Technische Universiteit Delft

'Meer trial and error'

Hoe voorkomen we een tweede 'HSL-Zuid'?

De Publiek-Private Samenwerking (PPS) tussen overheid en bedrijfsleven bij infrastructurele werken loopt bepaald niet van een leien dakje. Om organisatorische mislukkingen als de aanleg van de HSL-Zuid te voorkomen, is het nodig om in de contracten tussen overheid en bedrijfsleven meer ruimte te laten voor 'trial and error' en leren van gemaakte fouten. Dat stelt prof.dr. J. Groenewegen, die op vrijdag 27 mei zijn intreerede houdt als hoogleraar Economie van Infrastructuren aan de TU Delft.

Infrastructuren, zoals die voor energie, water, telecommunicatie en transport, worden de laatste jaren in veel landen geliberaliseerd en geprivatiseerd. Deze ontwikkelingen betekenen een grotere rol voor 'de markt' en een nieuwe rol voor de overheid (regulering door instanties als NMa, OPTa en DTe). Dat het resultaat van deze ontwikkeling niet altijd positief is, blijkt onder meer uit recente rapportages over de aanleg van de Betuwelijn en de HSL-Zuid: enorme overschrijdingen van het budget, een overheid die met de risico's zit opgescheept en het uitblijven van kostenbesparende en innovatiebevorderende contracten. Dat is niet zo verwonderlijk, constateer Groenewegen in zijn intreerede. Concurrentie komt immers niet automatisch tot stand door het openen van markten. Noch worden efficiënte contracten automatisch tussen partijen afgesloten als er meer autonomie en minder regulering is en doelstellingen van innovatie worden ook niet automatisch gerealiseerd door middel van liberalisering en privatisering.

De Delftse hoogleraar gaat in zijn oratie uitgebreid in op de HSL-Zuid. Daarbij was het de bedoeling te komen tot een efficiënte samenwerking tussen overheid en bedrijfsleven (PPS, Publiek-Private Samenwerking). Maar bijna alles wat fout kon gaan, ging fout. Groenewegen constateert dat de partijen, zowel de bedrijven als de overheid, nog niet klaar waren voor een dergelijke samenwerking. Ze zaten nog veel te veel vast aan de oude manier van werken. De overheid formuleerde bijvoorbeeld veel te gedetailleerde eisen en liet de bouwers daardoor te weinig ruimte voor innovativiteit. Bovendien bezat de overheid in het algemeen onvoldoende expertise. Politiek was PPS echter zodanig gewenst, dat deze vorm van samenwerking toch werd verkozen, ook toen er allerlei kanttekeningen bij werden geplaatst.

Groenewegen adviseert in zijn rede een aantal zaken om organisatorische mislukkingen als de aanleg van de HSL-Zuid in de toekomst te voorkomen. Het gaat dan om het preciezer formuleren van de doelstellingen door de overheid, het creëren van een marktstructuur met voldoende concurrentie, transparantere tenderprocedures en een betere en meer open informatie-uitwisseling. Maar het belangrijkste aspect is volgens Groenewegen het scheppen van een situatie waarin partijen met nieuwe contractvormen kunnen experimenteren, waarin 'trial and error' mogelijk is en waarin partijen kunnen leren van gemaakte fouten. De situatie waarin men opereert is immers, economisch, technologisch en bestuurlijk, voortdurend aan veranderingen onderhevig. Met die realiteit werd in het geval van de HSL-Zuid te weinig rekening gehouden.

Nadere informatie:
Voor meer informatie over de rede kunt u contact opnemen met prof.dr. J. Groenewegen; e-mail: j.p.m.groenewegen@tbm.tudelft.nl, of met Maarten van der Sanden, wetenschapsvoorlichter TU Delft, directie Marketing en Communicatie, tel.: 015-2785454, e-mail: m.c.a.vandersanden@tudelft.nl.