Inspectie voor de Gezondheidszorg


Dwang en Drang. Zacht als het kan, hard als het moet

Toespraak van Inspecteur-generaal Gerrit van der Wal, ter gelegenheid van het symposium Medirisk op 23 november 2007 in Utrecht.

Opening:
Patiënten die onnodig overlijden, ruziënde specialisten en geen intensivist op de intensive care, onacceptabele situaties op een afdeling voor hartoperaties, structurele tekortkomingen in het preoperatief proces, onderschatte risico's bij kijkoperaties door het ontbreken van belangrijke voorwaarden om veilig te kunnen werken. Helaas allemaal erg actueel.

Bij zorgaanbieders die geen verantwoorde zorg leveren, en aantoonbaar onveilig werken, interveniëren wij. Dat geldt overigens niet alleen voor de ziekenhuissector. Onlangs publiceerden we een onderzoek over de gehandicaptenzorg. Een zeer kritisch rapport waarin onder meer werd aangetoond dat het de sector ontbreekt aan deskundig personeel-waardoor de continuïteit en veiligheid van de zorg in gevaar is- met alle gevolgen van dien voor de kwaliteit van leven/bestaan van de persoon met een verstandelijke beperking.

We zijn hard als het moet. Maar zacht als het kan. Zo willen wij ook de resultaten benutten die de bestpresterende zorgaanbieders met de huidige kennis, menskracht en financiële middelen weten te bereiken om het prestatieniveau van de sector als geheel te verhogen. Door bij onze handhaving het kwaliteitsniveau van de bestpresterende zorginstellingen als voorbeeld te stellen, kan de kwaliteit van zorg als geheel sterk verbeteren zonder dat hard ingrijpen noodzakelijk is.

Goedemiddag dames en heren,

Allereerst wil ik Medirisk van harte feliciteren met het Lustrum-het 15 jarig bestaan. Medirisk is een gewaardeerde partner van de zorg.

Ik ben vandaag gevraagd om over het werk van de Inspectie voor de Gezondheidszorg te spreken, en met name over drang en dwang. Maar voordat ik daar dieper op in ga wil ik eerst graag wat inzoomen op het werk van de inspectie. Wat is onze missie, hoe ziet ons werk eruit, wat voor 'gereedschap' gebruiken we daarbij?

De Inspectie voor de Gezondheidszorg bevordert de volksgezondheid door effectieve gefaseerde handhaving van de kwaliteit van zorg, van preventie en van medische producten. We richten ons vooral op problemen die de burgers niet zelf kunnen beoordelen of beïnvloeden. Zij moeten kunnen vertrouwen op de kwaliteit en de veiligheid van zorg en producten die beroepsbeoefenaren, instellingen en bedrijven leveren.

Het veld waar de inspectie op toeziet, met zo'n 3000 instellingen, is groot.
Wij zien erop toe dat patiënten verantwoorde en veilige zorg krijgen aangeboden, en dat zorgaanbieders de wet naleven én vooral geaccepteerde veldnormen respecteren. Het veld waarin dat gebeurt variëert van huisartsen en ziekenhuizen tot verpleeghuizen en gehandicapteninstellingen. Van gemeentelijke gezondheidsdiensten en psychiatrische klinieken tot apothekers en fabrikanten van geneesmiddelen.

Wij hebben onlangs vier prioriteiten voor ons werk geformuleerd:

Ons eerste speerpunt is de kwaliteit van zorg (met name patiëntveiligheid) bevorderen. Het doel is dat patiënt en cliënt met minder risico's en schade te maken krijgen. Daardoor neemt het gerechtvaardigd vertrouwen in de zorg toe. De patiëntveiligheid krijgt hierbij topprioriteit. Inmiddels hebben we sinds juni dit jaar cijfers over vermijdbare schade in onze ziekenhuizen. Tussen de 1500 en 2000 mensen overlijden in Nederland door potentieel vermijdbare calamiteiten en incidenten. Mijn overtuiging is dat de zorg in Nederland veiliger moet en kan.

Het zorgveld heeft van de minister vijf jaar gekregen om een belangrijk doel te bereiken: breng de potentieel vermijdbare schade in de ziekenhuiszorg met de helft terug, dat is de opdracht. Met de veldpartijen in de ziekenhuiszorg zijn we de campagne 'Voorkom schade, werk veilig' gestart.
Ziekenhuizen moeten minimaal tien zorgverbeteringen/interventies invoeren die bewezen hebben goed te werken - in drie tranches van anderhalf jaar.
Daarnaast hebben ze zich verplicht om in 2008 een veiligheidsmanagementsysteem, het VMS, te hebben ingevoerd. Wij richten ons handhavingsrepertoire hier (VMS, Interventies) nadrukkelijk op in.

