Ministerraad


Meer mogelijkheden voor gemeenten bij armoedebestrijding

Persbericht | 29-02-2008

Gemeenten mogen straks ook mensen met een baan die langdurig van een minimuminkomen leven en geen uitzicht op een hoger inkomen hebben financieel steunen. Nu krijgen alleen mensen met een uitkering een zogenoemde langdurigheidstoeslag. Gemeenten krijgen ook meer mogelijkheden om kinderen uit een gezin met een laag inkomen beter te helpen deel te nemen aan belangrijke maatschappelijke activiteiten zoals sport en cultuur. De ministerraad heeft ingestemd met een daartoe strekkend wetsvoorstel van staatssecretaris Aboutaleb van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW).

De langdurigheidstoeslag geldt nu alleen voor mensen die vijf jaar of langer een bijstandsuitkering hebben en geen perspectief op werk. Straks mogen gemeenten zelf bepalen wie hiervoor in aanmerking komen. Bijstandsontvangers hoeven dan ook niet meer de langdurigheidstoeslag kwijt te raken als ze een baan vinden. Hierdoor kunnen mensen die werken en toch van weinig geld moeten rondkomen er financieel op vooruitgaan. Gemeenten maken werken hierdoor financieel aantrekkelijker. Bovendien worden gemeenten aangespoord om zoveel mogelijk in natura te verstrekken, bijvoorbeeld door het geven van een sportabonnement.

Het wetsvoorstel komt tegemoet aan de wens van de Tweede Kamer om extra geld uit te trekken voor gerichte armoedebestrijding en gemeenten daartoe meer mogelijkheden te geven. Tegelijkertijd vullen ze afspraken in die de staatssecretaris van SZW met gemeenten heeft gemaakt om werkloosheid en armoede te bestrijden. Met dit wetsvoorstel kunnen gemeenten straks de 40 miljoen euro voor 2008 en eenzelfde bedrag voor 2009 beter inzetten voor kansarme kinderen. Onlangs is een eerste convenant met de gemeente Rotterdam ondertekend over het terugdringen van armoede bij kinderen. Binnenkort volgen soortgelijke afspraken met meer gemeenten.

De ministerraad heeft ermee ingestemd dat het wetsvoorstel voor advies aan de Raad van State zal worden gezonden. De tekst van het wetsvoorstel en van het advies van de Raad van State worden pas openbaar bij indiening bij de Tweede Kamer. Er wordt naar gestreefd om het wetsvoorstel per 1 januari 2009 in werking te laten treden.