GroenLinks

Maak ontslag eerlijker en gelijker

19 juni 2007

In de Volskrant van vandaag presenteren de GroenLinksers Femke Halsema, Jaenette van Dongen, Ineke van Gent en Paulus de Wilt een voorstel voor een nieuw ontslagrecht, dat voor werknemers rechtvaardiger en voor werkgevers eenduidiger is.

Het debat over het ontslagrecht lijkt maar twee smaken te hebben. Werkgeversorganisaties pleiten ervoor om ontslag van personeel goedkoper en gemakkelijker te maken. In verweer hiertegen stellen de werknemersorganisaties `handen af van het ontslag'. Deze patstelling verlamt ook het kabinet Balkenende al maanden. De belofte van een partcipatietop, als paradepaardje van de eerste 100 regeringsdagen, werd in de knop gebroken nadat minister Donner voortijdig en eenzijdig de werkgeversargumenten omhelsde. Regeringspartner PvdA trok de stellingen op, het kabinet raakte verdeeld en de participatietop werd naar de verre en onbekende toekomst verwezen.
Regering Balkenende 4 heeft hiermee zijn eerste brevet van onvermogen afgegeven. Terwijl de werkgevers kampen met 1.1 miljoen onvervulde vacatures en tegelijkertijd nog veel te veel mensen werkloos moeten toekijken, had de regering verhoging van de arbeidsparticipatie tot haar belangrijkste doel moeten verklaren. Modernisering van de ontslagprocedures kan daarbij wel degelijk een rol spelen. Voorwaarde is wel dat de regering zelf een voorstel doet waarin de tegenstelling tussen versoepeling en behoud wordt verlaten en de belangen van werknemers en werkgevers met elkaar in evenwicht zijn. Dat betekent dat de ontslagprocedures voor werknemers rechtvaardiger en voor werkgevers eenduidiger moeten worden.
Nu de regering nalaat om initiatief te nemen, doen wij een voorstel om de patstelling te doorbreken.

Naar onze opvatting kent het Nederlands stelsel van ontslagprocedures een aantal problemen.

1. De ontslagprocedures in Nederland binden ontslag aan formele regels en beschermen werknemers tegen onredelijk ontslag en willekeur. In de praktijk blijken deze regels de hoog opgeleide en perspectiefrijke, vaste werknemers het beste te beschermen. Vaste werknemers met een lage opleiding en een beperkt arbeidsperspectief worden veel minder beschermd en zij ontvangen, als het op ontslag aankomt, veel minder financiele compensatie. De meest kwetsbare werknemers, zoals de gedeeltelijk arbeidsgeschikten, worden het minste beschermd tegen ontslag. Terwijl hun kansrijke, goedverdienende collega's via de kantonrechter een goede financiele vergoeding kunnen bemachtigen, wordt voor hen, op last van de werkgever, een ontslagvergunning door het CWI afgegeven.

2. De ontslagprocedures bevorderen de rechtsongelijkheid. De werkgever kiest namelijk de procedure (kantonrechter of CWI) en bepaalt daarmee de rechtspositie van de werknemer. Bovendien staat bij een kantonrechtersprocedure geen hoger beroep open.
3. Jaarlijks wordt ca. 2 miljard euro besteed aan ontslagvergoedingen, meestal afgesproken bij de kantonrechter. Ontslag via de kantonrechter is nooit formeel beoogd, maar geleidelijk ontstaan en wordt merendeels benut door werknemers aan de (sub)-top. Dit geldt ook voor de ontslagvergoedingen. De hoogste inkomens ontvangen de hoogste vergoedingen (tot 1 miljoen euro voor een thuiszorgdirecteur). Bovendien is die 2 miljard maar het topje van de ijsberg omdat vooral leidinggevenden en managers bij hun aantreden contractuele afspraken maken over vertrekpremies en bonusregelingen die zich aan het publieke zicht onttrekken.

