Ministerie van Buitenlandse Zaken

Kamerbrief inzake stand van zaken VN-missie Soedan

Ministerie van Ministerie van
Buitenlandse Zaken Defensie
Postbus 20061 Postbus 20701
2500 EB 's-Gravenhage 2500 ES 's-Gravenhage
Telefoon 070-3486486 070-3188188

Aan:
de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 4 's-Gravenhage

I.a.a.:
de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 22 's-Gravenhage

Uw brief Uw kenmerk Ons nummer Datum

DVB/CV-131/06 7 april 2006

Onderwerp : Soedan - Stand van zaken Nederlandse bijdrage met militaire waarnemers en politiefunctionarissen aan de VN-missie in Soedan (UNMIS)

Inleiding
In onze brief van 18 november 2005 (Kamerstuk 29 237, nr. 27) hebben wij u geïnformeerd over het regeringsbesluit de VN-missie in Soedan (UNMIS) te versterken met een Nederlandse bijdrage van dertig militairen en enkele stafofficieren in Zuid-Soedan, voor de duur van één jaar. De uitzending van de vijftien militaire waarnemers zou geschieden nadat is vastgesteld dat de voorziene beschermingseenheden volledig zijn ontplooid en dat de medische voorzieningen voor deze missie zijn zeker gesteld. Voor de vijftien politiefunctionarissen gold dat aanvullende zekerheden omtrent de bescherming nodig waren om tot effectuering van het besluit tot uitzending over te gaan. Met deze brief doen wij de toezegging gestand u te informeren over de bevindingen van de Nederlandse verkenningsmissie die van 18 tot 23 maart jl. een bezoek heeft gebracht aan UNMIS en informeren wij u over de stand van zaken met betrekking tot de uitvoering van het regeringsbesluit van 18 november jl.

De verkenningsmissie

Van 18 maart tot 23 maart jl. heeft een verkenningsmissie, samengesteld uit medewerkers van de departementen van Buitenlandse Zaken en Defensie, een bezoek gebracht aan Soedan met als doel na te gaan of aan de voorwaarden tot uitzending van de militaire waarnemers en politiefunctionarissen is voldaan. Deze missie heeft daartoe gesprekken gevoerd met VN-functionarissen op alle niveaus, waaronder de plaatsvervangend speciaal vertegenwoordiger, Tayé-Brook Zerihoun, de Force Commander, luitenant-generaal Jasbir Lidder, en de Police Commissioner, Glenn Gilbertson. Daarnaast heeft de missie een bezoek gebracht aan het hoofdkwartier van de sectorcommandant te Juba, de teamsites te Maridi en Torit, een Temporarily Operating Base (TOB) te Yei en het VN-hospitaal te Kadugli en de medische installaties in de zuidelijke sector.

Sinds begin maart zijn reeds twee stafofficieren geplaatst op de hoofdkwartieren te Khartoem en te Juba. Nederland overweegt daar nog enkele stafofficieren aan toe te voegen. Naar verwachting zullen de vijftien militaire waarnemers verdeeld over twee groepen uitgezonden worden. De eerste groep militairen zal naar alle waarschijnlijkheid nog deze maand naar Soedan afreizen. De eerste groep van vier politiefunctionarissen zal naar verwachting begin juni ingezet kunnen worden. De inzet van de overige politiefunctionarissen zal in overleg met de VN plaatsvinden.

Naast de reguliere rapportages van de Speciale Vertegenwoordiger van de VN in Soedan, Jan Pronk, heeft de regering op basis van de bevindingen van de verkenningsmissie zelf een oordeel kunnen vormen over de voortgang van de ontplooiing van UNMIS. Het tijdschema voor deze ontplooiing, zoals voorzien in november 2005, bleek niet te kunnen worden gehaald. Mede vanwege deze vertraging heeft de verkenningsmissie, zoals gemeld in de brief van 8 maart jl. (Kamerstuk 29 237, nr. 30) medio maart plaats gevonden. Het onderzoek van deze missie richtte zich in het bijzonder op sector één, in het uiterste zuiden van Soedan. De voornaamste bevindingen zijn:


1. De beschermingsmacht in sector één is volledig ontplooid en operationeel. De hoofdmacht bestaat uit een infanteriebataljon uit Bangladesh. Eind april arriveren naar verwachting enkele Russische transporthelikopters in Juba. Deze zullen onder meer ingezet worden voor de snelle reactiemacht. In afwachting van deze helikopters wordt thans gebruik gemaakt van tijdelijk ingehuurde helikopters die de belangrijkste taken uitvoeren.


