AIV: Versterking ondanks de tegenstroom

Dit persbericht wordt verspreid door het ministerie van Buitenlandse Zaken op verzoek van de AIV. Het ministerie van Buitenlandse Zaken is niet verantwoordelijk voor de inhoud van dit bericht.

In het vandaag uitgebrachte advies 'Het VN-verdragssysteem voor de rechten van de mens: stapsgewijze versterking in een politiek geladen context' gaat de Adviesraad Internationale Vraagstukken (AIV) in op de verworvenheden en zwakheden van het VN-verdragssysteem op het terrein van de rechten van de mens en bespreekt hij initiatieven voor hervormingen. De AIV trekt een aantal conclusies. De belangrijkste: niets doen is geen optie!

De Verenigde Naties kennen sinds jaar en dag verschillende mechanismen om toe te zien op de naleving van de rechten van de mens door de lidstaten. Deels gaat het om politiek toezicht door mede-VN-leden in het kader van de VN Raad voor de Rechten van de Mens, deels om (quasi-juridisch) toezicht door comités van onafhankelijke experts.

Ondanks het verzet tegen versterking van het toezicht door onafhankelijke experts, ziet de AIV aanzienlijke mogelijkheden om te komen tot een verdere verbetering van het verdragssysteem. Deze mogelijkheden bestaan niet uit een totaal nieuwe blauwdruk voor het sterk verbrokkelde verdragssysteem dat in de loop van de laatste decennia vaak moeizaam tot stand is gebracht; zij liggen veeleer in de sfeer van relatief bescheiden, stapsgewijze versterkingen die naar de inschatting van de AIV op minder politiek verzet kunnen rekenen.

Voorbeelden daarvan zijn het versterken van de samenwerking en coördinatie tussen de verschillende verdragscomités en het nastreven van een betere afstemming en inpassing van de verschillende aspecten van het werk. Daarnaast moeten staten veel meer zorg besteden aan de verkiezing van leden op basis van deskundigheid, onafhankelijkheid en inzet. Ook is veel winst te halen door een betere samenwerking tussen de verdragscomités en andere organisaties en instellingen, zoals de Mensenrechtenraad. Het Kantoor van de Hoge Commissaris voor de Rechten van de Mens kan daarbij een belangrijke rol spelen.

Tot slot bespreekt de AIV ook kort het systeem van Universal Periodic Review, waartoe de VN-Mensenrechtenraad in juni 2007 heeft besloten. Volgens dit systeem worden alle lidstaten van de VN eens in de vier jaar aan een mensenrechtentoets onderworpen. De Mensenrechtenraad lijkt, mede in het licht van de eerdere diep verdeelde inzichten over de invulling van dit systeem, een althans op papier werkbaar systeem te hebben gecreëerd. Het is echter duidelijk dat de uitvoering daarvan in de praktijk (met 192 zeer verschillende staten) vele politieke en andere hoofdbrekens zal gaan opleveren. Ook daarom is het naar het oordeel van de AIV van groot belang dat Nederland zijn aanbod om als één van de eerste landen onderwerp te worden van dit mechanisme, gestand doet. Op die wijze kan ook een precedent worden gecreëerd voor toekomstige discussies. De Universal Periodic Review die door de Mensenrechtenraad zal worden uitgevoerd, kan ten slotte worden gebruikt om het verdragssysteem op het terrein van de rechten van de mens verder te versterken; dat kan onder meer door alle staten op te roepen alle mensenrechtenverdragen te bekrachtigen en de daarin opgenomen individuele klachtenprocedures en onderzoeksprocedures te aanvaarden.

De volledige tekst van het advies kunt u vanaf vandaag vinden op de webpagina van de AIV:

http:// www.aiv-advies.nl

Noot voor redacties (