De Nederlandse Bank


ECB publiceert Maandbericht september 2007
Nieuwsbericht
Details nieuwsberichtDatum 13 september 2007

In zijn op 6 september 2007 gehouden vergadering heeft de Raad van Bestuur van de ECB op basis van zijn reguliere economische en monetaire analyses besloten de minimale inschrijvingsrente voor de basisherfinancieringstransacties onveranderd te laten op 4,00%. De rentetarieven voor de marginale beleningsfaciliteit en de depositofaciliteit werden eveneens onveranderd gelaten op respectievelijk 5,00% en 3,00%. De gegevens die beschikbaar zijn gekomen sinds de vorige vergadering van de Raad van Bestuur bevestigen dat de middellange-termijnvooruitzichten voor de prijsstabiliteit onderhevig blijven aan opwaartse risico's, zoals die naar voren komen uit zowel de economische als de monetaire analyse van de Raad. Binnenkomende macro-economische gegevens bevestigen tevens de sterke fundamentals van de economie van het eurogebied en geven steun aan gunstige middellange-termijnvooruitzichten voor de reële bbp-groei. Tegen deze achtergrond is de monetaire-beleidskoers van de ECB nog steeds aan de accommoderende kant, waarbij onder meer de groei van de geldhoeveelheid en kredietverlening in het eurogebied krachtig is. Tegelijkertijd hebben de volatiliteit in de financiële markten en de herbeoordeling van risico's in de afgelopen weken geleid tot een toename van de onzekerheid. Gezien dit hoge niveau van onzekerheid is het passend extra informatie te vergaren en nieuwe gegevens te bestuderen alvorens voor het monetair beleid verdere conclusies te trekken in het kader van de op de middellange termijn gerichte monetaire-beleidsstrategie van de ECB die erop gericht is de prijsstabiliteit te waarborgen. Dienovereenkomstig zal de Raad van Bestuur alle ontwikkelingen zeer nauwlettend volgen. Op basis van zijn beoordeling, en door resoluut en tijdig op te treden, zal de Raad van Bestuur ervoor zorgen dat de risico's voor de prijsstabiliteit op de middellange termijn zich niet concretiseren en dat de middellange-termijninflatieverwachtingen stevig verankerd blijven in overeenstemming met prijsstabiliteit. Dit is des te belangrijker in tijden van volatiliteit in de financiële markten en toegenomen onzekerheid. De Raad van Bestuur zal ten aanzien van de financiële markten grote aandacht blijven schenken aan de ontwikkelingen gedurende de komende periode.

Wat betreft de economische analyse, duiden de beschikbare gegevens erop dat de economische bedrijvigheid in het eurogebied in gestaag tempo blijft groeien. In het tweede kwartaal van 2007 is de reële bbp-groei van het eurogebied kwartaal-op-kwartaal gematigd tot 0,3%, vergeleken met 0,7% in het voorafgaande kwartaal. Hierbij dient echter goed rekening te worden gehouden met de volatiliteit van deze groeicijfers. Dienovereenkomstig was de economische groei gedurende de eerste helft van 2007 als geheel in overeenstemming met de potentiële groei. Gegevens betreffende de bedrijvigheid in het derde kwartaal - uit verschillende vertrouwensenquêtes en op indicatoren gebaseerde ramingen - blijven over het geheel genomen gunstig en geven steun aan de beoordeling dat het reële bbp in gestaag tempo groeit. Met name zijn de laatste gegevens betreffende de werkloosheid gunstig en was het niveau van alle vertrouwensindicatoren tot augustus hoog. De verwachting is dat de mondiale economische bedrijvigheid robuust zal blijven, aangezien de waarschijnlijke vertraging in de Verenigde Staten naar verwachting grotendeels zal worden gecompenseerd door de aanhoudend sterke groei van de opkomende markten. Dit zal steun blijven geven aan de uitvoer van het eurogebied en de investeringen. Daarnaast zou de consumptiegroei in het eurogebied in de loop der tijd verder moeten aantrekken, overeenkomstig de ontwikkelingen in het reëel beschikbaar inkomen, naar gelang de werkgelegenheidssituatie verder verbetert. Dit gezegd hebbende is het, gezien de algehele potentiële impact van de toegenomen onzekerheid in de financiële markten en van de herprijzing van risico op de reële economie, geboden de ontwikkeling van de economie goed te volgen.

Deze vooruitzichten worden tevens weerspiegeld in de in september 2007 door medewerkers van de ECB samengestelde macro-economische projecties voor het eurogebied, die voor het eerst ook betrekking hebben op Cyprus en Malta. De projecties voorzien een gemiddelde reële bbp-groei op jaarbasis binnen een marge van tussen 2,2% en 2,8% in 2007, en van tussen 1,8% en 2,8% in 2008. In vergelijking met de door medewerkers van het Eurosysteem samengestelde projecties van juni 2007 is de voor de reële bbp-groei geprojecteerde marge enigszins neerwaarts bijgesteld, voornamelijk als weerspiegeling van de aannames van een licht hogere olieprijs en ietwat krappere marktfinancieringscondities vanwege hogere gemiddelde risicopremies.

