Ministerie van Algemene Zaken


1red18137
08-06-2007, NOS, Gesprek met de minister-president, N1, 18.35 uur

MINISTER-PRESIDENT BALKENENDE, NA AFLOOP VAN DE WEKELIJKSE MINISTERRAAD, OVER HET ROOKVERBOD IN DE HORECA, ZIJN AANKOMENDE BEZOEK AAN CANADA EN DE MISSIE IN URUZGAN


- ROOKVRIJE HORECA -


VAN DER GRAAFF:
Het is gebeurd. 1 juli 2008 wordt de horeca rookvrij. Waarom op 1 juli?


BALKENENDE:
Het is halverwege het jaar. U weet, de datum van 1 januari is een mogelijkheid of halverwege het jaar. Dat is een keuze die wordt gemaakt bij regelgeving. Het is denk ik ook goed dat deze stap wordt gezet. Het is een stap die trouwens ook in andere Europese landen al is gedaan. U weet ook wat de redengeving is geweest van minister Klink. Hij maakt zich behoorlijke zorgen voor de mensen, met name die daar werken, bedienend personeel, dat zij niet in een omgeving hoeven te werken waarin zij voortdurend worden blootgesteld aan het grote nadeel van die rook.


VAN DER GRAAFF:
Dat is dus allemaal geregeld op 1 juli. Nu zat er 1 klein addertje onder het gras. Mag er nog gerookt worden in een coffeeshop?


BALKENENDE:
Dat is natuurlijk ook in de ministerraad aan de orde geweest en ik vond dat minister Klink gelijk had toen hij zei: de coffeeshops worden op een zelfde manier behandeld als andere horecagelegenheden. Wat betekent dat? U weet: rookvrij. Maar er is dan nog wel de mogelijkheid dat je achter glas wel kunt roken. Alleen daar wordt niet bediend. Zo'n formule van: je kunt kopen, maar roken moet ergens anders gebeuren. Dat zit in de regeling die Klink heeft voorgesteld.


VAN DER GRAAFF:
Heeft u als CDA'er dan nog een beetje de hoop dat dat de toekomst van die coffeeshops een beetje zal verslechteren? Want in uw partijprogramma staat: einde van het gedogen, weg met al die coffeeshops. Dit zou een mooie gelegenheid zijn geweest.


BALKENENDE:
Daar wordt natuurlijk verschillend over gedacht, daar heeft u gelijk in. Bij het CDA zijn we geen voorstanders van coffeeshops, maar we hebben wel iets tegen elkaar gezegd in het kabinet. Laten we alsjeblieft oog hebben voor coffeeshops in de buurt van scholen, omdat dat echt een verkeerd signaal is in de richting van kinderen en scholieren. En laten we ook oog hebben voor de grensproblematiek. Dat hebben we met elkaar afgesproken. Die afspraken worden ook nagekomen.


VAN DER GRAAFF:
U vond het niet sjiek om via een omweg op deze manier de coffeeshops van Nederland de nek om te draaien?


BALKENENDE:
Dat zou natuurlijk oneigenlijk zijn. Je moet dan ook de zaken via de Koninklijke weg doen. Als je vind dat iets helemaal niet mag, dan moet je kiezen voor een verbod. Alleen, het zou denk ik niet goed zijn geweest als je nu zou zeggen dat er wordt gewerkt aan rookvrije horeca om dan vervolgens een uitzondering te gaan maken voor de coffeeshops. Dat zou denk ik niet begrepen worden.


VAN DER GRAAFF:
Maar het andere uiterste zou zijn geweest: we draaien ze de nek om. Dat heeft u zelf niet overwogen?


BALKENENDE:
Zo moet je niet beleid maken.


VAN DER GRAAFF:
Allerlei landen hebben die rookvrije horeca gekregen zonder die mogelijkheid van nog een rokersruimte. Als u dat zou hebben gedaan, was het gedaan met de coffeeshops.


BALKENENDE:
Ja, maar goed. dat is wel toch een beetje oog willen hebben voor de signalen in de Nederlandse samenleving van dat er een mogelijkheid is om ergens te roken. Alleen, het ging ons met name om het punt van de gezondheid en dan in het bijzonder van het personeel.


VAN DER GRAAFF:
En dat is hiermee geregeld.


BALKENENDE:
Ja.


- BEZOEK AAN CANADA -


VAN DER GRAAFF:
Ander onderwerp. U gaat volgende week naar Canada; naar uw collega Harper. Wat gaat u daar allemaal bespreken?


