Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid

Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer Postbus 90801 2509 LV Den Haag der Staten-Generaal Anna van Hannoverstraat 4 Binnenhof 1a Telefoon (070) 333 44 44 Telefax (070) 333 40 33 2513 AA 's-GRAVENHAGE

Uw brief Ons kenmerk
SV/A&L/06/6588

Onderwerp Datum
Antwoorden Kamervragen Bussemaker 14 februari 2006

Hierbij doe ik u de antwoorden toekomen op de Kamervragen van het lid Bussemaker met betrekking tot reïntegratiemogelijkheden van arbeidsongeschikten met een kort arbeidsverleden.

De Minister van Sociale Zaken
en Werkgelegenheid,

(mr. A.J. de Geus)

2050606620

Vragen van het lid Bussemaker (PvdA) aan de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid over de reïntegratiemogelijkheden van arbeidsongeschikten met een kort arbeidsverleden. (Ingezonden 18 januari 2006)


1
Bent u bekend met het onderzoek 1) over mensen die na een kort arbeidsverleden arbeidsongeschikt raken?

Antwoord 1
Ja.


2
Deelt u de mening van de onderzoekers 2) dat het voor deze groep nog moeilijker dan voor 'de gemiddelde arbeidsongeschikte' zal zijn om bij een nieuwe werkgever aan de slag te komen, gezien hun problematische gezondheid en voorgeschiedenis?

Antwoord 2
Ik acht het van belang erop te wijzen dat het onderzoek is gebaseerd op een vergelijking van WAO-ers uit de periode 1998-2001. Sindsdien zijn zowel in het beleid als in de uitvoering diverse maatregelen en initiatieven genomen om de reïntegratiemogelijkheden te verbeteren, zowel bij werknemers in een vast dienstverband als bij werknemers zonder vast contract.


3
Hoe groot is (in duizendtallen) het aantal arbeidsongeschikten met een kort arbeidsverleden?

Antwoord 3
De onderzoekers geven aan dat 11% van de WAO'ers in totaal minder dan vier jaar gewerkt heeft. Eind 2005 waren er ruim 700.000 WAO'ers. Als de steekproef van de onderzoekers representatief is voor het gehele WAO-bestand, zijn er dus iets minder dan 80.000 WAO'ers met een kort arbeidsverleden.


4
Acht u het net als de onderzoekers wenselijk dat er een goed reïntegratie-instrumentarium beschikbaar komt, dat is gericht op kort-werkenden, met name van degenen zonder vast dienstverband?


5
Waaruit zou volgens u een dergelijk instrumentarium moeten bestaan?

Antwoorden 4 en 5
Voor degenen zonder werkgever kent het huidige reïntegratie-instrumentarium reeds verschillende mogelijkheden. Zo kan het UWV bij ziekte voor hen trajecten inzetten of afzonderlijke reïntegratiediensten en scholing, door inkoop via de aanbestedingsprocedure of via een IRO (individuele reïntegratieovereenkomst). Voorts is inzet van arbeidsplaatsvoorzieningen mogelijk als het gaat om een werknemer met structurele functionele beperkingen. Verder is per 29 december 2005 de mogelijkheid geregeld om het reïntegratie-instrument proefplaatsing in te zetten.

3

Deze instrumenten zijn eveneens mogelijk bij arbeidsongeschiktheid in het kader van de WIA.Voorts kan in het kader van de WIA een beroep worden gedaan op het instrument van een no risk polis of een premiekorting.


6
Welke verantwoordelijkheidsverdeling voor reïntegratie vindt u passend en wenselijk voor reïntegratie van mensen die in een tijdelijke functie of een uitzendbaan ziek zijn geworden, en die vervolgens (gedeeltelijk) arbeidsongeschikt raken als zij geen werkgever meer hebben, gezien de gedeelde verantwoordelijkheid van werkgever en werknemer voor reïntegratie in de wet WIA?

Antwoord 6
De betreffende verantwoordelijkheidsverdeling is als volgt:

o bij ziekte van werknemers met een tijdelijk contract blijft de werkgever verantwoordelijk voor verzuimbegeleiding en reïntegratie tot einde dienstverband. Vanaf einde dienstverband wordt het UWV verantwoordelijk voor de reïntegratie. Het UWV blijft hiervoor verantwoordelijk, ook in de WIA-periode;

o bij zieke uitzendkrachten eindigt het dienstverband meestal bij einde ziekte. Het UWV is dan van meet af aan verantwoordelijk voor verzuimbegeleiding en reïntegratie. Dit geldt ook voor de WIA-periode.


7
Welke perspectief kunt u bieden aan deze groep als zij geen band meer hebben met een werkgever, gezien de constatering van de hierboven genoemde onderzoekers dat de meest gebruikelijke methode van reïntegratie bij ziekte bestaat uit geleidelijke werkhervatting, waarbij het aantal werkuren langzaam wordt uitgebreid en het takenpakket zonodig wordt verlicht?

Antwoord 7
Wanneer er geen werkgever meer is, kan het UWV in maatwerk gebruik maken van de beschikbare reïntegratie-instrumenten (zie antwoorden op vraag 4 en 5).


8
Hoeveel zieken en arbeidsongeschikten zonder band met een werkgever zijn sinds 2002 vanuit de ziektewet via de in vraag 7 beschreven methode weer aan het werk gekomen in een nieuwe baan? Hoe denkt u dit aantal te kunnen verhogen?

Antwoord 8
Vanuit de Ziektewet stroomden in 2003 en 2004 samen ca. 25.000 mensen de WAO in. Het is niet bekend welk deel van deze groep inmiddels weer is hersteld en aan het werk is gekomen.


1) C.G.L. van Deursen en B. Cuelenaere, ESB, 13 januari 2006

2) zie noot 1