Ministerie van Buitenlandse Zaken

Algemeen ambtsbericht Afghanistan

Augustus 2007

Directie Personenverkeer, Migratie en Vreemdelingenzaken Afdeling Asiel- en Migratiezaken

Inhoudsopgave Pagina


1 Inleiding 4
2 Landeninformatie 5 2.1 Basisgegevens 5 2.1.1 Land en volk 5 2.1.2 Geschiedenis 6 2.1.3 Staatsinrichting 10 2.2 Politieke ontwikkelingen 14 2.2.1 Parlement 14 2.2.2 Machtsfactoren 18 2.2.3 Bestuur 20 2.3 Militaire ontwikkelingen en veiligheidssituatie 21 2.3.1 ISAF 21 2.3.2 PRT 22 2.3.3 `Enduring Freedom' 23 2.3.4 Afghaanse veiligheidsorganisaties 23 2.3.5 Ontwapening, demobilisatie en reïntegratie (Disarmament, demobilisation, reintegration: DDR) 26 2.3.6 Veiligheidssituatie 28 2.4 Sociaal-economische situatie 35 2.4.1 Humanitaire situatie 35 2.4.2 Economische situatie 36 2.4.3 Drugs 36
3 Mensenrechten 37 3.1 Juridische context 37 3.1.1 Verdragen en protocollen 37 3.1.2 Nationale wetgeving 37 3.2 Toezicht 42 3.2.1 Mensenrechtencommissie 42 3.2.2 Transitional Justice 43 3.3 Naleving en schendingen 47 3.3.1 Vrijheid van meningsuiting 49 3.3.2 Vrijheid van vereniging en vergadering 50 3.3.3 Vrijheid van godsdienst en overtuiging 51 3.3.4 Bewegingsvrijheid en documenten 51 3.3.5 Rechtsgang 54 3.3.6 Arrestaties en detenties 58 3.3.7 Foltering, mishandeling en bedreiging 60 3.3.8 Verdwijningen 61 3.3.9 Buitengerechtelijke executies en moorden 62 3.3.10 Doodstraf 63

3.4 Positie van specifieke groepen 64

3.4.1 Politieke opposanten 64 3.4.2 Etnische groepen 64 3.4.3 Journalisten 67 3.4.4 Vrouwen 68 3.4.5 Niet-moslims 74 3.4.6 Taliban 76 3.4.7 Ex-communisten 76 3.4.8 Homoseksuelen 77 3.4.9 Minderjarigen 78
4 Migratie 79 4.1 Migratiestromen en ­motieven 79 4.1.1 Terugkeer algemeen 79 4.1.2 Terugkeer vanuit Nederland 79 4.1.3 Problemen bij terugkeer 80 4.2 Opvang binnenlandse ontheemden 82 4.3 Opvang in de regio 82 4.4 Activiteiten van internationale organisaties 83 Literatuur 85 I Samenstelling van de regering 92 Lijst van commandanten van politie per provincie (geactualiseerd op 17 oktober 2007) 94 II Historisch overzicht van de belangrijkste politieke facties en hun militaire eenheden 96 III Lijst van politieke partijen die officieel geregistreerd zijn bij het ministerie van Justitie (geactualiseerd op 17 oktober 2007) 99 IV Lijst van afkortingen 104 V Kaart van Afghanistan 106

Algemeen ambtsbericht Afghanistan | augustus 2007


1 Inleiding
In dit algemeen ambtsbericht wordt de huidige situatie in Afghanistan beschreven voor zover deze van belang is voor de beoordeling van asielverzoeken van personen die afkomstig zijn uit Afghanistan en voor besluitvorming over de terugkeer van afgewezen Afghaanse asielzoekers. Dit ambtsbericht is een actualisering van eerdere ambtsberichten over de situatie in Afghanistan (laatstelijk januari 2007). Het algemeen ambtsbericht beslaat de periode van november 2006 tot en met augustus 2007. In uitzonderingsgevallen wordt in dit ambtsbericht in voetnoten ook melding gemaakt van enkele relevante gebeurtenissen die na de verslagperiode plaatshadden. Dit ambtsbericht is gebaseerd op informatie van openbare en vertrouwelijke bronnen. Bij de opstelling is gebruik gemaakt van informatie van verschillende organisaties van de Verenigde Naties, niet-gouvernementele organisaties, vakliteratuur en berichtgeving in de media. Een overzicht van de geraadpleegde openbare bronnen is opgenomen in de literatuurlijst. Bovendien liggen bevindingen ter plaatse en vertrouwelijke rapportages van de Nederlandse vertegenwoordiging in Afghanistan aan dit algemeen ambtsbericht ten grondslag. In het algemeen ambtsbericht wordt veelvuldig verwezen naar geraadpleegde openbare bronnen. Daar waar openbare bronnen zijn vermeld, wordt de tekst in veel gevallen ook ondersteund door informatie die op vertrouwelijke basis is ingewonnen.
In hoofdstuk twee wordt ingegaan op recente politieke ontwikkelingen en veiligheidssituatie. Deze beschrijving wordt voorafgegaan door een beknopt overzicht van de recente geschiedenis van Afghanistan. Ook is een korte passage over de geografie en de bevolking van Afghanistan opgenomen. In hoofdstuk drie wordt de mensenrechtensituatie in Afghanistan geschetst. Na een beschrijving van wettelijke garanties en internationale verdragen waarbij Afghanistan partij is, komen de mogelijkheden van toezicht op naleving van de mensenrechten aan de orde. Daarna volgt de beschrijving van de naleving dan wel schending van enkele klassieke mensenrechten. Ten slotte wordt de positie van specifieke groepen, waaronder minderjarigen belicht. In hoofdstuk vier komen de opvang van binnenlands ontheemden en de activiteiten van internationale organisaties, waaronder de positie van de UNHCR, aan de orde. 4

Algemeen ambtsbericht Afghanistan | augustus 2007


2 Landeninformatie
2.1 Basisgegevens
2.1.1 Land en volk
De Islamitische Republiek Afghanistan ligt in Zuidwest-Azië en wordt volledig ingesloten door andere landen. Het land grenst in het oosten en zuiden aan Pakistan (over een afstand van 2580 km), in het westen aan Iran (936 km), in het noorden aan Turkmenistan (744 km), Oezbekistan (137 km) en Tadzjikistan (1206 km) en in het noordoosten aan China (76 km). Afghanistan beslaat een oppervlakte van ongeveer 650.000 km², achttien maal de oppervlakte van Nederland. Het land is opgedeeld in 34 provincies.1 De vijf grootste steden van het land zijn Kaboel (de hoofdstad), Kandahar, Herat, Mazar-i- Sharif en Jalalabad. De bevolkingsomvang wordt geschat op ruim 31 miljoen inwoners.2 De bevolking van Afghanistan bestaat uit een groot aantal etnische groeperingen, waarvan de grootste groep de Pashtuns (42 %) zijn. Andere belangrijke bevolkingsgroepen zijn de Tadzjieken (27 %), de Hazara's (ongeveer 9 %), de Oezbeken (ongeveer 9 %), de Aimak (4 %) en de Turkmenen (3 %). Daarnaast zijn er nog vele kleinere etnische groepen, waaronder de Noeristani's en de Farsen of Farsiwan en de nomadische Kuchi's.3 De islam is de officiële religie in Afghanistan. Ongeveer 80 % van de bevolking is soennitisch moslim, terwijl ongeveer 20 % sji'itisch moslim is (waartoe ook een kleine groep ismaëlieten behoort). Daarnaast leeft een zeer kleine groep hindoes en sikhs in Afghanistan.4
In Afghanistan worden meer dan 30 talen gesproken, waarvan het Dari en Pashtu de belangrijkste zijn. Deze talen worden respectievelijk gesproken door 50 procent
1 Het betreft: Badakhshan, Badghis, Baghlan, Balkh, Bamiyan, Farah, Fariab, Ghazni, Ghor, Helmand, Herat, Jowzjan, Kaboel, Kandahar, Kapisa, Kunar, Kunduz, Laghman, Logar, Nangarhar, Nimroz, Uruzgan, Paktia, Paktika, Parwan, Samanghan, Sar-i-Pol, Takhar, Wardak, Zabul, Nuristan, Khost, Daikundi en Pansjiri.
2 Schatting uit juli 2006 uit het CIA World Fact Book.
3 CIA World Factbook juli 2006. Volgens een van de standaardwerken van Erwin Orywal uit 1986 over de bewoners van Afghanistan komen er in Afghanistan tenminste 55 verschillende etnische groepen voor. Geciteerd in: W. Vogelsang, Afghanistan, een geschiedenis (Amsterdam 2002), blz. 45.
4 U.S. Department of State, Background note: Afghanistan (januari 2004), blz. 1.
---

Algemeen ambtsbericht Afghanistan | augustus 2007

en 35 procent van de bevolking).5 Sinds 1936 zijn Dari en Pashtu de officiële talen van Afghanistan, hetgeen is bevestigd in de nieuwe grondwet van januari 2004. De Turkse talen (Oezbeeks en Turkmeens) zijn in de nieuwe grondwet samen met het Baluchi, Pashai, Nuristani en Pamiri na het Pashtu en Dari tot derde officiële taal verheven in die gebieden waar een meerderheid van de bevolking deze talen spreekt. Onderwijs wordt alleen in het Pashtu en Dari gegeven. Het Pashtu wordt overwegend door de Pashtuns gesproken. Tadzjieken en Hazara's spreken voornamelijk Dari. Veel stedelijke Pashtuns, met name in Kaboel, spreken ook Dari. Na de val van het Talibanbewind in 2001 heeft het Dari aan populariteit gewonnen, omdat het Pashtu wordt geassocieerd met de Taliban, die grotendeels uit Pashtuns bestaan. Het volkslied wordt uitsluitend in het Pashtu gezongen. 2.1.2 Geschiedenis
De moderne geschiedenis van Afghanistan begint met de machtsovername door Mohammed Daoud, die in 1973 zijn neef koning Zahir Shah afzette, zichzelf tot president benoemde en daarmee een einde maakte aan de semi-constitutionele monarchie die tussen 1919 en 1973 in Afghanistan bestond.6 Zahir Shah is op 23 juli 2007 overleden. Hij kreeg een staatsbegrafenis in Kaboel. Communistische periode (1978 ­ 1992)
De heerschappij van Daoud duurde tot 1978, toen de Democratische Volkspartij van Afghanistan (DVPA) met een militaire coup de macht overnam.7 De DVPA zou 14 jaar aan de macht blijven. De `Democratische Republiek Afghanistan', zoals Afghanistan toen ging heten, werd achtereenvolgens geregeerd door de presidenten Nur Mohammad Taraki (1978 ­ 1979), Hafizollah Amin (1979), Babrak Karmal (1980 ­ 1986) en Mohammad Najibullah (1986 ­ 1992). Tijdens de regeerperiode van Najibullah werd de naam van het land gewijzigd in `Republiek Afghanistan'. Van 1979 tot 1989 werden grote delen van het land bezet door Sovjettroepen.
Gedurende de gehele periode 1978 ­ 1992 woedde een binnenlands gewapend conflict tussen aanhangers van het communistische bewind en Sovjet-troepen aan 5 CIA World Factbook, juli 2006.
6 H. Magnus en E. Naby, Afghanistan. Mullah, Marx and Mujahid (Colorado en Oxford 2000), blz. 40.

