Ministerie van Buitenlandse Zaken
Graag bieden wij u hierbij het verslag aan van de Raad Algemene Zaken en Externe Betrekkingen van 23-24 mei 2005.

De Minister De Minister

van Buitenlandse Zaken, voor Ontwikkelingssamenwerking,

Dr. B. R. Bot A.M.A. van Ardenne-van der Hoeven

De Minister van Defensie, De Staatssecretaris
voor Europese Zaken,

H.G.J. Kamp Mr. Drs. A. Nicolaï

Verslag van de Raad Algemene Zaken en Externe Betrekkingen (RAZEB) van 23-24 mei 2005

Op de zondag voorafgaand aan de RAZEB vond een zogenoemd 'conclaaf' plaats op ministerieel niveau over de Financiële Perspectieven (meerjarenbegroting van de Unie voor de periode 2007-2013). Daarop wordt hier nader ingegaan onder het agendapunt 'voorbereiding Europese Raad'.

Als noot vooraf bovendien het volgende. Zoals eerder toegezegd aan de Voorzitters van de Eerste en Tweede Kamer, heeft de Minister van Buitenlandse Zaken en marge van de RAZEB contact gezocht met Commissaris Ferrero-Waldner teneinde haar het belang over te brengen dat de regering hecht aan deelname van Nederlandse parlementariërs aan EU-verkiezingswaarnemingsmissies en om haar te verzoeken dit bij de selectie van waarnemers zwaar te laten meewegen.

Algemene zaken

Voorbereiding Europese Raad 16 en 17 juni a.s.
De Raad hechtte in grote lijnen zijn goedkeuring aan de onderwerpen die het Voorzitterschap voornemens is te agenderen op de Europese Raad: Financiële Perspectieven, economische-, sociale- en milieukwesties, ruimte voor vrijheid, veiligheid en recht, uitbreiding en externe betrekkingen. Ten aanzien van uitbreiding werd kort gesproken over Kroatië. Het Voorzitterschap stelde vast dat contact wordt opgenomen met het ICTY en de Kroatische autoriteiten en dat hierover gesproken zal worden op de RAZEB van juni. Nederland steunde deze lijn van het Voorzitterschap.

Financiële Perspectieven
Tijdens het eerste van twee conclaven over de meerjarenbegroting werd uitvoerig stilgestaan bij de zogenoemde derde onderhandelingsbox van het Luxemburgs Voorzitterschap. Deze was kort tevoren aan de lidstaten beschikbaar gesteld.

De derde onderhandelingsbox bevat voor het eerst een indicatie voor het totaalplafond van de meerjarenbegroting 2007-2013. Het Voorzitterschap denkt aan een bedrag dat uitkomt tussen de 1,09 % van het Bruto Nationaal Inkomen van de Unie (EUBNI) en 1,14 % EUBNI in vastleggingskredieten. Het oorspronkelijke Commissievoorstel behelsde een totaal van 1,24 % EUBNI. Naast een eerste indicatie over het totaalbedrag heeft het Voorzitterschap een nadere invulling gegeven aan het cohesiebeleid. Opvallend hierbij is het grote aantal specifieke maatregelen dat wordt voorgesteld om individuele lidstaten of groepen lidstaten tegemoet te komen. Resultaat is dat het Voorzitterschap nu op een hoger bedrag voor cohesie uitkomt dan tijdens het voorstel dat op 25 april in de RAZEB is besproken. Tot slot heeft het Voorzitterschap een indicatie gegeven hoe het denkt de financiering (Eigen Middelen Besluit) en de bijbehorende netto-positie problematiek aan te pakken. Het Voorzitterschap denkt hierbij langs drie sporen: bevriezing en daarna geleidelijke ontmanteling van de compensatie voor het Verenigd Koninkrijk, specifieke maatregelen voor drie excessieve netto-betalers Duitsland, Zweden en Nederland en een totale herziening van de financieringsystematiek van de Unie voor de periode na 2013. Hiertoe zou de Commissie per 2010 een voorstel moeten doen.

