MINVROM: VROM stimuleert ondergrondse planning

Ministerie vrom

http://www.vrom.nl

Het ministerie van VROM start vanaf deze maand met vier gebiedsprojecten Ruimtelijke Ordening Ondergrond (ROO). Deze projecten worden uitgevoerd om ervaring op te doen met ondergrondse planning. De projecten zijn de stadshavens te Rotterdam, het stationsgebied te Utrecht, Rijnboog te Arnhem en Usseler Es te Enschede. VROM ondersteunt deze projecten met adviseurs, kennis en onderzoek.

De ondergrond wordt steeds intensiever gebruikt voor ondergronds bouwen. Hierbij valt te denken aan parkeergarages, kabels en leidingen, koude-warmteopslag en in de toekomst steeds meer ondergronds afvaltransport. Ook de druk op de bovengrond neemt steeds meer toe door de toenemende bebouwing en infrastructuur. Omdat het gebruik van boven- en ondergrond elkaar steeds vaker gaan beïnvloeden is het belangrijk om beide te ordenen door een integraal planproces. VROM onderzoekt samen met de gemeenten onder andere de ruimtelijke, juridische en financiële aspecten van dit planproces.

Uit een studie van het Centrum Ondergronds Bouwen (COB) is gebleken dat deze benadering in Nederland nog weinig wordt toegepast. Eén van de oorzaken is dat er nog weinig praktijkvoorbeelden zijn van hoe deze integrale benadering kan worden gebruikt. Belangrijk is het opdoen van kennis uit de praktijk, de gebiedsprojecten dragen hieraan bij.

De projecten duren tot begin 2007. De Tweede Kamer zal over de voortgang van het project worden geïnformeerd bij de actualisering van de Uitvoeringsagenda Nota Ruimte. De kennis die in deze periode wordt opgedaan wordt verwerkt in een stimuleringsprogramma.Het doel van het stimuleringsprogramma is dat de decentrale overheden bewuster en actiever de ondergrond betrekken bij hun planvorming en te laten zien hoe zij de kansen van ondergrondse planvorming optimaal kunnen benutten. Het programma zal gebruik gaan maken van kennisontwikkeling en -overdracht.

Bij het project zijn de kennisnetwerken SKB, COB en Habiforum, de ministeries van Verkeer en Waterstaat en Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en het IPO en de VNG betrokken.