Gezondheidsraad

Adviezen

Glutaraldehyde; Health-baded recommended occupational exposure limit

Vraagstelling

Op verzoek van de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid leidt de Commissie WGD van de Gezondheidsraad gezondheidskundige advieswaarden af voor stoffen waaraan mensen via de lucht op hun werkplek kunnen worden blootgesteld. Deze aanbevelingen vormen de eerste stap in een drietrapsprocedure die moet leiden tot wettelijke grenswaarden, aangeduid als maximaal aanvaarde concentraties (MAC-waarden).
In het voorliggende rapport bespreekt de commissie de gevolgen van blootstelling aan glutaaraldehyde en presenteert zij, indien mogelijk, een gezondheidskundige advieswaarde voor die stof. De gezamenlijke evaluatie over de gezondheidskundige implicaties van blootstelling aan glutaaraldehyde, dat in 1997 door de Nordic Expert Committee (NEG) is gepubliceerd, is opgenomen in deel 2 van dit advies. Deel 1 bestaat uit een kort overzicht van de relevante onderzoeken, eventueel aangevuld met nieuwe literatuur, die de Commissie WGD gebruikt voor het kunnen afleiden van een gezondheidskundige advieswaarde. De conclusies van de commissie zijn gebaseerd op wetenschappelijke publicaties die vóór februari 2004 zijn verschenen. Fysische en chemische eigenschappen
Glutaaraldehyde (1,5-pentadial; CAS nr. 111-30-8) wordt gebruikt in de industrie als biocide en als cross-linking agens en in de medische en laboratoriumsector voor sterilisatie van instrumenten. Daarnaast wordt de stof toegepast bij het balsemen en bij het fixeren van organische weefsels. Op de werkplek aanwezigen kunnen aan zure en aan basische, zogeheten geactiveerde, oplossingen van glutaaraldehyde worden blootgesteld en aan dampen van glutaaraldehyde. Glutaaraldehyde is een kleurloze, olieachtige vloeistof met een prikkelende geur. De geurdrempel ligt op 0, 001 mg/m3. Glutaaraldehyde verdampt niet makkelijk uit een waterige oplossing tot 50 procent (v/v). Het vriespunt is -14°C en het kookpunt 188°C. De vloeistof is oplosbaar in water en in verschillende organische oplosmiddelen. Glutaaraldehyde is een reactieve verbinding die gemakkelijk interacties aangaat met eiwitten (cross-linking).

Grenswaarden

Momenteel geldt in Nederland voor glutaaraldehyde een bestuurlijke grenswaarde van 0,25 mg/m3 als plafondwaarde (ceilingwaarde). In het Verenigd Koninkrijk gelden grenswaarden van 0,2 mg/m3 (0,05 ppm), voor tijdgewogen gemiddelden van zowel acht uur als vijftien minuten. In Denemarken en Zweden geldt een ceilingwaarde van 0,8 mg/m3 (0,2 ppm). Duitsland heeft een
grenswaarde van 0,2 mg/m3 (0,05 ppm) als een tijdgewogen gemiddelde van acht uur en een momentary waarde van 0,8 mg/m3 (0,2 ppm), welke geen enkel moment overschreden mag worden. De ACGIH beveelt een ceilingwaarde aan van 0,2 mg/m3.
Zowel Duitsland, Zweden, het Verenigd Koninkrijk als de Verenigde Staten (ACGIH) hebben glutaaraldehyde aangemerkt als een stof die overgevoeligheidsreacties kan veroorzaken bij huidcontact. Recent heeft Duitsland glutaaraldehyde ook aangemerkt als een stof die overgevoeligheidsreacties kan veroorzaken na inhalatie.

Monitoring

De Occupational Safety and Health Administration (OSHA), het National Institute of Occupational Safety and Health (NIOSH) - beide uit de Verenigde Staten - en de Health and Safety Executive (HSE) uit het Verenigd Koninkrijk hebben methoden beschreven voor gaschromatografische of hoge druk vloeistofchromatografische analyse van glutaaraldehyde uit luchtmonsters. Ook een directe meetmethode is beschreven, maar deze is onvoldoende specifiek. De commissie heeft geen methode voor biologische monitoring gevonden.

