Partij van de Arbeid


Den Haag, 14 april 2006

Vragen van de leden Heemskerk, Crone en Depla (PvdA) aan de minister van Financiën


over garantie- en waarborgfondsen


1. Kent u de uitspraak van de Rechtbank te Zutphen van 13 april 2006 in de zaak tussen De Nederlandsche Bank en de Stichting Garantie- en Waarborgfonds Nederland?


2. Is het waar dat volgens De Nederlandsche Bank garantie- en waarborgfondsen vergunningplichtig zijn op grond van de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993?


3. Is het waar dat de Verzekeringskamer de garantie- en waarborgovereenkomsten in de jaren negentig uitdrukkelijk niet beschouwde als verzekeringsovereenkomsten? Zo ja, is de reden voor het standpunt van DNB een wijziging van de wet of een wijziging van de wetsinterpretatie?


4. Welke gevolgen heeft dit voor de garantie- en waarborgfondsen en voor de consumentenbescherming?


5. Welke gevolgen heeft dit voor toekomstige en voor eerder gesloten, maar nog lopende overeenkomsten die de garantie- en waarborgfondsen zijn aangegaan?


6. Welke garantie- en waarborgfondsen op het gebied van de woningbouw, de zorg, de recreatie en de kinderopvang komen door deze recente vergunningplicht in de problemen bij de uitvoering van hun werkzaamheden?


7. Sinds wanneer bent u op de hoogte van deze problematiek en wat heeft u daar sindsdien aan gedaan?


8. Welke oplossing biedt u de garantie- en waarborginstellingen en op welke termijn?


9. Bent u in staat deze vragen te beantwoorden vóór de plenaire behandeling van de Wet financieel toezicht, onderdeel prudentieel toezicht?


---


Met vriendelijke groet,


Chantal Linnemann

Secretaresse Voorlichting


Tweede Kamer-fractie Partij van de Arbeid

Plein 2

K 104

Postbus 20018

2500 EA Den Haag

Tel: 070 318 2694

Fax: 070 318 2800

c.linnemann@tweedekamer.nl