RWI: Eerder ingrijpen in moeizaam lopende re-integratietrajecten

18/10/2007 10:00



Raad voor Werk en Inkomen



PERSBERICHT

RWI: Mislukt re-integratietraject mag geen eindstation zijn

Den Haag, 18 oktober 2007

Er is weinig aandacht voor mensen van wie het re-integratietraject is mislukt. Betrokken instanties, zoals gemeenten, UWV en re-integratiebedrijven hebben hierover niet of nauwelijks informatie beschikbaar. Weinig uitkeringsgerechtigden krijgen na een mislukte eerste poging een tweede re-integratietraject aangeboden. En wanneer er wél een vervolgtraject komt, worden daarin vaak geen lessen uit het verleden getrokken.

Dit constateert de Raad voor Werk en Inkomen (RWI) in een onderzoek naar mislukte re-integratietrajecten. De RWI is hierover vooral bezorgd, omdat slechts eenderde van de eerste trajecten tot werk leidt. De RWI roept gemeenten, UWV en re-integratiebedrijven op meer aandacht te besteden aan de oorzaken van en het vervolg op niet-succesvolle re-integratie. De RWI heeft zijn bevindingen vandaag ook overhandigd aan minister Donner en staatssecretaris Aboutaleb van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

Uitkeringsgerechtigden die niet op eigen kracht werk kunnen vinden, hebben recht op ondersteuning daarbij. UWV en gemeenten kopen hiertoe re-integratietrajecten in bij commerciële bedrijven. Doel is een reguliere baan of verkleining van de afstand tot de arbeidsmarkt. Op deze re-integratiemarkt gaan vele honderden miljoenen euro's om. De noodzaak van effectiviteit en efficiency is in de ogen van de RWI daarom groot. De RWI constateert dat wanneer een re-integratietraject weinig kans van slagen meer heeft, deze toch vaak wordt 'uitgezeten'. Cliënten raken hierdoor gefrustreerd. Volgens de RWI moet er dan ook veel eerder in moeizaam lopende trajecten worden ingegrepen, dan nu vaak gebeurt.

Uit onderzoek van de RWI blijkt verder dat gemeenten, UWV en re-integratiebedrijven geen specifieke aanpak hebben voor mensen van wie het eerste re-integratietraject is mislukt. Maar ongeveer 15 procent van de bijstandsgerechtigden en WAO'ers, en ongeveer 30 procent van de WW'ers krijgt binnen 12 maanden een tweede re-integratietraject aangeboden. Hoewel dit niet hoeft te betekenen dat de rest buiten elke vorm van dienstverlening valt, concludeert de RWI dat hierover niet of nauwelijks informatie beschikbaar is.

Als er wel een tweede traject komt, wordt dit in de regel door een ander re-integratiebedrijf uitgevoerd. Omdat zij vaak met een schone lei willen beginnen, willen deze bedrijven niet over informatie vanuit het eerste traject beschikken. Gevolg is wel dat in de nieuwe poging geen lessen uit eerdere ervaringen kunnen worden getrokken. De RWI pleit voor een betere balans tussen de gewenste 'frisse blik' en de noodzaak van het lering kunnen trekken uit eerdere ervaringen.

De Raad voor Werk en Inkomen is het overlegorgaan van werkgevers, werknemers en gemeenten. De RWI doet voorstellen aan de regering en andere partijen over het brede terrein van werk en inkomen. Doel van deze voorstellen is een goed functionerende arbeidsmarkt te bevorderen. Het vergroten van de transparantie van en het verbeteren van de kwaliteit op de re-integratiemarkt behoort eveneens tot de kerntaken van de RWI.
---





http://www.rwi.nl


Noot voor de redactie:

Voor de redactie,