Gemeente Zwolle

Vragen PvdA inzake Progressie-eis Wwik

Aan het College van Burgemeester en Wethouders

Zwolle, 11-07-2007

Betreft: artikel 44 vragen PvdA inzake Progressie-eis Wwik

Geacht College,

De fractie van de PvdA heeft met genoegen kennis genomen (in de uitvoeringsnota cultuur) dat Zwolle een goed klimaat wil creëren voor kunstenaars. In dit verband is de Wwik in onze ogen een prima voorziening. In het kader van de Wwik geldt een progressie-eis welke inhoud dat een kunstenaar moet kunnen aantonen dat hij in toenemende mate inkomsten uit werk verwerft. Het ministerie van sociale zaken en werkgelegenheid heeft aangegeven dat het inkomensbestanddeel van subsidies/ stipendia welke in het kader van de entree-eis worden beschouwd als inkomsten uit kunst, ook in aanmerking genomen moeten worden genomen bij de beoordeling of een kunstenaar aan de progressie-eis heeft voldaan, indien de betreffende kunstenaar dergelijke inkomsten heeft genoten in de twaalf kalendermaanden voorafgaand aan de toetsingsdatum van de progressie-eis en deze inkomsten door de belastingdienst overeenkomstig Artikel 3.1 / 2a van de Belastingwet zijn gewaardeerd als belastbare winst uit onderneming. Met andere woorden, dergelijke inkomsten moeten worden aangemerkt als inkomsten verworven met werkzaamheden in het kader van de Wwik progressie-eis. Navraag bij andere gemeenten (Groningen, Den Haag, Utrecht en Haarlem) leert dat zij een basisstipendium van het Fonds voor Beeldende Kunsten, Vormgeving en Bouwkunst te Amsterdam zonder uitzondering mee laten tellen in het kader van de progressie-eis. Wij hebben begrepen dat Zwolle dat niet, of in ieder geval niet altijd doet.

Wij hebben daarom de volgende vragen:

* Wanneer kan in Zwolle het inkomensdeel van een bovengenoemd basisstipendium meegenomen worden om te voldoen aan de progressie-eis en wanneer niet?
* Waarom volgt u niet (altijd) de landelijke lijn?
* Bent u met ons van mening dat Zwolle door niet (altijd) de landelijke lijn te volgen rechtsongelijkheid creëert?