Kinetiek

Gegevens over de opname, metabolisme, distributie en uitscheiding van glutaaraldehyde zijn afkomstig van proefdieronderzoek en in vitro experimenten. Van radioactief gemerkte glutaaraldehyde oplossingen die werden opgebracht op de huid, werd bij ratten circa 6 procent en bij konijnen circa 40 procent door de huid geabsorbeerd. De opname door de huid is ook in vitro bestudeerd met huid die afkomstig was van mensen en van verschillende diersoorten. Minder dan 0,7 procent van glutaaraldehydeoplossingen passeerde de konijnen-, ratten-, cavia- en mensenhuid. Deze geringe huidopname wordt mogelijk veroorzaakt door binding van het reactieve glutaaraldehyde aan de huid. Onderzoek heeft uitgewezen dat eenmaal opgenomen glutaaraldehyde, door middel van een reeks enzymatische oxidatiestappen in de lever en nieren, wordt omgezet in de eindproducten acetoacetaat of acetaat, en kooldioxide. Bij ratten en konijnen is vast-
gesteld dat de snelheid van deze omzetting hoog is. Zo werd 80 procent van het intraveneus toegediend radioactieve glutaaraldehyde binnen vier uur in de vorm van kooldio-xide uitgeademd. De urine van ratten en konijnen bevatte respectievelijk 8 tot 12 procent en 15 tot 28 procent van de toegediende radioactiviteit. Verder werd vastgesteld dat met name konijnen bij de hoge dosering relatief minder glutaaraldehyde in de vorm van kooldioxide uitademden dan ratten.

Effecten op mensen

Onderzoeken bij mensen na kortdurende of piekblootstelling wijzen uit dat glutaaraldehyde irriterend is. In zowel Zweeds als Brits onderzoek onder ziekenhuis-personeel werkzaam in de endoscopie en koudesterilisatie, is een relatie gevonden tussen irritatie van oog, huid, neus en keel en geometrisch gemiddelde blootstellingsniveaus van 0,05-0,06 mg/m3 (spreiding Bij huidcontact kan glutaaraldehyde overgevoeligheidsreacties veroorzaken. Ook kan glutaaraldehyde aanleiding geven tot astmatische symptomen, zoals piepen, hoesten, beklemming op de borst, ademhalingsproblemen en bronchiale hyperreactiviteit. De astmatische luchtwegklachten kunnen erop duiden dat glutaaraldehyde ook overgevoeligheidsreacties bij inademing kan veroorzaken. Aan de hand van klachten en symptomen die voor mensen en proefdieren zijn beschreven is echter niet met zekerheid vast te stellen of dat daadwerkelijk het geval is. Het is namelijk goed mogelijk dat mensen met een toegenomen gevoeligheid van de luchtwegen voor aspecifieke prikkels (bronchiale hyperreactiviteit) door de irriterende werking van glutaaraldehyde een astmatische aanval krijgen. Echter, uit de positieve resultaten van specifieke immunologische testen uitgevoerd bij zowel mensen als proefdieren, en uit het feit dat glutaaraldehyde overgevoeligheid bij huidcontact veroorzaakt, concludeert de commissie dat ervan uitgegaan kan worden dat glutaaraldehyde een stof is die overgevoeligheidsreacties kan veroorzaken bij inademing. Wel heeft glutaaraldehyde waarschijnlijk een zwak sensibiliserende werking, omdat in de praktijk, in verhouding tot het grote aantal mensen dat beroepshalve blootstaat aan de stof, bij slechts weinigen astmatische klachten worden gerapporteerd. Het immunologisch werkingsmechanisme dat aan deze gevoeligheid ten grondslag ligt is onduidelijk. Er werd geen toename gevonden van spontane abortus of foetale misvormingen bij Finse ziekenhuisverpleegsters die glutaaraldehyde als steriliserend agens hadden gebruikt.

Effecten op dieren

Bij proefdieren leidde acute blootstelling aan glutaaraldehyde tot overeenkomstige effecten als bij mensen: sensorische irritatie aan de ogen en bovenste luchtwegen en overgevoeligheidsreacties en irritatie bij huidcontact. Dit gold voor cavias, konijnen en muizen. Experimenteel onderzoek in ratten en muizen geeft een steile dosis- responsrelatie te zien, waarin sensorische irritatie wordt gevolgd door ademhalings-
problemen en sterfte na enkele dagen blootstelling aan 4-10 mg/m3 (muis). Resultaten van onderzoek met muizen wijzen op het optreden van overgevoeligheidsreacties bij inademing. Bij cavias zijn hiervoor geen aanwijzingen gevonden.
Bij kort- en langdurend inhalatie onderzoek met ratten en muizen zijn voornamelijk effecten op de neus gevonden. Na langdurige blootstelling wordt bij 0,5 mg/m3 een statistisch significante toename in de incidentie van squameuze metaplasie (afgeplat epitheel) van het neusepitheel in de vrouwtjesmuis gezien. Bij 0,25 mg/m3, de laagst geteste concentratie, wordt reeds een lichte, maar niet statistisch significante, toename waargenomen. De ernst hiervan is echter zeer gering. Tevens wordt vanaf 0,25 mg/m3 een, niet dosis-gerelateerde, significante toename in hyalinedegeneratie (eiwitaccumulatie) van het ademhalingsepitheel in vrouwtjesmuizen gezien. Het is echter onbekend is of hyalinedegeneratie biologisch relevant is voor de mens, terwijl dit verschijnsel bij muizen ook spontaan bij veroudering optreedt. De commissie concludeert dat squameuze metaplasie van het ademhalingsepitheel van de neus het kritisch effect is voor langdurende blootstelling. Verder zijn in dit langdurend inhalatieonderzoek geen tumoren gevonden.
Mutageniteits- en genotoxiciteitstests met bacteriën en zoogdiercellen toonden aan dat glutaaraldehyde mutagene en clastogene eigenschappen heeft en schade aan het DNA kan veroorzaken. Proefdieronderzoek naar mutageniteit en genotoxiciteit leverden in het algemeen negatieve resultaten op.
In het tot nu toe uitgevoerde proefdieronderzoek met ratten, muizen en konijnen zijn bij de daarin toegediende dosering glutaaraldehyde geen effecten op de vruchtbaarheid en de ontwikkeling waargenomen.

