Federale regering Belgie


Toespraak Premier Verhofstadt - Manager van het jaar (2007-01-10)

Persdienst van de Eerste Minister

EMBARGO TILL 6.30 PM

Toespraak van Eerste Minister Guy Verhofstadt bij de uitreiking van Manager van het Jaar 2006.

Brussel, 10 januari 2007.

Dames en heren,

2006 was een goed jaar. Althans op economisch vlak. De economische groei kwam in 2005 als gevolg van de spectaculaire verhoging van de olieprijzen uit op 1,5% van het BBP. Dat percentage was nog hoger dan het gemiddelde van de Eurozone. Toch was die groei ruim onvoldoende om met vertrouwen de economische toekomst tegemoet te zien.

Met 3 procent groeide onze economie in 2006 dubbel zo snel als het jaar voordien en zelfs drie keer zo snel als in 2003. De koopkracht van de gezinnen nam sterk toe. Voor het eerst in jaren is de werkloosheid vorig jaar niet gestegen, maar gedaald. Volgens de Nationale Bank zouden tussen 2005 en 2007 jaarlijks netto zo'n 43.000 nieuwe jobs gecreëerd worden.

Dit zijn onmiskenbaar positieve cijfers. Cijfers die elk van u zonder twijfel het voorbije jaar heeft gevoeld. Maar waar komen die cijfers, komt die positieve evolutie vandaan? Wat is er de oorzaak, de reden van? Het spreekt voor zich dat ons land op de eerste plaats meedrijft op de golven van de internationale conjunctuur. Licht dalende olieprijzen, een mild orkaanseizoen in de Golf van Mexico, de perceptie ook van de afname van de geo-politieke spanningen. Van dit positieve klimaat heeft elk land in Europa geprofiteerd.

Maar dit verklaart niet alles. De vraag luidt welk beleid we in de komende jaren moeten voeren om net zoals de voorbije jaren een economische groei te kennen die hoger ligt dan het gemiddelde van de Eurozone. Ons land kent een open economie en loopt dus vooruit op de internationale groei. Dat is juist.

De voornaamste reden voor onze hogere economische groei lezen we eenstemmig in de rapporten van de Nationale Bank, de OESO en het IMF, namelijk een beleid dat acht jaar consequent is gevoerd en gesteund is op vier pijlers: lastenverlagingen, koopkrachtverhogingen, doelgerichte hervormingen en dat alles binnen gezonde overheidsfinanciën.

Als 2006 een goed economisch jaar was, dan was dat mede te danken aan de lastenverlagingen op nacht- en ploegenarbeid, op kenniswerkers, op overuren. En dan was dat mede te danken aan de notionele intrestaftrek die op 1 januari 2006 in werking is getreden. Maar ook is de groei duidelijk mede te danken aan de algemene belastingsverlaging die in 2006 op kruissnelheid is gekomen. Iedereen die zijn belastingsbrief heeft laten uitrekenen, ziet dat. Het is door die lastenverlagingen dat de consumptie in ons land hoog bleef. Ook op momenten van tegenvallende groei.

De belastingen en vooral de lasten op arbeid dalen. En toch blijft de totale fiscale en parafiscale druk hoog. Sommigen geraken daar niet over uitgepraat. Maar de verklaring is simpel. Hoe meer mensen werken en hoe meer zwart werk wit wordt, hoe meer belastingen bij de overheid toekomen. Met andere woorden, hoe meer we de lasten op arbeid verlagen, hoe meer werk er wordt gecreëerd en hoe meer inkomsten de overheid krijgt.

Reden te meer dus om deze politiek verder te zetten. Dat is ook hetgeen we momenteel doen. Eind december is de programmawet in de het parlement goedgekeurd. Volgens sommigen was ze te dik, te zwaar. Maar ze was wel cruciaal. De programmawet staat immers vol met maatregelen die we nog voor het einde van vorig jaar wilden goedkeuren. Om ze in 2007 al in werking te laten treden. Bijna tegelijkertijd werd het Interprofessioneel Akkoord 2007-2008 afgesloten waarbij de afgesproken loonnorm onze competitiviteit met onze buurlanden moet garanderen.