In afwachting van uw antwoord,
Met vriendelijke groet namens de fracties van

PvdA,
Eefke Meijerink
Gerrit Teunis

Wij stellen u voor de vragen als volgt te beantwoorden:
* De Wet werk en inkomen kunstenaars (WWIK) biedt professioneel werkende kunstenaars de financiële mogelijkheid een renderende beroepspraktijk op te bouwen. Tegelijkertijd is het de verantwoordelijkheid van de kunstenaar en diens echtgenoot om zelfstandig in de kosten van het bestaan te (gaan) voorzien. Voor veel kunstenaars betekent dit dat zij een gemengde beroepspraktijk moeten opbouwen.
* In de WWIK is bepaald dat de kunstenaar, om in aanmerking te komen voor een WWIK-uitkering, gedurende een bepaalde periode als kunstenaar werkzaam is geweest en in die periode met die werkzaamheden een bruto-inkomen heeft verworven. De wetgever geeft aan hoe hoog dit bruto inkomen tenminste moet zijn. Eén van de voorwaarden om het recht op WWIK-uitkering te behouden, is dat het inkomen een stijgende lijn vertoont. De gemeente moet, op in de wetgeving aangegeven momenten toetsen, of het inkomen is gestegen en de hoogte van het inkomen op het toetsmoment voldoet aan de wettelijke eisen. Deze toets wordt de "progressie-eis WWIK" genoemd. Voor alle duidelijkheid bij de inkomenstoets in het kader van de progressie eis gelden andere voorwaarden dan die gelden bij de inkomenstoets in het kader van het vaststellen van de hoogte van de WWIK-uitkering. Bij de inkomenstoets in het kader van de progressie eis wordt uitsluitend getoetst of er sprake is van inkomsten uit werkzaamheden als kunstenaar en of arbeid in loondienst (ook inkomsten van de echtgenoot kunnen hierbij meetellen).
* Zwolle telt beurzen of stipendia kunnen bij de vaststelling of iemand aan de progressie-eis voldoet mee, als tegenover de financiële ondersteuning ook bepaalde arbeidsverplichtingen staan, bijvoorbeeld het maken van een of meerdere kunstwerken in opdracht van de geldverstrekker. Met andere woorden ook hier moet duidelijk zijn dat de inkomsten verkregen zijn uit werkzaamheden.
* De WWIK wordt uitgevoerd door 20 aangewezen centrumgemeen. Zwolle is één van de aangewezen centrumgemeenten. De vragenstellers verwijzen naar de handelwijze van een viertal centrumgemeenten en stellen dat deze gemeenten een stipendium zonder meer meetellen als inkomsten in het kader van de progressie eis. Zij gaan er tevens van uit dat er hierdoor sprake is van een landelijke lijn en dat Zwolle afwijkt van de landelijke lijn.
* Er zijn vanuit de wetgever geen specifieke voorschriften gegeven over hoe omgegaan moet worden met het genoemde stipendium. Elke centrumgemeente moet daardoor per kunstenaar en per stipendium een afzonderlijke beoordeling maken.
* Daarnaast is er over dit onderwerp, voor zover ons bekend, geen jurisprudentie beschikbaar. Wij hebben aan alle centrumgemeenten gevraagd hoe zij omgaan met een stipendium in het kader van de progressie eis. Wij hebben van 13 gemeenten antwoord ontvangen: 5 gemeenten waren niet in staat om tijdig te reageren of heeft hier geen ervaring mee opgedaan; 6 gemeenten (waaronder de grootste gemeente van ons land) volgen de lijn van de gemeente Zwolle, sommige gemeenten geven hierbij wel aan dat zij om pragmatische gronden aansluiten bij de beoordeling van de Belastingdienst. Men telt het inkomen mee als de Belastingdienst het stipendium ziet als inkomen uit tegenwoordige antwoord.
* Eén van de door de vragenstellers aangehaalde gemeenten, geeft aan dat zij niet standaard de door vragenstellers aangegeven lijn volgt. Eén en ander is afhankelijk van de aard van het stipendium, een toetsing van de progressie eis wordt door deze gemeente achterwege gelaten als de hoogte van het stipendium zodanig is dat er op grond van de bepalingen rond inkomensverrekening geen WWIK toegekend kan worden.
* Een andere aangehaalde centrum gemeente geeft aan dat zij op een verzoek van de betrokken Zwolse kunstenaar hebben geantwoord dat zij toetst of het stipendium door de belastingdienst is aangemerkt als inkomen uit arbeid. Indien het stipendium bestemd is voor beroepskosten en ook als zodanig wordt aangewend, is er geen sprake van resultaat (omzet minus kosten), waardoor het stipendium niet meeweegt bij de toetsing of aan de progressie eis wordt voldaan. Ook hieruit blijkt dat een stipendium niet altijd meegenomen wordt als inkomsten bij de toetsing van de progressie eis.
* Van de andere door de vragenstellers genoemde centrumgemeenten is geen reactie ontvangen op het verzoek van de gemeente Zwolle om informatie over hun beleid te verschaffen.
* Voor alle zekerheid hebben wij het door ons gevoerde beleid getoetst bij het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Het Ministerie heeft via een e-mail medegedeeld dat zij de lijn van de gemeente Zwolle onderschrijft.
* Wij zijn van mening dat de door de vragenstellers aangehaalde beleidsinvulling niet als een algemene landelijke lijn gezien kan worden.
* Nee. De gemeente moet in iedere individuele situatie toetsen of een stipendium meegewogen kan worden of een kunstenaar voldoet aan de progressie eis. Hierbij heeft de gemeente naar onze mening weinig beleidsvrijheid. Wellicht ten overvloede vermelden wij dat, voor zover wij weten, er thans in een tweetal gemeenten (waaronder Zwolle) een beroepsprocudere bij de rechtbank loopt.

Burgemeester en wethouders van Zwolle,

de burgemeester, H.J. Meijer

de secretaris, O. Dijkstra

Bron: Raadsgriffie