Evaluatie

Uit de humane en dierexperimentele gegevens concludeert de commissie dat glutaaraldehyde irriterend is voor de ogen, huid en bovenste luchtwegen en dat het overgevoeligheidsreacties veroorzaakt bij huidcontact en soms ook bij inademing. Zij is van mening dat huidblootstelling voorkomen moet worden en beschermende maatregelen nodig zijn. Verder concludeert ze dat mensen geen verhoogd risico lopen op het krijgen van kanker of reproductiestoornissen wanneer ze beroepsmatig aan deze stof worden blootgesteld. De commissie meent dat irritatie van ogen, neus en keel (sensorische irritatie) het kritische effect is voor kortdurende blootstelling. Het niveau waarop geen nadelig effect is waargenomen (NOAEL) in onderzoek met niet-rokende vrouwen ligt bij 0,4 mg/m3. Ze meent dat deze waarde kan dienen als een gezondheidskundige advieswaarde (HBR-OEL). Vanwege de steile dosisresponsrelatie in onderzoek met vrouwelijke vrijwilligers en met proefdieren in combinatie met de ernst van het bij proefdieren waargenomen effect (ernstige ademhalingsproblemen en sterfte) is deze waarde te beschouwen als een plafondwaarde (ceilingwaarde). Deze ceiling is nodig om werknemers te beschermen tegen de piekblootstellingen die karakteristiek zijn voor veel werkzaamheden met glutaaraldehyde. De commissie acht een onzekerheidsfactor voor variatie tussen de individuen niet nodig, omdat niet-rokende vrouwen een gevoelige populatie zijn en omdat extrapolatie van een 15 minuten gemiddelde naar een ceiling waarde een extra veiligheidsmarge oplevert.
Uit onderzoek bij mensen komen verder aanwijzingen dat zij meer klachten hebben naarmate ze vaker aan glutaaraldehyde zijn blootgesteld. De commissie beveelt daarom ook een gezondheidskundige advieswaarde, gemiddeld over een achturige werkdag, aan. Het bedoelde onderzoek geeft echter onvoldoende informatie om zon waarde te kunnen afleiden. Er is echter een goed uitgevoerd chronisch onderzoek in proefdieren, dat de commissie voor de afleiding bruikbaar acht. In dit onderzoek is een geen waargenomen nadelig effect niveau (NOAEL) gevonden van 0,25 mg/m3; het effect was squameuze metaplasie van het neusepitheel bij vrouwtjesmuizen. Omdat dit een lokaal effect aan de oppervlakte van de neus is, acht de commissie een onzekerheidsfactor voor variatie tussen de verschillende soorten niet nodig. De commissie hanteert een factor 3 voor mogelijke verschillen tussen de individuen. Toepassing van deze onzekerheidsfactor levert een gezondheidskundige advieswaarde op van 0,08 (0,25/3) mg/m3 (TGG 8 uur). Glutaaraldehyde is een huidsensibiliserende en irriterende stof. De stof kan astma veroorzaken, maar ook reeds bestaand astma verergeren. Reeds gesensibiliseerde werknemers en mensen met astma lopen daardoor een verhoogd risico op de ontwikke-
ling van klachten bij blootstelling. Ook individuen die overgevoelig zijn voor glyoxal lopen bij blootstelling aan glutaaraldehyde een verhoogd risico op klachten vanwege de kruisreactiviteit van de aldehyden.

Advies

De Commissie WGD stelt een gezondheidskundige advieswaarde voor blootstelling aan glutaaraldehyde in lucht op de werkplek voor van 0,4 mg/m3 in de vorm van een plafondwaarde (ceiling). Daarnaast stelt ze een gezondheidskundige advieswaarde voor van 0,08 mg/m3 gemiddeld over een achturige werkdag.

---