7 Voor een uitvoerige beschrijving van de geschiedenis van de communistische periode zie bijvoorbeeld: Algemeen ambtsbericht `Veiligheidsdiensten in communistisch Afghanistan (1978-1992), AGSA, KAM, KhAD en WAD' van 29 februari 2000 met kenmerk DPC/AM- 663896, Algemeen ambtsbericht `Rechtsgang in Afghanistan (1978-1992)' van 29 september 2000 met kenmerk DPC/AM-695004, W.B. Fisher, A. Mukarram en K. Rafferty, `Afghanistan', in: The Far East and Australasia 1999 (1999), H.S. Bradsher, Afghan Communism and Soviet Intervention (Oxford, 1999) en M. Urban, War in Afghanistan (Londen 1990).

---

Algemeen ambtsbericht Afghanistan | augustus 2007

de ene kant en islamitische opstandelingen, de Mujahedin, aan de andere kant. Najibullah slaagde er niet in om tot nationale verzoening te komen. In april 1992 kwam een einde aan de communistische heerschappij in Afghanistan. Mujahedin-periode (1992 ­ 1996)
De verschillende Mujahedin-facties die de communisten hadden bevochten, vulden in 1992 het ontstane machtsvacuüm en grepen daar waar zij konden de macht.8 Om het hoofd te kunnen bieden aan de chaos die hiervan het gevolg was, besloten de Mujahedin een interim-regering te vormen. Op 24 april 1992 werd hiertoe door de Mujahedin-facties een overeenkomst gesloten (het Peshawar akkoord), dat voorzag in een transitieregering waarvan het leiderschap om de vier maanden zou roteren. Sibghatullah Mojaddedi was de eerste president van de nieuw uitgeroepen `Islamitische Staat Afghanistan'. Dit akkoord hield echter niet lang stand. Op 7 maart 1993 sloten de Mujahedin-partijen een nieuw akkoord (Islamabad akkoord). Dit akkoord voorzag in een transitieregering onder leiding van Burhanuddin Rabbani voor de duur van 18 maanden en een duidelijke afbakening van taken en bevoegdheden. Omdat Rabbani zich met name niet hield aan het laatstgenoemde aspect, laaide het binnenlands gewapende conflict tussen de Mujahedin-facties weer op. Pas na de komst van de Taliban werd in grote delen van Afghanistan de rust hersteld.
Taliban-periode (1996 ­ 2001)
De opmars van de Taliban in Afghanistan begon in 1994.9 De Taliban-beweging werd in dat jaar opgericht door een groep Afghanen die had gestudeerd aan door Arabische landen gefinancierde koranscholen, zogenaamde madrassa's, met name gesitueerd in Pakistan (Peshawar en Quetta). In Afghanistan bestonden toen nog nauwelijks madrassa's. Onder de oprichters en aanhangers van de Taliban bevonden zich veel oud-strijders van diverse (Pashtun) Mujahedin-facties. De Taliban wisten in korte tijd belangrijke steden als Kandahar, Herat, Jalalabad en op 27 september 1996 de hoofdstad Kaboel, te veroveren. Onder de Taliban werd de officiële naam van het land gewijzigd in `Islamitisch Emiraat Afghanistan'. De Taliban waren aanvankelijk in staat grote delen van het land te
8 Voor een uitvoerige beschrijving van de geschiedenis van de Mujahedin-periode zie bijvoorbeeld: Algemeen ambtsbericht `Hezb-i-Wahdat, mensenrechtenschendingen (1992- 1999)' van 23 juni 2000 met kenmerk DPC/AM-681499, R.H. Magnus en E. Naby, Afghanistan. Mullah, Marx and Mujahid (Colorado en Oxford 2000) en W.B. Fisher, A. Mukarram en K. Rafferty, `Afghanistan', in: The Far East and Australasia 1999 (1999).
9 Voor een uitvoerige beschrijving van de geschiedenis van de Taliban-periode zie bijvoorbeeld: Algemeen ambtsbericht `Situatie in Afghanistan' van 21 juni 2001 met kenmerk DPC/AM-704362, M. Griffin, Reaping the whirlwind. The Taliban movement in Afghanistan (Londen, Virginia 2001), W. Maley, Fundamentalism reborn? Afghanistan and the Taliban (New York 1998), en A. Rashid, Taliban. Islam, oil and the new great game in Central Asia (New York 2000).

---

Algemeen ambtsbericht Afghanistan | augustus 2007

bezetten doordat de diverse partijen verdeeld waren als gevolg van etnische tegenstellingen en machtsstrijd. Pas toen de verschillende facties in juni 1997 de handen ineen sloegen, wist men de opmars van de Taliban te stoppen en op enkele plaatsen zelfs terug te dringen. Deze coalitie werd aangeduid als United Islamic Front for the Salvation of Afghanistan, kortweg ook `United Front' of `Noordelijke Alliantie' (NA) genoemd.
De belangrijkste facties in de NA waren: Jamiat-i-Islami onder leiding van Burhanuddin Rabbani (Tadzjiek) en Ahmad Shah Massoud10 (Tadzjiek); Junbish- i-Melli onder leiding van de generaal Abdul Rashid Dostum (Oezbeek); Hezb-i- Wahdat onder leiding van Abdal Karim Khalili (Hazara); Harakat-i-Islami onder leiding van Ayatollah sjeikh Mohseni (sji'iet) en een aantal splintergroeperingen. Tussen 1997 en 2001 wisten de Taliban uiteindelijk 90 tot 95% van Afghanistan in handen te krijgen. Zij bleken echter niet in staat de Noordelijke Alliantie definitief te verslaan en geheel Afghanistan in te nemen.
Na de Taliban
Op 7 oktober 2001 begonnen de Verenigde Staten met militaire acties tegen Taliban- en Al Qa'ida-eenheden in Afghanistan. De acties waren het gevolg van de op 11 september 2001 in de Verenigde Staten gepleegde aanslagen door het terroristische Al Qa'ida-netwerk, geleid door Osama Bin Laden. De leiders van Al Qa'ida konden zich onder het Talibanbewind in Afghanistan verschuilen en vanuit daar de aanslagen voorbereiden. De militaire acties leidden ertoe dat de Taliban- en Al Qa'ida-eenheden dermate werden verzwakt, dat de Noordelijke Alliantie in november en december 2001, met steun van de Verenigde Staten, Afghanistan onder haar controle wist te brengen.
Parallel aan de militaire campagne werd onder leiding van de Speciale Vertegenwoordiger van de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties (VN), Lakhdar Brahimi, gewerkt aan een politieke oplossing voor Afghanistan. Op 5 december 2001 werd in Bonn een akkoord bereikt over de samenstelling van een interim-regering, de Afghan Interim Administration (AIA), onder leiding van Hamid Karzai.11 De belangrijkste taak van de AIA was om binnen zes maanden een nood-Loya Jirga (hierna: Loya Jirga)12 voor te bereiden, die moest resulteren
10 Ahmad Shah Massoud was in 1992 benoemd tot minister van Defensie onder de regering van Rabbani. Hij speelde als voorzitter van de Shura-i Nazar, de militaire vleugel van Rabbani's Jamiat-i-Islami, een sleutelrol in de Noordelijke Alliantie. Massoud werd op 9 september 2001 op 48-jarige leeftijd in Faizabad vermoord door moslimextremisten, die waarschijnlijk verbonden waren aan de Taliban of Al Qa'ida.
11 President Karzai is van Pashtun etniciteit.
12 Een Loya Jirga is de benaming voor traditionele vergaderingen van leiders van de Pashtun- stammen en leiders van andere etnische groepen in Afghanistan, aan wie belangrijke politieke beslissingen kunnen worden voorgelegd. Het bijeenroepen van een Loya Jirga moet voldoen
---

Algemeen ambtsbericht Afghanistan | augustus 2007

in een overgangsregering die in 2004 verkiezingen zou organiseren. Daarnaast werd ingestemd met de komst van een internationale vredesmacht, aangeduid als International Security Assistance Force (ISAF), die er voor moest zorgdragen dat de AIA in een veilige omgeving van start kon gaan. Het Akkoord van Bonn werd op 6 december 2001 door middel van resolutie 1383 door de VN-Veiligheidsraad bekrachtigd. De AIA werd op 22 december 2001 geïnstalleerd. De door de AIA georganiseerde Loya Jirga werd op 18 juni 2002 afgesloten. Afspraken van het Akkoord van Bonn werden nagekomen, in die zin dat er een interim-staatshoofd (Hamid Karzai) werd benoemd en dat de structuur en invulling van de belangrijkste posities in het kabinet werden goedgekeurd. De resultaten van de Loya Jirga werden op 26 juni 2002 door de VN-Veiligheidsraad bekrachtigd door de unanieme aanname van resolutie 1419. De enige verplichting uit het Akkoord van Bonn die nog open staat is de organisatie van districtsverkiezingen. De macht van de overgangsregering bleef vooral beperkt tot Kaboel en omgeving. Daarbuiten trokken krijgsheren veel macht naar zich toe. Hoewel de regering zelf geen mensenrechtenschendingen in de hand werkte, maakten verscheidene overheidsorganen zoals de veiligheidsdienst, zich schuldig aan mensenrechtenschendingen.13
Op 4 januari 2004 werd na 22 dagen van overleg door de Constitutionele Loya Jirga (CLJ) een nieuwe grondwet voor Afghanistan aangenomen. Na ondertekening door president Karzai op 26 januari 2004 is de grondwet met onmiddellijke ingang van kracht geworden. De president is ook verantwoordelijk voor de implementatie van de grondwet.14
Tijdens de CLJ werd uiteindelijk bepaald dat de president zou worden bijgestaan door twee vice-presidenten.15 Alhoewel dit niet in de grondwet is vastgelegd, zou er algemene overeenstemming zijn dat de vice-presidenten tot een andere etnische groep dienen te behoren dan de president zelf.

