Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid

De Voorzitter van de Tweede Kamer Postbus 90801 der Staten-Generaal 2509 LV Den Haag Anna van Hannoverstraat 4 Binnenhof 1 A Telefoon (070) 333 44 44 2513 AA S GRAVENHAGE Fax (070) 333 40 33 www.szw.nl 2513AA22XA

Uw brief 2050607920 Ons kenmerk AM/AMI/06/14205 Datum 14 april 2006 Onderwerp Kamervraag/vragen van het lid Lambrechts

Hierbij zend ik u mede namens de minister van Vreemdelingenzaken en Integratie de antwoorden op de Kamervragen van het lid Lambrechts (D66) over het weigeren van tewerkstellingsvergunningen aan burgers van nieuwe EU-lidstaten die met een Nederlander getrouwd zijn.

De Staatssecretaris van Sociale Zaken
en Werkgelegenheid,

(H.A.L. van Hoof)

2050607920
Vragen van het lid Lambrechts (D66) aan de staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en de minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie over het weigeren van tewerkstellingsvergunningen aan burgers van nieuwe EU-lidstaten die met een Nederlander getrouwd zijn. (Ingezonden 10 februari 2006)

1
Klopt het dat personen uit de nieuwe EU-lidstaten (met uitzondering van Cyprus en Malta) die getrouwd zijn met een Nederlander, een tewerkstellingsvergunning geweigerd wordt? Zo ja, op welke gronden wordt deze vergunning geweigerd? Zo neen, aan welke voorwaarden moet worden voldaan om wel een tewerkstellingsvergunning te krijgen? Moet een potentiële werkgever bijvoorbeeld eerst in andere EU-lidstaten werknemers zoeken voordat hij betreffende persoon mag aannemen?

2
Klopt het dat betreffende personen, omdat ze met een Nederlander getrouwd zijn, geen gebruik kunnen maken van EU-lidstaten en daardoor niet mogen werken? Antwoord vragen 1 en 2:

Ons kenmerk AM/AMI/06/14205

Een persoon uit de nieuwe lidstaten die in Nederland verblijft bij een Nederlandse partner en in bezit is van een verblijfsvergunning met een aantekening dat arbeid is toegestaan heeft geen tewerkstellingsvergunning nodig om hier arbeid te verrichten. Deze verblijfsvergunning met de aantekening dat arbeid vrij is toegestaan kan bij de gemeente worden aangevraagd en zal in beginsel voor een inwoner uit de nieuwe EU-lidstaten worden verleend als deze een Nederlandse partner heeft. Wellicht ten overvloede wijs ik er op dat de Nederlandse partner tenminste 120% van het Wettelijk minimumloon moet verdienen.
3
Zouden zij in een gelijke situatie, maar getrouwd met een andere EU-burger in plaats van een Nederlander, wel een tewerkstellingsvergunning hebben gekregen? Zo ja, waarom dit verschil? Is er nog verschil tussen verschillende EU-lidstaten van herkomst in deze kwestie?
4
Klopt het dat deze personen wel een tewerkstellingsvergunning kunnen krijgen als zij met hun Nederlandse partner tijdelijk in het buitenland gaan wonen en werken, en daarna naar Nederland terugkeren? Zo ja, waarom komen zij dan wel voor een tewerkstellingsvergunning in aanmerking?
Antwoord vragen 3 en 4:
Ook als de betreffende persoon een partner heeft die afkomstig is uit een van de EU-lidstaten waarvoor het vrij verkeer van werknemers geldt, kan hij of zij zonder tewerkstellingsvergunning aan het werk, indien hij of zij in het bezit is van een verblijfsvergunning met een aantekening dat arbeid is toegestaan. Voorwaarde is wel dat de desbetreffende partner rechtmatig in Nederland verblijft, bijvoorbeeld omdat arbeid in loondienst wordt verricht. Deze verblijfsvergunning met de aantekening dat arbeid vrij is toegestaan kan bij de gemeente worden aangevraagd en zal in beginsel voor een inwoner uit de nieuwe EU-lidstaten worden verleend als deze een partner heeft uit een van de EU-lidstaten waarvoor het vrij verkeer van werknemers geldt. Wel is er een verschil met de situatie dat de partner uit Nederland komt. Als de partner uit een van de andere EU-lidstaten komt waarvoor het vrij verkeer van werknemers geldt, hoeft niet aan de eis te worden voldaan dat deze partner minimaal 120% van het WML verdient. Volledigheidshalve wil ik u verwijzen naar de brieven van 8 en 16 december 2005 (TK 2005- 2006, 29700, nr. 31 en 32) van de Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie aan de Kamer inzake het oneigenlijk gebruik maken van gemeenschapsrecht.
5
Verschilt de Nederlandse regelgeving in deze kwestie van die in de andere EU-lidstaten? Zo ja, hoe?
Antwoord vraag 5:
Deze materie is in belangrijke mate geharmoniseerd door het Gemeenschapsrecht, meer in het bijzonder richtlijn 2003/85/EG inzake het recht op gezinshereniging. Deze richtlijn dient vanaf 3 oktober 2005 door alle lidstaten te worden toegepast. Weliswaar heeft deze richtlijn slechts betrekking op gezinshereniging van personen die geen EU-burger zijn, doch krachtens de
---

