Raad voor de Journalistiek

Uitspraken vastgesteld d.d. 25 juli 2005
H.D. Ulrich / Buitenhof (NPS/VARA/VPRO)
Uitspraak: niet-ontvankelijk
In de aanloop naar het referendum van 1 juni 2005 is in een aantal uitzendingen van het televisieprogramma Buitenhof aandacht besteed aan de Europese Grondwet. De kern van de klacht is dat in Buitenhof op een andere wijze aandacht is besteed aan de (campagnes inzake de) Europese Grondwet dan klager wenselijk acht.
Klager stelt als Nederlands belastingbetaler persoonlijk belang te hebben bij een oordeel van de Raad, omdat Buitenhof onderdeel is van het publiekrechtelijk bestel dat door belastingopbrengsten wordt gefinancierd. Deze omstandigheden zijn echter niet voldoende om hem als rechtstreeks belanghebbende in de zin van het Reglement van de Raad aan te merken. Klager is derhalve in zijn klacht niet-ontvankelijk.
Trefwoorden:

-Procedure: ontvankelijkheid
Publicatie op www.rvdj.nl onder nr. 2005/40

---

De Kempische Volle Evangelie Gemeente Rehoboth, Christelijk Centrum Alphamega, C.J.M. Laurey en A.M. Laurey-Jimmink / Eindhovens Dagblad Uitspraak: deels gegrond
Klagers maken bezwaar tegen het artikel Belgische justitie onderzoekt sekte. De Raad acht het gebruik van de term sekte niet onzorgvuldig. Volgens de Raad wordt onder die term in het algemeen verstaan: groep van aanhangers van een geestelijke stroming buiten de gangbare kerken. Ter zitting hebben klagers verklaard dat zij bewust een onafhankelijk kerkgenootschap vormen en in beginsel geen aansluiting zoeken bij een landelijk kerkgenootschap. Aldus valt de geloofsgemeenschap van klagers onder de algemene betekenis van sekte. Bovendien geeft verweerder met het gebruik van de term sekte geen waardeoordeel over de geloofsgemeenschap van klagers. (vgl. RvdJ 2003/58) Verder overweegt de Raad dat de losstaande woorden de cel gezet onder aan het artikel duidelijk geen onderdeel uitmaken van het geheel. Dat deze zinsnede per abuis is blijven staan nadat het bericht door de eindredactie was geredigeerd, is weliswaar slordig maar niet zodanig ernstig dat daarmee journalistiek ontoelaatbaar is gehandeld, aldus de Raad. Hij acht de klacht wel gegrond voor deze erop is gericht dat verweerder ten onrechte geen wederhoor heeft toegepast. Het artikel bevat een aantal beschuldigingen aan het adres van klagers. Zo wordt onder meer beweerd dat Laurey en Laurey-Jimmink verdacht worden van machtsmisbruik en dat zij het zouden hebben doen voorkomen dat ze doden konden opwekken. Aldus worden klagers ernstig gediskwalificeerd. Volgens het vaste oordeel van de Raad dient een journalist bij het publiceren van ernstige beschuldigingen met bijzondere zorgvuldigheid te werk te gaan, hetgeen in het algemeen onder meer meebrengt dat wederhoor moet worden toegepast. De stelling van klagers dat geen wederhoor is toegepast, is door verweerder niet betwist. Trefwoorden:

-Journalistieke werkwijze: hoor en wederhoor
-Feitenweergave: onjuiste, tendentieuze berichtgeving Publicatie op www.rvdj.nl onder nr. 2005/37

---