Ingezonden persbericht


VEB waarschuwt tegen Leaseproces

In het afgelopen jaar profileerde Leaseproces zich als de 'Robin Hood' die voor de gedupeerden van de aandelenlease-affaire ten strijde trekt tegen 'het grote onrecht' van de Duisenberg-Regeling. Zij zouden (een groot deel van) hun geld terugkrijgen. Een kritische beschouwing leert echter dat er zeker kanttekeningen te plaatsen zijn bij Leaseproces.

Geen no cure no pay
De wijze van adverteren om gedupeerden op te roepen zich bij Leaseproces aan te melden, lijkt bijna op de gewraakte campagnes van Legio Lease. Advertenties in landelijke dagbladen en tv- en radiospotjes wekken sterk de indruk dat procederen via Leaseproces meer zal opleveren dan de Duisenberg-Regeling.

In diverse advertenties is aangegeven dat wordt geprocedeerd op basis van 'no cure, no pay'. Maar daar is geen sprake van. Op de website van Leaseproces staan twee mogelijkheden beschreven: 1) een belegger betaalt 125 euro aan (onderzoeks)kosten, als zijn zaak wordt aangenomen en 2) een belegger betaalt 895 euro aan kosten. Als zijn zaak winnend afgesloten wordt, moet de belegger in de tweede optie een lager percentage aan Leaseproces betalen dan in de eerste optie.

Kosten hoger beroep
Leaseproces gaat er gemakshalve van uit dat zij de procedures wint. De website vermeldt dat "het theoretisch mogelijk is dat u de procedure verliest". Leaseproces acht de kans daarop "zeer gering". Zij leidt dat af uit "honderden recente uitspraken". Deze informatie is op meerdere punten niet correct. De kans dat de procedure verloren wordt is wel degelijk aanwezig. Dit geldt zeker voor de groep beleggers die op voorhand kansloos is, maar toch door Leaseproces wordt meegenomen. Zoals beleggers die al een onderlinge regeling met hun bank hebben getroffen, bijvoorbeeld het Dexia-aanbod of de vaststellingsovereenkomst naar aanleiding van de Duisenberg-Regeling. Het ondertekenen van deze overeenkomsten is tegen finale kwijting, wat inhoudt dat men niet opnieuw kan procederen over datgene waarover men nu juist overeenstemming heeft bereikt.

De verwijzing van Leaseproces naar "honderden recente uitspraken" is eveneens onjuist. Allereerst zijn er onlangs geen honderden uitspraken gedaan, aangezien de rechters in het dossier Dexia, toch de grootste aanbieder van leaseproducten, alle procedures al enige tijd hebben stilgelegd. De uitspraken van voor die tijd geven een wisselend beeld: individuele zaken zijn zowel verloren als gewonnen.

Wordt een procedure verloren, dan loopt de belegger die zich bij Leaseproces heeft aangemeld het risico veroordeeld te worden in de proceskosten van enkele honderden tot zelfs duizenden euro's, afhankelijk van de hoogte van de vordering. Deze kosten neemt Leaseproces niet voor haar rekening. Wordt de procedure gewonnen, dan zal de belegger zeer waarschijnlijk geconfronteerd worden met nog eens een kostenbijdrage van 150 euro voor het hoger beroep. Leaseproces meent dat "het theoretisch mogelijk is dat de banken in hoger beroep gaan", maar dat "die kans in de praktijk zeer gering" is. Volgens de VEB is de kans echter zeer reëel dat de bank in hoger beroep gaat. Al is het maar om andere beleggers te ontmoedigen om over te gaan tot het voeren van lange procedures.

Geen jaarverslag 2004
De VEB heeft geprobeerd de financiële positie van Leaseproces te achterhalen om daarmee mogelijke risico's voor huidige en toekomstige aangeslotenen te signaleren. Tot onze verbazing heeft Leaseproces de jaarrekening over 2004 nog steeds niet gedeponeerd (stand van zaken 3 april 2006). Zo is niet na te gaan hoe de opgehaalde gelden zijn besteed, terwijl behoorlijke onkosten gemaakt moeten worden voor de uitgebreide reclamecampagne en vier kantoren door heel Nederland waar tientallen juristen werkzaam zijn.

