Ministerie van Algemene Zaken

|Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer | |

|Postadres      |               |     |der Staten-Generaal                  |
|Postbus 20001                   |     |Plein 2                              |
|2500 EA  Den Haag               |     |2511 CR  Den Haag                    |
|Bezoekadres    |               |     |                                     |
|Binnenhof 19, Den Haag          |     |                                     |
|               |               |     |         |                           |
|                                |     |         |                           |
|               |               |     |         |                           |
|                                |     |         |                           |
|               |               |     |         |                           |
|               |               |     |         |                           |
|               |Datum          |Kenmerk        |Onderwerp                  |
|               |18 augustus    |05M476843      |Kamervragen lid Halsema    |
|               |2005           |               |                           |
|                                                                             |
Hierbij doe ik u, mede namens staatssecretaris Van der Laan, toekomen de antwoorden op de vragen van het lid van uw Kamer mevrouw Halsema (Groen Links), mij toegezonden op 29 juli 2005.

De MINISTER-PRESIDENT,
Minister van Algemene Zaken,

Mr.dr. J.P. Balkenende

Antwoorden op de vragen van het lid Halsema (Groen Links) d.d. 29 juli 2005, nr. 2040519000


1
Hebt u kennisgenomen van de reconstructie van NRC-Handelsblad van de besluitvorming over de opheffing van de NPS en de daaropvolgende berichtgeving in onder meer Trouw en Algemeen Dagblad?

Ja.


2
Wat is uw reactie op de reconstructie? Herkent u zich in de wijze waarop de gang van zaken is beschreven? Zo neen, op welke onderdelen van de beschrijving kunt u zich niet vinden?

In de berichtgeving door de NRC staan geen aperte feitelijke onjuistheden. Een ieder is vrij aan feiten eigen, niet noodzakelijkerwijze door het kabinet gedeelde, interpretaties te verbinden, zoals in de diverse kranten is gebeurd.


3
Kan de staatssecretaris bevestigen dat zij niet aanwezig was bij de besluitvorming over de toekomst van de NPS, en dat op woensdagavond 22 juni de gemaakte afspraken aan haar zijn meegedeeld? Klopt het dat zij "ontplofte", de afspraken "onacceptabel" vond en heeft gezegd "hiermee kan ik niet naar buiten"?


4.
Hoe verhoudt de reconstructie van NRC Handelsblad zich tot de beantwoording van mijn vragen tijdens het spoeddebat op 30 juni jongstleden, waarbij de staatssecretaris stelde dat zij aanwezig was bij "de finale onderhandelingen" over de opheffing de NPS? Vindt de staatssecretaris dat zij moet terugkomen op deze uitspraak?


5
Vindt u het aanvaardbaar dat politieke problemen over een bepaald thema, in dit geval de interpretatie van het Paasakkoord over de opheffing van de NPS, worden opgelost in afwezigheid van de betrokken bewindspersoon? Kunt u aangeven waarom in een vergelijkbaar geval, namelijk bij de onderhandelingen over de WAO, de betrokken bewindspersoon wél aanwezig was?

Vooropgesteld zij dat het kamerleden, dus ook coalitiefractievoorzitters, vrij staat om onderling overleg te voeren en standpunten af te stemmen. Zoals eerder aangegeven (zie mijn brieven van o.a. 11 en 18 maart jl), acht ik het heel normaal als coalitiepartners af en toe, over hetgeen hen in de coalitie bindt, overleg plegen. Tijdens zo'n overleg worden - bezien vanuit het kabinet en vanuit het parlement - geen beslissingen genomen: concrete voorstellen worden in het parlement aan de orde gesteld, door de regering of fracties, en aldaar besproken. Waar het kabinet als geheel en bewindslieden afzonderlijk betreft, neemt respectievelijk nemen zij met behoud van de eigen verantwoordelijkheid - ook richting parlement - van de uitkomsten van bedoeld overleg kennis. Zoals ook eerder uiteenzet( zie mijn brieven van 28 februari jl en 15 juni jl) is het verder zo dat uit de aard van de Nederlandse parlementaire democratie onlosmakelijk voortvloeit dat er een band is tussen kabinet en de coalitiefracties in de Tweede Kamer. In het verlengde hiervan is aangegeven dat het gegeven deze band geen betoog behoeft dat vormen van contact, overleg, ontmoeting etcetera mogelijk en zelfs noodzakelijk kunnen zijn. Bewindspersonen kunnen zich hierbij vooraf vergewissen van het draagvlak voor voorstellen bij partijen in de Tweede Kamer. Zoals zij dat ook kunnen doen in het veld en bij betrokken organisaties. Evenzeer kunnen zij betrokken organisaties en kamerleden laten blijken wat de eigen positie in bepaalde kwesties is. Dit behoort tot de gangbare politieke praktijk in het Nederlandse parlementaire stelsel met coalitiekabinetten.


