Ministerie van Buitenlandse Zaken

Graag bied ik u hierbij, mede namens de staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, de antwoorden aan op de schriftelijke vragen gesteld door het lid Van der Staaij over vernieling van graven in Nachitsjevan, Azerbeidzjan. Deze vragen werden ingezonden op 23 februari 2006 met kenmerk 2050608700.

De Minister van Buitenlandse Zaken,

Dr. B.R. Bot

Antwoord van de heer Bot, minister van Buitenlandse Zaken, mede namens mevrouw Van der Laan, staatsecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, op vragen van het lid Van der Staaij (SGP) over de vernieling van graven in Nachitsjevan.

Vraag 1
Is het bericht waar dat op last van de Azerbeidjaanse autoriteiten in december 2005 graven met een bijzondere cultuurhistorische waarde op het Armeense kerkhof van Djulfa in Nachitsjevan vernield zijn? Kunt u de Kamer informeren over de precieze gang van zaken?

Antwoord
De feitelijke juistheid van de berichtgeving kan nog niet worden beoordeeld. De kwestie is op 22 december 2005 in de Permanente Raad van de OVSE door de Armeense autoriteiten aan de orde gesteld. De Azerbeidzjaanse autoriteiten wijzen beschuldigingen van de hand.

Vraag 2
Kunt u aangeven of de vernielingen te maken hebben met het sluimerende conflict over het gebied Berg-Karabach?

Antwoord
Zolang nog onduidelijkheid bestaat over de feitelijke toedracht is er ook geen zekerheid over de aanleiding. De partijen zijn nog steeds niet gekomen tot een oplossing van het conflict en spanningen kunnen zich blijven voordoen.

Vraag 3
In hoeverre heeft Azerbeidjan zich gevoelig betoond voor internationale kritiek op vernielingen in eerdere jaren?

Antwoord
Op de internationale kritiek van deze aard wordt door de Azerbeidzjaanse autoriteiten doorgaans gereageerd door de beschuldigende vinger naar buurland Armenië te wijzen. Armenië zou in de ogen van de Azerbeidzjaanse autoriteiten Azerbeidzjaans cultureel erfgoed in Nagorno Karabach en nabijgelegen provincies moedwillig hebben verwaarloosd of vernietigd.

Vraag 4
Is de Nederlandse regering bereid om, in aansluiting op de opstelling van de Europese Unie, haar afkeuring over de gebeurtenissen uit te spreken en Azerbeidjan aan te spreken op de verplichtingen die dit land heeft in het kader van het lidmaatschap van de Raad van Europa en de participatie in het Europese nabuurschapsbeleid?

Antwoord
Nederland heeft zich reeds op 1 februari 2006 in het Comité van Ministers van de Raad van Europa uitgesproken voor een internationaal onderzoek naar de vernielingen. In het Actieplan van de Raad van Europa en in het Actieplan van de EU dat wordt opgesteld in het kader van het Europees Nabuurschapsbeleid, wordt aandacht besteed aan het behoud van cultureel erfgoed op basis van de verplichtingen die op Azerbeidzjan rusten in het kader van het lidmaatschap van de Raad van Europa en van het Europees Nabuurschapsbeleid.


---- --