 2004 ging deze index nog fors omhoog, van 17,5 naar 27. Om de stand van de index vast te stellen wordt per economische indicator het verschil gemeten tussen het aantal ondernemers dat gunstige tot zeer gunstige en het aantal ondernemers dat ongunstige tot zeer ongunstige verwachtingen heeft op de termijn van 12 maanden. Vervolgens wordt de stand van de index berekend door het ongewogen gemiddelde van de gemeten verschillen te nemen.

SPECIALE ENQUETE ONDER 400 DIRECTEUREN

Minimumloon geen rem op werkgelegenheid, ontslagbescherming wel Om inzicht te krijgen in hoe het middenbedrijf kan worden gestimuleerd om meer medewerkers aan te nemen, werd in een enquête een aantal vragen aan de 400 directeuren voorgelegd. Een opmerkelijke uitkomst daarvan was dat 85% van de directeuren van mening is dat het wettelijk voorgeschreven minimumloon niet echt als een beletsel voor het aannemen van personeel kan worden beschouwd. Daarnaast blijken de meningen verdeeld over de vraag of het opheffen van de verplichting om bij ziekte 100% door te betalen een stimulans zou zijn om meer nieuwe medewerkers aan te trekken. Wat veel directeuren wel als een rem op het aannemen van personeel beschouwen, is de ontslagbescherming. De meerderheid van de directeuren (80%) gaf aan eerder nieuwe medewerkers te zullen aannemen als het gemakkelijker zou zijn ze te ontslaan.

Regelgeving en dure CAO's als vestigingsbezwaar
Gevraagd werd ook welke factoren volgens de directeuren een negatieve rol spelen voor internationale ondernemers die een besluit moeten nemen of ze zich wel of niet in Nederland zullen gaan vestigen. Volgens de directeuren zijn dit voor een deel dezelfde factoren waar zij ook zelf tegen aanlopen, zoals de ontslagbescherming (genoemd door 86%), de complexe regelgeving van de overheden (84%) en de dure en inflexibele cao's (74%).

Wisselend oordeel over deeltijdwerkers
Het grootste deel van de directeuren staat niet negatief tegenover het in dienst hebben van deeltijdwerkers. Zij vinden niet dat daardoor de continuïteit en de bereikbaarheid van het bedrijf in gevaar komt. Een klein deel van de directeuren (17%) is zelfs van mening dat deeltijdwerkers juist een positief effect op de continuïteit van de onderneming hebben. Zij vinden dat het werken in deeltijd bevorderlijk is voor de flexibiliteit, het enthousiasme, de productiviteit en het in de hand houden van de werkdruk. Het zijn vooral de directeuren van grote, internationale bedrijven, die deze positieve kanten van deeltijdwerk noemen. Ongeveer evenveel directeuren (19%) menen dat deeltijdwerkers wel een negatief effect op de continuïteit hebben. Zij zien vooral problemen met betrekking tot de informatieoverdracht en de bereikbaarheid van het bedrijf of de contactpersoon en hebben het idee dat ook de betrokkenheid van deeltijdwerkers geringer is dan van fulltimers. Overigens heeft 87% van de directeuren deeltijdwerkers in dienst.

Wel werknemers met handicap, maar niet als verplichting Een ruime meerderheid van de directeuren (60%) vindt in tegenstelling tot de vakbonden dat er geen verplichting moet komen om mensen met een fysieke of geestelijke handicap in dienst te nemen. Dat heeft overigens veel bedrijven (51%) er niet van weerhouden om mensen met zo'n handicap aan te nemen. Gemiddeld maken medewerkers met een handicap 4% uit van het totale werknemersbestand. Positiever staan de meeste directeuren tegenover het voorstel om bedrijven - door deze geen WAO-premie te laten betalen - te stimuleren om kansarme jongeren tot 24 jaar die al dan niet in de bijstand zitten, een stageplaats aan te bieden. Zo'n 65% van de directeuren zegt dat uitvoering van dit plan hen zou stimuleren jongeren aan te nemen. De directeuren die daarin niets zien (33%) voeren daarvoor als argumenten aan dat mensen alleen op basis van kwaliteit moeten worden aangenomen en dat het opleggen aan mensen van de verplichting om te gaan werken, niet goed is.

Arbeid mag ook niet-passend zijn
Tot slot is aan de directeuren de volgende stelling voorgelegd. 'Er gaan steeds meer stemmen op, die zeggen dat de WW-, bijstands- of WAO-uitkering alleen bestemd zou moeten worden voor mensen die niet in staat zijn te werken. Het begrip 'passende arbeid' moet komen te vervallen.' Deze stelling blijkt door een meerderheid van de directeuren (60%) te worden onderschreven.

's-Hertogenbosch / Amsterdam, 6 mei 2005

Persbericht (pdf-versie)

TrendMeter-onderzoek
Voor het halfjaarlijkse TrendMeter-onderzoek werken samen F. van Lanschot Bankiers en het onderzoeksbureau Motivaction. Dit zijn organisaties met een grote betrokkenheid bij het middenbedrijf.

De doelstelling van het TrendMeter-onderzoek is het signaleren en analyseren van (economische) ontwikkelingen die van belang zijn voor het Nederlandse middenbedrijf (20-500 medewerkers). Daarbij komen zowel exacte zaken als persoonlijke inzichten van ondernemers uit het middenbedrijf aan de orde. Aan de basis van TrendMeter ligt een representatieve steekproef van algemeen directeuren van het middenbedrijf ten grondslag, van wie er tweemaal per jaar 400 een enquête van ongeveer 40 vragen beantwoorden. De enquête wordt telefonisch uitgevoerd door Motivaction in Amsterdam. Het TrendMeter-onderzoek wordt tevens gepubliceerd in Elan (magazine voor directeuren en commissarissen).

TrendMeter-index
De TrendMeter-index is een cijfermatige weergave van het ondernemersklimaat in het Nederlandse middenbedrijf. De TrendMeter-index wordt als volgt berekend: het aantal ondernemers dat gunstige en zeer gunstige verwachtingen heeft op een termijn van twaalf maanden wordt verminderd met het aantal ondernemers dat ongunstige en zeer ongunstige verwachtingen heeft voor dezelfde termijn. Daarbij worden vier factoren in aanmerking genomen: werkgelegenheid, orderpositie, investeringen en winstgevendheid.

TrendMeter / F. van Lanschot Bankiers:
Jeroen Stein, Manager Corporate Communicatie: telefoon +31 (0)73 548 3350; mobiel +31 (0)6 53 67 36 87; telefax +31 (0)73 548 32 04.

TrendMeter / Motivaction:
Frits Spangenberg, directeur: telefoon +31 (0)20 589 83 83; mobiel +31 (0)6 51 29 25 41; telefax +31 (0)20 589 83 00.

Bezoek onze website voor meer informatie over Van Lanschot: http://www.vanlanschot.org