aan twee voorwaarden, te weten 1) een Loya Jirga dient binnen het territorium van Afghanistan te worden gehouden, vrij van buitenlandse inmenging, en 2) het bijeenroepen van een Loya Jirga moet geschieden door een door het volk gekozen hoofd van de ­ wettige ­ regering. Op grond van deze voorwaarden misten de machthebbers tijdens de communistische periode (1978 ­ 1992), de Mujahedin-periode (1992 ­ 1996) en het Taliban- tijdperk (1996 ­ 2001) de autoriteit om een Loya Jirga te beleggen, ondanks dat in deze periodes wel bijeenkomsten hebben plaatsgevonden die als Loya Jirga werden aangeduid.
13 Office of the EU Special Representative for Afghanistan, Human Rights report No. 9/2003 (Kaboel, 25 maart 2003), blz. 6

14 Economist Intelligence Unit, 'Country Report on Afghanistan' (Londen, februari 2004), blz. 6. Meer in Algemeen ambtsbericht Afghanistan van mei 2004, met kenmerk DPV/AM- 855889.

15 In de conceptgrondwet was nog sprake van één vice-president.
---

Algemeen ambtsbericht Afghanistan | augustus 2007

Op 9 oktober 2004 hebben er voor het eerst in de geschiedenis in Afghanistan vrije presidentsverkiezingen plaatsgevonden. Dit kon gebeuren op grond van de Kieswet die in juli 2004 is aangenomen. In de periode voorafgaand aan de verkiezingen vonden veel incidenten plaats.16 Veel daarvan hadden tot doel de verkiezingen te saboteren.
Sabotage-acties waren talrijk in de aanloop naar de parlementsverkiezingen van 18 september 2005. Op die dag werden zowel afgevaardigden gekozen voor het Lagerhuis als voor de provinciale raden. De verkiezingen zelf verliepen uiteindelijk relatief rustig. Echter, in veel provincies was stembusfraude gepleegd en diverse (ex) commandanten met een gewelddadig verleden bemachtigden een zetel in de provinciale raden of het Lagerhuis, ondanks het feit dat er een soort controlemechanisme (`vetting') was ingesteld. Dat mechanisme diende te voorkomen dat mensen die bijvoorbeeld banden hadden met gewapende milities op de kieslijsten terecht zouden komen.
Op 31 januari 2006 werd de Londen Conferentie gehouden, tijdens welke doelen werden gesteld waar het landsbestuur naar moet toewerken. In het zogenaamde Afghanistan Compact, zijn een veertigtal concrete en tijdgebonden doelen vastgelegd aangaande de volgende vijf beleidsterreinen: veiligheid; bestuurlijke hervorming; rechtsorde en mensenrechten; economische en sociale ontwikkeling en drugsbestrijding. In 2011 moeten de doelen zijn gehaald. 2.1.3 Staatsinrichting
Kabinet
De regering bestaat tegenwoordig uit de president, Karzai (Pashtun), twee vice- presidenten, Khalili (Hazara) en Massoud (Tadzjiek) en 25 ministers, waaronder één vrouw. In het kabinet zijn de belangrijkste etnische groepen vertegenwoordigd. Uiteindelijk is slechts één voormalig krijgsheer in het kabinet opgenomen: Ismael Khan (voormalig gouverneur van Herat) is minister van Energie. Verder kreeg voormalig krijgsheer Dostum een officiële positie binnen de legerleiding en heeft maarschalk Fahim, kopstuk van de Noordelijke Alliantie, in de verslagperiode de functie van Senior Advisor to the President gekregen. Bestuurlijke indeling
Afghanistan is bestuurlijk verdeeld in 34 provincies en 397 districten.17 Hoewel er regionale bestuursorganen zijn, is er sprake van een sterk gecentraliseerde
16 AIHRC-UNAMA, `Joint Verification of Political Rights', Third Report (17 augustus ­ 13 september 2005, blz. 13.

17 CIA World Factbook, juli 2006, UNHCR, Update of the Situation in Afghanistan and International Protection Considerations 2005, blz. 6, de vastlegging van de districtsgrenzen is
10

Algemeen ambtsbericht Afghanistan | augustus 2007

structuur.18 Gebaseerd op de huidige wetgeving is het Afghaanse bestuur formeel als volgt georganiseerd:

- provincies vormen de grootste administratieve eenheden in Afghanistan. Zij worden elk geleid door een gouverneur (wali), die is benoemd door de centrale regering in Kaboel; de provinciale raden functioneren in het bestuur van de provincies formeel als adviserende lichamen;19
- districten zijn de gedecentraliseerde administratieve eenheden (woluswali) binnen een provincie, die normaal worden geleid door een districtsgouverneur. De huidige districtsverdeling zou volgens de `procedures voor de verkiezing van afgevaardigden voor de nood-Loya Jirga' ook dienen als kiesdistrictverdeling;

- dorpen vormen de kleinste administratieve eenheid binnen een district. De sociale instituties binnen een gemeenschap verschillen van regio tot regio in functie en structuur en worden meestal aangeduid als jirga of shura. Dit zijn ad hoc groepen van gerespecteerde personen binnen een gemeenschap die optreden als scheidsrechters bij disputen en als aanjagers bij het organiseren van collectieve acties. Jirga's of shura's kunnen ook twee of meer gemeenschappen representeren en werken samen met de districtsautoriteiten.20 Het is niet duidelijk wat nu exact het mandaat is van de provinciale raden. Een wijziging in de Wet op de Provinciale Raden, waarin de raden meer monitoringsbevoegdheden zouden krijgen, werd in de zomer van 2006 door het Hogerhuis afgekeurd.
Wat betreft de districtsraden is het onzeker of die er binnen afzienbare tijd zullen komen. De districtsverkiezingen zijn tot nader order uitgesteld, onder meer omdat de grenzen van de districten nog steeds niet zijn vastgesteld. Reden hiervan is het feit dat gedurende de jarenlange oorlogen bepaalde de facto grenzen zijn ontstaan. Lokale commandanten weigerden afstand te doen van verworven machtsposities.21 Dat er op korte termijn geen districtsverkiezingen zullen plaatsvinden heeft een belangrijke staatkundige consequentie. Een derde van het aantal zetels in het

een politiek gevoelige zaak. Van 68 districten zijn de grenzen nog niet vastgesteld, waardoor de districtsverkiezingen moesten worden uitgesteld. Voorts is het district Gizab in 2006 overgeheveld van de provincie Daikundi naar Uruzgan, teineinde de veiligheidssituatie er te verbeteren. Dit besluit was naar verluidt geïnspireerd door het feit dat de in Gizab wonende Pashtun niet bestuurd wilden worden door Hazara's.
18 Wereldbank, `Afghanistan: State building, sustaining growth and reducing poverty, februari 2005, blz. 44.

19 Artikel 4 Wet op de Provinciale Raden.
20 UNHCR, 'Update of the situation in Afghanistan and International protection considerations' (Genève 2003), blz. 4.

21 United Nations Security Council, `Report of the Secretary General on the situation in Afghanistan and its implications for International peace and security' (S/2005/183).
---

Algemeen ambtsbericht Afghanistan | augustus 2007

Hogerhuis (Meshrano Jirga) is niet conform de grondwet opgevuld. De provinciale raden hebben twee leden uit hun midden gekozen om in het Hogerhuis te zitten in plaats van één: één permanent lid en één tijdelijk lid totdat de districtsverkiezingen zullen zijn gehouden.22
De Afghan Research and Evaluation Unit heeft aangegeven dat in de praktijk de taken van de provinciale raden zeer onduidelijk zijn. Bovendien bestaat er een reëel gevaar voor duplicatie van bevoegdheden tussen de provinciale raden en de districtsraden, mochten deze weer actief worden.23 De United Nations Assistance Mission to Afghanistan (UNAMA) ondersteunt de opbouw van de staatsinrichting in Afghanistan. Momenteel heeft UNAMA de beschikking over acht regionale veldkantoren, die weer provinviale kantoren onder zich hebben.24
Grondwet
In de in januari 2004 aangenomen grondwet wordt Afghanistan officieel aangeduid als `Islamitische Republiek Afghanistan'. De grondwet stipuleert dat Afghanistan zowel islamitisch als democratisch is. De grondwet creëert een presidentieel systeem waarbij de overheid wordt verdeeld in een uitvoerende, wetgevende en rechterlijke macht. Alhoewel in de grondwettekst niet expliciet naar de shari'a of het islamitische recht wordt verwezen, staat wel vermeld dat geen enkele Afghaanse wet `tegengesteld kan zijn aan het geloof en de bepalingen van de islam'.
Uitvoerende macht
De uitvoerende macht ligt in handen van een president, die via directe verkiezingen voor een periode van vijf jaar wordt gekozen. De president moet moslim en Afghaans staatsburger zijn en mag maximaal één keer worden herkozen. Tot zijn verantwoordelijkheden behoren:

