Software-ingenieurs bevrijd van 'administratief programmeerwerk'

12/12/2007 11:03



Innoventura



Specialistische programmeurs zijn vaak een aanzienlijk deel van hun tijd kwijt aan administratieve programmeertaken. Net als de politieagent die boeven wil vangen en de leraar die voor de klas wil staan, houden deze ingenieurs zich het liefst bezig met hun kerntaak; nieuwe producten ontwikkelen. Met de resultaten van het grootschalig onderzoeksproject Ideals van het Embedded Systems Institute (ESI) in samenwerking met ASML kunnen 'vervelende programmeertaken' tot het verleden behoren. De resultaten worden dinsdag 18 december tijdens een afsluitend congres in Eindhoven gepresenteerd.

High Tech Industrie
In de mondiale concurrentiestrijd van de high tech industrie is de snelheid waarmee innovaties worden doorgevoerd cruciaal voor succes. Complexe producten, zoals kopieermachines, medische systemen of lithografiemachines, worden continu vernieuwd en verbeterd. Een groot aantal hoogopgeleide specialisten werkt dan ook aan nieuwe innovaties op specifieke onderdelen van zo'n high tech systeem. Volgens prof.dr. Ed Brinksma, directeur van het ESI, is het verhogen van de effectiviteit van deze specialisten een topprioriteit. "Bedrijven als ASML, die uiterst complexe machines maken voor de chipindustrie, willen hun beste ingenieurs vooral inzetten op die taken waar zij als een van de weinigen expert in zijn."

Wafer scanners
Om bij snel evoluerende complexe producten de effectiviteit van software-engineers te vergroten voerde ESI het vijfjarig onderzoeksproject Ideals uit bij industriële partner ASML. Nieuwe versies van de wafer scanners wisselen elkaar in zo'n hoog tempo af dat er relatief veel tijd gaat zitten in het beheersen van deze snelle innovaties. Bij elke innovatie in de machine, bijvoorbeeld een betere lens, een snellere materiaal afhandeling of een preciezere plaatsing van componenten, is naast het toevoegen van nieuwe software functionaliteit ook extra administratief programmeerwerk nodig om de hele machine optimaal te laten werken.

Onnodige tijdsbesteding
Tot nu toe moeten de softwarespecialisten altijd zélf deze extra administratieve codes schrijven. Dat is niet alleen onnodige tijdsbesteding van duur en gespecialiseerd personeel, maar bovendien een bron van onnauwkeurigheden. Het onderzoeksproject van ESI richtte zich op het 'rationaliseren' van dit programmeerwerk. Als eerste bekeken de onderzoekers van ESI het zogenoemde 'aspectgeoriënteerde programmeren'. Centraal hierbij staat het beheersen van de impact van afzonderlijke onderdelen in een complex systeem op alle overige onderdelen. Het meest succesvolle en concrete resultaat van deze werkzaamheden is de implementatie van een specifieke softwaretool bij ASML (WeaveC) die een aantal administratieve programmeertaken kan automatiseren. Inmiddels is deze tool al bij een groot aantal productverbeteringen succesvol ingezet.

Maatschappelijke betekenis
De maatschappelijke betekenis van deze ontwikkeling kan erg groot zijn. Brinksma: "ESI werkt vanuit de wetenschap aan concrete verbeteringen voor de industrie. Naast de directe partners, zoals ASML, komen de resultaten via gerichte kennisoverdracht ook terecht bij andere industrieën. De uitdagingen die bij ASML spelen komen in elk bedrijf voor dat complexe technologische systemen ontwikkelt." Naast het industriële succes is de wetenschappelijke impact ook groot bij deze industrieel gerichte onderzoekstrajecten. Zo blijkt bijvoorbeeld het vakgebied van aspectgeoriënteerd programmeren in de softwareontwikkeling in tegenstelling tot de wetenschappelijke verwachting nog lang niet uitontwikkeld te zijn. De in de praktijk voorkomende knelpunten zorgen vaak voor geheel nieuwe wetenschappelijke vraagstellingen.

Het Embedded Systems Instituut
ESI is een wetenschappelijk onderzoeksinstituut dat zich richt op het versnellen van innovaties in de high tech industrie door het leveren van toepassingsgerichte wetenschappelijke kennis op het gebied van Embedded Systemen. Zij werkt daarbij in partnership samen met een groot aantal Nederlandse universiteiten, mede-kennisinstellingen en industriële partijen. Het belangrijkste kenmerk van ESI is dat het onderzoek zich afspeelt op de werkvloer van de bedrijven volgens het 'Industry as Laboratory' concept. Geïnspireerd door industriële vraagstelling en de bijbehorende grootschalige benadering ontwikkelt het ESI wetenschappelijke kennis. De resultaten komen via gerichte kennistransferprojecten bij het bedrijfsleven terecht.