Naar het oordeel van de Raad van Bestuur dienen de gepresenteerde marges nog eens als een duidelijke aanwijzing te worden gezien van de algemene onzekerheid rondom economische projecties, die het nuttig is te benadrukken gezien de huidige volatiliteit in de financiële markten. De risico's ten aanzien van deze projecties voor de economische groei worden gezien als liggende aan de neerwaartse zijde. Deze neerwaartse risico's houden voornamelijk verband met een potentieel bredere impact van de aanhoudende herbeoordeling van risico's in de financiële markten, mondiale onevenwichtigheden en protectionistische druk, alsook verdere stijgingen van de olieprijs en de prijzen van grondstoffen. Wat betreft de prijsontwikkeling, bedroeg de HICP-inflatie op jaarbasis volgens de voorlopige (flash) raming van Eurostat in augustus 2007 1,8%, hetzelfde als in de voorafgaande maand. Gedurende de rest van het jaar is het echter waarschijnlijk dat het inflatiecijfer weer zal stijgen tot boven 2%. In de door medewerkers van de ECB samengestelde projecties van september 2007 wordt voorzien dat de HICP-inflatie op jaarbasis in 2007 zal liggen tussen 1,9% en 2,1%, en tussen 1,5% en 2,5% in 2008. In 2008 zal een dalende invloed van indirecte belastingen en energieprijzen naar verwachting worden gecompenseerd door hogere druk vanuit de arbeidskosten per eenheid product. Vergeleken met de in juni 2007 door medewerkers van het Eurosysteem samengestelde projecties vallen de nieuwe marges voor 2007 en 2008 binnen de eerder geprojecteerde marges.

De Raad van Bestuur is van mening dat de risico's voor deze vooruitzichten voor de prijsontwikkeling aan de opwaartse kant liggen. Deze opwaartse risico's omvatten stijgingen van de indirecte belastingen die hoger zijn dan tot nu toe verwacht en verdere stijgingen van de olieprijs en de prijzen van landbouwproducten. Op fundamenteler niveau zouden zich sterker dan verwachte loonsontwikkelingen en een toename van het prijszettingsvermogen in marktsegmenten met geringe concurrentie kunnen voordoen. Dergelijke ontwikkelingen zouden opwaartse risico's voor de prijsstabiliteit betekenen. Het is daarom van cruciaal belang dat alle betrokken partijen hun verantwoordelijkheid nemen. Het is noodzakelijk het mogelijke optreden van deze risico's - of hun afname - nauwlettend te volgen. De monetaire analyse bevestigt de bestaande opwaartse risico's voor de prijsstabiliteit op de middellange tot langere termijn. Op basis van de laatst beschikbare gegevens (die betrekking hebben op de periode tot eind juli) blijft het onderliggende tempo van de groei van de geldhoeveelheid en de kredietverlening krachtig. Dit wordt weerspiegeld in de snelle groei van het ruime monetaire aggregaat M3, dat in juli groeide met 11,7% op jaarbasis, en in de sterkte van MFI-leningen aan de particuliere sector, die op jaarbasis blijven stijgen in een tempo van dubbele cijfers.

Het is belangrijk om bij het signaleren en beoordelen van de beleidsrelevante onderliggende tendensen in de groei van de geldhoeveelheid door de korte-termijnvolatiliteit en de invloed van tijdelijke factoren op de ontwikkelingen in specifieke monetaire aggregaten, heen te kijken. Vanuit het passende bredere en meer op de middellange termijn gerichte perspectief zijn er een aantal aanwijzingen dat de stijging van de korte-rentetarieven gedurende de afgelopen kwartalen van invloed zijn geweest op de monetaire ontwikkelingen. Zo heeft de stijging van de korte rentes bijvoorbeeld bijgedragen aan een bescheidener expansie van M1, aangezien de kosten van het aanhouden van de meest liquide componenten van M3 zijn gestegen. Bovendien hebben de hogere korte-rentetarieven geleid tot enige stabilisatie van de groei van de MFI-kredietverlening aan de particuliere sector, zij het op een niveau van dubbele cijfers, waarbij de groei van de leningen aan huishoudens zich heeft gematigd naarmate de dynamiek van de huizenprijzen en de onroerend-goedbedrijvigheid zijn vertraagd. Deze ontwikkelingen hebben vooralsnog het algehele tempo van de monetaire expansie niet gematigd, daar de afvlakking van de rendementscurve de aantrekkelijkheid van monetaire activa ten opzichte van minder liquide instrumenten met een langere looptijd heeft verhoogd, en zo de ruime geldgroei heeft doen stijgen. Bovendien heeft de groei van leningen aan niet-financiële ondernemingen de afgelopen maanden hernieuwde kracht laten zien.

