Ministerie van Buitenlandse Zaken

Kamerbrief inzake verslag Raad Algemene Zaken en Externe Betrekkingen van 30 en 31 januari 2006

Aan de Voorzitter van de
Tweede Kamer der Staten-Generaal
Binnenhof 4
Den Haag | |Directie Integratie Europa
Bezuidenhoutseweg 67
Postbus 20061
2500 EB Den Haag | |

|Datum |3 februari 2006                     |Behandel|G.J. Bijl de Vroe  |
|      |                                    |d       |                   |
|Kenmer|DIE-140/06                          |Telefoon|070-348 5005       |
|k     |                                    |        |                   |
|Blad  |1/8                                 |Fax     |070-348 6381       |
|Bijlag|1                                   |                             |
|e(n   |                                    |                             |
|Betref|Verslag van de Raad Algemene Zaken  |                             |
|t     |en Externe Betrekkingen van 30 en 31|                             |
|      |januari 2006                        |                             |
Hierbij hebben wij het genoegen u, mede namens de Minister voor Ontwikkelingssamenwerking, het verslag te doen toekomen van de Raad Algemene Zaken en Externe Betrekkingen van 30 en 31 januari 2006.

De Minister De Staatssecretaris
van Buitenlandse Zaken, voor Europese Zaken,

Dr B.R. Bot Mr Drs. A. Nicolaï

Verslag van de Raad Algemene Zaken en Externe Betrekkingen (RAZEB) van 30 en 31 januari 2006

Algemene Zaken

Jaarlijkse operationele programma van de Raad en jaarlijkse werkprogramma van de Europese Commissie Bij haar presentatie van het jaarlijkse operationele programma van de Raad onderstreepte de Oostenrijkse minister van Buitenlandse Zaken Ursula Plassnik het belang van concrete vorderingen in de Europese samenwerking, teneinde de kloof tussen de burger en de Unie te dichten. Zij noemde vier aandachtspunten: het interinstitutioneel akkoord over de Financiële Perspectieven, de Voorjaarsraad (Lissabon agenda), de westelijke Balkan, en de praktische toegevoegde waarde van de Unie voor de burgers. De Finse minister voegde daar de aandachtspunten aan toe van het Finse voorzitterschap voor de tweede helft van dit jaar: de relatie EU-Rusland, uitbreiding (voortgang in de bestaande dossiers) en transparantie van de Raad. Vervolgens gaf de Commissie een kort overzicht van haar werkprogramma voor dit jaar. Nederland maakte van deze gelegenheid gebruik om het Oostenrijks voorzitterschap te vragen wanneer het debat over uitbreiding zou plaatsvinden waartoe in december 2005 was besloten. Frankrijk sloot zich hierbij aan en gaf aan dat de Europese Raad van juni 2006 de juiste gelegenheid zou zijn om niet alleen over de toekomst van Europa te spreken maar ook over de toekomst van de uitbreiding. Andere lidstaten vroegen in hun reactie onder meer aandacht voor onderwerpen als energievoorzieningszekerheid, de dienstenrichtlijn en het vrij verkeer van werknemers.

Lissabon Strategie
De Commissie gaf een korte presentatie van het jaarlijkse voortgangsrapport van de Commissie. Voorzitter Barroso trok een aantal conclusies uit de Nationale Hervormingsprogramma's (NHP) van de lidstaten. Europa is rijk aan ideeën en concrete oplossingen voor problemen. Het is nu van belang er op toe te zien dat iedereen kan profiteren van elkaars ervaringen. De Commissie heeft een belangrijke rol in het zorgdragen voor de uitwisseling van deze ervaringen. Het is, aldus Barroso, noodzakelijk voorwaarden te creëren om negatieve ontwikkelingen als bijvoorbeeld sociale uitsluiting te voorkomen en zowel de lidstaten als de Unie zelf moeten bijdragen aan de Lissabon-doelstellingen groei en werkgelegenheid. Tevens lichtte Barroso kort de vier actiegebieden toe die in het rapport worden genoemd : onderzoek en ontwikkeling; verbetering van het bedrijfsklimaat, vooral voor het midden- en kleinbedrijf; gevolgen van globalisering en demografische veranderingen; een efficiënte energiemarkt. Deze vier actiegebieden sluiten aan op de besprekingen tijdens de informele Europese Top te Hampton Court van eind oktober 2005 en zijn van belang voor de toekomst van Europa. Omdat het voortgangsrapport nog zowel in februari als in maart aan de orde zal komen heeft verder geen inhoudelijke discussie plaatsgevonden.