- het optreden als opperbevelhebber van het nationale leger;
- het bepalen van het overheidsbeleid met instemming van het parlement;
- het benoemen van ministers, de procureur-generaal, de directeur van de centrale bank en de rechters van het Hooggerechtshof met instemming van het belangrijkste wetgevende orgaan, de Wolesi Jirga (zie hierna). De president benoemt ook de provinciale gouverneurs en hun plaatsvervangers;
22 JEMB, Meshrano Jirga Elections, 27 november 2005, blz. 2.
23 AREU, Caught in confusion (Kaboel 2005), blz. 2, AREU, Provincial governance structures in Afghanistan: from confusion to vision?, mei 2006, blz. 6.
24
De regiokantoren van UNAMA per regio: Kandahar (zuid); Gardez (zuidoost); Jalalabad (Oost); Kunduz (noordoost); Balkh (noord); Herat (West); Bamyan (centrale hooglanden); Kabul (hoofdkwartier)

12

Algemeen ambtsbericht Afghanistan | augustus 2007

provinciale politiechefs en provinciale hoofden van de veiligheidsdienst; chefs van de stadspolitie en districtsgouverneurs. Wetgevende macht
De Nationale Vergadering van de Islamitische Republiek Afghanistan is het hoogste wetgevende orgaan en bestaat uit twee huizen: de Wolesi Jirga (het Huis van het Volk/ Lagerhuis) en de Meshrano Jirga (het Huis van Ouderen/Hogerhuis). De Wolesi Jirga heeft meer zeggenschap dan de Meshrano Jirga. De maximaal 249 afgevaardigden van de Wolesi Jirga worden direct gekozen. Iedere provincie vaardigt een aantal leden af, dat aantal is vastgesteld op grond van het bevolkingsaantal van de provincie. Volgens de grondwet dienen per provincie ten minste 2 afgevaardigden vrouw te zijn. Per provincie worden twee leden voor de Meshrano Jirga benoemd, een door de provinciale raad en een door de verzamelde districtsraden.25 De overige leden van de Meshrano Jirga, gelijk aan het aantal provincies, worden benoemd door de president. Van de presidentieel benoemde kandidaten moet de helft vrouw zijn. De regering en de leden van de Nationale Vergadering hebben het recht initiatieven te doen voor wetsvoorstellen (initiatiefrecht). Het Hooggerechtshof heeft een beperkt initiatiefrecht inzake het rechtswezen en kan dergelijke wetsvoorstellen alleen via de regering doen.
De Nationale Vergadering heeft de primaire verantwoordelijkheid voor: de bekrachtiging, de aanpassing of het intrekken van wetgeving; de goedkeuring van ontwikkelingsprogramma's en de goedkeuring van de nationale begroting; het instellen, aanpassen of wijzigen van administratieve eenheden; en de ratificatie van internationale verdragen.
In aanvulling hierop heeft de Wolesi Jirga ook het recht om ministers ter verantwoording te roepen over het gevoerde beleid; beslisrecht over ontwikkelingsprogramma's en het nationaal budget; en de mogelijkheid tot goed- of afkeuring van benoemingen op basis van de grondwet. Rechterlijke macht
De hoogste rechterlijke instantie in Afghanistan wordt gevormd door de Stera Mahkama (Hooggerechtshof). De leden van het hof worden voorgedragen door de president, waarna het parlement met de Nationale Vergadering moet instemmen. De ambtstermijn voor een rechter in het Hooggerechtshof bedraagt maximaal tien jaar. Het Hooggerechtshof beoordeelt wetten op hun islamitische gehalte en spreekt recht in laatste instantie. Naast het Hooggerechtshof bestaan er
25 De taken van de provinciale- en districtsraden zijn vooralsnog onduidelijk, AREU, Caught in confusion (Kaboel, 2005), blz. 2.

13

Algemeen ambtsbericht Afghanistan | augustus 2007

rechtbanken op landelijk, provinciaal en districtsniveau.26 Rechters kunnen formeel zijn opgeleid in zowel het islamitisch recht als in het seculiere recht. Bevolkingsadministratie
Als gevolg van de burgeroorlog ontbreken in Afghanistan veel bevolkingsstatistieken. De laatste volkstelling werd in 1979 uitgevoerd. Onder meer met behulp van de Identity Checking Unit (IDCU) worden gegevens over geboorte en sterfte nu centraal geregistreerd. Ook maakte het Central Statistics Office (CSO) in 2006 een schatting van de bevolking. Met het oog op de verkiezingen zal het CSO naar verwachting in 2008 een volkstelling uitvoeren. De ontmanteling van de bevolkingsadministratie begon onder het communistische bewind in het midden van de jaren tachtig van de vorige eeuw. Als gevolg van de burgeroorlog bleek het steeds moeilijker om de administratie op orde te houden. Daarnaast werden in deze periode allerhande centrale en decentrale archieven op last van de algemene inlichtingendienst van de Sovjet-Unie (KGB) en de Democratische Volkspartij van Afghanistan (DVPA) opgeschoond of vernietigd om te voorkomen dat gevoelige informatie in handen van de vijand zou vallen. Na de val van het communistische bewind in 1992 bestond feitelijk alleen nog in dorpen op het Afghaanse platteland een soort (bevolkings)administratie. Deze administratie werd gewoonlijk bijgehouden door een dorpsoudste. Dit laatste overblijfsel van het oorspronkelijke administratiesysteem is met de komst van de Taliban ook verdwenen. Door ongeletterdheid of desinteresse van de plaatselijke vertegenwoordigers van de Taliban werd de bevolkingsadministratie veelal niet gecontinueerd.27
2.2 Politieke ontwikkelingen
Ook in deze verslagperiode is het Karzai niet gelukt een steviger grip te krijgen op de regio's, waar verscheidene facties veel invloed hebben. In het parlement voeren conservatieve, met name noordelijke krachten de boventoon. Dit bleek onder meer uit enkele controversiële wetsvoorstellen en de kritiek op gematigde ministers. Meest controversieel was de recent door het Afghaanse parlement aangenomen amnestiewetgeving.
2.2.1 Parlement
Het parlement was niet bijzonder coöperatief ten opzichte van de president en gaf weinig blijk van voortvarendheid inzake wetgevende aangelegenheden. Om het wetgevingsproces te versnellen is het de bedoeling dat de fundamentele discussies over wetsvoorstellen en decreten in parlementaire commissies worden besproken.
26 Zie verder hoofdstuk 3.3.5.
27 Zie ook algemeen ambtsbericht Afghanistan van 21 juni 2001 met kenmerk DPC/AM- 704362, blz.13.

14

Algemeen ambtsbericht Afghanistan | augustus 2007

Volgens het secretariaat van de Wolesi Jirga zijn in de afgelopen twee jaar (tot december 2007) 162 wetsvoorstellen ingediend door de regering en 8 voorstellen gedaan door de Wolesi Jirga zelf. Van deze 170 wetsvoorstellen zijn er 56 goedgekeurd.
In de verslagperiode is een aantal nieuwe politieke partijen opgericht. Officiëel zijn er meer dan 80 partijen geregistreerd. Grofweg is in het parlement een aantal clusters te onderscheiden, die intern niet noodzakelijkerwijs elkaar in stemgedrag volgen. In de eerste plaats de Hazara Hezb-e-Wahdat stroming, onder leiding van Mohaqeq, die zich profileert als pro-Karzai. In de tweede plaats is er een groep die onder invloed staat van de Pashtuns Sayyaf en Almas. Ondanks dat deze groep niet uitgesproken pro-Karzai is, heeft de groep hem wel op belangrijke momenten gesteund.
Op 3 april 2007 werd formeel de politeke beweging National Front (NF, eerder ook United National Front of Afghanistan geheten) opgericht, waarin critici van Karzai zich hebben verenigd. In de beweging zitten voornamelijk Tadzjieken, maar ook Pashtuns en Hazara's. Bovendien maken ook enige voormalige communisten deel uit van de beweging. Echter, het zijn vooral leden van de voormalige Noordelijke Alliantie die de boventoon voeren binnen het NF. Meest prominente leden zijn Lagerhuisvoorzitter Qanooni, maarschalk Fahim, minister voor Water en Energie Ismael Khan, de vice-presidenten Massood en Khalili, adviseur van de Opperbevelhebber van de Strijdkrachten Generaal Dostum en Lagerhuislid en Jamiat-i-Islami voorman Rabbani. Laatstgenoemde is ook benoemd als voorzitter van de beweging.28 Opvallend is het lidmaatschap van Mustafa Zahir, de kleinzoon van de voormalige koning.29 Het is nog onduidelijk hoe de beweging zich zal ontwikkelen, gelet op het losse karakter ervan. Hoewel het NF nauwelijks als een hecht verband opereerde en onder meer uit conservatieve oud-Mudjahedin voormannen bestaat, bestempelt het zichzelf als een hervormingsbeweging, die onder meer een grondwetsherziening nastreeft. Zo dient in de optiek van het NF een parlementair systeem te worden ingevoerd, waarin het parlement een premier kiest en de functie van president een meer ceremoniële functie wordt. Voorts zouden gouverneurs niet langer door de regering moeten worden benoemd, maar rechtstreeks door de bevolking moeten worden gekozen.30 Karzai beschouwt het NF als politieke oppositie. In april 2007 werd ook de Afghaanse Parlementaire Groep (AGP) gevormd. In het Lagerhuis heeft de groep 41 leden. Naar eigen zeggen hebben ze zich
28 Rabbani is voorzitter van de Uitvoerende Raad van de beweging. Die raad bestaat uit 33 personen, van wie 2 vrouw zijn en de helft in het parlement zit,
29 EIU, `Country report on Afghanistan', april 2007, blz. 13,
30 EIU, `Country report on Afghanistan', april 2007, blz. 13.
15

