Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid

Directie Uitvoeringsbeleid

Aansturing

Twaalfde Voortgangsrapportage Implementatie Postbus 90801

2509 LV Den Haag SUWI Anna van Hannoverstraat 4 Telefoon (070) 333 44 44 Fax (070) 333 40 33
www.szw.nl


15 september 2006

Directie Uitvoeringsbeleid

Aansturing

Inhoud
Inleiding 3
1 Managementsamenvatting 4
2 Effectiviteit 7
2.1 WWB en WW: instroom voorkomen en uitstroom bevorderen 7
2.2 Voorkomen van doorstroom van de WW naar de WWB 8
2.3 Gemiddelde verblijfsduur fase-1-cliënten 8
2.4 Aantal reïntegratietrajecten en plaatsingspercentage AG en WW 9
2.5 Rechtmatigheidscores per wet 10
3 Doelmatigheid 12
3.1 Totale kosten van de SUWI-organisaties in meerjarig perspectief 12
3.2 Verhouding personeel (in fte's) front-office /staf SUWI-organisaties 13
3.3 Huisvestingskosten 15
3.4 ICT-kosten 16
3.5 Resultaten verrichte benchmarks 18
3.6 Volledige en tijdige overdracht dossiers van CWI naar UWV / gemeenten 18
4 Klantgerichtheid 20
5 De implementatie van SUWI 23
5.1 Stand van zaken samenvoeging uitvoeringsinstellingen tot UWV 23
5.2 Stand van zaken implementatie CWI en Bedrijfsverzamelgebouwen 23
5.3 Stand van zaken privatisering re-integratiemarkt (PM) 24
5.4 Stand van zaken cliëntenparticipatie (PM) 26
6 Financieel overzicht 28
6.1 UWV 28
6.2 CWI 30
6.3 SVB 31
6.4 BKWI 32
6.5 IB 32
6.6 Meerjarig perspectief 33

Inleiding
Dit is de twaalfde voortgangsrapportage Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen (SUWI), die in het kader van de procedureregeling grote projecten van de Tweede Kamer is opgesteld. De voortgangsrapportage is opgezet volgens de gewijzigde procedureregeling grote projecten (Kamerstukken II, 2001-2002, 28 247, nr. 1). Met de voortgangsrapportage wordt tegemoetgekomen aan de informatiebehoefte van de Kamer, zoals deze is weergegeven in de brief van 7 oktober 2004 (kenmerk: 114-04-SZW) van de vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid. De commissie wil inzicht verkrijgen in de realisatie van de SUWI-doelen aan de hand van concrete (genormeerde) prestatie-indicatoren. Dit leidt tot de volgende opzet:

1. Managementsamenvatting. Dit hoofdstuk bevat het oordeel van de bewindslieden over de implementatie van SUWI tot aan de periode waarover gerapporteerd wordt;
2. Effectiviteit. In dit hoofdstuk wordt antwoord gegeven op de vraag of en in hoeverre de SUWI-organisaties erin slagen om de doelstelling "werk boven uitkering" alsmede een rechtmatige uitvoering te realiseren;

3. Doelmatigheid. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de vraag in hoeverre de SUWI- organisaties erin slagen om de SUWI-doelen te realiseren tegen zo laag mogelijke kosten;

4. Klantgerichtheid. In dit hoofdstuk wordt een antwoord gegeven op de vraag in hoeverre de SUWI-organisaties erin slagen om de klantgerichtheid te verbeteren;
5. De implementatie van SUWI. In dit hoofdstuk wordt inzicht gegeven in de stand van zaken ten aanzien van de implementatie(processen) van SUWI;

6. Financieel overzicht. In dit hoofdstuk wordt inzicht gegeven in de stand van zaken van het meerjarig financieel overzicht van SUWI.

Bij de informatieverzameling is zoveel mogelijk gebruikgemaakt van de jaarverslagen
2002-2005, de jaarverslagen IWI, de jaarplannen 2006 en de halfjaarverslagen 2006 van UWV, CWI, SVB, IB en BKWI. Over RWI wordt niet gerapporteerd. De Tweede Kamer ontvangt jaarlijks de begroting, het jaarplan en het jaarverslag van RWI en wordt op die manier over de budgettaire zaken geïnformeerd. De rapportage bevat wel informatie over de re-integratiemarkt. Zoals eerder aangegeven (Kamerstukken II 2004/05, 26 448, nr.
165) kan informatie over nagenoeg alle door de Tweede Kamer gewenste indicatoren worden gegeven. Per hoofdstuk wordt vermeld hoe deze indicatoren - indien beschikbaar - worden ingevuld.
Een deel van de informatie wordt geleverd in de vorm van prestatie-indicatoren en een deel in de vorm van beleidsinformatie. De resultaten van de SUWI-organisaties worden in een meerjarig perspectief geplaatst. De gevraagde informatie betreft grotendeels de prestatie-indicatoren die de SUWI-organisaties sinds 2003 in gebruik hebben.


