Federale regering Belgie


Persmededeling van de Eerste Minister

Op vrijdagochtend 29 februari hebben Eerste minister Guy Verhofstadt en Sabine Laruelle, minister van Economie, Middenstand en Landbouw, verschillende vertegenwoordigers van de voedingssector ontmoet.

Op vrijdagochtend 29 februari hebben Eerste minister Guy Verhofstadt en Sabine Laruelle, minister van Economie, Middenstand en Landbouw, verschillende vertegenwoordigers ontmoet van de voedingssector, meer bepaald de producenten, de voedingsindustrie, de kleinhandel en de grootdistributie.

Doel van deze vergadering was een begin van antwoord te bieden op de resultaten van de studie van de Nationale Bank van België die hebben aangetoond dat de prijsontwikkeling van voedingsproducten in België gedurende de twee laatste jaren sneller verloopt dan in de eurozone, vooral voor brood, oliën, boter en melkproducten.

Tijdens deze vergadering werden dan ook de verschillende vertegenwoordigers geconfronteerd met de resultaten van de analyse van de Nationale Bank.

Na dit onderhoud werd afgesproken dit overleg in de toekomst voort te zetten en de Nationale Bank te vragen bepaalde bijkomende elementen op korte termijn te analyseren. De Bank wordt meer bepaald gevraagd om:


1. de cijfers van de distributiesector te vergelijken met die van de analyse van de Nationale Bank;


2. de ontwikkeling van de vleesprijs te bestuderen en daarbij ook rekening te houden met de evolutie van de producentenprijs, een element dat niet werd geanalyseerd in de studie van de Nationale Bank;


3. de vergelijking met Nederland uit te diepen, gezien de producentenprijs in Nederland de neiging heeft relatief snel te stijgen, terwijl de consumptieprijs vrij matig blijft, terwijl in België het tegenovergestelde plaatsvindt, namelijk een snellere evolutie van de consumptieprijs dan van de producentenprijs.


4. Er zal ook aan de Federale Overheidsdienst Economie gevraagd worden de regelgeving en de structuur van de Belgische distributiesector te vergelijken met deze in onze buurlanden.

De resultaten moeten binnen 2 weken klaar zijn. De Eerste minister, de minister van Economie, Middenstand en Landbouw en de vertegenwoordigers van de voedingssector zullen elkaar tegen dan opnieuw ontmoeten om de nieuwe resultaten te analyseren en oplossingen te formuleren.