Algemeen ambtsbericht Afghanistan | augustus 2007

gepositioneerd tussen de regering en het NF. De AGP bestaat voornamelijk uit Hazara's en Pashtuns uit het oosten van Afghanistan. In de AGP zijn nauwelijks Tadzjieken en Pashtuns uit het westen vertegenwoordigd. Het is nog onduidelijk wat voor een stempel de AGP op het parlementaire reilen en zeilen kan drukken. Voorts zetelt in het parlement nog een aantal kleinere, multi-etnische oppositiegroepen: Nationale Onafhankelijkheid (Estiqlal-e-Milli), Nationale Observator (Nezarat-e-Milli) en de Progressieve Parlementaire Groep (Taraqee Khwah).31 Daarnaast is in februari 2007 de progressieve Derde Weg (Khat-e- Siwoom) opgericht als groep in het parlement.32 In de verslagperiode is ook een uitgesproken pro-Karzai partij opgericht: de Republikeinse Partij (Jamhuree Khwah). Onder meer de minister van Binnenlandse Zaken steunt de partij.33 Bij de behandeling van verscheidene kwesties is in de verslagperiode gebleken dat conservatieve krachten (Mujahedin) een stempel drukken op het parlement. Zo waren het mensen als Rabbani, Ismael Khan, Fahim, Khalili en Sayyaf die drijvende krachten waren achter de totstandkoming van het National Reconciliation Charter (NRC), een concept amnestie-wet die overigens ook werd toegejuicht door personen die juist aan de zijde van de Communisten hadden gevochten, zoals Dostum en Nur ul-Haq Ulumi.34 Op 23 februari 2007 vond in een stadion in Kaboel een bijeenkomst met 25.000 man plaats waarbij door bovengenoemde Mujahedin-leiders en door Dostum steun werd betuigd aan het NRC.35
Het NRC was in feite een resolutie die door een parlementaire commissie in stemming was gebracht in het Lagerhuis en door het Lagerhuis werd goedgekeurd. Het Hogerhuis stemde in met de resolutie op 20 februari 2007. Tegenstanders van de resolutie werden geïntimideerd. In de 12 artikelen tellende resolutie werd onder meer het Human Rights Watch rapport Blood Stained Hands (2005) afgedaan als `ongefundeerd'.36 Verder werd in de resolutie gepleit voor een algehele amnestie voor de partijen die elkaar de afgelopen 25 jaar bevochten hadden. Volgens de tekst van de resolutie verdienden zij respect en moesten zij gevrijwaard blijven
31 Report of the Secretary General, `The situation in Afghanistan and its implications for internationale peace and security', 15 maart 2007, s/2007/152, blz. 3.
32 http://www.kas.de/proj/home/pub/80/1/year-2007/dokument_id-10740/index.html
33 Ook deze partij drijft voornamelijk op prominente politici uit het noorden.
34 The New York Times, 02.02.07 en Associated Press, 23.02.07
35 BAAG, februari 2007, blz. 6.

36 Kamerbrief DVB/CV/121, 23 maart 2007. In het rapport betitelt Human Rights Watch enige toonaangevende figuren in de Afghaanse politiek, zoals b.v. Dostum, als mensenrechtenschenders. Sinds het verschijnen van het rapport wordt het als bron meegenomen in de algemene ambtsberichten Afghanistan.
16

Algemeen ambtsbericht Afghanistan | augustus 2007

van gerechtelijke vervolging.37 Ook werden in de resolutie beperkingen opgelegd aan de media (verbod op het bekritiseren van voormalige Mujahedin) en zou het parlement het recht krijgen te oordelen of Afghanistan bepaalde internationale verdragen wel had mogen ratificeren. De resolutie werd bekritiseerd. Niet alleen door de internationale gemeenschap, maar ook door Afghaanse organisaties als de AIHRC en door politici (b.v. oud-president Mojadeddi). Karzai weigerde de resolutie te ondertekenen.38 Ondertekening van de resolutie zou inhouden dat de resolutie een wet zou worden.
Naar aanleiding van het veto van Karzai werd de resolutie aangepast en aan de Wolesi Jirga voorgelegd, die de resolutie met 126 tegen 4 stemmen aannam.39 De resolutie behoefde geen goedkeuring van de Meshrano Jirga en werd direct voor ondertekening voorgelegd aan president Karzai. Ook de gewijzigde (en afgezwakte) resolutie werd, mede onder druk van de internationale gemeenschap, niet door Karzai ondertekend.
De kritiek van de internationale gemeenschap op de voorgestelde resolutie verstomde niet, met name omdat ze de staat ontslaat van de verantwoordelijkheid mensenrechtenschenders te vervolgen. Artikel 3 van de aangepaste resolutie voorziet in verzoening en amnestie voor de politieke en strijdende partijen bij het conflict (voor en na 2001), waarbij de gewapende oppositie wordt geïnstrueerd de grondwet te accepteren als ze in aanmerking willen komen voor amnestie. Artikel 4 stelt evenwel dat er geen automatische amnestie geldt voor `misdaden tegen de veiligheid', maar dat hierover onderhandeld kan worden als onderdeel van verzoening. Voorts behouden slachtoffers het recht om schenders van mensenrechten aan te klagen.40 Ook Opposing Militant Forces (OMF) die nu nog vechten en bereid zijn de wapens neer te leggen, komen voor amnestie in aanmerking.
Of de resolutie nu definitief van tafel is, is onduidelijk, omdat volgens sommige instanties zoals de AIHRC het parlement zich in een dergelijke situatie nogmaals over de resolutie zou moeten uitspreken.41
In mei 2007 werden moties van wantrouwen aangenomen door het Lagerhuis tegen de ministers van Vluchtelingen en Repatriëring (Akbar) en van Buitenlandse
37 EIU, `Country report on Afghanistan', april 2007, blz. 11. Alle partijen, dus communisten, mudjaheddin én taliban zouden amnestie moeten krijgen. http://www.aihrc.org.af/charter_national_reconcilation.htm.
38 Report of the Secretary General, `The situation in Afghanistan and its implications for internationale peace and security', 15 maart 2007, s/2007/152, blz. 4.
39 BBC, 15 maart 2007

40 http://www.kas.de/proj/home/pub/80/1/year-2007/dokument_id-10740/index.html
41 Zie voor de amnesty-wet verder paragraaf `3.2.2 Transitional Justice'
17

Algemeen ambtsbericht Afghanistan | augustus 2007

Zaken (Spanta), omdat ze te weinig zouden hebben gedaan om de repatriëring van Afghanen uit Iran, die was begonnen in april 2007, te stoppen.42 De roep om Spanta's aftreden ging ondermeer gepaard met veel anti-westerse retoriek. Akbar moest inderdaad aftreden, maar het aftreden van Spanta was volgens het Hooggerechtshof ongeldig, daar hij werd afgerekend op een kwestie die niet tot zijn portefeuille behoorde.
Het nog jonge parlement wordt in zijn functioneren met soms grote obstakels geconfronteerd. Zo is in de verslagperiode een Hogerhuislid, Ostad Farid, vermoord.43 Farid was lid van Hezbi-i Islami (factie Gulbudin Hekmatyar, HiG) en in 1995 een paar maanden premier van Afghanistan. Verdachte van de moord is Sher Panshiri, die sindsdien in detentie zit. Sher Panshiri was plaatsvervangend premier onder Farid. Oorzaak van het conflict lijkt te zijn dat Farid de regering Karzai ondersteunde, dit tegen de zin van Panshiri, die sympatiseert met de Noordelijke alliantie.
Ook werd een vrouwelijk Lagerhuislid, Malalai Joya, door haar collega's geschorst, omdat ze tijdens een televisie-interview parlementsleden zou hebben beledigd.44
2.2.2 Machtsfactoren
De macht van de centrale overheid is niet toegenomen in de verslagperiode. Zeker wat betreft het regionale (districts)bestuur kan de centrale regering nog niet altijd voldoende invloed uitoefenen. In veel gebieden maken plaatselijke commandanten de dienst uit.45 Hoewel er sprake is van regionale verschillen, blijven corruptie, straffeloosheid en drugshandel op lokaal en regionaal niveau een groot probleem.46 Omwille van de stabiliteit is ook in deze verslagperiode met de belangen van vele machtige spelers op het politieke toneel - waaronder voormalige krijgsheren - door onder meer President Karzai rekening gehouden in die zin dat zij en mensen uit hun achterban benoemd werden in verscheidene overheidsfuncties. Los hiervan hebben ook benoemingen plaatsgehad van gezagsdragers die Karzai steunen. In de verslagperiode hebben verscheidene gouverneurs te kennen gegeven te weinig
42 BAAG, mei 2007, blz. 7, zie verder hoofdstuk 4.
43 BAAG, mei 2007, blz. 5.
44 HRW, 23 mei 2007.

45 International Crisis Group, `Countering Afghanistan's Insurgency', blz. 2.
46 Report of the Secretary General, `The situation in Afghanistan and its implications for internationale peace and security', 15 maart 2007, s/2007/152, blz. 4. Economist Intelligence Unit, `Country Report on Afghanistan', oktober 2006, blz. 1114, Amnesty International, `Report 2007'.

18

Algemeen ambtsbericht Afghanistan | augustus 2007

steun vanuit Kaboel te ontvangen. Karzai heeft in de verslagperiode aangekondigd te onderzoeken of de aansturing van gouverneurs en burgemeesters beter kan gebeuren door het presidentiële paleis in plaats van door het ministerie van Binnenlandse Zaken.
Veel van de door Karzai benoemde gezagsdragers hebben geen smetteloos verleden.47 Verder zijn er twijfels bij de competentie en onkreukbaarheid van een aantal gouverneurs die in de verslagperiode zijn benoemd.48 In veel regio's is de invloed van bepaalde krijgsheren groot. Zo heeft de voormalige gouverneur van Herat, Ismael Khan, nog steeds veel politieke invloed in de westelijke provincie. Naast het gegeven dat nog altijd bondgenoten van Ismael Khan in het provinciale bestuur zitten, kan hij ook in korte tijd honderden mensen mobiliseren die voor hem betogen. Zijn greep op Herat is sinds zijn overplaatsing naar Kaboel niettemin aan het afnemen, maar dat lijkt met name te komen omdat meer en meer lokale commandanten niet meer trouw zijn aan hem. Net als in de vorige verslagperiode oefent Dostum de functie van Adviseur van de Opperbevelhebber van de Strijdkrachten uit. Evenals het geval is bij Ismael Khan, loopt ook de macht van Dostum enigszins terug als gevolg van de machtstoename van lokale commandanten. Niettemin bleek Dostum nog over genoeg invloed te beschikken om aanhangers van Junbesh-i-Melli in Jowzjan te mobiliseren om onrust te zaaien.49 De factie van Dostum, Junbesh-i-Melli, was in de verslagperiode bezig haar derde congres te organiseren tijdens welke een nieuwe leider zou kunnen worden gekozen.
De Hezb-i-Islami (factie Farooqi) probeerde zich meer voor te doen als een zuiver politieke organisatie dan als een militair-politieke organisatie. Hez-i-Islami heeft een nieuwe leider gekozen: Abdul Hadi Arghandiwal. Het programma van de met name door Pashtuns gedomineerde conservatief islamitische organisatie is onduidelijk. De Hezb-i-Islami zou zich vooral bezighouden zoveel mogelijk geestverwanten benoemd te krijgen op posities binnen de overheid.
47 `Report of the High Commissioner for Human Rights on the situation of human rights in Afghanistan and on the achievements of technical assistance in the field of human rights', 5 maart 2007, A/HRC/4/98, blz. 10.