BALKENENDE:
Een paar onderwerpen. Natuurlijk staan we stil bij de situatie in Afghanistan. U weet dat Canada ook de nodige troepen daar heeft zitten. Ze leveren een belangrijke bijdrage. Dat is een belangrijk onderwerp. Het is ook noodzakelijk om daar bij stil te staan, omdat vanuit Canada dat hele goede idee is ontstaan van: je moet altijd werken aan een combinatie van militaire activiteiten, diplomatieke betrekkingen en ontwikkelingsactiviteiten. Het bekende 3D-concept. Defence, diplomacy and development. Nou, dat is een onderdeel van het gesprek.


VAN DER GRAAFF:
Maar dat wordt een hele bijzondere volgens mij, want hebben zij niet al een keer hun missie verlengd?


BALKENENDE:
(mompelt instemmend)


VAN DER GRAAFF:
Dus wat gaat u met ze bespreken? Want wij moeten deze zomer ongeveer een besluit nemen of we in Uruzgan blijven. De Canadezen moeten dat formeel ook opnieuw besluiten.


BALKENENDE:
Is ook zo. Nou kijk, wat we in ieder geval met elkaar te bespreken is: hoe zijn de ontwikkelingen nu? Ik zal ook aangeven hoe het proces in Nederland is. U weet: we hebben een commitment dat we zijn aangegaan voor 2 jaar. Nadat de ministers Koenders, Van Middelkoop en Verhagen in Afghanistan zijn geweest, hebben ze ook gezegd: deze zomer zal worden besloten of we doorgaan en, zo ja, in welke vorm. Nou, daar wordt op het ogenblik over nagedacht en ik zal het proces dat in Nederland zich nu aftekent schetsen in de richting van mijn collega Harper. En ik zal uiteraard ook vanuit hun kant graag horen wat hun ervaringen zijn en hoe zij aankijken tegen de verdere ontwikkelingen. Bijvoorbeeld het thema ontwikkelingssamenwerking.


VAN DER GRAAFF:
Weet u of zij van plan zijn langer te blijven en nog een keer te verlengen?


BALKENENDE:
Ik noemde net ontwikkelingssamenwerking. Dat is bijvoorbeeld een thema waarvan wij hebben gezegd: daar gaan we in ieder geval mee door tot 2009. Dus ook die activiteiten zullen worden besproken en ik hoor natuurlijk ook graag van Canadese zijde hoe zij aankijken tegen die betrokkenheid op langere termijn bij Afghanistan.


- DE MISSIE IN URUZGAN -


VAN DER GRAAFF:
Generaal Van Loon heeft deze week gezegd: we zitten als we het als NATO goed willen doen nog decennia in dat land. Wat zou dat nou voor Nederland betekenen? Is het überhaupt denkbaar dat wij er nog een keer een periode van 2 jaar aan vast zouden plakken?


BALKENENDE:
Ik vind het niet verstandig om nu te gaan speculeren - dat zou het zijn - over de betrokkenheid. Het is wel zo dat de betrokkenheid van de internationale gemeenschap, van landen niet zomaar mag wegvallen. Dat is ook een van de punten die nu speelt in Uruzgan. Nederland heeft daar nu contacten gelegd. Er zijn ontwikkelingsactiviteiten. Je draagt bij aan veiligheid. Ik heb ongelooflijk veel waardering voor onze militairen die dat moeilijke werk doen en diegenen die bezig zijn met ontwikkelingsprojecten. Maar je moet dus wel kijken hoe je activiteiten kunt continueren. Dat is het samenspel dat er nodig is met andere landen. De NAVO.


VAN DER GRAAFF:
Wat is er technisch nog te doen als je bekijkt hoe we er nu voor staan? Er staan F16's aan de grond. We doen Leopard II's in de uitverkoop. We doen Pantserhouwitzers die we net gekocht hebben voor een deel in de uitverkoop om maar te kunnen financieren dat we daar kunnen blijven. Wat zouden we nog kunnen als we het al zouden willen?


BALKENENDE:
Nou kijk, als ik nu zie wat er de afgelopen paar jaar is gepresteerd door onze mannen en vrouwen daar. Dat zijn een heleboel activiteiten. Ook samenwerking met andere partners. U noemt nu bijvoorbeeld militair materieel. Onze F16's die daar zitten, onze helikopters, die zijn noodzakelijk om bij te dragen aan militaire acties. Aan veiligheid en bescherming. Ook bescherming van onze eigen mensen die daar zitten. We kunnen gewoon niet zonder. Natuurlijk is het zo dat er afwegingen worden gemaakt in de militaire organisatie en daarom is het ook nodig. Kijk, als wij daar mensen heen sturen naar gevaarlijk gebied dan moet je ook zorgen dat deze mensen goed bewerktuigd zijn. Dit is niet een gebied waarvan je zegt: de mensen kunnen in jeeps rond gaan rijden. Nee, je hebt gewoon pantservoertuigen nodig. Dat kost geld.