Externe Betrekkingen

WTO /DDA (Wereldhandelsorganisatie/ Doha Development Agenda) Commissaris Mandelson informeerde de Raad over de stappen die de komende maanden gezet moeten worden om binnen de WTO deze zomer tot afspraken te komen. Hij schetste de ontwikkelingen sinds de ministeriële conferentie in Hongkong afgelopen december, waaronder de besprekingen in de marge van het "World Economic Forum" (WEF) in Davos afgelopen week. Deze hadden geen doorbraak opgeleverd, maar wel een gedetailleerd werkprogramma voor de komende maanden en een signaal vanuit de EU dat de WTO een extra impuls zou moeten geven aan de onderhandelingen over diensten. In het algemeen constateerde Mandelson dat er nu meer begrip was voor de wens van de EU om meer evenwicht in de onderhandelingen te brengen in plaats van de eerdere nadruk alleen op landbouw. Hierbij was de in Hongkong getoonde eenheid binnen de EU zeker behulpzaam is geweest. Mandelson gaf aan de komende maanden een hoog ambitieniveau te zullen handhaven, bilaterale consultaties en multilateraal overleg in Genève te zullen opvoeren, de eenheid binnen de EU te bewaren en te benutten in zijn externe contacten en te blijven werken aan het smeden van allianties. Alleen Frankrijk intervenieerde tijdens dit agendapunt, en deed dit langs bekende lijnen: nadruk op evenwicht zowel binnen exportondersteuning, binnen landbouw en binnen de totale WTO Doha Ontwikkelingsagenda.

Westelijke Balkan
De Raad sprak zijn waardering uit voor de Mededeling van de Commissie over het consolideren van stabiliteit en stimuleren van welvaart in het kader van het bestaande EU-perspectief voor de landen van de Westelijke Balkan via concrete maatregelen. De Mededeling zal verder in Raadskader besproken worden, ter voorbereiding op de informele bijeenkomst van ministers van Buitenlandse Zaken (Gymnich) in Salzburg op 10 en 11 maart aanstaande. Commissaris Rehn presenteerde deze Mededeling en lichtte tijdens de Raad twee onderdelen daarvan in het bijzonder toe. In de eerste plaats onderstreepte hij het belang van bevordering van de economische ontwikkeling. Handel en investeringen zouden gestimuleerd worden door vervanging van de huidige 31 bilaterale handelsverdragen door één enkele, regionale vrijhandelsovereenkomst. In de tweede plaats beoogde de Mededeling om de volgende generatie nader bij Europa te betrekken. In dit verband zal de Commissie in de komende tijd aan de Raad onderhandelingsmandaten vragen ter bewerkstelliging van visafacilitatie voor studenten en wetenschappers.

Met betrekking tot Kosovo was er brede overeenstemming dat een interne machtsstrijd na het overlijden van president Rugova voorkomen moet worden. Dit is vooral ook van belang voor de voortgang van statusbesprekingen, waarin Rugova een belangrijke rol voor Kosovo speelde. De EU zou proberen behulpzaam te zijn als katalysator bij zijn opvolging opdat de statusbesprekingen voortgezet kunnen worden. De ministers spraken voorts over de noodzaak voor Kosovo om werk te maken van de zogeheten Standaarden, in het bijzonder de bescherming van minderheden en de decentralisatie.

De Raad sprak vervolgens over de ICTY-samenwerking door Servië. Bevestigd werd dat Belgrado dient te voldoen aan zijn internationale verplichtingen en aan de bekende voorwaarden van de EU in dit opzicht. In dit licht onderstreepten ministers wederom dat volledige samenwerking vereist is, inclusief spoedige aanhouding en overbrenging naar Den Haag van Mladic en Karadzic. Medio februari brengen Commissie-voorzitter Barroso en Commissaris Rehn een bezoek aan Belgrado waar zij nogmaals de boodschap en zorgen van de EU zullen overbrengen, hetgeen ook via Openbaar Aanklager Del Ponte zal gebeuren bij haar bezoek aan Servië in de eerste week van februari.

Wit-Rusland
Voorafgaand aan de RAZEB vond een informele ontmoeting van de EU-lidstaten met de Witrussische oppositie plaats. De moeilijke positie van de oppositie, het belang van de goede onderlinge samenwerking tussen de verschillende oppositiepartijen, ondersteuning door de EU van het maatschappelijk middenveld en media kwamen aan de orde, alsmede de relatie van de EU met de Witrussische autoriteiten, waarneming van het verkiezingsproces en de relatie van Wit-Rusland met Rusland. Met de oppositie werd met name ook gesproken over de noodzaak burgers te blijven informeren over democratische waarden.