48 Aan het eind van de verslagperiode is een aantal nieuwe gouverneurs benoemd of verplaatst. Dit om het lokale bestuur effectiever te maken en meer steun voor de overheid te genereren. Echter, vooralsnog lijkt de overheid niet in die opzet te slagen. Zo is bijvoorbeeld Abdullah Wardak, een vertouweling van Sayyaf als gouverneur van Logar benoemd. Wardak werd verdacht van corruptie toen hij een aantal jaar geleden als minister werkzaam was. Voorts zijn aan het eind van de verslagperiode de gouverneurs van Kapisa, Takhar en Faryab vervangen. De nieuwe gouverneur van Faryab, Inayatullah, had al eens op niet adequate wijze dat ambt in Faryab bekleed.

49 EIU, `Country report on Afghanistan', juli 2007, blz. 12.
19

Algemeen ambtsbericht Afghanistan | augustus 2007

Staatsinstellingen staan onder invloed van belangrijke facties. Hoewel de conservatieve Advocaat-Generaal (Jabbar Sabit) een Hezb-i-Islami verleden heeft, wordt het Openbaar Ministerie nog steeds gedomineerd door de Shura-i-Nazar.50 De veiligheidsdienst NDS wordt nog steeds beïnvloed door personen van de Noordelijke Alliantie (Shura-i-Nazar), onder andere door Fahim, Qanooni, Rabbani, Olomi en Dostum. Velen van hun aanhangers of voormalige aanhangers werken bij de NDS. Binnen het ministerie van Binnenlandse Zaken heersen nog spanningen als gevolg van hervormingen en het overplaatsen van politiecommandanten.51
2.2.3 Bestuur
In formele zin wordt vooruitgang geboekt met nieuwe wetgeving, maar in de praktijk lijkt sprake van weinig verbetering. De geringe capaciteit, vooral van de overheid, en het gebrek aan veiligheid en rechtsorde zijn grote struikelblokken. De Joint Coordination and Monitoring Board (JCMB), die toezicht houdt op de uitvoering van het Compact, onderstreepte dat het bedwingen van de opstand prioriteit moet krijgen; en dat overheidshervormingen en corruptiebestrijding nu speerpunten moeten zijn.
Politieke vervreemding leidde volgens de Secretaris Generaal van de VN tot een heropleving van steun voor Opposing Militant Forces (OMF). Door het uitblijven van politieke en sociale vooruitgang en met het benoemen en het handhaven van ongeschikte bestuurders heeft de regering veel krediet verspeeld onder de bevolking. Wel capabele gouverneurs hadden het moeilijk omdat de centrale overheid hen onvoldoende middelen ter beschikking stelde om de verworven goodwill te behouden.52
De slechte veiligheidssituatie was één van de voornaamste oorzaken van de achterblijvende ontwikkeling van Afghanistan. In de verslagperiode heeft Karzai gesprekken gevoerd met leden van de Taliban in een poging een politiek proces op te starten.53 Deze gesprekken zijn nog niet afgerond. Ook zouden er onderhandelingen hebben plaatsgevonden met commandanten van de Hezb-i- Islami (Gulbudin Hekmatyar-factie, HiG).54
50 Zie Bijlage II van dit ambtsbericht voor een overzicht van de belangrijkste politieke facties en hun militaire eenheden

51 EIU, `Country report on Afghanistan', juli 2007, blz. 6, vtv secc 1129.
52 Report of the Secretary General, `The situation in Afghanistan and its implications for internationale peace and security', 15 maart 2007, p. 2.
53 EIU, `Country report on Afghanistan', juli 2007, blz. 11.
54 De HiG strijdt net als de Taliban tegen de regering Karzai en de internationale troepenmacht.
20

Algemeen ambtsbericht Afghanistan | augustus 2007

Verder heeft Karzai in mei 2007 met president Musharraf van Pakistan in Turkije de `Ankara Declaratie' getekend. Op grond van die declaratie zou een grensoverschrijdende jirga gehouden moeten worden tussen stamoudsten uit Afghanistan en Pakistan.
Van 9 tot en met 12 augustus jl. werd in de Afghaanse hoofdstad Kaboel een Pakistaans-Afghaanse vredesjirga gehouden. Een aantal Pakistaanse tribale groeperingen uit Noord- en Zuid-Waziristan boycotten de bijeenkomst. In een slotverklaring werden de kernpunten samengevat over ondermeer terrorismebestrijding (geen safe havens), drugsbestrijding, grensverkeer en wederzijdse uitlatingen in het openbaar. Om deze boodschappen uit te dragen zullen in beide landen Jirga-kantoren worden opgericht. Ten slotte zal een permanente commissie van 50 personen worden opgezet die zich moet buigen over verzoening en de bestrijding van terrorisme. In zijn toespraak erkende president Musharraf impliciet dat in de Pakistaanse tribale gebieden steun aan de Taliban wordt gegeven. Een tweede jirga, op een later moment in Pakistan, moet concretere resultaten opleveren.
Karzai zal nog tot 2009 aan de macht zijn: presidentsverkiezingen staan gepland voor april 2009. Parlementsverkiezingen vinden eerst in 2010 plaats. 2.3 Militaire ontwikkelingen en veiligheidssituatie 2.3.1 ISAF
De International Security Assistance Force valt onder de NAVO- commandostructuur. ISAF bestaat momenteel uit ongeveer 35.000 militairen. 55 In totaal leveren 37 landen een bijdrage aan ISAF. Het door de VN Veiligheidsraad gegeven mandaat voor ISAF wordt jaarlijks verlengd.56 ISAF is opgericht met het doel de regering te assisteren bij de stabilisatie en handhaving van de veiligheid in Afghanistan, opdat de regering, maar ook het personeel van de VN in een veilige omgeving kunnen opereren. ISAF's missie behelst: 1) de verzekering van een veilige omgeving; 2) opbouw van Afghaanse instituties; 3) de verbetering van het functioneren van de Afghaanse politie en het Afghaanse leger; 4) het leiden van Kabul International Airport en 5) de
55 http://www.nato.int/issues/isaf/index.html
56 Het ISAF mandaat is laatstelijk verlengd op 19 september 2007. Het mandaat loopt in ieder geval tot en met oktober 2008.56
21

Algemeen ambtsbericht Afghanistan | augustus 2007

verbetering van de eigen bescherming en de verbetering van informatievergaring over de situatie in het hele land.57
Het mandaat van ISAF voor drugsbestrijding is helder begrensd en bevat geen bevoegdheid tot drugsbestrijding door ISAF zelf. Wel omvat het mandaat het (in noodgevallen) leveren van (veiligheids)assistentie door ISAF aan de Afghaanse overheid bij het uitvoeren van haar anti-drugsbeleid.58 In 2007 vonden verscheidene grote operaties plaats in het zuiden van Afghanistan, zoals `Valkentop' en `Achilles', waarbij Afghaanse legereenheden en ISAF nauw samenwerkten. Deze operaties hadden onder meer tot doel de controle terug te krijgen over bepaalde districten en een offensief van de Taliban te voorkomen, dit met het oog op het mogelijk maken van wederopbouw. In de eerste zes maanden van 2007 waren bij diverse luchtaanvallen van ISAF-vliegtuigen en gecombineerde akties van internationale militairen en Afghaanse veiligheids- eenheden zo'n 300 burgerdoden gevallen.59 President Karzai, de AIHRC en het Rode Kruis hebben hun zorg uitgesproken over de burgerslachtoffers die vallen in Zuid-Afghanistan.60 De NAVO heeft inmiddels maatregelen aangekondigd om het aantal burgerslachtoffers te minimaliseren, onder meer door middel van het gebruik van kleinere bommen.61
2.3.2 PRT
In de provincies zijn de ISAF militairen actief in 25 Provincial Reconstruction Teams (PRT's).62 De PRT's hebben tot taak de Afghaanse overheid te assisteren bij het vergroten van de veiligheid en stabiliteit in de provincies, om daarmee de Afghaanse centrale regering in staat te stellen haar gezag in de provincie te vergroten en wederopbouwactiviteiten van de regering of andere actoren te faciliteren.63
Ten opzichte van de vorige verslagperiode is de commando-structuur van de onder ISAF vallende PRT's niet veranderd. De PRT's worden bestuurd vanuit vijf regionale commando-centra in de steden Kaboel, Mazar-i-Sharif, Herat; Kandahar en Bagram. In het noorden bevinden zich vijf PRT's (in Mazar-i-Sharif, Kunduz, Maimana, Pul-e-Khomri en Feyzabad), in het westen vier (in Herat, Farah, Qala-e-
57 http://www.nato.int/issues/afghanistan/050816-factsheet.htm, geraadpleegd op 13 december 2005 en http://www.jfcbs.nato.int/ISAF/mission/mission_role.htm, geraadpleegd op 18 oktober 2006.

