Ministerie van Buitenlandse Zaken

Beantwoording kamervraag over besteding van Pariteitsmiddelen door Suriname

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 4
Den Haag | |Directie Westelijk Halfrond
Afdeling Midden-Amerika en Caraïbisch Gebied
Bezuidenhoutseweg 67
Postbus 20061
2500 EB Den Haag | |

|Datum |7 april 2006                        |Behand|Karin Boven          |
|      |                                    |eld   |                     |
|Kenmer|DWH/MC-077/06                       |Telefo|070-348.4487         |
|k     |                                    |on    |                     |
|Blad  |1/4                                 |Fax   |070-348.5472         |
|Bijlag|1                                   |karin.boven@minbuza.nl       |
|e(n)  |                                    |                             |
|Betref|Beantwoording vraag van het lid     |                             |
|t     |Brinkel over de besteding van de    |                             |
|      |Pariteitsmiddelen door Suriname     |                             |
Graag bied ik u hierbij het antwoord aan op de schriftelijke vraag gesteld door het lid Brinkel over de besteding van de Pariteitsmiddelen door Suriname. Deze vraag werd ingezonden op 17 maart 2006 met kenmerk 2050609660.

De Minister voor Ontwikkelingssamenwerking,

A.M.A. van Ardenne-van der Hoeven

Antwoord van mevrouw Van Ardenne-van der Hoeven, minister voor Ontwikkelingssamenwerking, op de vraag van het lid Brinkel (CDA) over de besteding van de Pariteitsmiddelen door Suriname.

Vraag
Hoe wilt u in het voorziene beleidsoverleg met uw Surinaamse ambtgenoot voor Planning en Ontwikkelingssamenwerking over de besteding van de resterende verdragsmiddelen 1) het voorstel tot instelling van een fonds, dat kan worden benut voor het verbeteren van de monetaire reserves van Suriname, betrekken? 2), 3)

Antwoord
Op 25 en 26 april 2006 is beleidsoverleg voorzien met de nieuwe minister voor Planning en Ontwikkelingssamenwerking van Suriname, de heer Van Ravenswaay. Op de agenda van dit overleg staan onder meer het Meerjaren Ontwikkelings Plan (MOP) dat recent in concept gereed is gekomen, de voortgang in de zes sectoren, alsmede de Pariteitsmiddelen, met daarbij aandacht voor de voortgang van de door Suriname voorgenomen Public Sector Reform (PSR) en Private Sector Development (PSD).

Van de Verdragsmiddelen resteert bij de zogenaamde Schenkingsmiddelen per eind 2005 een bedrag van 65 miljoen euro nog te committeren middelen. De Pariteitsmiddelen ten bedrage van 136 miljoen euro zijn nog volledig beschikbaar.

De Schenkingsmiddelen zijn bestemd voor de zes sectoren (Onderwijs, Gezondheidszorg, Huisvesting, Landbouw, Goed Bestuur en Milieu) alsmede capaciteitsopbouw binnen die sectoren. Gezien de voortgang in de sectoren zullen deze middelen naar verwachting binnen vijf jaar zijn uitgeput.

Inzake de Pariteitsmiddelen is tijdens het laatste beleidsoverleg van januari 2005 overeengekomen deze te bestemmen voor modernisering van de overheid (Public Sector Reform; PSR) en versterking van het ondernemersklimaat en de economie (Private Sector Development; PSD). Ter ondersteuning van PSR en PSD is begrotingssteun een optie, op voorwaarde van goed beheer van de openbare financiën (TK 2004-2005, 20361, nr. 120).

De Inter-American Development Bank (IDB) zal medio 2006 een stappenplan ('road map') afronden voor de door Suriname voorgenomen Public Sector Reform. Ik ga er van uit dat het beleidsoverleg met minister Van Ravenswaay meer duidelijkheid zal geven over inhoud, tijdpad en kosten van deze operatie.

Uit het voorgaande moge blijken dat de resterende Verdragsmiddelen in principe reeds hun bestemming hebben gevonden. Het ontbreekt dus aan ruimte om lastens de Verdragsmiddelen een fonds te creëren voor het verbeteren van de monetaire reserves van Suriname.

Daartoe zie ik evenmin de noodzaak, in het licht van de bevindingen van de Artikel IV missie van het IMF aan Suriname in november 2005. Het IMF constateerde dat Suriname beschikte over een deviezenvoorraad ter waarde van anderhalve maand aan importen en dat de vooruitzichten waren dat deze voorraad in 2006 zou toenemen met circa US$ 15 miljoen.

Gaarne ben ik bereid de Kamer na afloop schriftelijk te informeren over de resultaten van het aanstaande beleidsoverleg met minister Van Ravenswaay.


1) Brief van de minister voor Ontwikkelingssamenwerking aan de Voorzitter van de Tweede Kamer d.d. 27 februari 2006.
2) Kamerstuk 20 361 nr. 123 vergaderjaar 2004-2005.

3)Vervolgvragen n.a.v. Aanhangsel Handelingen nr. 977, vergaderjaar 2005-2006.


---- --