Tijdens de discussie bleek dat de voorstellen van het Voorzitterschap niet ver genoeg gaan voor de zes landen die een meerjarenbegroting van gemiddeld 1% EUBNI willen. Vooral de weinig ambitieuze voorstellen inzake het cohesiebeleid konden op weinig sympathie rekenen. Ook veel nieuwe lidstaten hadden het idee dat er nog verbeteringen mogelijk zijn, gericht op een groter aandeel voor de armste lidstaten in deze enveloppe. Daartegenover stonden andere lidstaten die thans veel cohesiemiddelen ontvangen. Zij meenden dat het Voorzitterschap meer moet doen om hun legitieme belangen tot uiting te laten komen. Bij de discussie rond de financiering van de Unie en de problematiek van excessieve netto-posities hield één lidstaat in krachtige bewoordingen vast aan een eigen specifieke compensatie. Duitsland, Zweden en Nederland wezen erop dat een Generiek Correctie Mechanisme de enige manier is om alle huidige en toekomstige excessieve netto-betalers te helpen. Uitgangspunt zou immers moeten zijn, zo meenden zij, dat gelijke gevallen gelijk worden behandeld.

Externe betrekkingen

EVDB
De Raad besprak in de samenstelling van ministers van Defensie de versterking van Europese militaire capaciteiten en verleende goedkeuring aan het halfjaarlijkse voortgangsrapport hierover, het 'Single Progress Report', en aan de herziening van het 'European Capability Action Plan'. Het Voorzitterschap concludeerde dat voortgang was geboekt op het gebied van militaire capaciteiten, zij het dat de Raad vanwege technische obstakels slechts "een" Requirements catalogus kon goedkeuren en niet "de" Requirements Catalogus 2005. Deze technische obstakels betroffen de discussie binnen de EU over het gebruik van NAVO-software voor operationele analyse van de behoefte aan militaire capaciteiten. Inmiddels is overeenstemming bereikt over het gebruik van deze software. Tevens werd een Spaans initiatief betreffende de uitwerking van een maritieme dimensie van de Headline Goal 2010 en de versterking van de maritieme snelle reactiecapaciteit besproken. Nederland wees erop dat de Headline Goal 2010 een omvattende benadering bepleitte en dat de maritieme dimensie daarvan niet moest worden uitgezonderd. Besloten werd een algemene studie te verrichten naar dit onderwerp. Voorts is de stand van de 'Global Approach on Deployability' (GAD) aan de orde gekomen, een initiatief ten aanzien van optimale benutting van de bestaande strategische transportcapaciteit in Europa, waartoe de Raad in november 2004 heeft besloten. De centra voor luchttransport en zeetransport in Eindhoven spelen een centrale rol in dit initiatief. De noodzaak van implementatie binnen de gestelde deadlines werd onderschreven.

Naar aanleiding van de eerste "Battlegroup Co-ordination Conference", die op 11 mei heeft plaatsgevonden constateerde de Raad dat voor de tweede helft van 2007 nog een aanbieding ontbrak. Hiervoor dient een oplossing te worden gevonden om de volledige operationele capaciteit van twee, zonodig gelijktijdige, Battlegroup-operaties vanaf 2007 te kunnen handhaven. Ook nam de Raad kennis van aanbevelingen voor een versnelling van de EU-planning en -besluitvorming.

Op voorstel van het Voorzitterschap bespraken de ministers van Defensie tevens de mogelijkheden voor de EU-bijdrage aan de Afrikaanse Unie-missie in Soedan/Darfur (AMIS); zie ook passage over Soedan elders in dit verslag. Het Voorzitterschap stelde dat de EU een zelfstandige bijdrage zou moeten kunnen leveren, complementair aan de NAVO. Beide organisaties zouden onderling hun rol moeten bepalen. De meeste ministers beklemtoonden de noodzaak om de Afrikaanse Unie te hulp te schieten. Zij onderstreepten ook de noodzaak van een goede coördinatie tussen beide organisaties en een leidende rol voor de Afrikaanse Unie. Nederland levert ter waarde van in totaal 13 miljoen Euro financiële ondersteuning aan AMIS en stelt ook inlichtingenexpertise beschikbaar.