Ons tweede belangrijke thema is preventie effectiever maken. Het doel is om de effecten van het gemeentelijk gezondheidsbeleid te vergroten en bij te dragen aan betere zorg voor jeugd. Wij willen realiseren dat de publieke gezondheidszorg meer gebruik maakt van interventies met bewezen effectiviteit en de mogelijkheden van integraal gezondheidsbeleid beter benut.

Vergroten van transparantie van geleverde kwaliteit van zorg is onze derde prioriteit voor de komende jaren. Het meet- en zichtbaar maken van kwaliteit en kwaliteitsverschillen is van groot belang voor de werking van het gezondheidszorgsysteem.

Ons vierde speerpunt is meer en gerichter aandacht besteden aan kwetsbare groepen zoals gehandicapten, psychiatrische patiënten en dementerenden. Maar ik heb het ook over de eerste generatie allochtonen, asielzoekers en vluchtelingen. Het is een klassieke overheidsverantwoordelijkheid op te komen voor zwakkeren in de maatschappij.

Hoe gaan we met handhaving bijdragen aan deze inhoudelijke speerpunten?

Onze handhavingstaak valt uiteen in toezicht en opsporing. Het toezicht kent een breed scala van activiteiten, variërend van advies, stimulans, drang tot dwang. Het toezicht heeft dus een preventieve én een repressieve kant. Als toezichthouder zal een inspecteur bij een zorgaanbieder aandringen op beëindiging van een ongewenste situatie. Daarbij doen we ons werk risicogericht.

De inspectie gebruikt verschillende methoden om haar doelen 'verantwoorde zorg' en 'gerechtvaardigd vertrouwen in de zorg' te realiseren. Met onze activiteiten willen we invloed uitoefenen op onze omgeving. We willen de zorgaanbieders adviseren/ stimuleren óf van hen eisen dat zij verantwoorde zorg leveren. Hiertoe hanteren wij de handhavingscyclus. Van deze cyclus maakt de 'selectietrechter' deel uit. Deze gebruiken wij om gericht te werk te gaan. Want de vraag blijft steeds: moeten we ons er wel mee bemoeien?

De trechter filtert onderwerpen eruit die niet bij ons horen. In de trechter stellen we de volgende vragen:

1. Is het belangrijk? Qua ziektelast of sterfte.
2. Is er sprake van een risicovolle en ernstige situatie die gevaren met zich meebrengt?

3. Is er informatie te verzamelen om te kunnen beoordelen of aan de norm kan worden voldaan, met andere woorden: is het inspecteerbaar?
4. Is het handhaafbaar? Kan op zo'n manier worden ingegrepen met advies, drang of dwang dat er een duidelijke verbetering zichtbaar wordt en de norm gehaald wordt.

5. Is de Inspectie voor de Gezondheidszorg de meest aangewezen instantie om dit onderwerp op te pakken?

Komt een onderwerp 'door onze trechter', dan is de volgende vraag: hoe pakken we dit probleem aan? Wat is onze handhavingsstrategie?

Het bezoeken van álle instellingen en zorgverleners is absoluut onmogelijk. Om toch effectief en efficiënt te kunnen handhaven laten we alle zorgaanbieders - net als iedereen aan de Belastingdienst - jaarlijks gegevens aanleveren, die voorspellende waarde hebben voor de kwaliteit en veiligheid van zorg. Omdat we een toezichtbureaucratie willen voorkomen, werken we met een beperkte set van gegevens: kwaliteits-indicatoren.

Onze handhaving knippen we op in drie fasen: informatie verzamelen/ oordelen/ en interveniëren. Iedere fase werkt in feite als een soort filter naar de volgende stap.

1. De eerste fase van het gefaseerd toezicht bestaat uit het systematisch verzamelen van gegevens. Op basis hiervan maakt de inspectie een inschatting welke instellingen en bedrijven verhoogd risico hebben.

2. De uitkomsten van de eerste fase geven aanleiding om bij sommige instellingen en op sommige thema's onderzoek uit te voeren: dit is de tweede fase.
Hierbij vindt een inspectiebezoek plaats bij de instellingen en bedrijven met een kans op een verhoogd risico. Als hieruit blijkt dat de zorg of de producten daadwerkelijk kwalitatief onvoldoende zijn, gaat de inspectie over tot maatregelen.

3. In de derde fase komen alleen de weerbarstige gevallen terecht, waarbij ingrijpen, het opleggen van sancties (zoals bestuurlijke boete, een bevel, sluiting van een afdeling) of soms opsporing nodig is.

De informatieverzameling in fase 1 verbeteren we door fase 0, de indicatorontwikkeling, systematischer op te zetten. We doen dat door in overleg met veldpartijen normenkaders en prestatie-indicatoren te ontwikkelen.
Vervolgens gebruiken we die als basis voor onze informatieverzameling waarmee we risico's in de zorg detecteren.

Twee andere bronnen van informatie voor fase 1 zijn de meldingen van calamiteiten en de informatie waarover inspecteurs in hun rol van accounthouder van één of meer zorginstellingen beschikken.