In de huidige situatie dient nog eens te worden benadrukt dat de volatiliteit in de financiële markten tijdelijk aanzienlijke invloed kan uitoefenen op de monetaire dynamiek. In eerdere perioden hebben de in de particuliere sector heersende indruk van en houding ten opzichte van risico's en het daaruit voortvloeiende beleggingsgedrag grote invloed uitgeoefend op de monetaire ontwikkelingen. De monetaire gegevens voor juli zouden reeds gedeeltelijk kunnen zijn beïnvloed door dergelijke beleggingsoverwegingen en dit zou nog meer kunnen opgaan voor de gegevens van augustus die later in september zullen worden gepubliceerd. Zoals ook in het verleden duidelijk is aangetoond, kan een diepgaande en alomvattende analyse van de monetaire gegevens ons de impact van financiële ontwikkelingen op de monetaire ontwikkelingen beter doen begrijpen en helpen het beleidsrelevante signaal in de monetaire groei ten aanzien van de langere-termijn inflatoire tendensen te extraheren. In dergelijke omstandigheden is de breed-gefundeerde benadering die in de monetaire analyse van de ECB wordt gevolgd een uitermate geschikt instrument.

Over het geheel genomen duidt de aanhoudend krachtige onderliggende expansie van de geldhoeveelheid en de kredietverlening op opwaartse risico's voor de prijsstabiliteit op de middellange tot langere termijn. De monetaire ontwikkelingen dienen derhalve zeer nauwlettend te blijven worden gevolgd.

Samengevat: een toetsing van de informatie van de economische analyse aan de uitkomsten van de monetaire analyse heeft het bestaan van opwaartse risico's voor de prijsstabiliteit op de middellange termijn bevestigd - tegen de achtergrond van de sterke fundamentals van de economie van het eurogebied. Dienovereenkomstig is de monetaire-beleidskoers van de ECB nog steeds aan de accommoderende kant, waarbij onder meer de groei van de geldhoeveelheid en kredietverlening in het eurogebied krachtig is. Tegelijkertijd is, gezien het hoge niveau van onzekerheid, extra informatie benodigd alvorens verdere conclusies voor het monetaire beleid kunnen worden getrokken.

Dienovereenkomstig zal de Raad van Bestuur alle ontwikkelingen zeer nauwlettend volgen. Op basis van zijn beoordeling, en door resoluut en tijdig op te treden, zal de Raad van Bestuur ervoor zorgen dat de risico's voor de prijsstabiliteit op de middellange termijn zich niet concretiseren en de middellange-termijninflatieverwachtingen stevig verankerd blijven in overeenstemming met prijsstabiliteit. In het huidige klimaat is het des te belangrijker dat de inflatieverwachtingen stevig verankerd blijven in overeenstemming met prijsstabiliteit. Wat betreft de financiële markten zal de Raad van Bestuur grote aandacht blijven schenken aan de ontwikkelingen gedurende de komende periode.

Op het vlak van het begrotingsbeleid, blijft de voortgang van de structurele begrotingsconsolidatie traag en bestaat het risico dat enkele landen expansief procyclisch begrotingsbeleid zullen voeren. Voor de uitvoering van de begrotingen voor 2007 en de planning van de begrotingen voor 2008 is het van cruciaal belang dat de gedurende de vorige economische opleving van 1999-2000 gemaakte fouten niet worden herhaald. Op dit moment dienen landen met begrotingsonevenwichtigheden deze te corrigeren conform de vereisten van het Pact voor Stabiliteit en Groei. De toezegging van de Eurogroep om in 2008 of 2009 (en uiterlijk in 2010) de middellange-termijnbegrotingsdoelstellingen te verwezenlijken dient door alle lidstaten van het eurogebied gestand te worden gedaan. De landen die reeds een gezonde begrotingspositie hebben bereikt dienen zich te onthouden van procyclisch begrotingsbeleid.

Wat de structurele hervormingen betreft, verwelkomt de Raad van Bestuur verdere inspanningen door middel van hogere werkgelegenheid de productiecapaciteit van het eurogebied te vergroten. De arbeidsmarkten van het eurogebied hebben de laatste paar jaar duidelijk tekenen van vooruitgang laten zien, gedeeltelijk als gevolg van de impact van in het verleden doorgevoerde arbeidsmarkthervormingen. Verdere vooruitgang is echter nodig om de beroepsgebonden en geografische arbeidsmobiliteit en creatie van vaardigheden te versterken, om aldus de relatief lage cijfers van arbeidsmarktparticipatie en de nog steeds hoge werkloosheidscijfers in enkele landen en regio's te verbeteren.