HV Solana rapporteerde aan de Raad over de activiteiten van het Europees Defensie Agentschap (EDA) gedurende de eerste helft van 2005. Hij onderstreepte de samenwerking met de Commissie ten aanzien van de bevordering van marktwerking op de Europese defensiemarkt (de European Defence Equipment Market, EDEM). Ter aanvulling op de activiteiten van de Commissie trof het EDA voorbereidingen om de 'Steering Board' in november een besluit te laten nemen over de lancering van een regime volontaire ("code of conduct") voor defensie-aanschaffingen die onder artikel 296EG vallen (en dus afgeschermd worden van marktwerking en buiten het bereik van de Commissie vallen). De 'Steering Board', die en marge van de Raad bijeenkwam, werd thans gevraagd in te stemmen met het verzamelen van gegevens van de landen over hun toepassing van art. 296EG. Commissaris Verheugen verwelkomde de activiteiten van het EDA op dit gebied en onderstreepte de complementariteit daarvan. Nederland kan in beginsel de opzet van een vrijwillig regime ondersteunen, mits dit de fundamentele keuzevrijheid bij de verwerving van defensiematerieel niet zou aantasten en een eerlijke kans zou bieden aan het Midden en Klein Bedrijf (MKB).
Als Hoofd van het EDA kondigde Solana aan dat de Raad op 21 november a.s. dient te besluiten over het driejarig budget (2006-2008). Tevens werd aangekondigd dat er in oktober een extra ministeriële 'Steering Board' zal zijn, aansluitend aan de informele vergadering van de ministers van Defensie.

Naast conclusies over bovengenoemde militaire aspecten van het Europees Veiligheids- en Defensiebeleid heeft de Raad ook conclusies aangenomen over de lancering van de EU Security Sector Reform-missie in de Democratische Republiek Kongo (EUSEC RD Congo), de voortgang van operatie ALTHEA in Bosnië, en de EVDB-bijdrage aan de strijd tegen het terrorisme.

Barcelonaproces / Euromed
Voorzitterschap gaf informatie over de aanstaande Euro-Mediterrane Conferentie voor Ministers van Buitenlandse Zaken, die op 30 en 31 mei 2005 in Luxemburg zal plaatsvinden. Voorzitterschap deelde mede dat de onderhandelingen met de Mediterrane partners over de Conclusies van de bijeenkomst in volle gang waren en dat van de Arabische partners een groot aantal tekstvoorstellen waren ontvangen. Er werd gestreefd naar het bereiken van consensus over de Conclusies. Indien dat echter niet zou slagen, zou worden teruggevallen op Conclusies van het Voorzitterschap. Voornaamste discussiepunten betroffen o.a. het Midden-Oosten vredesproces, politieke en economische hervormingen en de samenwerking op het gebied van Justitie en Binnenlandse Zaken. Enkele lidstaten deelden mede dat bij verschillende Mediterrane partners de angst bestond voor verwatering van het Barcelonaproces als gevolg van het grote aantal nieuwe internationale initiatieven voor de regio.

Oezbekistan
Op verzoek van Nederland besprak de Raad de situatie in Oezbekistan en veroordeelde hij het excessieve en disproportionele geweld van Oezbeekse veiligheidstroepen tegenover de bevolking van Andizjan. De Raad laakte de weigering van Oezbekistan om aan een internationaal, onafhankelijk onderzoek mee te werken en wees op de noodzaak van economische en sociale hervormingen om de diepere oorzaken van de recente onlusten aan te pakken. De Commissie zal nader overleg voeren met de Oezbeekse autoriteiten en bezien op welke wijze de TACIS-hulp eventuele aanpassing behoeft.

Nederland onderstreepte naast de noodzaak van internationaal onderzoek ook de onbelemmerde toegang voor relevante internationale organisaties en NGO's, alsook het belang van nauwe samenwerking met de OVSE, de VS en Rusland. De Oezbeekse rol bij terrorisme-bestrijding was belangrijk, maar kon geen vrijbrief zijn voor de huidige misstanden. Voorts riep Nederland op om mogelijke maatregelen te identificeren in het kader van de Partnerschaps- en Samenwerkingsovereenkomst met Oezbekistan, voor het geval de Oezbeken in hun opstelling volharden. Ook zou de mogelijkheid om leningen aan Oezbekistan te beperken in overweging genomen moeten worden. De Raad stelde nadere EU-maatregelen afhankelijk van de verdere reactie van president Karimov op de herhaalde oproep tot een internationaal onderzoek.

