Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

De voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018
2500 EA DEN HAAG

Den Haag Ons kenmerk
28 november 2007 VO/OK/07/46132

Onderwerp Bijlage(n) rekenen/taal 1

In haar brief van 12 februari 2007 deelde de toenmalige minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap Maria J.A. van der Hoeven, u o.a. mede, dat er een Expertgroep Doorlopende leerlijnen rekenen en taal zou worden ingesteld. Deze zou als taak hebben, voor verschillende referentieniveaus in het onderwijs concrete inhoudelijke eisen voor deze vakgebieden vast te leggen. De Expertgroep is op 9 mei 2007 ingesteld. Voor de precieze taak, werkwijze en samenstelling verwijs ik u naar de bijlage bij deze brief. In deze brief wil ik u, mede namens minister Plasterk en staatssecretaris Dijksma op de hoogte brengen van de stand van zaken bij dit project. Het is een weergave van een tussenstand in de discussie die de Expertgroep voert, ook in een aantal werkgroepen. Het eindadvies kan dus daarvan afwijken. Ik hecht er aan u te informeren over het feit dat het eindadvies niet in december 2007, maar in januari 2008 wordt verwacht.
De Expertgroep heeft eerst voor zichzelf vastgesteld dat de opdracht aan de Expertgroep een uitdaging is. Het gaat over de ontwikkeling van voorstellen voor onderwijsinhouden die de kern uitmaken van wat er wordt geleerd, namelijk taal en rekenen. Het zijn inhouden die naast de eigen waarde die ze bezitten ook voorwaardelijk zijn voor het leren en begrijpen van andere onderwijsinhouden. Het betreft verder de hele onderwijsketen, van primair onderwijs tot de instroom in het hoger onderwijs. Uitgangspunt van dit kabinet is, dat nauwkeuriger wordt omschreven wat in het onderwijs moet worden geleerd. Voor de Expertgroep ligt er de opdracht om naar een hanteerbaar evenwicht te zoeken in de voorstellen tussen het eigenaarschap van leraren en scholen en de kwalitatieve sturende werking die de voorstellen moeten bezitten. Dit is tevens een belangrijk implementatiethema waarover de Expertgroep advies zal uitbrengen.
Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
Rijnstraat 50, Postbus 16375, 2500 BJ Den Haag T +31-70-412 3456 F +31-70-412 3450 W www.minocw.nl

blad 2/3

Er zijn bij dit onderwerp veel geïnteresseerden, direct betrokkenen, belanghebbenden. De Expertgroep wil kennis nemen van hun opvattingen en rekening houden met hun aanbevelingen. Voor een deel is hierin voorzien door een door mij ingestelde Klankbordgroep waarin vertegenwoordigers zitten van de organisaties en instellingen van de betrokken onderwijssectoren en vakgebieden. Voor een deel heeft de Expertgroep zelf initiatieven genomen om gesprekken aan te gaan of is ingegaan op initiatieven van geïnteresseerden. Daarnaast is er een grote veldraadpleging onder leraren en andere betrokkenen georganiseerd op 21 november.
De Expertgroep heeft zich, conform de opdracht, eerst gebogen over de te onderscheiden referentieniveaus. Daarbij is ook gekeken hoe in andere, vooral Europese landen, met deze thematiek wordt omgegaan. Met name de ontwikkelingen rond het Europees referentiekader voor de vreemde talen lijkt een handzaam model op te leveren. Vooralsnog tendeert de Expertgroep naar een eenvoudiger model dan dat omschreven in de bijlage bij de brief van 12 februari. Er worden referentieniveaus aangegeven in oplopende gradaties van intensiteit en complexiteit voor basiskennis en basisvaardigheden voor taal en rekenen. Vooralsnog zijn het vier overlappende referentieniveaus met indicaties van de leeftijden 12, 16 en 18 jaar. Voor scholen en instellingen geeft het kader houvast bij leerplanbeslissingen, inzicht in wat te verwachten is van de toeleverende scholen en instellingen en waaraan voldaan dient te worden in verband met de doorstroom. In twee werkgroepen: rekenen & wiskunde en taal worden de referentieniveaus concreet uitgewerkt. Daarnaast werkt een groep aan voorstellen gericht op de implementatie en het verwerven van draagvlak, ook nadat de Expertgroep haar advies heeft opgeleverd. Tenslotte is een werkgroep gericht op de aansluiting van de voorstellen op de programma's van lerarenopleidingen. Het bovenstaande is een voorlopige stand van zaken. De werkgroep die zich bezighoudt met rekenen & wiskunde heeft als belangrijke aandachtspunten de noodzaak van het consolideren en onderhouden van de basale kennis en de noodzaak om onderscheid te maken tussen toespitsing van kennis en verdieping van kennis voor verschillende groepen van leerlingen en onderwijssoorten. De werkgroep kiest als denkkader voor de uitwerking vier zogeheten conceptuele netwerken: verhoudingen, getallen,verbanden, meten. De Expertgroep zal dit zo moeten uitwerken dat een concrete, herkenbare en algemene (in de zin van ook buiten de conceptuele context leesbare) beschrijving van inhoudelijke eisen het eindresultaat is. De werkgroep taal heeft aansluiting gezocht bij het Raamwerk Nederlands (v)mbo dat onlangs door CINOP is ontwikkeld als onderdeel van het Aanvalsplan Laaggeletterdheid 2006-2010. De werkgroep onderscheidt de volgende onderdelen van het vakgebied: schrijfvaardigheid, leesvaardigheid, spreek- en luistervaardigheid, literaire vaardigheid en taalverzorging en taalbeschouwing. De eerste vier maken met die naam deel uit van bestaande examenprogramma's, maar de werkgroep zal meer concrete en (dus) naar niveau onderscheiden inhoudelijke eisen moeten omschrijven. De uitdaging ligt verder bij de onderdelen taalverzorging en taalbeschouwing. De werkgroep wil terecht ook een niveaubeschrijving opstellen van regelkennis in het domein taalverzorging.

blad 3/3

Na verwerking van het resultaat van de brede veldconsultatie kan het advies worden opgesteld. Na ontvangst daarvan zenden wij het u toe. Wij streven ernaar tegelijk ook een (eerste) reactie op de voorstellen te geven. Heel belangrijk daarbij zal zijn, dat elk voorstel zal moeten passen in de bredere ontwikkelvoorstellen die wij elk in overleg met de scholen en instellingen ontwikkelen voor de sectoren waarvoor wij elk verantwoordelijk zijn en de ambities die wij daarbij hebben. De staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

Marja van Bijsterveldt-Vliegenthart