VAN DER GRAAFF:
Dat kost heel veel geld. Het kost veel meer geld dan begroot was. De begroting is van 240 naar 580 miljoen euro getild. Betekent dat dat er iemand heeft geslapen toen de initiële begroting werd opgesteld?


BALKENENDE:
Het is natuurlijk wel zo dat als je er zelf zit, dan zie je echt helemaal duidelijk van wat bijvoorbeeld dat fijne stof betekent voor de kwaliteit en het onderhoud van je voertuigen. Ik ben overigens ook benieuwd, want we hadden het over Canada, hoe dit soort processen in Canada worden gezien. Want zij hebben ook daar natuurlijk te maken met hoge kosten en met dit soort onderwerpen. Dus we zullen ook die zaken naast elkaar leggen.


VAN DER GRAAFF:
U zegt: het kan niet een tandje minder, dat is slecht voor wat we daar doen. Maar dat gezegd hebbende: wat betekent dat voor de mogelijkheden om überhaupt daar nog langer te blijven? Als je ziet dat we nu de strijdkrachten in het binnenland een beetje aan het uitkleden zijn om het daar maar vol te houden. Hoe lang kunnen we daar nog mee doorgaan?


BALKENENDE:
Er zijn twee dingen. De eerste vraag is: wat gaat Nederland besluiten over onze betrokkenheid na volgend jaar? Want we hebben een commitment gegeven voor twee jaar. Ik heb u aangegeven dat we deze zomer besluiten of althans daar voorstellen voor doen. Het andere punt is van hoe je je militaire organisatie inricht. Ook de afgelopen jaren is er veel aan gebeurd. Dat hangt ook samen met het feit - en dat zie je ook in NAVO-verband - dat er vaak iets gaat ontstaan van een zekere specialisatie. Van waar leggen bepaalde landen zich op toe? Dat is ook verstandig en wat ik juist merk is dat er in andere landen veel waardering bestaat voor de inzetbaarheid van Nederland en voor de kwaliteit van onze militaire organisatie. Dan is het verder nog zo dat je moet kijken waar je actief bent. We zijn actief in de Balkan. We hebben mensen in de omgeving van Libanon. In Afrika zijn we actief. Dus de vraag is ook van wat Nederland ook op langere termijn wil bijdragen in verschillende delen van de wereld.


VAN DER GRAAFF:
Maar de eigenlijke ambitie van Nederland is dat we op meer dan 2 - in dit geval meerdere - plekken bij conflicten in de hoogste graad van het geweldsspiraal actief zouden moeten kunnen zijn. Op dit moment zijn we dat maar op 1 plek en dat is Afghanistan. Daarmee zijn onze handen volledig gebonden. Dat betekent dat onze ambities niet meer haalbaar zijn op dit moment.


BALKENENDE:
Maar pas op met die snelle conclusies. Het is natuurlijk wel zo - en u maakt terecht de opmerking - dat de inzet in Afghanistan intensief is. Het betreft veel mensen. Kijk, als we het hebben over bijvoorbeeld een bepaalde basis waar honderden mensen zitten. Die zitten daar gedurende een aantal maanden en dan worden ze vervangen. Kortom, het gaat niet alleen om het aantal mensen, maar het gaat ook om de hoeveelheid mensen in totaal die je nodig hebt voor een periode die zich over meerdere jaren uitstrekt. Dat is de realiteit waar je tegenop loopt. Ik vind dat Nederland heeft bewezen de afgelopen jaren dat wij intensief bezig zijn. Wij hebben in Irak gezeten in het zuidelijk deel. We zitten nu hier. En we krijgen ongetwijfeld ook weer nieuwe vragen en dan moet je zorgen dat je organisatie bij de tijd is.


VAN DER GRAAFF:
U zegt nog steeds niet: wij hebben het nu zo goed voor elkaar, maar hier houdt het op. Meer hebben we niet. Meer kunnen we niet betalen en niet bemensen.


BALKENENDE:
Kijk, de vraag is: wat gaan we doen in Afghanistan. Daar kan ik niet op vooruit lopen. Dat zal niet kunnen ook, want we zitten nog in dat proces van gedachtevorming. Daarnaast moet je ook kijken waar inzet van Nederlandse troepen ook nog gewenst is. En ook die vraag komt op ons af.


VAN DER GRAAFF:
En deze zomer geeft u het antwoord?


BALKENENDE:
Ja.
(letterlijke tekst, ongecorrigeerd, IW)