3


1 Managementsamenvatting
Effectiviteit
In hoeverre de SUWI-organisaties effectief zijn, wordt onder meer bepaald door de mate waarin zij erin slagen de doelstelling "werk boven uitkering" alsmede een rechtmatige uitvoering te realiseren.
CWI draagt bij aan "werk boven uitkering" door instroom in de WWB en de WW zoveel mogelijk te voorkomen en de uitstroom te bevorderen. Om de resultaten van CWI zichtbaar te maken worden sinds 2003 de prestatie-indicatoren preventiequote WW en WWB en uitstroomquote WW en WWB gebruikt. Beide indicatoren laten in de periode van 2003 tot en met medio 2006 grosso modo een opgaande lijn zien.
Ook UWV spant zich in om "werk boven uitkering" dichterbij te brengen, onder meer door re-integratie te bevorderen. Hiertoe worden re-integratieprojecten ingezet. In 2003 is de netto instroom in reïntegratietrajecten (WW en AG) fors gestegen ten opzichte van
2002. Het aantal plaatsingen is navenant toegenomen. Het plaatsingspercentage is echter gedaald. Dit geldt zowel voor WW (van 32,8% naar 32,0%) als voor AG (33,1% naar
29,1%). De komende jaren zal verder moeten worden ingezet op het verlenen van maatwerk en het intensiveren van de samenwerking. De re-integratiecoaches zijn bijvoorbeeld in staat om een op maat gesneden begeleiding te bieden. Ook keteninitiatieven zoals het ANKER model bieden meer mogelijkheden om maatwerk te leveren.
De rechtmatigheidscores zijn eveneens een graadmeter voor effectiviteit. SVB voldoet sinds 2003 aan alle wettelijke vereisten op het gebied van rechtmatigheid. Bij UWV is het beeld genuanceerder. Ten opzichte van 2004 is de financiële rechtmatigheid in 2005 gestegen, van 98% naar 98,8%. Daar staat tegenover dat de onzekerheden zijn toegenomen, van 0,6% in 2004 naar 1,8% in 2005. Over de eerste helft van 2006 bedraagt de financiële rechtmatigheid 98.8%. Het betreft hier nog een voorlopig cijfer, omdat medio 2006 nog niet alle posten zijn afgehandeld. UWV zal de stijgende lijn moeten voortzetten. Ik ben daarom dan ook met UWV in overleg over de knelpunten die er zijn tussen enerzijds de rechtmatigheid en anderzijds het streven om klantgericht te werken.

Doelmatigheid
Bij de start van SUWI is voorzien in een reductie van de reguliere uitvoeringskosten van CWI (20%) en UWV (25%). Deze doelmatigheidsbesparingen zijn ingeboekt in de financiële kaders. Daarnaast hebben aanpassingen van de kaders plaatsgevonden die betrekking hebben op onder meer beleidseffecten, volume-effecten en loon/prijseffecten. Volgens de evaluatie Doelmatigheid SUWI heeft UWV in de periode 2002 ­ 2005 een efficiencyresultaat van 18% á 19% ( 299 miljoen) gehaald. Hierbij zij aangetekend dat met UWV is afgesproken de voor 2005 geplande efficiencytaakstelling door te schuiven naar 2006. Dit is het gevolg van de keuze om in 2005 voorrang te verlenen aan de invoering van het beleidsprogramma en het waarborgen van het going concern. Gegeven deze doorschuif ligt UWV dus op schema voor wat betreft de efficiencyttaakstelling.
4

Ook ten aanzien van CWI wordt in de evaluatie Doelmatigheid SUWI geconcludeerd dat er een belangrijke efficiencyslag is gemaakt in de periode 2002 ­ 2005. Het efficiencyresultaat voor CWI bedraagt 9% ( 29 miljoen). De beoogde efficiency kan de komende jaren alsnog worden gerealiseerd. Er zijn al maatregelen genomen die een langere doorlooptijd vergen om te materialiseren.
SVB heeft in de periode vanaf 2002 een kostendaling gerealiseerd. In 2005 zijn de uitvoeringskosten gedaald ten opzicht van 2004 en in 2006 valt het budget lager uit in vergelijking met het voorgaande jaar.
Op basis van de halfjaarverslagen 2006 blijven de SUWI-organisaties binnen de beschikbaar gestelde budgetten voor 2006.

