over het financiële voordeel van gemeenten wanneer ouderen in een zorginstelling wonen

Antwoorden op kamervragen van Agema over het financiële voordeel van gemeenten wanneer ouderen in een zorginstelling wonen

Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport



De Voorzitter van de Tweede Kamer
der Staten-Generaal
Postbus 20018
2500 EA DEN HAAG

DMO-K-U-2815330

17 december 2007

Antwoorden van staatssecretaris Bussemaker op kamervragen van het Kamerlid Agema over het financiële voordeel van gemeenten wanneer ouderen in een zorginstelling wonen (2070803030).

Vraag 1
Bent u bekend met het bericht `Wmo remt bouw zorgwoningen'?

Antwoord 1
Ja.

Vraag 2
Onderschrijft u dat de inhoud daarvan aantoont dat gemeenten door de Wmo een financieel nadeel hebben als ouderen die thuiszorg krijgen zelfstandig wonen, en dat dit ongewenst is omdat ouderen zo lang mogelijk thuis moeten kunnen blijven wonen? Zo neen, waarom niet?

Antwoord 2
Ik onderschrijf de conclusie dat gemeenten financieel nadeel ondervinden als ouderen die thuiszorg krijgen zelfstandig blijven wonen niet. Gemeenten zijn sinds de invoering van de Wmo per 1 januari 2007 verantwoordelijk voor de huishoudelijke hulp aan thuiswonende cliënten. Gemeenten hebben daar een adequaat budget voor ontvangen. Het budget dat is overgeheveld naar gemeenten voor de huishoudelijke hulp in het kader van de Wmo is gebaseerd op het aantal thuiswonende cliënten dat huishoudelijke zorg ontving in de Awbz in 2005. Vervolgens is het Wmo-budget geïndexeerd naar het prijspeil 2007.

Mensen die zelfstandig thuis wonen, kunnen als zij meer functies nodig hebben dan huishoudelijke verzorging, voor de overige zorg een beroep op de Awbz doen. Daarin is niets veranderd. Dat geldt ook voor verblijfsgeïndiceerden die in het kader van een extramuraliseringsproject weer zelfstandig (gaan) wonen.

Ik ben voornemens om met ingang van 1 januari 2009 het gehele zorgpakket voor verblijfsgeïndiceerden, dus ook de huishoudelijke hulp, te laten leveren op grond van de Awbz. Gemeenten zijn dan niet meer verantwoordelijk voor de huishoudelijke hulp aan verblijfsgeïndiceerden, ook niet als ze zelfstandig wonen. Vanaf die datum kunnen ook thuiszorginstellingen het volledig pakket thuis leveren. Het budget dat is gemoeid met levering van huishoudelijke hulp aan verblijfsgeïndiceerden wordt dan overgeheveld van het gemeentefonds naar de Awbz.

Vraag 3
Hoe gaat u er voor zorgen dat als gevolg van de Wmo de bouw van zorgwoningen niet wordt vertraagd?

Antwoord 3
De vertraging van de bouw van zorgwoningen is geen direct gevolg van de invoering van de Wmo.