Dus:
Om onze ambities waar te kunnen maken willen we een krachtige toezichthouder op de kwaliteit van zorg zijn.
Een handhaver die uitgaat van vertrouwen in de zorgaanbieders en hen stimuleert om hun verantwoordelijkheid om verantwoorde zorg te leveren waar te maken. Maar die ook ingrijpt als zorg onder de maat is. Daarmee realiseren we onze missie: bevordering van de volksgezondheid door effectieve handhaving van de kwaliteit van het zorgaanbod.

De Inspectie voor de Gezondheidszorg grijpt in als het nodig is. Ik vertelde het u eerder al. Bij ernstige zaken, als het ondanks veel praten maar niet beter wil worden, treden we op en soms ook naar buiten. Een berucht voorbeeld is het Radboud ziekenhuis in Nijmegen. Een e-mail van een klokkenluider lekte uit.
De inhoud loog er niet om: 'ik zou nooit op de hartafdeling van mijn eigen ziekenhuis behandeld willen worden'.
Ruzie op de afdeling cardiochirurgie zorgde ervoor dat er geen verantwoorde zorg meer werd gegeven. Het aantal sterfgevallen was veel te hoog.
De gebruikelijke procedure is dat de inspectie het ziekenhuis eerst zelf een rapportage laat uitbrengen.

We geven de instelling de gelegenheid een verklaring te geven voor patiënt-onveilige situaties. Bij het Radboud vonden we de verklaring niet toereikend. Samen met het ziekenhuis werd besloten een nieuw onderzoek te doen terzijde gestaan door een externe commissie. Het resultaat was dat de hartafdeling door de inspectie tot nader order gesloten werd. Een ultieme maar noodzakelijke maatregel die in de openbaarheid werd gebracht en landelijk nieuws werd. Het dwong het Radboud maatregelen te nemen en orde op zaken te stellen. Pas toen er weer vertrouwen was kreeg de afdeling toestemming om weer open te gaan. Waarschijnlijk is het nu één van de best presterende afdelingen cardiochirurgie in Nederland.

Dan is er de zogenaamde volume discussie. Als je iets ingewikkelds te weinig doet kun je het beter laten. Die volumediscussie speelt nu bijvoorbeeld bij kijkoperaties -m.n. laparascopie in de buik (waar overigens nog veel meer speelt zoals het onvoldoende onderhoud van de apparatuur).
We ontdekten dat er veel onbedoelde schade wordt aangericht bij deze techniek. Bijna geen van de ziekenhuizen waar deze manier van opereren wordt toegepast kon duidelijk maken hoeveel oefening een chirurg nodig heeft voordat hij bekwaam genoeg is. De ene chirurg mag het al na vier keer de andere pas na veertig.

Sommige operateurs verrichten de laparoscopische ingreep zo zelden dat onze aanbeveling was: 'U kunt er beter mee stoppen, want dit is niet verantwoord.'
De beroepsgroep hebben we een ultimatum gesteld. Op 1 maart moeten er plan van aanpak zijn om kijkoperaties veiliger te maken. De volumediscussie speelt ook bij slokdarmkankeroperaties. Ik ga daar exemplarisch wat uitgebreider op in.

Boeiend aan deze drie voorbeelden, waarbij drang en dwang aan de orde was/is, is ook dat daarbij gebruik gemaakt is van drie verschillende inspectie instrumenten.
Bij het Radboud ging het om een primaire melding die werd onderzocht en waaruit de maatregel sluiten van de afdeling voorvloeide om het ziekenhuis te dwingen verbeteringen aan te brengen.

Bij de slokdarmoperaties pasten we het instrument van de kwaliteitsindicatoren toe. Ziekenhuizen moesten zelf aangeven hoe vaak ze deze operatie uitvoeren.
Bij de kijkoperaties ging het om thematisch toezicht waarbij de patiëntveiligheid bij deze vorm van opereren in ziekenhuizen structureel werd onderzocht. Overigens ook naar aanleidingen van berichten uit de krant en meldingen bij de inspectie waarover we ons zorgen maakten.

De Inspectie voor de Gezondheidszorg maakt - ik zei het al eerder - vaker gebruik van advies en stimulans dan van drang (het duwen en trekken) en zeker dan van dwang. Sterker wij doen zelfs ook aan `famen'-naast 'blamen' en 'shamen'- wat overigens vooral de media doen.

Ik ga afronden. Ik wil eindigen met het motto dat de inspectie met zich meedraagt. Het motto dat aangeeft waar de inspectie voor staat. Het motto dat ons adviseren/stimuleren/ én ook ons dringen en dwingen richting geeft. Alles met als doel dat de burger, de patiënt zich veiliger moet gaan voelen in de gezondheidszorg.

Dat luidt: 'de IGZ voor gerechtvaardigd vertrouwen in verantwoorde zorg.'
Ik dank u voor uw aandacht.