Klantgerichtheid
Klantgerichtheid is een belangrijk aandachtspunt voor de uitvoeringsorganisaties. Op dit gebied valt nog de nodige winst te boeken. Mede op basis van de resultaten uit de klanttevredenheidsonderzoeken worden er bij de uitvoeringsorganisaties verbetermaatregelen ingezet.
UWV voerde in 2005 het tweejaarlijkse klanttevredenheidonderzoek uit. De resultaten zijn inmiddels bekend. De tevredenheid van uitkeringsgerechtigden ten opzichte van het vorige onderzoek is licht gedaald (van 6,5 in 2003 naar 6,3 in 2005). Wel wordt hier de norm voor 2005 behaald. Ook de tevredenheid van werkgevers en administratie- en accountantskantoren is ten opzichte van 2003 gedaald met 0,5 punt naar respectievelijk
5,0 en 5,2. Ook blijkt uit het onderzoek dat er een verband bestaat tussen het nemen van een positieve of negatieve beslissing door UWV en de klanttevredenheid. Zo oordelen klanten die bezwaar hebben aangetekend negatiever over UWV dan andere
uitkeringsgerechtigden. Tot slot heeft UWV in het halfjaarverslag de eerste resultaten van klanttevredenheid over de re-integratiecoaches gepresenteerd. En deze zijn positief. De cliënt waardeert de re-integratiecoach met gemiddeld een 8.
In het 2e kwartaalverslag heeft CWI gerapporteerd over het waarderingscijfer werkzoekenden. Deze kwam uit op 5,7. CWI heeft een aantal verbetermaatregelen opgesteld zoals het verhogen van de kwaliteit en de frequentie van de contactmomenten met de klant. Het CWI heeft tevens gerapporteerd over het waarderingscijfer werkgevers. Deze kwam uit op 6,9. Meer dan driekwart van de werkgevers geeft aan een nieuwe vacature via CWI te zullen plaatsen.
SVB tot slot zet de komende jaren in op verbeteringen in de klantgerichtheid met het meerjarenprogramma SVB 10.

Implementatie SUWI
UWV heeft in 2005 voorrang gegeven aan de invoering van het beleidsprogramma en het waarborgen van het going concern. Als gevolg daarvan loopt de transformatie door tot in
2006 en is een aantal veranderprogramma's volgens een aangepaste planning uitgevoerd. De vorming van bedrijfsverzamelgebouwen blijft achter bij planning. Medio 2006 zijn er
62 BVG-en operationeel. Volgens de huidige planning zal dit aantal in het derde kwartaal groeien naar 63 en het vierde kwartaal naar 69. Als daar de 11 tijdelijke BVG's aan
5

worden toegevoegd, dan zal het aantal naar verwachting ultimo 2006 80 BVG-en bedragen.

UWV zal eind 2006 de programmatische transformatie hebben afgesloten. Op dat moment zullen de resterende activiteiten zodanig gevorderd zijn dat deze in de staande organisatie belegd kunnen worden. Een apart transformatieprogramma met bijbehorende veranderorganisatie is daar niet meer voor nodig. Ook CWI heeft de transformatie eind
2005 afgerond.
De lokale samenwerking tussen CWI, UWV en de gemeenten dient te worden doorgezet.

Kwaliteit en betrouwbaarheid informatie
Over de kwaliteit van de informatievoorziening wordt gerapporteerd in de jaarverslagen
2006 van de SUWI-organisaties.
In november 2006 zal het normenkader betrouwbaarheid van de niet-financiële informatievoorziening van toepassing zijn voor de SUWI-organisaties. De SUWI- organisaties zullen op basis van dit normenkader in hun jaarverslagen dan verantwoording moeten afleggen over de ordelijke, controleerbare en deugdelijke totstandkoming van de niet-financiële informatie. Een eerste versie van het normenkader is inmiddels gereed. Deze is voor uitvoeringstoets aan de SUWI-organisaties voorgelegd.


6


2 Effectiviteit
In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de vraag of en in hoeverre de SUWI-organisaties erin slagen om de doelstelling "werk boven uitkering" alsmede een rechtmatige uitvoering te realiseren. De indicatoren die hiertoe worden gehanteerd zijn:

1. voorkomen van instroom naar WWB en WW en realiseren van uitstroom uit WWB en WW;

2. voorkomen van doorstroom van de WW naar de WWB;

3. gemiddelde verblijfsduur fase-1-cliënten;

4. aantal reïntegratietrajecten WAO-gerechtigden en WW-gerechtigden;
5. reïntegratiekans WAO-gerechtigden en WW-gerechtigden;

6. rechtmatigheid (scores per wet).


2.1 WWB en WW: instroom voorkomen en uitstroom bevorderen
Tot de taken van CWI behoort onder meer het voorkomen van instroom naar de WWB en de WW en het bevorderen van de uitstroom uit de WWB en WW. Om de resultaten van CWI op dit terrein te meten, worden de prestatie-indicatoren preventiequote en uitstroomquote gebruikt. De preventiequote geeft het percentage werkzoekenden weer dat, na melding bij CWI, niet wordt overgedragen aan UWV c.q. aan gemeenten, bijvoorbeeld omdat de werkzoekenden in die tijd aan het werk zijn gegaan. De uitstroomquote meet het aantal fase 1 -werkzoekenden dat binnen zes maanden is uitgestroomd. Onderstaande tabel laat de resultaten in een meerjarig perspectief zien. Over 2002 zijn geen gegevens bekend omdat deze prestatie-indicatoren sinds 2003 worden gehanteerd. De resultaten vertonen een licht opgaande lijn over een periode van drie jaar. De realisaties tot en met medio
2006 liggen boven de streefwaarden, met uitzondering van de preventiequote WW.