6
Deelt u de mening dat het vreemd is dat de fractievoorzitters van de coalitiepartijen blijkbaar het laatste woord hebben over door het kabinet te voeren beleid?


7
Heeft u kennisgenomen van het artikel "Torentjesoverleg" heet nu 'formatieconstructie' Deelt u de mening dat het land wordt geregeerd door een 'kabinet-Berlage'? In hoeverre is het kabinet-Balkenende naar uw mening het kabinetsbeleid nog meester?

Het kabinet bepaalt welk beleid hij voorstelt aan de Staten-Generaal. De Staten-Generaal hebben in ons parlementaire stelsel het laatste woord.


8
Heeft u kennisgenomen van het feit dat de woordvoerders van D66 en CDA van mening verschillen over de precieze inhoud van de afspraken?

Indien en in zoverre dat het geval is, is het aan die partijen zulks kenbaar maken in het debat in de Tweede Kamer over de kabinetsplannen.


9
Kunt u uiteenzetten wat nu precies is afgesproken over de toekomst van de NPS en de programma's die de NPS maakt? Bent u bereid de tekst van het Paasakkoord en de uitwerking daarvan aan de Kamer toe te zenden? Zo neen, waarom niet?

Het z.g. Paasakkoord is op 26 maart jl. naar de Tweede Kamer verzonden. De afspraken van het kabinet ter uitwerking van dit akkoord staan in de kabinetsvisie 'Met het oog op morgen.' en zijn op 24 juni verschenen. Dit is het document waarover het debat met de Kamer plaats vindt. Hierin is ook verwoord wat de toekomst is van de NPS. De kabinetsplannen hebben geen betrekking op afzonderlijke programma's, maar stellen algemene kaders. Programmatische autonomie van de publieke omroep staat voorop. Welke huidige NPS programma's, dan wel programma's waarin de NPS nu participeert, na 2008 blijven bestaan, al of niet in aangepaste vorm, is aan de spelers binnen het publieke bestel.
Zo kan de VARA - in functie B - als licentiehouder - alleen of in samenwerking met andere licentiehouders - een opiniërend actualiteitenprogramma blijven maken. De NOS - in functie A - zal nieuws over binnen- en buitenlandse politiek blijven verzorgen.


10
Bent u van mening dat de NOS in het nieuwe bestel opiniërende programma's moet kunnen maken? Zo neen, waarom niet?

Zoals weergegeven in de kabinetsvisie, heeft NOS RTV de taak om programma's te maken met de functie nieuws. Het maken van programma's met de functie opinie en maatschappelijk debat is een taak van licentiehouders met leden. Indien de raad van bestuur oordeelt dat de pluriformiteit aan opinies binnen de Nederlandse bevolking door de licentiehouders onvoldoende wordt gedekt, kan bovendien de raad van bestuur opdracht geven tot de productie van een aanvullend programma voor de functie opinie en maatschappelijk debat.


11
Wat is uw mening over het gegeven dat verscheidene politici concrete uitspraken doen over het voortbestaan van televisieprogramma's als Nova, Buitenhof, Zembla en Sesamstraat? Deelt u de mening dat de Raad van Bestuur van de publieke omroep binnen kaders moet kunnen bepalen welke programma's wel, en welke niet, worden gemaakt?

Ja, die mening deelt het kabinet. In de plannen van het kabinet worden geen uitspraken gedaan welke specifieke programma's de publieke omroep wel of niet zou moeten uitzenden. Wel is aangegeven met het oog op welke functies programma's van de publieke omroep voortaan totstandkomen.


-----------------------
NRC Handelsblad, 23 juli jl.

NRC Handelsblad, 25 juli jl.

Zie onder meer Trouw, 26 juli jl.