58 hhttp://www.nato.int/issues/afghanistan_stage3/index.html
59 AFP/Reuters, 2 juli 2007, BBC News, 3 juli 2007.
60 EIU, `Country report on Afghanistan', juli 2007, blz. 10, AP, 27 juli 2007, Amnesty International, ASA 11/006/2007.
61 Financial Times, 29 juli 2007, AFP, 30 juli 2007.
62 http://www.nato.int/issues/isaf/index.html
63 http://www.jfcbs.nato.int/ISAF/mission/mission_role.htm
---

Algemeen ambtsbericht Afghanistan | augustus 2007

Naw en Chaghcharan) en in het zuiden vier (in Kandahar; Lashkar Gah, Tarin Kowt en Qalat). Sinds oktober 2006 vallen ook de PRT's in het oosten onder ISAF-commando, namelijk die in Bagram, Bamiyan, Sharan, Ghazni, Gardez, Asadabad, Jalalabad, Pansjir, Mitharlam, Khost, Wardak en Nuristan. Voorts zijn er vier Forward Support Bases in Herat, Mazar-i-Sharif, Kandahar en Bagram die PRT's in hun omgeving ondersteunen.64 2.3.3 `Enduring Freedom'
De Operation Enduring Freedom (OEF) is sinds oktober 2001 operationeel. Het aantal militairen onder OEF is met ingang van ISAF Stage IV (in oktober 2006) sterk gereduceerd. In OEF zijn momenteel nog zo'n 8.000 militairen actief. 65 Aan OEF nemen, naast de Verenigde Staten, diverse andere landen deel. Hoofddoel van de operatie is de strijd tegen het internationale terrorisme, niet alleen in Afghanistan maar ook elders. Bovendien verzorgen de Amerikaanse OEF- militairen trainingen voor de Afghaanse politie en ook het Afghaanse leger. OEF werd in de verslagperiode bekritiseerd door Human Rights Watch, dat stelde dat er geen duidelijk juridisch raamwerk is op grond waarvan OEF zijn werkzaamheden uitvoeren.66
2.3.4 Afghaanse veiligheidsorganisaties
Leger
In Afghanistan bestaat geen dienstplicht. Formeel is dat vastgelegd in een presidentieel decreet uit 2002. Net als in de vorige verslagperiode is het Afghaanse Nationale Leger (Afghan National Army, ANA) nog steeds in opbouw. In de loop van de verslagperiode telde het officiële leger van Afghanistan ongeveer 40.000 manschappen. De Afghaanse regering wil dat eind 2008 het leger zal zijn uitgegroeid tot 64.000.67 Er zijn geen berichten geweest over gedwongen rekrutering.68 Datzelfde geldt over straffen na desertie. Het leger is een redelijke afspiegeling van de etnische samenstelling van de Afghaanse bevolking. Het is niet strak langs etnische lijnen georganiseerd. Het aantal eenheden van het Afghaanse leger (ANA) neemt langzaam toe. Het leger is evenwel nog niet goed geëquipeerd en is dikwijls slachtoffer van Taliban-
64 http://www.nato.int/isaf/docu/epub/pdf/isaf_placemat.pdf
65 Report of the Secretary General, `The situation in Afghanistan and its implications for internationale peace and security', 15 maart 2007, s/2007/152, blz. 8.
66 BAAG, februari 2007, blz. 7.
67 Report of the Secretary General, `The situation in Afghanistan and its implications for internationale peace and security', 15 maart 2007, s/2007/152, blz. 8.
68 USDoS, `Country report on human rights practices', 6 maart 2007, blz. 22.
23

Algemeen ambtsbericht Afghanistan | augustus 2007

acties.69 In de verslagperiode verlieten niettemin minder rekruten dan voorheen de actieve dienst. Ook is het leger effectiever geworden, in die zin, dat het beter samenwerkte met de ISAF-strijdkrachten.70
Politie
De Afghaanse Nationale Politie (Afghan National Police, ANP) valt onder het ministerie van Binnenlandse Zaken.71 De in de vorige verslagperiode ingezette Pay and Rank Reform is zo goed als afgerond. De belangrijkste doelstellingen van het Pay and Rank Reform-programma zijn het herstructureren van de topzware politiemacht door het aantal hogere officiersposities te verkleinen; het instellen van stringente benoemingsprocedures en salarisverhoging met het oog op betere wervingsmogelijkheden en het tegengaan van corruptie. De invloed van facties op de hogere politie-commandanten is mede hierdoor enigszins afgenomen. Niettemin zijn de berichten over corruptie nog talrijk en is een aantal benoemingen politiek gemotiveerd geweest.72 Er zijn ANP-officieren actief betrokken bij de drugshandel. Zij zijn daarbij loyaal aan lokale commandanten.73 Voor de provincies Helmand en Kandahar is het duidelijk dat de ordehandhavers sterk langs etnische lijnen zijn georganiseerd. In Helmand heeft voormalig gouverneur Sher Mohammad Akhundzada veel invloed op de politie. Sher Mohammad is een Pashtun. Hij is lid van de Meshrano Jirga, maar is niet verbonden aan een politieke partij. Zijn broer was politiecommandant in Helmand. Dat de politie in het zuiden van Afghanistan niet altijd even loyaal is aan de overheid bleek uit het feit dat in Helmand diverse illegale ANP-wachtposten waren opgezet, waar mensen geld afhandig werd gemaakt. Ook in Kandahar was de politie niet integer. Het was ook in de zuidelijke provincies waar de politie het meest kwetsbaar was. Het leeuwendeel van de aanvallen van Opposing Militant
69 BAAG, april 2007, blz. 1. HRW, `The human cost', april 2007, blz. 47.
70 Report of the Secretary General, `The situation in Afghanistan and its implications for internationale peace and security', 15 maart 2007, s/2007/152, blz. 8.
71 AREU, `Cops or robbers? The struggle to reform the Afghan National Police', juli 2007, blz. 7, de ANP is eigenlijk een verzamelnaam waaronder verscheidene politie-machten vallen, te weten: Afghan Uniformed Police (AUP, in feite het gros van de politiemensen), Afghan Border Police (ABP), Afghan National Civil Order Police (ANCOP) en de Counter Narcotics Police of Afghanistan (CNPA). De hierna te bespreken ANAP valt niet onder de ANP, maar is een aparte organisatie (ook) onder het ministerie van Binnenlandse Zaken.
72 Report of the Secretary General, `The situation in Afghanistan and its implications for internationale peace and security', 15 maart 2007, s/2007/152, blz. 7. Politiek gemotiveerde benoemingen waren bijvoorbeeld gesignaleerd in het zuid-westen. De bevolking wantrouwt nog altijd de wijze waarop hogere politie-functionarissen worden benoemd, AREU, `Cops or robbers? The struggle to reform the Afghan National Police', juli 2007, blz. 11.
73 In Paktia zijn bijvoorbeeld incidenten voorgekomen waarbij de ANP tamelijk eigenmachtig optrad.

24

Algemeen ambtsbericht Afghanistan | augustus 2007

Forces (onder meer Taliban) richtte zich op de ANP.74 De trend van intimidatie van ANP-manschappen was erop gericht rekruten af te schrikken. Voorts waren ANP-agenten vaak het doelwit van aanslagen vanwege hun actieve rol bij het vernietigen van papavervelden.75 In de maanden april, mei en juni 2007 zijn in totaal meer dan 300 ANP-agenten vermoord.76
In de verslagperiode is begonnen met de oprichting van de Afghan National Civil Order Police, die formeel valt onder de ANP. Het is de bedoeling dat deze politiemacht uitgroeit tot een 5.000 man sterke eenheid, die optreedt bij ordeverstoringen en noodsituaties.77 Volgens cijfers van het ministerie van Binnenlandse Zaken bestaat de ANP uit ruim 61.000 agenten. Echter, de VN meent dat dit aantal lager ligt. Het streven is in 2010 een etnisch uitgebalanceerde politiemacht in Afghanistan te hebben opgebouwd van 82.000 man.78 In juni 2007 is de EU begonnen met een ondersteuningsmissie om de ANP te trainen. In het kader van de EUPOL-missie zullen 160 Europese trainers naar Afghanistan worden gestuurd.79
Veiligheidsdienst NDS
In de verslagperiode is er een nieuw plan gelanceerd inzake de hervorming van het NDS (National Directorate for Security). Omdat veel van de huidige taken van het NDS feitelijk als politie-taken kunnen worden omschreven, is door President Karzai overwogen het NDS bij het ministerie van Binnenlandse Zaken onder te brengen.80 Thans valt de NDS rechtstreeks onder de minister-president. Het belangrijkste streven is het NDS te depolitiseren en het directoraat te ontdoen van de invloeden van verscheidene facties. Echter, de plaatselijke (stedelijke) hoofden van het NDS zijn, voorzover ze bekend zijn, vaak gelieerd aan facties.81 Officieel heeft het NDS geen militaire onderdelen meer. Desalniettemin zijn voor sommige plaatselijke NDS-afdelingen bewapende groepen actief, die taken uitvoeren voor het Veiligheidsdirectoraat.
In de verslagperiode zijn verscheidene berichten geweest over NDS-medewerkers, die zich schuldig maakten aan het willekeurig opsluiten en martelen van mensen,
74 BAAG, april 2007, blz. 1.

75 BAAG, mei 2007, blz. 2.

76 ICG, 1 juli 2007.

77 Report of the Secretary General, `The situation in Afghanistan and its implications for internationale peace and security', 15 maart 2007, s/2007/152, blz. 7.
78 Report of the Secretary General, `The situation in Afghanistan and its implications for internationale peace and security', 15 maart 2007, s/2007/152, blz. 7.
79 ICG, 1 juli 2007.

80 Hoofdtaak van het NDS is de bestrijding van georganiseerde misdaad.
81 De Shura-i-Nazar heeft veel invloed binnen het NDS, UK Home-office, Report on Afghanistan', april 2007, blz. 90.