Midden-Oosten
Het Voorzitterschap constateerde dat, ondanks toenemende (binnenlandse) oppositie tegen de voorziene Israëlische terugtrekking uit Gaza, premier Sharon vastberaden was hiermee door te gaan. Het welslagen van dit proces moest de komende tijd prioriteit krijgen en de Unie moest blijven ijveren voor adequate afstemming tussen Israeli's en Palestijnen onderling. EU Speciaal Vertegenwoordiger Otte constateerde dat Kwartet-gezant Wolfensohn goed werk verrichtte en de zaak in beweging bracht. De EU zou moeten bijdragen aan zijn actieplan, hetgeen van Nederlandse zijde werd beaamd. Wolfensohn zou op 1 juni met nadere voorstellen komen. Het Belgische lid van het Europees Parlement Véronique de Keyser zal de waarnemersmissie gaan leiden naar de voor 17 juli voorziene Palestijnse parlementsverkiezingen, waarvoor reeds ca. 280 waarnemers beschikbaar waren. Overigens verwachtten sommigen dat deze verkiezingen uitgesteld zouden worden tot na de terugtrekking uit Gaza.

Irak
Het Voorzitterschap bracht de Lidstaten op de hoogte van de voorbereidingen voor de internationale conferentie inzake Irak op 22 juni a.s. in Brussel. De bijeenkomst heeft vooral tot doel de Iraakse regering haar beleidsvoornemens te laten toelichten en steun van de internationale gemeenschap voor het politieke, economische en sociale wederopbouwproces te verwerven. Ten behoeve van de voorbereiding van de conferentie is een 'steering group' opgericht waarin de EU, VS, VN, Egypte, Japan en Irak participeren. Ook de buurlanden van Irak zullen aan de conferentie deelnemen. Nederland steunt het houden van deze - door Irak gevraagde - conferentie, zoals overeengekomen tijdens de EU-VS top in februari jl. De conferentie zal door de EU en de VS gezamenlijk worden voorgezeten.

Iran
Ministers bespraken de laatste ontwikkelingen op het nucleaire vlak en bevestigden hun steun voor het onderhandelingsproces tussen enerzijds het VK, Frankrijk en Duitsland - ondersteund door HV Solana - en anderzijds Iran. De volgende onderhandelingsronde was voorzien voor 25 mei. Voorop stond dat Teheran de overeengekomen afspraken in Parijs in november vorig jaar diende na te komen. Als dat niet zou gebeuren zou er een spoedzitting van de IAEA Bestuursraad komen en zou de zaak naar de VN Veiligheidsraad (VNVR) moeten worden verwezen. Ook Nederland heeft nogmaals steun uitgesproken voor het onderhandelingsproces. Aan de Iraniërs moest duidelijk worden gemaakt dat er veel op het spel stond en dat er bij medewerking veel voor Iran viel te winnen.

VN-hervormingen
De Ierse minister Ahern, tevens Speciale Vertegenwoordiger van SGVN Annan voor de voorbereiding van de VN-top van september 2005, informeerde de Raad over de stand van zaken ten aanzien van de VN-hervormingen. Ahern gaf aan de afgelopen periode uitgebreid gesproken te hebben met Europese regeringsleiders en ministers van Buitenlandse Zaken. Het beeld dat uit deze gesprekken naar voren kwam was er een van grote steun voor de voorstellen van SGVN, met name voor de "Peace Building Commission" en de hervormingen op mensenrechtengebied. De discussie over de hervorming van de VNVR bleef een heikel punt. Ahern riep de Lidstaten op deze kwestie geen obstakel te laten zijn voor een sterke EU-consensus op de andere punten.

Soedan
De Raad besprak de mogelijkheden voor aanvullende bijdragen vanuit de EU ten behoeve van de voorziene versterking van de missie van de Afrikaanse Unie (AU) in Darfur. Ministers stemden in met het aanbieden van een substantieel pakket aan de AU, dat afgestemd zou zijn op de concrete behoeften aan Afrikaanse zijde en nader gecoördineerd moest worden met de NAVO en de VN. De Raad riep alle strijdende partijen in Darfur op om de vijandelijkheden te staken en zich te committeren aan de vredesonderhandelingen in Abuja, die zo snel mogelijk hervat moeten worden.