Leaseproces claimt in haar publicaties dat zich 40.000 personen hebben aangesloten. Als die allemaal 125 euro hebben betaald, heeft Leaseproces 5 miljoen euro geïncasseerd. De rechter heeft onlangs bepaald dat inzake de 24 dagvaardingen van in totaal slechts 1.000 eisers die door Leaseproces zijn uitgebracht, het griffierecht van 196 euro verschuldigd is per eiser en niet per dagvaarding omdat er te weinig samenhang zit tussen (vorderingen van) de individuen van de groep. Een eenvoudige rekensom leert dat het voor Leaseproces dan lastig wordt om zich financieel staande te houden.

De enige manier om de financiering op de lange termijn te garanderen is een aanwas van nieuwe aangeslotenen. Maar die poel om uit te vissen wordt steeds kleiner. Initiatiefnemer Van Dijk van Leaseproces heeft in de media aangegeven dat er financiers op de achtergrond zijn, die hij nu nog niet bekend wil maken. Het is, zeker als je gedupeerden aanbeveelt niet met de Duisenberg-Regeling in te stemmen, wel zo correct om de namen van deze financiers vrij te geven en het geboden alternatief transparant te maken.

Duisenberg-Regeling
Is de VEB nu tegen het voeren van een procedure tegen Dexia of een van de aanbieders? Het antwoord daarop is ontkennend. De VEB heeft altijd aangegeven dat het een generieke regeling betreft die niet voor alle 300.000 betrokkenen een faire uitkomst oplevert. In sommige gevallen kan het derhalve lonend zijn om naar de rechter te stappen.

De VEB is en blijft evenwel van mening dat de Duisenberg-Regeling een goede en evenwichtige oplossing is, waar de overgrote meerderheid van de gedupeerden baat bij heeft. De Duisenberg-Regeling wordt breed gedragen, onder meer door de Consumentenbond, het Ministerie van Financiën en de VEB, maar ook - en dat is nog belangrijker - door vele gedupeerden. Van de achterban van Eegalease en Leaseverlies stemde maar liefst 76,8 respectievelijk 80,9 procent voor de regeling. De VEB heeft evenzo benadrukt dat de betrokkenen zelf moeten bepalen of zij van de Duisenberg-Regeling gebruik willen maken. In sommige individuele gevallen kan men - vanwege het specifieke dossier (correspondentie) of de omvang van de schade - overwegen om (door) te procederen. Naar het oordeel van de VEB is dat voor de meeste gedupeerden geen aantrekkelijke optie.

In het licht van het bovenstaande is het begrijpelijk, zelfs wenselijk, dat advocaten hun diensten aanbieden aan (voormalige) houders van aandelenleaseproducten. Daarbij is wel van belang dat een redelijke inschatting wordt gegeven van kosten en proceskansen. Bij Leaseproces is de VEB echter gestuit op nogal eenzijdige informatievoorziening, waardoor de aangeslotenen wellicht opnieuw een verkeerde keuze maken en nog eens honderden euro's betalen, waarvan ze mogelijk niets meer terug zien.

Inmiddels hebben ruim 50.000 gedupeerden die samen meer dan 100.000 contracten vertegenwoordigen, de vaststellingsovereenkomst gesloten, zodat zij het dossier kunnen sluiten. Vanwege het grote draagvlak en het succes van de vaststellings-overeenkomsten zullen de rechters in toekomstige procedures de Duisenberg-Regeling waarschijnlijk als maatstaf gaan hanteren en daarvan alleen afwijken als daarvoor in een individueel geval duidelijke juridische of feitelijke gronden zijn.

Michel de Wit
Peter Paul de Vries