Politieacademie: Veel misvattingen over lonsdale-problematiek

30.03.2007 / 15:13 / Rubriek: Binnenland / Organisatie: Politieacademie

Politieacademie

Politieacademie: Veel misvattingen over lonsdale-problematiek

Uit onderzoek van de Politieacademie blijkt dat er veel misvattingen bestaan over de jongerengroep die vaak wordt aangeduid als lonsdale-jongeren. Zo is de afgelopen jaren in de media en in de publieke opinie het beeld ontstaan dat de jongeren afkomstig zijn uit lagere milieus, crimineel gedrag vertonen en lid zijn van extreem-rechtse organisaties. Volgens de onderzoekers van de Politieacademie die de jongerengroep in Aalsmeer, Venray en Zoetermeer hebben onderzocht, is nuancering nodig en dient een aantal misvattingen te worden rechtgezet.

Wat wordt aangeduid met lonsdale-jongeren blijkt in de praktijk een zeer gemêleerde groep jongeren te zijn. De verbindende factor is hun voorliefde voor de hardcore-muziek. Het dragen van lonsdale-kleding is geen onderscheidend kenmerk. De jongeren hebben een hoog arbeidsethos. Ze werken hard en zullen niet snel een uitkering aanvragen. Van een problematische gezinssituatie lijkt over het algemeen geen sprake; er zijn nauwelijks gebroken gezinnen en beide ouders werken. Wel gebruiken lonsdale-jongeren veel meer alcohol en drugs dan andere jongeren.

De onderzochte jongeren maken zich niet meer dan niet-Lonsdalejongeren schuldig aan criminaliteit. Zij keuren diefstal ten zeerste af. Wel plegen zij meer geweldsdelicten. Geregeld worden uitdagende of dreigende opmerkingen gemaakt naar allochtonen. De jongeren hebben negatieve opvattingen over andere bevolkingsgroepen in Nederland. Het gaat dan vooral om allochtonen, maar bijvoorbeeld ook om daklozen en nieuwkomers. In het algemeen hebben zij moeite met iedereen die in hun ogen hun (Nederlandse) normen niet deelt. Zij vinden dat misdrijven hard moeten worden bestraft en vinden eigen geweldgebruik geoorloofd om de orde te herstellen.

De onderzoekers van de Politieacademie waarschuwen ervoor om lonsdale-jongeren al te snel het etiket rechtsradicaal op te plakken, omdat het verschijnsel vele vormen kent en de opvattingen van de jongeren vaak weinig diep lijken te gaan. Wel zijn sommigen doelbewust uit op afkeurende reacties als gevolg van het dragen van bepaalde kleding en het gebruik van rechtsradicale symboliek. Het lijkt dan vooral te gaan om kick-gedrag en een leeftijdsgebonden fase, die bij een groot deel van de jongeren vanzelf overgaat. Als aan de lonsdale-jongeren wordt gevraagd of zij zichzelf als rechts-extreem of -radicaal zien, volgt vrijwel altijd een ontkennend antwoord. Zij vinden zichzelf over het algemeen gematigd in hun opvattingen, omdat 'heel Nederland er net zo over denkt'.

De onderzoekers signaleren schroom bij politie, gemeenten en jongerenwerk om het probleem niet alleen als een veiligheidsprobleem te benaderen en het ook te zien als een verschijnsel van radicalisering en polarisering. Door het lonsdale-vraagstuk alleen te zien als overlast- en criminaliteitsprobleem bestaat het gevaar van bagatellisering, maar door het per definitie te beschouwen als probleem van rechtsradicalisme ligt overschatting eveneens op de loer. Volgens de onderzoekers is expertiseopbouw hard nodig om de problematiek op juiste waarde te kunnen schatten en feit en fictie van elkaar te kunnen scheiden.

In totaal zijn er 127 lonsdale-jongeren uitvoerig onderzocht met vragenlijsten en zijn er interviews met hen gehouden. Op verschillende onderdelen zijn er vergelijkingen gemaakt met niet-lonsdale-jongeren. Verder zijn er ruim 40 sleutelinformanten in de gemeenten geïnterviewd. Het onderzoek is uitgevoerd onder leiding van dr. mr A.Ph. van Wijk.


---