Nederland heeft steun uitgesproken voor de uitbreiding van de AU-missie, waarbij gewezen is op de substantiële bijdrage (13 miljoen Euro) die Nederland reeds aan de missie levert. Van groot belang was dat de EU en NAVO, alsmede VN en bilaterale donoren, hun bijdragen goed afstemmen, met een duidelijke taakverdeling. Voorts heeft Nederland bepleit dat de Unie de mogelijkheid zou openhouden van autonome EU-sancties indien daartoe aanleiding is, bijvoorbeeld omdat de lijst van personen van het VN-Sanctiecomité beperkter zou kunnen zijn dan wenselijk is (vanwege het unanimiteitsvereiste in de VN). VNVR-resolutie 1593, met daarin de doorverwijzing van de berechting van in Darfur begane misdaden naar het Internationaal Strafhof, veroorzaakte veel onrust in Soedan, maar de EU moest blijven hameren op constructieve samenwerking door Khartoum met het Hof. Ten slotte wees Nederland op de ruime bijdrage van 175 miljoen Euro die door Nederland is toegezegd tijdens de donorconferentie in Oslo in april jl. Nederland riep de lidstaten op hun financiële toezeggingen na te komen en één lijn te trekken bij het hanteren van de internationaal overeengekomen benchmarks (onder andere met betrekking tot de vorming van een nieuwe regering).

Burundi
Op verzoek van Nederland werd gesproken over de situatie in Burundi naar aanleiding van het recent bereikte akkoord tussen de transitieregering in Burundi en de laatste nog strijdende rebellenbeweging in Burundi, de FNL. Zowel Commissaris Michel als de Belgische minister De Gucht bedankten Nederland voor de voortrekkersrol die het bilateraal heeft vervuld bij de bevordering van vrede in Burundi. Michel gaf aan dat de Commissie waarnemers zal sturen naar de Burundese verkiezingen en het land financieel zal steunen bij de terugdringing van het begrotingstekort.

Van Nederlandse zijde is gesteld dat het gezamenlijk communiqué tussen de Burundese regering en de FNL in Dar es Salaam van 15 mei jl. moest worden gezien als een grote stap voorwaarts. Data voor verkiezingen in Burundi waren vastgelegd en op 26 augustus zal een nieuwe democratische regering kunnen worden geïnstalleerd. Het verkiezingsproces, royaal ondersteund door Lidstaten en Commissie, zou nu volgens het voorziene tijdspad moeten worden uitgevoerd. Komende maand zal een permanent staakt-het-vuren moeten worden uitgewerkt tussen de betrokken partijen, waarna de politieke onderhandelingen tussen alle betrokken partijen kunnen aanvangen. De EU zou haar invloed moeten aanwenden om alle partijen te bewegen tot een alomvattend akkoord, waarbij ook moet worden gekeken naar de berechting van oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid, conform het Arusha-akkoord en SGVN-aanbevelingen.

Guinee Bissau
De Raad besloot, op initiatief van Portugal, de huidige transitie-regering van president Henrique Rosa actief te steunen in zijn streven om de verkiezingen van 19 juni a.s. volgens internationaal aanvaarde normen te doen plaatsvinden. Dit zal gebeuren in nauwe samenwerking met de VN en de AU. De Commissie is bereid financiële middelen beschikbaar te stellen en de EU zal verkiezingswaarnemers sturen.

Follow-up actieplan Tsunami
Het Voorzitterschap presenteerde de stand van zaken aangaande de implementatie van het EU-Actieplan naar aanleiding van de zeebeving in de Indische Oceaan. Dit betreft de activiteiten die de EU moet ontplooien op het terrein van de humanitaire hulp, de wederopbouw, de civiele en militaire bescherming, de verdere versterking van de EU-consulaire samenwerking en de preventieve maatregelen om toekomstige natuurrampen te voorkomen ('early warning systems').
Conclusie van de Lidstaten was dat er met name op het gebied van humanitaire hulpverlening door Commissie en Lidstaten belangrijke resultaten waren behaald. Zo was met een bedrag van 434 miljoen Euro reeds 85% van de toegezegde gelden beschikbaar gesteld. Op andere terreinen dienden de besprekingen op expert-niveau te worden voortgezet, alvorens de Raad eerst onder het Britse Voorzitterschap nadere conclusies zou kunnen trekken met betrekking tot het EU-actieplan en de 'lessons learned'.