2. De medische voorzieningen zijn gegeven de aard van de operatie en het huidige dreigingsniveau toereikend, met uitzondering van de voorzieningen op de ' tijdelijke locaties'. Infectieziekten vormen het grootste risico voor het personeel. In Kadugli heeft Egypte een uitgebreid veldhospitaal ingericht. Ook te Juba staat een basis veldhospitaal met chirurgische capaciteit en op de teamsites te Torit en Maridi heeft de VN de beschikking over een medische hulppost.


3. De politiemissie volgt -net als de overige VN-organisaties in Soedan- de veiligheidsvoorschriften van de VN, waaronder de vehicle movement codes. Bij gespecificeerde veiligheidsfases betekent dit dat politiefunctionarissen naast de gebiedsbeveiliging en de snelle reactiemacht ook gebruik maken van escortes van het bataljon van de beschermingsmacht in sector één. De politiemissie en militaire missie wisselen op alle niveaus inlichtingen en rapportages uit en voeren thans veelal gezamenlijke patrouilles uit. De gescheiden commandostructuur vormt daarvoor geen beletsel.

Inzetgebied
Gezien de verwachte kwaliteitsimpuls hebben de gesprekspartners van de VN te Khartoem te kennen gegeven de Nederlanders in het gehele zuidelijke deel van Soedan in te willen zetten (sectoren één, twee en drie). Aan deze VN-functionarissen is te kennen gegeven dat Nederland, zoals weergegeven in de brief van 18 november jl., de wens heeft dat de militaire waarnemers en politiefunctionarissen geplaatst worden in sector één. Tijdens de gesprekken is met wederzijds begrip gesproken over de gronden van deze wens en de wijze waarop deze binnen het bestaande VN-beleid gestalte zou kunnen krijgen. De plaatsvervangend speciaal vertegenwoordiger en de Force Commander hebben zich bereid getoond rekening te houden de Nederlandse wens. Nederland zal ingaan op de suggestie van de VN-leiding te Khartoem de bijdrage in groepen aan te bieden. Dit biedt de VN praktische mogelijkheden de wens tot plaatsing van Nederlanders in sector één te accommoderen.

De leefomstandigheden

De leefomstandigheden in Zuid-Soedan zijn zwaar ten gevolge van het hete en vochtige klimaat, de gezondheidsrisicoŽs en de sobere huisvesting. Een uitzending van zes maanden eist onder deze omstandigheden veel van het personeel. Zoals dit thans geldt voor de Nederlandse militairen die zes maanden worden uitgezonden naar missies in bijvoorbeeld Afghanistan en Irak, moeten ook de waarnemers en politiefunctionarissen gezien worden als sleutelfunctionarissen voor wie het belangrijk is over diepgaande kennis van en inzicht in de situatie ter plekke te beschikken. Ook het opbouwen van contacten kost tijd. Een kortere uitzendduur is derhalve onacceptabel voor de VN en onwenselijk voor een goede taakuitvoering.

De VN laat waarnemers en politiefunctionarissen vooralsnog de vrije keuze wat huisvesting betreft. Zij mogen op het VN-kamp of in zogenaamde guest houses bij de lokale bevolking wonen. Bij deze guest houses is de bescherming niet afdoende geregeld en zijn de hygiënische omstandigheden over het algemeen slecht. Daarom zullen wij de Nederlandse militairen die voor deze keuze komen te staan, instrueren in voorkomend geval op de VN-kampen te verblijven. In sector één betreft dit de kampen te Juba, Torit en Maridi.

De veiligheidssituatie

De veiligheidssituatie in sector één blijft relatief stabiel, maar recente incidenten zijn een indicatie dat de toestand plaatselijk onvoorspelbaar kan zijn met een mogelijkheid tot verslechtering. Het Verzetsleger van de Heer (Lord's Resistance Army, LRA) is in Zuid-Soedan aanwezig met kleine, licht bewapende groepen. Hoewel het merendeel van de activiteiten van het LRA gericht is tegen ongewapende burgers, lijken deze groepering -dan wel criminelen die voor LRA worden aangezien- zich nu deels tegen (onbeschermd) VN-personeel te keren, onder meer vanwege de aanwezigheid van geld, voedsel, brandstof en verbindingsmiddelen. De dreiging van het LRA blijft echter beperkt, vooral omdat de coherentie binnen deze beweging afneemt. Daarnaast werken Soedan en Oeganda samen bij de bestrijding van het LRA (Zie hierover ook de antwoorden op vragen van de leden Koenders en Samson, d.d. 13 februari jl. nr. 891 p. 1889-1990). Voorts vormen onbetaalde SPLA soldaten een bron van zorg. Er zijn echter geen indicaties dat hun onvrede zich richt tegen de VN.

De minister van Buitenlandse Zaken, De minister van Defensie,

Dr. B.R. Bot H.G.J. Kamp

De minister voor Ontwikkelingssamenwerking,

Mw. A.M.A. van Ardenne - van der Hoeven

---- --