Wageningen Universiteit

Persbericht Wageningen Universiteit, 027wu, 17 april 2007

OP DIT BERICHT BERUST EEN EMBARGO I.V.M. EEN WETENSCHAPPELIJKE PUBLICATIE - tot 18 april 2007, 01.01 uur.

Gemeenschappelijk persbericht van Wageningen Universiteit en het Nederlands Instituut voor Ecologie (NIOO-KNAW)

SNEL LERENDE SLUIPWESPEN NIET SLIMMER DAN LANGZAAM LERENDE

Sommige sluipwespen onthouden al na één keer de geur van een plant waarop ze de juiste rupsen voor hun eieren vinden. In het toonaangevende tijdschrift Proceedings of the Royal Society B vergelijkt een internationaal onderzoeksteam van onder andere Wageningen Universiteit en het Nederlands Instituut voor Ecologie (NIOO-KNAW) de leerprestaties van snel lerende sluipwespen met die van een langzaam lerende soort. De onderzoekers laten voor het eerst zien dat verschillen in de omgeving verband houden met verschillen in lange-termijngeheugen van soorten. De langzame sluipwespen kunnen plantengeur niet zo snel onthouden, maar toch blijkt deze 'vergeetachtigheid' gunstiger uit te pakken dan gedacht.

Bij zowel mens als dier is het nodig om iets een aantal keren te leren voordat het in het lange-termijngeheugen opgeslagen wordt. In onze maatschappij wordt het als 'slim' aangemerkt als iemand snel leert, maar geldt dat ook voor dieren? Een groep onderzoekers uit Nederland, China en Duitsland, ontdekte dat een 'slimme' soort sluipwesp (Cotesia glomerata)) al één enkele leerervaring lange-termijngeheugen, terwijl een nauw verwante soort sluipwesp (Cotesia rubecula) daarvoor de gebruikelijke herhalingsoefeningen nodig heeft. Dit concluderen de onderzoekers nadat zij de wespen eiwitsynthese- en RNA-remmers hadden toegediend die specifiek het lange-termijngeheugen uitschakelen.

Beide soorten sluipwespen leggen hun eitjes in rupsen, die ze vooral vinden op verschillende soorten koolplanten. De sluipwespen kunnen leren om de geur te onthouden van die planten waarop ze rupsen van de juiste soort vinden. Dat is te vergelijken met de bekende hond van Pavlov, die het geluid van een bel leerde te koppelen aan voedsel. Door het geluid van de bel liep deze hond het water in de mond.

De 'slimme' sluipwesp legt haar eitjes meestal in de rupsen van het Groot koolwitje. Deze vlinder legt veel eieren bij elkaar op groepen planten van dezelfde soort. Daardoor geeft het vinden van zo'n rups zeer betrouwbare informatie aan de slimme sluipwesp, want er zijn altijd meer rupsen in de buurt op planten van dezelfde soort. Binnen vier uur heeft de wesp het geheugen voor de plantengeur compleet verwerkt en als lange-termijngeheugen opgeslagen in de hersenen.

Bij de langzaam lerende sluipwesp duurt het een paar dagen voor het lange-termijngeheugen zich ontwikkelt. Zij legt haar eitjes alleen in rupsen van het Klein koolwitje. Deze vlinder legt maar één eitje per plant en verdeelt haar eitjes over een groot gebied. Voor de sluipwesp geeft het vinden van een rups van het Klein koolwitje dan ook veel minder betrouwbare informatie. Ze leert pas een plantengeur langdurig te onthouden als ze een paar keer een rups op dezelfde plantensoort vindt. Dat bevestigt namelijk de informatie van de eerste ervaring. Eigenlijk is deze 'langzame' sluipwesp best slim, stellen de onderzoekers. In haar geval zou het juist 'dom' zijn om onbetrouwbare informatie direct in het lange-termijngeheugen op te slaan. De onderzoekers tonen zo voor het eerst aan dat verschillen in de werking van het geheugen van nauwverwante diersoorten gekoppeld zijn aan verschillen in hun ecologie.

Snel leren is dus alleen slim als de informatie heel betrouwbaar is, zeggen de auteurs in hun artikel. In het dierenrijk is het meestal slimmer om langzaam te leren