Ontwikkelingssamenwerking

EU-bijdrage aan MDG-review
De besprekingen van de RAZEB, bijeen in het kader van de Ministers van Ontwikkelingssamenwerking, stonden in het teken van de voorbereiding van het ontwikkelingsdeel van de VN High Level Event (september 2005). Daarbij zal de voortgang ten aanzien van de Millennium Development Goals (MDG's) centraal staan. Het belangrijkste discussiepunt betrof het Commissie-voorstel inzake verhoging van de ODA. Conform het Commissievoorstel heeft de Raad ingestemd met een individueel target van 0,51% (ODA/BNP) in 2010 voor de 15 'oude' lidstaten van de EU, een individueel target van 0,17% in 2010 voor de 10 'nieuwe' lidstaten, en een target van 0,56% in 2010 gemiddeld voor de EU. Voor de landen die reeds aan deze norm voldoen zoals Nederland, geldt dat zij hun hulpinspanning onverminderd voort dienen te zetten. Italië, Portugal en Griekenland hebben in een Verklaring aangegeven dat hun inspanningen afhankelijk zullen zijn van de ontwikkeling van hun begrotingstekorten en hun 'commitments' in het kader van het Groei- en Stabiliteitspact. Dit geldt ook voor de nieuwe Lidstaten. Duitsland heeft aangegeven dat het moeilijk zal zijn om aan dit stappenplan c.q. tijdsplan ten aanzien van volumestreefcijfers te voldoen zonder ook de 'new sources of innovative financing' hierbij te betrekken.

Nederland heeft het voorstel van de Commissie met het oog op realisatie van de MDG's in 2015 gesteund als een minimuminzet van de EU. De 0,7% moet door iedereen zo snel mogelijk worden gehaald. Vanuit overwegingen van duurzaamheid en voorspelbaarheid van ontwikkelingsfinanciering is een structurele verhoging van nationale ODA-prestaties uit lopende middelen van groot belang. Niettemin is Nederland akkoord gegaan met het resultaat van besprekingen in de Raad: het bereikte compromis is een belangrijke doorbraak op een bijzonder lastig dossier. Het besluit van de Raad leidt ertoe dat de Unie in 2010 de Unie, in vergelijking met 2005, 20 miljard Euro extra aan ontwikkelingsgelden kan besteden. Hiermee geeft de EU het gewenste, ambitieuze signaal af richting de VN-Top in september van dit jaar. Het voorbereidend werk van het Nederlands Voorzitterschap heeft bijgedragen aan het behalen van dit resultaat. Het is nu aan het VK, als aankomend EU-Voorzitter, om het behaalde resultaat te consolideren en uit te bouwen.
Tijdens de Raad zijn ook afspraken gemaakt over innovatieve financiering en schuldvermindering. Kern daarvan is dat, conform Nederlandse wens, de noodzakelijkheid van duurzaamheid en voorspelbaarheid van mogelijke innovatieve bronnen van financiering is benadrukt, evenals het belang van schuldverlichting. Daarbij is het met name van belang dat verbetering van de schuldhoudbaarheid kan bijdragen aan het verkrijgen van additionele financiering voor het bereiken van de MDG's in 2015.

De Raad heeft ook het belang van voortgang op de Cairo-agenda (universele reproductieve rechten en gezondheid) benadrukt voor het behalen van de MDG's. Het verband tussen uitvoering van de Cairo-agenda en het behalen van de MDG's moet dan ook tot uitdrukking komen in de uitkomsten van het VN-High Level event. Een succesvolle implementatie van de Cairo-agenda draagt immers bij aan armoedevermindering, gendergelijkheid, de positieverbetering van vrouwen en de bestrijding van HIV-Aids. Tijdens het Nederlands Voorzitterschap werd in de Raadsconclusies onder meer opgeroepen tot meer politiek en financieel 'commitment' van de Commisie en de Lidstaten en werd de noodzaak van preventie en informatie voor jongeren, 'empowerment' van vrouwen en de koppeling van de Cairo-agenda aan aidsbestrijding benadrukt.
De Raad van 24 mei 2005 besloot de Cairo-agenda verder te operationaliseren door het ontwikkelen en hanteren van concrete targets en indicatoren ten aanzien van de universele toegang tot sexuele en reproductieve gezondheidszorg in relatie tot de MDG's, met name MDG5. Heel concreet besloot de Raad: 'The EU further recognizes that the MDGs cannot be attained without progress in achieving the Cairo goal of universal sexual and reproductive health and rights. In accordance with the Council Conclusions from November 2004, the EU will therefore work to ensure that this linkage is properly reflected in the outcome of the September 2005 High-Level event. In this context, the EU strongly supports that a subsequent technical process examines how best to incorporate related targets and monitoring indicators under MDG 5'. Dit is een belangrijke inzet voor de EU voor het VN-High Level Event in september as. De Raad zal vervolgens de voortgang van deze afspraken volgen en bespreken.

