Ministerie van Buitenlandse Zaken

Aan de wieg van Europa

Toespraak door dr. Bernard Bot, minister van Buitenlandse Zaken van het Koninkrijk der Nederlanden,ter gelegenheid van de presentatie van: Aan de wieg van Europa en andere Buitenlandse Zaken, Herinneringen van een diplomaat - de memoires van oud-diplomaat Charles Rutten

Den Haag, 26 januari 2006

Geachte aanwezigen, beste Charles,

Het doet me veel genoegen vandaag het eerste exemplaar van je memoires aan je te mogen overhandigen. Je boek past in een reeks van ruim dertig memoires van Nederlandse diplomaten uit de twintigste eeuw- ; meer dan menigeen verwacht van een beroepsgroep die zich normaliter in de coulissen ophoudt. Dit boek draagt echt bij tot de historische kennis van de diplomatie! Want verrijkend zijn ze, de memoires van Charles Rutten. Ze bieden een kijkje achter de coulissen en worden verlevendigd met tal van anekdotes van/over kopstukken uit de internationale politiek. Wat mij betreft verplichte kost voor de huidige en toekomstige BZ-klasjes.

Zoals Albert Kersten al zei, verraste de portier van het ministerie je op je eerste werkdag bij BZ om 09.00 uur 's ochtends met de vraag: 'wie bent u en wat komt u doen?' En vervolgens merkte de portier op dat niemand behalve hijzelf zo vroeg op het ministerie verschijnt. Ook voor mij is dit boek een reis door de tijd, want ik sta hier ook enigszins voor u als een pupil van een groot leermeester, en dat omdat ik zo veel zaken en problemen herken die ik heb meegemaakt als zijn medewerker eerst op de PV in Brussel, en later als zijn persoonlijk assistent en correspondent européen op het ministerie. Ik begon op soortgelijke wijze mijn carriere: alleen was het Charles zelf die mij vroeg wat ik op 14 juli 1964 kwam doen op de PV. Dat was immers zo ongeveer het begin van het grote zomerreces van de EEG. Hij heeft mij op mijn eerste schreden begeleid met grote kennis van zaken aangezien hij net als ik zijn eerste ervaringen opdeed bij EURATOM. Daarbij heeft hij mij ingewijd zowel in de geheimen van begrotingen als van EURATOM, beide zaken waarvan ik geen weet had, maar het is uiteindelijk met mij toch nog goed gekomen.

Aan de wieg van Europa en andere Buitenlandse Zakenlezen we op de kaft. Een treffende titel: als diplomaat heb je een belangrijke rol gespeeld bij het ontstaan en de uitbouw van de Europese Gemeenschap. Zoals voor veel mensen van jouw generatie zijn je ervaringen tijdens de Tweede Wereldoorlog de beslissende drijfveer geweest in het denken en optreden in je professionele leven.

Europese integratie, met als doel oorlog voorgoed tot het Europese verleden te laten behoren, is altijd een integraal onderdeel geweest van je ideeën over het Nederlands buitenlands beleid.

Zo was je in 1955 als hoofd van het Bureau Integratie Europa één van de opstellers van het Benelux-memorandum, waarin mijn voorganger Johan Willem Beyen een voortrekkersrol vervulde. Hierbij was overigens ook mijn vader nauw betrokken. Tot mijn vreugde ontdekte ik hem op de foto op pag. 96, achter Linthorst Homan, een foto overigens waarop Charles wel erg relaxed achterover leunt. De hoofdpunten van dit initiatief werden in juni tijdens de conferentie van Messina door de andere drie EGKS-partners overgenomen en vormden de basis van het historische Verdrag van Rome. De zes oprichters van de EG gaven hierin aan dat economische samenwerking een duurzaam politiek bindmiddel tussen de Europese staten zou zijn.

Onder de titel op het boek zien we een foto waarop je als DGPZ, als Directeur-Generaal Politieke Zaken, optrad als voorzitter van het Politiek Comité van de EEG-lidstaten in Den Haag. Het is oktober 1978 en Nederland bekleedt het voorzitterschap van de EEG. Ook Carel Schneider - bij het grote publiek beter bekend als de auteur F. Springer - en ikzelf staan op de foto, destijds je assistenten. Ik heb toen - en ook tijdens onze gezamenlijke Brusselse jaren in de jaren zestig - veel van je geleerd, o.m. je stijl van voorzitten, krachtig, deskundig en altijd gericht op het bereiken van pragmatische en werkbare compromissen,al mis ik de pijp waarme jij je argumenten altijd kracht bijzette. Ik herinner me nog een klein memo waarin Carel Schneider en ik op ludieke wijze informeerden naar jouw voorkeur voor maaltijden tijdens het Nederlands voorzitterschap. Jij antwoordde daarop: "lichte, smakelijke spijzen. besprenkeld met vooral uitgelezen Bourgogne wijnen". Carel Schneider moet dit kostbare document nog ergens bezitten. Zo het al niet in de archieven begraven ligt.

Behalve het Europese integratieproces was de Koude Oorlog een belangrijke leidraad in je optreden als BZ'er, met name in je jaren als DGPZ, in de tweede helft van de jaren zeventig.

