VVD


26-1-2008

Toespraak Frits Korthals Altes bij de ontvangst van het boek: '60 jaar VVD'

Toespraak van erelid Frits Korthals Altes bij de ontvangst van het boek: 'VVD 60 jaar'

Bij de aanvaarding van deze geschiedschrijving van de VVD wil ik allereerst een eresaluut brengen aan haar oprichters Stikker en Oud. Zij hadden totaal verschillende achtergronden en loopbanen. Zij waren beide diep overtuigd dat vrijheid, verantwoordelijkheid, verdraagzaam-heid en sociale gerechtigheid de pijlers van onze democratische samenleving zouden moeten zijn. Die overtuiging bracht hen in 1948 samen.

Er is sedert de oprichting van de partij die deze beginselen heeft uitgedragen, veel in onze samenleving veranderd. Maar onveranderd zijn de noties dat individuele vrijheid voorwaarde is voor zo groot mogelijke ontplooiing van ieders mogelijkheden en talenten:


- waarbij een ieder zelf de verantwoordelijkheid voor zijn of haar leven neemt,

- dat ware vrijheid altijd gepaard gaat met verantwoordelijkheidsbesef,

- dat verdraagzaamheid voorwaarde is voor samen leven en
- dat sociale gerechtigheid een gezamenlijke verantwoordelijkheid is van de samenleving.

Wat wel veranderd is, zijn de accenten die wij in deze tijd moeten leggen. In 1948 was de wederopbouw van ons land na de verwoestingen van oorlog en bezetting nog in volle gang. Wij genoten van de herwonnen vrijheid, die niet vanzelfsprekend was gebleken en waarvan wij de waarde opnieuw leerden waarderen. Met Marshallhulp van onze grote Amerikaanse bondgenoot werd die wederopbouw bespoedigd. Ondernemers bouwden aan hun onderne-ming, maar daarenboven aan de wederopbouw van hun land. De Europese samenwerking verzekerde vrede in ons werelddeel en zorgde voor enorme toeneming van de welvaart.

Nu lijkt vrijheid zo vanzelfsprekend en onbegrensd, dat de waarschuwing op zijn plaats is dat onbegrensde vrijheid leidt tot bandeloosheid. De inbedding in verantwoordelijkheid is een noodzakelijke voorwaarde en moet bovendien versterkt worden met de regels die wij in onze democratische rechtsstaat kennen. Als wij enerzijds de inspanning leveren om in Afrika scholen tot stand te brengen en het misschien lukt om, zelfs ten koste van levens van Nederlandse militairen, ook in Afghanistan het onderwijs weer op gang te brengen, is het onaanvaardbaar dat in ons land in één nacht 22 scholen in vlammen opgaan. Dat is niet alleen onaanvaardbaar, dat is onverdraaglijk.

Daar doel ik op met de noodzaak van accentveranderingen. Te lang zijn met een beroep op tolerantie verdraagzaamheid en toegeeflijkheid niet van elkaar onderscheiden. Verdraag-zaamheid zien wij liberalen als een deugd. Toegeeflijkheid is een zwakte. Er zal dus meer accent gelegd moeten worden op het aankweken van verantwoordelijkheidsbesef en op rechtshandhaving.

Politie die waakt, gezag uitstraalt en daardoor respect afdwingt en ontvangt. Een openbaar ministerie dat consequent vervolgt en staat voor zijn zaken en zijn zaken staande houdt; rechters die straffen opleggen die ook als zodanig worden ervaren. Zowel door de daders als door de geschonden rechtorde, die daardoor haar evenwicht hervindt. En daders confronteren met hun verantwoordelijkheid door hen de schade te laten betalen die zij hebben aangericht, ook al zijn zij daar jaren mee bezig.

De onmiskenbaar aanwezige spanning tussen culturen en religies moet tegemoet getreden worden met evenwicht tussen verdraagzaamheid èn handhaving van de grondrechten en de geldende rechtsregels. Daarbij eindigt verdraagzaamheid waar zij op onverdraagzaamheid stuit.

Het zijn onze liberale waarden, onze liberale levenshouding die daarin de weg wijzen. Daarbij wordt beroep gedaan op ieders verantwoordelijkheid voor de samenleving, waarin wij samen leven en samen leven.

Na Stikker en Oud hebben velen die taak, vaak met veel succes, op zich genomen. Ik noem Mr. H. van Riel, Haya van Someren en Molly Geertsema. De nog levenden noem ik niet. Maar wel wil ik het partijkader noemen. Want zonder de inspanning van tallozen in de besturen van afdelingen en de centrales van de partij, de gekozenen in staten, raden en de Staten-Generaal en de door de Kroon benoemde bestuurders, zou de VVD geen geschiedenis hebben gemaakt en zou die vandaag niet geboekstaafd zijn.

Onze VVD blijft in de toekomst even nodig als in de verstreken zestig jaren. Dat is de boodschap waarmee ik met veel dank voor wat de partij ook voor mij heeft betekend, dit boek in ontvangst neem.