Tijdens de Raad werd onder de lidstaten verder gesproken over Wit-Rusland en meldden Secretaris-Generaal/Hoge Vertegenwoordiger (SG/HV) Solana en Commissaris Ferrero-Waldner dat in hun separate ontmoetingen die dag met de Witrussische oppositiekandidaat Milinkevich veel aandacht was gegeven aan EU-ondersteuning van de media. In de Raad werd bevestigd dat het belangrijk is contact te houden met de Witrussische bevolking, middels het ondersteunen van het maatschappelijk middenveld. Daarbij werd onder andere gerefereerd aan de gelegenheid tot studie aan de universiteit van Vilnius (Litouwen) voor Witrussische studenten die in eigen land niet meer kunnen studeren, maar ook aan contacten tussen non-gouvernementele organisaties (NGO's) uit de EU en Wit-Rusland.

MOVP
De Raad sprak over het resultaat van de verkiezingen in de Palestijnse Autoriteit op 25 januari, waarbij Hamas een meerderheid heeft verkregen. SG/HV Solana had na de verkiezingen van President Abbas vernomen dat deze de 'routekaart' wil blijven volgen. Gehoopt werd op de installatie van een nieuwe regering binnen circa drie maanden. De ministers waren het eens dat afgewacht zal moeten worden hoe Hamas zich opstelt in de komende periode, maar dat onverlet blijft dat Hamas geweld zal moeten afzweren en Israël erkennen en dat de organisatie zal moeten ontwapenen. Tegelijkertijd dient Israël de aangegane verplichtingen onder de 'routekaart' na te komen, inclusief de afdracht van douaneheffingen aan de Palestijnse Autoriteit. De Raad zal de ontwikkelingen de komende tijd nauwgezet blijven volgen, ook om nader te spreken over de EU-ondersteuning van de Palestijnse Autoriteit. Vooralsnog zal deze steun worden voortgezet, aangezien tot aan de installatie van een nieuw bestuur het huidige bestuur zijn werk voortzet. De EU-steun zal echter afhankelijk zijn van de verdere opstelling en het verdere handelen van Hamas binnen de Palestijnse autoriteit, zoals ook in de Raadsconclusies is vervat.

Iran
Door tijdgebrek ontbrak de gelegenheid een uitgebreide discussie over Iran te voeren. Ministers spraken slechts hun zorgen uit over het uitblijven van terugkeer naar de onderhandelingstafel en het afwijzen door Iran van een Russisch voorstel voor verrijking van uranium in Rusland. De Raad was eensgezind over de noodzaak van doorverwijzing van de nucleaire kwestie naar de VN Veiligheidsraad door de IAEA Bestuursraad, die begin februari in een buitengewone zitting bijeen zal komen. Ongetwijfeld zal de RAZEB ook bij komende zittingen terugkomen op de kwestie Iran. Nederland is voornemens bij een dergelijke gelegenheid de Nederlandse opvattingen over het belang van het bereiken van de Iraanse bevolking naar voren te brengen, zoals met uw Kamer besproken tijdens het Algemeen Overleg op 26 januari jongstleden.

Naar aanleiding van het verzoek van het geachte lid Karimi bij het Algemeen Overleg over de agenda van deze Raad in november 2005 en in januari van dit jaar om nadere inlichtingen over activiteiten van de Commissie ter ondersteuning van het maatschappelijk middenveld, is informatie ingewonnen. Ondersteuning van projecten op het gebied van mensenrechten en de versterking van de rechtsstaat loopt voornamelijk via het European Initiative for Democracy and Human Rights (EIDHR). Deze projecten worden deels door de VN, deels door Iraanse NGO's uitgevoerd en zijn voornamelijk gericht op hervorming van het gevangeniswezen en op vrouwen- en kinderrechten. De Commissie richt zich op de korte termijn met name op ondersteuning van het goed bestuur-project van UNDP in Iran. Voorts wordt momenteel binnen de Commissie bekeken welke vormen van projecten ondersteund kunnen worden op de middellange termijn en of de steun aan het maatschappelijk middenveld kan worden geïntensiveerd. Zonder vooruit te willen lopen op besluitvorming binnen de Commissie kan worden gemeld dat in dit verband vooralsnog wordt gedacht aan terreinen als milieu, gezondheid en drugs. Voor de lange termijn wordt gedacht aan ondersteuning van lokale NGO's. Nederland is met onder andere de Commissie in gesprek over samenwerking en coördinatie bij activiteiten van de Commissie en Lidstaten en heeft bij herhaling in Raadskader opgeroepen tot aandacht voor ondersteuning van het maatschappelijk middenveld in Iran en intensivering van reeds bestaande ondersteuning. Ook de projecten op het terrein van media-pluriformiteit passen in dit kader.

