Onderwijsraad


P E R S B E R I C H T KENMERK 20060141/856 DATUM 20 april 2006

CULTUUREDUCATIE GEZAMENLIJKE TAAK
ONDERWIJS EN CULTURELE SECTOR

Om de positie van cultuureducatie in het onderwijs te versterken moet iedere basisschool drie jaar lang een geoormerkt budget krij- gen voor de ontwikkeling van cultuureducatie. Dit geeft scholen tijd om een visie op cultuureducatie uit te werken en een structurele sa-

menwerking op te bouwen met culturele organisaties in hun omge- ving. Culturele instellingen dienen educatie als een van hun kernta- ken te beschouwen. Dat schrijven de Onderwijsraad en de Raad voor Cultuur in het gezamenlijke advies Onderwijs in cultuur aan minister Van der Hoeven (onderwijs) en staatssecretaris Van der Laan (cul- tuur). De bewindslieden willen het extra geld dat scholen ontvangen voor cultuureducatie vanaf 2007 opnemen in het vrij besteedbare totaalbudget van scholen (lumpsum).

De minister en staatssecretaris hebben de Onderwijsraad en de Raad voor Cultuur gevraagd een gezamenlijk advies uit te brengen over de manier waar- op de positie van cultuureducatie in het basis- en voortgezet onderwijs kan worden verstevigd. De raden doen hiervoor diverse aanbevelingen. Zo pleiten zij ervoor dat iedere basisschool drie jaar lang gebruik kan maken van de stimuleringsregeling voor cultuureducatie die in 2004 door het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) is ingesteld in het kader van het project Cultuur en School. De scholen die in de afgelopen periode hebben kunnen profiteren van de regeling ontwikkelen meer activiteiten en nemen cultuureducatie vaker op in hun beleid.

Cultuuredactie: belangrijke taak culturele instellingen De raden beschouwen educatie als een van de kerntaken van culturele instel- lingen. Kinderen en jongeren zijn het publiek en de makers van de toekomst. Kunst-, media- en erfgoedinstellingen zijn het om die reden aan zichzelf ver- plicht te onderzoeken hoe zij kinderen kunnen betrekken bij hun activiteiten. Het is van groot belang dat culturele instellingen voldoende tijd en geld re- serveren voor cultuureducatie en dat zij in lokale netwerken van educatieve- en welzijnsinstellingen participeren.

Stimulering cultuureducatie: goede leraren en doorgaande leerlijnen Aanwezigheid van deskundige leraren is cruciaal voor de ontwikkeling van cultuureducatie in het onderwijs. Pabo-studenten dienen zich te ontwikkelen tot leraren met voldoende culturele bagage en zouden daarom in tenminste één kunstvak moeten afstuderen.

De raden onderstrepen daarnaast de noodzaak voor een opleiding tot docent ckv (culturele en kunstzinnige vorming) op hbo- en universitair niveau. De raden pleiten voor het produceren van doorgaande leerlijnen met activiteiten die aansluiten bij de ontwikkelingsfasen van de leerling. Hiervoor is meer onderzoek noodzakelijk. Tot slot benadrukken de raden het belang van nau- we verbindingen tussen schoolgebonden cultuureducatie, niet- schoolgebonden cultuureducatie en de amateurkunst.

KENMERK

Pagina 2