En ook de komende maanden zullen we niet stilzitten. Ondanks het feit dat het de laatste maanden van deze legislatuur zijn. Het zou fout zijn, ja zelfs misdadig, om het beleid zes, zeven maanden stil te laten liggen omwille van de aankomende verkiezingen. Ik kan u verzekeren: we worden geen regering van de lopende zaken. Integendeel, we zullen alles doen wat we kunnen om van 2007 een even groot economisch succesverhaal te maken als 2006.

Maar, dames en heren, we moeten ook verder kijken dan 2007 of 2008. De wereld is in volle verandering. We evolueren razendsnel naar wat ik heb genoemd de horizontale economie. We leven vandaag in de overgang van het verticale, industriële tijdperk naar het horizontale informatietijdperk. Hierbij zullen heel wat klassieke onderverdelingen en hiërarchieën die we totnogtoe kenden, sneuvelen.

De bedrijfswereld is de motor van deze revolutie. Het zijn de bedrijven die als eersten grenzen hebben opengebroken, muren hebben gesloopt en beschotten hebben verpulverd. Ook in ons land. Visionaire managers hebben op tijd op de juiste plaatsten geïnvesteerd en de juiste beslissingen genomen. Maar ook de overheid moet alle remmende, verticale barrières slopen.

En een van de belangrijkste barrières voor onze economie is die van de fiscaliteit. Ons land zit opgezadeld met een van de hoogste belastingen op arbeid ter wereld. Zoals gezegd hebben we daarin de voorbije jaren al heel wat gesnoeid. Toch lijken deze verlagingen vaak druppels op een hete plaat. De reden daarvoor is dat de overheid historisch gezien de meeste van haar inkomsten uit arbeid haalt. Terwijl dit eigenlijk niet logisch is. Arbeid is net de belangrijkste welvaartscreërende factor. Het gevolg is dat we in plaats van onze goederen te exporteren die we produceren, onze jobs uitvoeren. Daarom pleit ik voor een grondige verschuiving van lasten. Een verschuiving van lasten op arbeid naar lasten op producten zelf of pollutie bijvoorbeeld. Op die manier betalen buitenlandse producten een grotere bijdrage aan onze sociale zekerheid. Terwijl door de verlaging van de lasten op arbeid de aanmaak van de binnenlandse goederen een stuk goedkoper wordt. Een verschuiving van arbeid naar pollutie is ook de beste manier om op een economisch verantwoorde wijze de ecologische nalatenschap voor de toekomstige generaties te vrijwaren.

Maar naast een verschuiving en een verlaging van de lasten, hebben we ook nood aan een vereenvoudiging. We moeten ons belastingsstelsel opnieuw overzichtelijk en transparant maken. Dit is nodig voor onze eigen ondernemers, maar ook voor het aantrekken van nieuwe, buitenlandse investeerders.

Hetzelfde geldt overigens voor het betaalbaar houden van de pensioenen. Uit recente Europese studies blijkt namelijk dat we hiervoor met zijn allen langer zullen moeten werken. Het Generatiepact was duidelijk een eerste stap in de goede richting. Maar er mag geen twijfel over bestaan dat het slechts een eerste stap is, en dat nog vele stappen in dezelfde richting zullen moeten volgen.

Dames en heren,

Elk van de genomineerden voor de titel Manager van het Jaar 2006 weet zeer goed wat de horizontale economie is. Als goede managers ondergaan zij deze revolutie niet alleen, ze geven ze vorm. Elk op hun eigen manier buigen ze het nieuwe tijdperk om in het voordeel van hun bedrijf.
Vandaag zijn we hier op de eerste plaats om de nieuwe manager van het jaar van harte voor zijn prestaties te feliciteren. En ik wens u allen een schitterend 2007 toe.

Ik dank u.