Algemene Onderwijsbond

Persbericht

Algemene Onderwijsbond vindt aanpak topsalarissen nodig

Geen enkele rechtvaardiging voor hoge salarissen bij roc-bestuurders

Utrecht 3 februari 2006. Een flinke groep bestuurders bij regionale opleidingencentra verdient royaal meer dan de minister president. Ik zie bijvoorbeeld totaal geen reden waarom drie instellingen hun bestuurders méér dan 160.000 euro per jaar overmaken , zegt Gerrit Stemerding, dagelijks bestuurder van de Algemene Onderwijsbond.

Hij vindt een goed teken dat de werkgeversvereniging BVE-Raad de salarisstructuur bij de opleiding heeft uitgezocht en gisteren gepubliceerd. Het is een stap vooruit in de openheid, maar dan wel op kousenvoeten. In het rapport noemt de BVE Raad noemt geen man en paard bij de salarissen, alles blijft anoniem, naar namen van bestuurders of de instelling is het gissen. Ik vind dat dat in deze tijd niet kan.

In september vorig jaar publiceerde het Onderwijsblad van de Algemene Onderwijsbond op basis van de jaarrekeningen van universiteiten, hogescholen en bve-instellingen (regionale opleidingencentra) een overzicht van de bezoldiging van topbestuurders met naam en toenaam. Terwijl van alle hogescholen en universiteiten deze gegevens bekend zijn, bleek dat slechts elf roc s open zijn over de beloning van hun bestuurlijke top. Van die elf bleken drie collegevoorzitters méér te verdienen dan de premier. Kijkend naar het onderzoek van de BVE-Raad dat gisteren is verschenen blijkt volgens Gerrit Stemerding dat véél meer bestuurders naar huis gaan met een inkomen dat hoger ligt dan de premier.

Balkenende verdient aan salaris en vaste onkostenvergoedingen samen 136.000 euro. Zeker dertien bestuurders zitten op basis van deze gegevens daar boven en niet alle instellingen deden mee , signaleert Stemerding. Er worden vaste onkostenvergoedingen van meer dan 10.000 euro uitgekeerd en één bestuurder toucheert een bonus van 20.000 euro. Los van onze verbazing over de hoogte van die bedragen, gebeurt dat meestal zonder dat daarover in openbare stukken verantwoording wordt afgelegd. En dat is wat de AOb steekt: het gaat hier om publiek geld waarmee een publieke voorziening wordt gefinancierd. Dan moeten de bestuurders in het onderwijs ook helderheid geven over hun inkomsten, net als de premier. Daarnaast vinden wij dat het salaris van de premier het maximum moet zijn. Dat is een goed salaris en de vaak gehoorde rechtvaardiging dat onderwijs-bestuurders anders massaal vertrekken naar het bedrijfsleven, is iets dat wij ook bij lagere salarissen nog nooit hebben meegemaakt.


---



Algemene Onderwijsbond