Ons kenmerk AM/AMI/06/14205

Toetredingsverdragen dienen de onderdanen van de nieuw toegetreden lidstaten een behandeling te krijgen die niet minder gunstiger is dan die van niet-EU-onderdanen. Op grond van artikel 14 van genoemde richtlijn hebben de toegelaten gezinsleden, wat de toegang tot de arbeid betreft, in principe dezelfde positie als degene met wie ze zich verenigen, met dien verstande dat gedurende maximaal 1 jaar de toegang tot de arbeid kan worden beperkt o.g.v. arbeidsmarktoverwegingen. Het zou in de EU-landen dus zo moeten zijn dat je of direct dezelfde positie hebt als degenen met wie je verenigt (zoals in Nederland), of maximaal 12 maanden later.


6
Kunt u uitleggen hoe het niet verstrekken van een tewerkstellingsvergunning aan burgers van nieuwe EU-lidstaten met een Nederlandse partner die hoog opgeleid zijn, zich aanbieden in een sector waar een tekort aan arbeidskrachten bestaat en een concrete aanbieding op zak hebben van een potentiële werkgever, te verenigen is met het vraaggerichte toelatingsbeleid dat de regering voorstaat?
Alleen op het moment dat de betreffende persoon niet in aanmerking komt voor een vrijstelling van de twv dient de werkgever een twv aan te vragen. Als de twv een vacature betreft waar een tekort aan arbeidskrachten is (over het algemeen functies voor hoogopgeleiden), zal in de regel ook een twv ook kunnen worden afgegeven. Wel zal de werkgever in dat geval moeten beoordelen of er inderdaad geen arbeidsaanbod is, daarvoor wervingsinspanningen plegen en bijvoorbeeld een marktconform loon moeten betalen. Daarnaast bestaat voor hoogopgeleiden de mogelijkheid van de Kennismigrantenregeling. Als de persoon ouder is dan 30 jaar en de vacature een functie betreft waarbij de werknemer meer verdient dan 45.495 kan de werkgever een convenant met de IND afsluiten om een verblijfsvergunning als Kennismigrant te verkrijgen. Ditzelfde geldt als het een functie betreft waarbij meer dan 33.363 wordt verdiend door een persoon jonger dan 30 jaar.
7
Bent u van mening dat het voor de integratie van betreffende personen wenselijk is als zij in Nederland aan het arbeidsproces deel kunnen nemen?

8
Bent u van plan maatregelen te nemen om het voor deze personen mogelijk te maken in Nederland te werken? Zo ja, welke maatregelen stelt u zich voor? Zo neen, waarom niet? Antwoord vragen,7 en 8:
Zoals hierboven is aangegeven is in de regel een tewerkstellingsvergunning niet nodig voor deze personen. Ik ben dan ook van mening dat het niet nodig is om maatregelen te nemen.


---