Irak
Vanwege tijdgebrek nam de Raad zonder verdere discussie de conclusies aan over Irak, waarin de voorlopige verkiezingsuitslag wordt verwelkomd en wordt opgeroepen tot spoedige formatie van een regering met een zo breed mogelijke vertegenwoordiging van de diverse politieke stromingen. Tevens wordt in de conclusies de voortgaande ondersteuning door de EU bevestigd van het politieke transitieproces in Irak en de sociale en economische wederopbouw van het land, mede door het voeren van een regelmatige politieke dialoog zoals overeen gekomen in de EU-Irak Verklaring van najaar 2005.

ASEM / Birma
De ministers bespraken het belang van de EU-relaties met Aziatische partners tegen het achtergrond van het feit dat de Aziaten insisteren op deelname van Birma op politiek niveau aan ministeriële bijeenkomsten en toppen in de EU. Zij kwamen voorwaarden overeen voor deelname van Birma aan dergelijke bijeenkomsten in ASEM-verband. Meer in het bijzonder bereikten zij overeenstemming over de voorwaarden waaronder gebruik mag worden gemaakt van de visumclausule in het EU-Gemeenschappelijk Standpunt inzake Birma. Ingevolge deze clausule kan de EU een uitzondering maken op de visumban als in bijeenkomsten van ministers en regeringsleiders een substantiële discussie plaatsvindt over de bevordering van mensenrechten, goed bestuur en de rechtsstaat in Birma dan wel daaraan gerelateerde onderwerpen. Ondanks sterke druk van binnen en buiten de EU heeft Nederland uiteindelijk met succes bereikt dat het Gemeenschappelijk Standpunt ongewijzigd overeind is gebleven. Tevens heeft Nederland het belang naar voren gebracht om over een jaar te evalueren.

Latijns Amerika
Commissaris Ferrero-Waldner presenteerde de Raad de onlangs verschenen mededeling inzake de relatie van de EU met Latijns Amerika. Zij gaf aan dat de mededeling was opgesteld mede met het oog op de komende EU - Latijns Amerika Top te Wenen in mei a.s. Er werden geen conclusies aangenomen over het onderwerp. Voor de volgende RAZEB (eind februari a.s.) zijn wel inhoudelijke conclusies voorzien over de Commissiemededeling.

Afghanistan
In de brief inzake Afghanistan die u op 1 februari jl. toeging met kenmerk DAO-0083/06 treft u onder meer een verslag aan van de discussie in de Raad over Afghanistan.

Diversen / Nepal en Ivoorkust
Zoals afgesproken met Uw Kamer tijdens het Algemeen Overleg op 26 januari, heeft Nederland bij de Raad aandacht gevraagd voor de ontwikkelingen in Nepal en Ivoorkust.

Wat betreft de zorgelijke politieke ontwikkelingen in Nepal heeft Nederland aangegeven zeer verontrust te zijn over de mensenrechtenschendingen van het leger en de Maoïsten. De situatie vereist een blijvende aandacht van de internationale gemeenschap. De recente EU-verklaring en de door het voorzitterschap voorgestelde démarche zijn zeer welkom. De voorzitter van de Raad bevestigde dat de ontwikkelingen in Nepal nauwgezet gevolgd zullen worden.

Ten aanzien van Ivoorkust is aangegeven dat Nederland bezorgd is over de recente onlusten waarbij ook aan de VN-zijde slachtoffers zijn gevallen. Deze ontwikkelingen maken duidelijk dat het risico van een opleving van de Ivooriaanse crisis, met alle gevolgen van dien voor het land zelf en ook voor de regio, nog steeds reëel is. De VN-Veiligheidsraad zal waarschijnlijk op de korte termijn de mogelijkheid bespreken van individuele sancties tegen personen die de implementatie van het vredesproces dwarsbomen. Nederland heeft ervoor gepleit dat binnenkort in Raadskader wordt gesproken hoe de EU, maar ook de Afrikaanse collega's binnen de AU en ECOWAS, verdere escalatie kunnen helpen voorkomen en het vredesproces nieuw leven kunnen inblazen. De voorzitter van de Raad bevestigde dat hierover nader gesproken zal worden in Raadskader.


---- --