4. De huidige ontslagprocedures maken passief. In afwachting van financiele vergoedigingen wordt er een premie gezet op stilzitten en op het aangaan of rekken van ontslagprocedures, soms op formele gronden. Werken aan een perspectief op nieuw en ander werk wordt niet bevorderd, maar juist gehinderd door een dreigend verlies van juridische positie. Als er sprake is van scholing door werkgevers, richt deze zich voornamelijk op jonge, hoger opgeleide werknemers.
5. Hierbij komt dat een grote en groeiende groep werknemers helemaal niet wordt beschermd door het ontslagrecht omdat zij onder de flexwet vallen. Van alle Oeso-landen kent Nederland na het Verenigd Koninkrijk, de grootste tweedeling tussen vaste en flexibele werknemers. Modernisering van het ontslagrecht moet dus ook tot doel hebben om de arbeidsbescherming van flexwerkers te verbeteren.

Het is een belangrijke verworvenheid van de moderne verzorgingsstaat dat elke werknemer is beschermd is tegen onredelijk ontslag en willekeur. Mensen zijn geen wegwerpartikelen en werknemers verkeren doorgaans in een afhankelijke positie van de werkgever. Dat betekent dat de materiële ontslagbescherming gehandhaafd blijft. In elke toekomstige procedure moet de mogelijkheid van herziening of heroverweging van een voornemen tot ontslag (voor afkoeling of een time-out) worden geborgd. Bij collectief ontslag moet bovendien de Europese verplichting tot overleg met de bonden worden gehanteerd.

Onder de voorwaarde van blijvende materiele bescherming kan het ontslagrecht worden gemoderniseerd. Uitgangspunt daarbij moet zijn dat niet langer de bestverdienende en meest kansrijke werknemers de grootste voordelen genieten maar dat juist de minst kansrijke werknemers het meeste worden ondersteund.

1. De 2 miljard die nu door werkgevers wordt uitgegeven wordt ingezet voor financiering van wettelijke scholingsrechten. Als die scholingsrechten niet (volledig) zijn besteed bij het einde van een dienstverband, dan neemt de vertrekkende werknemer deze mee. Ook flexwerkers hebben hier recht op.

2. Aanaloog aan de wet Poortwachter die werkgevers dwingt om instroom in de WAO zoveel mogelijk te verhinderen, krijgen werkgevers de verplichting om scholing, bemiddeling en outplacement voor werknemers te regelen. Werknemers dienen hieraan mee te werken. Hebben werkgevers deze inspanningsverplichting niet nageleefd dan vindt ontslag niet plaats.

3. De ontslagprocedure wordt voor elke werknemer dezelfde. Werkgevers hebben geen keuze meer welke ontslagroute zij willen bewandelen en zij kunnen ook niet meer tegen elkaar worden uitgespeeld. Ontslag kan plaatsvinden met een vaste opzegtermijn van 2 maanden, een verplichte hoorzitting van werkgever en werknemer en met vaste normen voor een eventuele ontslagvergoeding nieuwe stijl. Als het nodig is dan kan de gang naar de rechter worden gemaakt, ook in hoger beroep. Toegang tot de rechter biedt de meeste waarborgen voor werknemers en is verplicht gesteld door de International Labour Organisation (ILO). Ontslag via het CWI komt te vervallen.

4. Ontslagvergoedingen in de publieke sector worden beperkt tot een maximum van 90.000 euro.

5. De flexwet wordt beperkt tot 2 tijdelijke contracten met een maximum van in totaal 2 jaar.

6. In CAO's kan in beperkte mate van de nieuwe ontslagprocedure worden afgeweken.

Wij zijn ervan overtuigd dat, door het ontslagrecht op deze manier te moderniseren, het mes aan twee kanten snijdt. Werkgevers krijgen met een wettelijke procedure de eenduidigheid die zij verlangen. Werknemers hebben er profijt van dat de ongelijkheid tussen kansrijk en kansarm personeel, en tussen vaste en flexwerkers vermindert. Voor beide partijen is het bovendien van groot belang dat veel meer dan nu het geval is, de ontslagprocedure nieuwe stijl (door de nadruk op scholing en een nieuw arbeidsperspectief) bijdraagt aan de vitaliteit en veerkracht van de arbeidsmarkt.

Femke Halsema (Voorzitter Tweede Kamerfractie GroenLinks) Jeannette van Dongen (Voorzitter van de GroenLinks-werkgroep Arbeidsverhoudingen en werkzaam bij ICEM)
Ineke van Gent (Tweede Kamerlid GroenLinks)
Paulus de Wilt (Initiatiefnemer Kritisch GroenLinks en wethouder Slotervaart)