De bipolaire wereld bracht, naast permanente dreiging, toch ook een zekere voorspelbaarheid met zich mee. Die voorspelbaarheid is nu volledig verdwenen. In het geopolitieke spel van nu, waarin nieuwe spelers hun positie aan het bepalen zijn, is verandering eigenlijk nog de enige constante. En hoe Nederland daarin het beste te positioneren is en dit blijft de komende jaren een geweldige uitdaging.

Oscar Wilde heeft eens gezegd: 'To make a good salad is to be a brilliant diplomat. The problem is entirely the same in both cases: to know exactly how much oil one must put with one's vinegar.'De diplomatie heeft inderdaad wel iets van het maken van een sladressing, waarin zowel zalvende olie als zure azijn tot de ingrediënten behoren. Een diplomaat moet rekening houden met uiteenlopende belangen, beginselen, normen en waarden. Aan de onderhandelingstafel moet hij uiteindelijk een resultaat zien te bereiken waarin alle 'ingrediënten' zorgvuldig tegen elkaar zijn afgewogen, om het vervolgens met overtuiging aan het publiek thuis te presenteren. En dat geldt uiteraard net zo goed voor een minister.

Binnenlandspolitieke belangen mogen daarin niet ontbreken. Dat is vooral heden ten dage een belangrijk vraagstuk en je wijst er ook op in verschillende passages o.m. waar je zegt "Daartoe was het noodzakelijk bij het uitbrengen van adviezen niet alleen argumenten van buitenlandse politiek in aanmerking te nemen, maar ook met binnenlands politieke aspecten rekening te houden. Gezien vanuit Buitenlandse Zaken zouden de eerste natuurlijk moeten overwegen, maar in sommige gevallen bestond het risico dat dit zou leiden tot ernstige conflicten binnen het kabinet of met het parlement. Die hoefden niet per definitie vermeden te worden, maar het vereiste wel een zorgvuldige afweging van alle consequenties van het aanbevolen beleid. De belangrijkste is wel dat, bij een conflict tussen buitenlandspolitieke en binnenlandspolitieke prioriteiten in een land als Nederland de binnenlandse politiek bijna altijd de overhand krijgt. Dat was een gegeven dat op het Ministerie van Buitenlandse Zaken door velen niet, of te laat, werd ingezien". De recente discussie over Afghanistan is een goed voorbeeld van de hier door jou geschetste problemen.

In een globaliserende wereld waarin grenzen vervagen, neemt de roep om veiligheid, vertrouwdheid en zekerheid binnen de eigen grenzen toe, zoals dat bijvoorbeeld voelbaar was tijdens het grondwetsreferendum van vorig jaar. Het dwingt nationale overheden zich op de eigen taken te herbezinnen en zelfstandig na te denken over de nationale belangen in engere zin. Ook nu wordt een stevig debat gevoerd over de vraag of Europees beleid eigenlijk niet binnenlands beleid is. En of dat ook niet moet leiden tot wijziging in bestaande competenties. Ook het referendum heeft aangetoond dat het binnenland, de burger, onvoldoende geinformeerd blijkt over de ins-en-outs van de Europese politiek. Zoals steeds, ligt de waarheid in het midden. Binnenlandse aspecten mogen niet worden vergeten, maar we zijn en blijven deel van internationale organisaties waarbij tevens scherp moet worden gelet op de opvattingen en het beleid van de overige deelnemers. En niemand beter dan buitenlandse zaken is in staat al deze elementen in de besluitvorming mee te nemen.

De paradox is echter dat juist nú - in een tijd waarin de grensoverschrijdende uitdagingen enorm zijn ­ Nederland zich moet blijven inzetten voor een effectief multilateraal stelsel. Want dat blijft de beste garantie voor een veilige, welvarende en schone wereld waarin de rechtsorde gerespecteerd wordt. Ook in jouw memoires komt het belang van grensoverschrijdende samenwerking, als waarborg voor vrede en stabiliteit, duidelijk naar voren.

Zesendertig jaar heb je je met hart en ziel ingezet voor dit ministerie; daarvoor zijn wij je zeer dankbaar. En ikzelf ben je dankbaar dat ik daarvan een kleine tien jaar aan jouw zijde heb mogen profiteren van je inzicht en kennis die heeft bijgedragen tot wat ik thans ben. In al die jaren - en nog steeds - heeft BZ laten zien een wendbaar schip te zijn, dat ondanks veranderende geopolitieke omstandigheden de kunst van het navigeren uitstekend beheerst. Tegelijk is BZ voor de eigen bewindslieden en voor de bewindslieden van andere departementen een vaste waarde, altijd opkomend voor de belangen van Nederland en die van zijn burgers.

Beste Charles,

Je hebt een betrokkenheid bij wereldproblemen laten zien, in het besef dat die het lot van velen miljoenen diep en beslissend kunnen raken. Ik heb daar - net als iedereen hier - veel waardering voor. En ik kan je verzekeren dat wij in jouw geest verder werken.

Dank u.


- Bob de Graaf, 'Het belang van de anecdote in diplomatenmemoires voor de historische kennis van de buitenlandse dienst', gehouden op het Ministerie van Buitenlandse Zaken op 9 juni 2005 (www.diplomatiekegeschiedenis.nl).

Mocht het document in de email u niet in goede orde bereiken, ga dan voor het brondocument naar: http://www.minbuza.nl/20060127-111755-A