Andere afspraken die gemaakt zijn betreffen onder meer het verzoek aan de Commissie om eens in de twee jaar een coherentierapport uit te brengen, waarin in kaart gebracht wordt wat de EU gedaan heeft om coherent beleid te bevorderen op terreinen als handel, milieu, landbouw, visserij, migratie, veiligheid (waaronder wapenhandel). Daarnaast hebben Commissie en Lidstaten afgesproken tenminste 50% van hun hulpinspanningen te richten op Afrika.

EU-actieprogramma Aids/TBC/Malaria
In oktober 2004 presenteerde de Europese Commissie een mededeling over een nieuw Europees beleidskader voor externe actie ter bestrijding van Aids, Tuberculose en malaria. De Raad van november 2004 verwelkomde de Mededeling en verzocht de Commissie om het beleidskader uit te werken in een actieplan.
De Raad heeft nu zijn akkoord verleend aan dit actieplan. In het actieplan zijn drie prioritaire werkterreinen geïdentificeerd, te weten:
. Het streven naar een optimale 'impact' van bestaande interventies (inclusief voorlichting), gericht op het bereiken van de armste bevolkingsgroepen;
. Vergroten van de toegankelijkheid van farmaceutica (vaccins en geneesmiddelen) door middel van een coherente aanpak;
. Het vergroten van de investeringen in onderzoek en ontwikkeling ten behoeve van medicijnen en vaccins.

Met het aannemen van het actieplan is een belangrijke stap gezet naar een meer coherent EU-beleid inzake HIV/Aids, Malaria en Tuberculose.

Herziening Beleidsverklaring Ontwikkelingssamenwerking
Bij de discussie over de Herziening van de Beleidsverklaring 2000 ging OS-commissaris Michel in op de stand van zaken in het huidige consultatieproces. Hij gaf aan dat de voortgang voorspoedig was (de consultatie van het Europees Parlement en het maatschappelijk middenveld was afgerond) en dat de Commissie hoopte deze zomer een concept-tekst gereed te hebben, die dan na de VN-top in september geactualiseerd zou kunnen worden. In de RAZEB van november 2005 zou dan besluitvorming kunnen plaatsvinden. Commissaris Michel gaf aan dat de nieuwe Beleidsverklaring in 2 delen uiteen zou vallen: één deel dat de gehele Unie betrof en waarin vooral de algemene, politieke uitgangspunten van het OS-beleid zouden worden vastgelegd, en één deel waarin bindende richtlijnen voor de Commissie zouden worden opgenomen.

Nederland heeft aangegeven geen behoefte te hebben aan een uitgebreide Herziening van de Beleidsverklaring. Veel uitgangspunten uit de huidige Verklaring (duurzame armoedevermindering als centrale beleidsdoelstelling, belang zes prioritaire sectoren, noodzaak 'ownership', gebruik "Poverty Reduction Strategy Papers", belang ontbinding en 'ownership') dienen gehandhaafd te blijven. Wel dient de beleidsverklaring geactualiseerd te worden: afspraken die na 2000 zijn aangegaan (MDG's, Johannesburg, Doha) dienen in de nieuwe beleidsverklaring geïntegreerd te worden. Ook ziet Nederland de rol van de Commissie als complementair aan die van de Lidstaten. De Commissie dient haar comparatieve voordeel (hulpvolume, mondiale presentie en slagkracht op sectoren waarin de EU-Lidstaten niet actief willen of kunnen zijn) beter te gebruiken en zorg te dragen voor effectieve en efficiënte hulpverlening.
Ten slotte heeft de Minister voor Ontwikkelingssamenwerking haar collega ministers opgeroepen naar de WTO-ministeriële bijeenkomst in Hong Kong te gaan (december 2005), teneinde het belang van de Doha Ontwikkelings Ronde zichtbaar te maken.

---- --