Ruimtelijk Planbureau

Herstructureringsbijdrage kan ruimtegebruik door bedrijven optimaliseren

Het aandeel verouderde bedrijventerreinen zal, bij het huidige tempo van herstructurering, de komende jaren verder toenemen. Om herstructurering aantrekkelijker te maken en de vraag naar nieuwe bedrijventerreinlocaties substantieel te beperken, zijn nieuwe beleidsinstrumenten nodig. Met name moet een herstructureringsbijdrage worden overwogen. Daarnaast moet de planning van bedrijventerreinen regionaal beter worden afgewogen.

Dit zijn de belangrijkste conclusies van de RPB-studie 'Naar een optimaler ruimtegebruik door bedrijventerreinen. Een verkenning van enkele beleidsopties', die op 30 november is verschenen. Deze studie naar de mogelijkheden om de behoefte aan bedrijventerreinen te beperken heeft het RPB uitgevoerd op verzoek van de ministeries van VROM en Economisch Zaken.

Ruimtewinst door toepassing van de SER-ladder blijkt beperkt

Toepassing van de SER-ladder kan het areaal nieuwe, nog aan te wijzen locaties voor bedrijventerreinen beperken. De SER-ladder verwijst naar een voorstel van de SER uit 1999 waarbij de verschillende ruimtelijke mogelijkheden zorgvuldiger worden afgewogen. Dit houdt in dat ten eerste aandacht wordt besteed aan een optimaal gebruik van de beschikbare (of door herstructurering beschikbaar te maken) ruimte, ten tweede aan de mogelijkheden voor meervoudig ruimtegebruik en ten derde aan uitbreiding van het bestaande areaal voor bedrijven. Hoewel het is aan te bevelen de SER-ladder zoveel mogelijk toe te passen, moet de ruimtewinst die hiermee kan worden geboekt, niet worden overschat. Ten opzichte van de geraamde toename van de ruimtevraag door bedrijventerreinen over de periode 2006-2020 biedt de SER-ladder een ruimtewinst van slechts 6 tot 11 procent.

Herstructureringsbijdrage nodig voor substantiële ruimtewinst

Om een substantiëlere ruimtewinst te behalen zullen ook andere beleidsopties moeten worden ingezet. Met name moet een herstructureringsbijdrage worden overwogen (vergelijkbaar met een verwijderingsbijdrage die wordt betaald bij de aanschaf van een nieuwe koelkast). Een dergelijke heffing op nieuwe terreinen zou het budget voor herstructurering aanzienlijk kunnen vergroten. Bovendien helpt deze heffing de vraag naar nieuwe terreinen beperken. Nadere studie moet uitwijzen hoe hoog een dergelijke herstructureringsbijdrage zou moeten zijn. De onderzoekers bevelen daarom aan voorzichtig te beginnen met de invoering van deze heffing en deze aan de hand van de reacties in de praktijk bij te stellen.

Krimp noopt tot transformatie verouderde bedrijfsterreinen

Na 2020 wordt in de meeste regio's verwacht dat de behoefte aan bedrijventerreinen zal afnemen. Daarom moet anders worden omgegaan met ruimtelijke reserveringen dan in een perspectief van voortgaande groei. Dit vereist bijzondere beleidsaandacht voor de transformatie van verouderde bedrijfsterreinen.

Naar een regionaal afwegingskader

De problematiek van nieuwe en verouderde bedrijventerreinen speelt dus op regionaal niveau. De ernst van de problematiek is regionaal verschillend en de oplossingen moeten ook deels regionaal gevonden worden.
Vanwege dit regionale karakter verdient het aanbeveling om de planning van bedrijventerreinen voortaan beter regionaal af te stemmen in een integrale afweging tussen wonen, werken en mobiliteit.

Verbeterd parkmanagement bestrijdt veroudering

Voor de lange termijn zien de onderzoekers bestrijding van veroudering, bijvoorbeeld door een verbeterd parkmanagement op bedrijventerreinen, als een goed alternatief. Het helpt de veroudering van terreinen vertragen. Daartegenover staat dat het instrument niet leidt tot herstructurering van verouderde bedrijventerreinen. Ook het verbeteren van de efficiency van herstructurering door kennisopbouw, kennisuitwisseling en voorlichting is een instrument dat pas na langere tijd de productiviteit van de herstructurering zal verhogen. Dit is dus een goede langetermijnmaatregel.

EINDE PERSBERICHT

---

Naar een optimaler ruimtegebruik door bedrijventerreinen. Een verkenning van enkele beleidsopties, Hugo Gordijn, Gusta Renes, Michel Traa, Den Haag: Ruimtelijk Planbureau. ISBN 978 90 78645 07 8

Deze publicatie is als PDF te downloaden van www.rpb.nl
---

Voor een recensie-exemplaar (uitsluitend voor pers) of meer informatie:
Ruimtelijk Planbureau, Bureau Communicatie, Paul Splinter, 070-3288746, 06-52671626, splinter@rpb.nl