Provincie Drenthe

Gedeputeerde ondanks kritiek op periode 2005 tevreden over uitkomsten rapport Noordelijke Rekenkamer: Jeugdzorg in Drenthe goed op weg 10 Nov 2006

Gedeputeerde Anneke Haarsma (PvdA) is ondanks de kritiek op de periode 2005 van de Noordelijke Rekenkamer ingenomen met de uitkomsten van het onderzoek dat de Rekenkamer deed naar de jeugdzorg in Drenthe. Haarsma: "De uitkomsten van het rapport zie ik als een bevestiging van ons beleid. Zo zegt de Rekenkamer in haar conclusies dat, gezien onze voornemens en plannen, het doen van aanbevelingen bijna overbodig is. Blijkbaar zijn we in Drenthe inmiddels al een poosje op de goede weg!"

De Noordelijke Rekenkamer bracht gisteravond het rapport Vraaggericht jeugdzorgaanbod in Drenthe naar buiten. Het rapport is er één in een reeks van drie. Ook in de provincies Groningen en Friesland werd onderzoek gedaan naar het jeugdzorgaanbod.
De kritiek van de Rekenkamer betreft vooral de periode 2005. Volgens de Rekenkamer was in die periode het aanbod aan jeugdzorg nog onvoldoende afgestemd op de vraag. Het duurde te lang voordat een jongere de hulp kreeg die hij nodig had. Wel geeft de Rekenkamer in het rapport aan "waardering te hebben voor de stevige rol die de provincie Drenthe voor zichzelf ziet weggelegd en de verantwoordelijkheid die zij voelt voor een breed jeugdzorgaanbod in alle sectoren." De onderzoekers zijn dan ook van mening dat de provincie Drenthe in 2005 al in belangrijke mate de uitgangspunten van de - toen nieuwe - Wet op de jeugdzorg in de praktijk bracht.

Gedeputeerde Haarsma: "Op 1 januari 2005 is de Wet op de jeugdzorg in 2005 in werking getreden. Een roerige tijd waarin veel in gang is gezet. Niet alleen door de provincie, maar door alle partijen in Drenthe die met jeugdzorg te maken hebben. Of het nu gaat om instellingen of gemeenten, bij iedereen leeft het besef dat de jeugdzorg veel aandacht verdient en dat we daarbij zoveel mogelijk samen moeten optrekken. Ik denk dat daar de kracht van de Drentse aanpak van de jeugdzorg zit. Die roerige periode hebben we achter ons gelaten. Samen zijn we er inmiddels in geslaagd om een aanpak te creëren waarmee we de kwaliteit van de jeugdzorg en de afstemming tussen vraag en aanbod op een hoger plan kunnen tillen".

Over de periode vanaf 2006 is de Rekenkamer dan ook aanzienlijk positiever: "In 2006 zijn er op tal van terreinen ontwikkelingen en lijken de hiervoor geschetste tekortkomingen en knelpunten gaandeweg opgelost te gaan worden." De onderzoekers concluderen met de opmerking dat de provincie er in is geslaagd zich "bewust te worden van de ideale eindsituatie en men hard bezig is om die met tal van acties en maatregelen te bereiken".

Het rapport van de Rekenkamer komt uit op een moment dat het uitvoeringsprogramma Jeugdzorg 2007 in concept klaar ligt. Eind dit jaar neemt het college hier een besluit over, nadat belanghebbenden hebben kunnen reageren. Uit het uitvoeringsprogramma blijkt ondermeer dat de doorlooptijden bij het Bureau Jeugdzorg en Advies en Meldpunt Kindermishandeling nagenoeg binnen de wettelijke termijnen zijn teruggebracht. Daarnaast is het aantal jongeren dat langer dan de norm van negen weken wacht op jeugdzorg teruggedrongen van 95 tot minder dan 20. De verwachting is dat per 2007 het aantal wachtenden zal zijn teruggebracht tot nul.