25

Algemeen ambtsbericht Afghanistan | augustus 2007

bijvoorbeeld in Helmand en Kunduz.82 Ook zou het NDS geheime gevangenissen hebben.
Alternatieve veiligheidsorganisaties
Ook in de afgelopen verslagperiode zijn veiligheidsorganisaties actief geweest. Meest omvangrijk was de Afghan National Auxilary Police (ANAP). De ANAP is opgericht als tijdelijke ondersteuning van de ANP in vooral het zuiden.83 De ANAP valt net als de ANP onder het ministerie van Binnenlandse Zaken, maar kent een separate strucuur. ANAP-agenten worden lokaal geworven en krijgen een korte politie-opleiding voordat ze worden ingezet. De ANAP is thans niet alleen in het zuiden actief, maar ook in het westen en oosten. Het totale ANAP-corps bestaat uit bijna 10.000 manschappen. Aansturing op provinciaal niveau vindt plaats door de provinciale politiecommandanten. Het risico is aanwezig dat ANAP-eenheden trouwer zijn aan locale commandanten dan aan provinciale politiecommandanten.84
2.3.5 Ontwapening, demobilisatie en reïntegratie (Disarmament, demobilisation, reintegration: DDR)
Ontwapening geldt als één van de belangrijkste punten van het Bonn-akkoord. Het programma heet officieel het Afghanistan's New Beginnings Programme (ANBP). De DDR-doelstellingen zijn in het kort de inbeslagname van alle zware wapens en de ontwapening en demobilisatie van alle Afghan Military Forces (AMF): bij het ministerie van Defensie geregistreerde eenheden die ook door dat ministerie werden betaald.
Op 7 juli 2005 kwam formeel een eind aan de ontwapenings- en demobilisatiegedeelten van het DDR-programma. Op 30 juni 2006 was ook het reïntegratiegedeelte van het DDR-programma afgerond. Uiteindelijk zijn meer dan 63.000 manschappen ontwapend waarvan 62.000 ook daadwerkelijk zijn gedemobiliseerd. Van dat laatste aantal is het overgrote deel (56.000) aan het reïntegratieprogramma begonnen.85

82 `Report of the High Commissioner for Human Rights on the situation of human rights in Afghanistan and on the achievements of technical assistance in the field of human rights', 5 maart 2007, A/HRC/4/98, blz. 15.
83 ANAP-eenheden zijn vaker dan ANP langs etnische lijnen georganiseerd.
84 Report of the Secretary General, `The situation in Afghanistan and its implications for internationale peace and security', 15 maart 2007, s/2007/152, blz. 7. De ANAP is actief in de volgende provincies: Helmand, Kandahar, Uruzgan, Zabul, Herat, Kunar, Laghman, Logar, Nangarhar, Nuristan, Paktia en Paktika.
85 United Nations Security Council, `Report of the Secretary General on the situation in Afghanistan and its implications for International peace and security' (S/2006/727), blz. 6.
26

Algemeen ambtsbericht Afghanistan | augustus 2007

Nu de AMF-eenheden ontwapend zijn, moeten ook Illegally Armed Groups (IAG's) ontwapend worden. Volgens schattingen van ANBP-uitvoerders bestaan er ruim 1.800 van dat soort groepen die verspreid zijn over het hele land, met een totale grootte van ongeveer 125.000 illegaal bewapenden. Het Disbandment of Illegally Armed Groups (DIAG)-programma, is een programma van UNDP, dat van de kant van UNDP wordt uitgevoerd onder ANBP. De verantwoordelijkheid over het beleid aangaande de IAG's ligt bij een stuurgroep die wordt voorgezeten door vice-president Khalili. Op 7 februari 2007 is door Karzai een DIAG-actieplan ondertekend, dat voorziet in een aantal maatregelen om de ontwapening voortvarender te laten geschieden. Het DIAG- programma zou in 2007 moeten zijn afgerond, maar is inmiddels verlengd tot maart 2008.86
De definitie van een IAG is tamelijk breed. Volgens UNAMA kan zo'n groep al uit vijf personen bestaan, mits ze maar geformeerd is rondom een commandant. Een IAG is wat betreft betaling afhankelijk van de commandant en wordt gekenmerkt door etnische homogeniteit. Binnen een gemeenschap kan een IAG straffeloos te werk gaan.87 De meeste IAG's bevinden zich in het zuiden, zuid- oosten en het noord-oosten van Afghanistan.
Hoewel in heel Afghanistan aanwezig, is de herkomst van de naar schatting 1800 IAG's per regio verschillend. In Noord- en Centraal-Afghanistan zijn het vooral ex-strijders die vielen onder het ministerie van Defensie: oud AMF-milities. In het oosten van Afghanistan zijn het voornamelijk anti-regeringstroepen (Taliban, Al- Qaïda, Hezb-I-Islami) die als IAG's worden betiteld. Het zuiden en zuidwesten van Afghanistan heeft vooral te maken met meer criminele en tribale milities.88 Bij de rekrutering van soldaten van genoemde legertjes worden families soms onder druk gezet jongens af te staan aan lokale commandanten.89 Volgens UNDP zijn inmiddels ruim 1400 IAG's betrokken bij het DIAG-proces en heeft het meer dan 400 overheidsdienaren die verbonden zijn aan een IAG op de korrel.90 Er is weliswaar een aantal IAG's ontwapend, maar de voortgang van het ontwapeningsprogramma verloopt traag.91 Veel overheidsfunctionarissen zijn
86 www.undp.org.af/about_us/overview_undp_afg/psl/prj_anbp.htm. Eén van die maatregelen is dat het ministerie van Binnenlandse Zaken de leiding heeft bij de daadwerkelijke uitvoering van de ontwapening. Voorts zou de Nationale Veiligheidsadviseur een coördinerende rol krijgen.

87 UNAMA presentatie, november 2005.
88 UNAMA Field office prioritisation, verkregen bij presentatie bij ANBP, Kaboel, 6 mei 2005.
89 Zie verder 3.3.8.

90 www.undp.org.af/about_us/overview_undp_afg/psl/prj_anbp.htm.
91 Report of the Secretary General, `The situation in Afghanistan and its implications for internationale peace and security', 15 maart 2007, s/2007/152, blz. 6. Dit kwam voornamelijk
27

Algemeen ambtsbericht Afghanistan | augustus 2007

nog steeds gelinkt aan IAG's. Met de toegenomen (deels seizoensgebonden) onveiligheid in met name het zuiden, lijkt het aantal IAG's zelfs toe te nemen. Commandanten gebruiken de onveiligheid als excuus hun milities niet te ontwapenen. De criminaliteit, veroorzaakt door IAG's, is in de verslagperiode toegenomen.
2.3.6 Veiligheidssituatie
De in september 2006 toegenomen gevechtshandelingen in het Zuiden waren rond de jaarwisseling 2006/2007 geluwd. Dit nam niet weg dat het aantal veiligheidsincidenten in januari 2007 twee maal zo hoog was als in januari 2006.92 Rond maart 2007 nam het aantal veiligheidsincidenten toe en gedurende de zomer was een verslechtering van de veiligheidssituatie waarneembaar.93 In Afghanistan is er al sinds jaar en dag sprake van seizoensfluctuaties bij gewelddadigheden. Hoewel de meeste aanslagen in het zuiden en oosten werden gepleegd, kwamen in het hele land veiligheidsincidenten voor. Gewapende confrontaties tussen internationale troepen en Afghaanse veiligheidsinstanties enerzijds en Taliban anderzijds, deden zich met name voor in het zuid-westen, zuid-oosten en het oosten.
In het Zuiden moet de overheid, gesteund door ISAF, het hoofd bieden aan Taliban-opstandelingen, die het Afghaanse gezag ondermijnen. Dit gaat gepaard met gewelddadigheden en in sommige districten wordt het de overheid zeer moeilijk gemaakt om te functioneren. Gedurende de verslagperiode hebben hele districten onder controle gestaan van de Taliban. Voorbeeld van zo'n district is Musa Qala in Helmand. 94
Het aantal incidenten tussen anti-regeringseenheden (Opposing Militant Forces, OMF) enerzijds en regeringstroepen en internationale strijdkrachten anderzijds is toegenomen. Hoewel de offensieve operaties van ANA en ISAF succesvol waren (zo werden districten heroverd en Taliban-leiders uitgeschakeld) zijn de OMF daarmee niet permanent uitgeschakeld.95 De OMF maakten in de verslagperiode veelvuldig gebruik van op afstand te bedienen explosieven. Het aantal zelfmoordaanslagen steeg aanzienlijk, net als het aantal ontvoeringen, al dan niet met dodelijke afloop.96 Volgens een rapport van de Secretaris Generaal van de VN

door de slechte veiligheidssituatie. In Afghanistan is wapensmokkel nog steeds een probleem. De smokkelroutes lopen vooral van het noorden naar het zuiden.
92 Report of the Secretary General, `The situation in Afghanistan and its implications for internationale peace and security', 15 maart 2007, s/2007/152, blz. 1.
93 ICG, `Crisis Watch', juli 2007, ICRC, 12 juli 2007, BAAG, maart 2007. Reuters, 6 augustus 2007, AP 27 juli 2007.

94 BAAG, februari 2007, blz. 5.
95 Voorbeelden zijn Akhtar Mohammad Osmani en Mullah Dadullah.
96 Report of the Secretary General, `The situation in Afghanistan and its implications for internationale peace and security', 15 maart 2007, s/2007/152, blz. 2.
28

Algemeen ambtsbericht Afghanistan | augustus 2007

was er sprake van een toename van de bereidheid tot het aangaan van conventionele confrontaties door OMF. Gelet op de confrontaties leken de OMF- eenheden beter getraind te zijn dan voorheen.97
Het aantal aanslagen op politici en gezagsdragers is toegenomen.98 Andere doelen van aanslagen waren naast nationale en internationale militairen: hulpverleners, vrouwen, scholen en leraren, dorpsoudsten, mensenrechtenactivisten en journalisten.99 Nieuwe trend was dat ook familieleden van vooral politiemensen (en andere overheidsfunctionarissen) slachtoffer werden van moord en ontvoering.100
De strijd in Afghanistan kostte aan meer burgers het leven dan in de vorige verslagperiode.101 Volgens Human Rights Watch waren er in 2006 230 burgers gedood tijdens operaties die geleid werden door internationale strijdkrachten, in 2007 waren er na 5 maanden 207 burgerslachtoffers gevallen tijdens door internationale strijdkrachten geleide operaties (zowel ISAF als OEF).102 Het aantal burgerslachtoffers veroorzaakt door OMF acties ligt in deze verslagperiode bijna tweemaal zo hoog als het aantal burgerslachtoffers ten gevolge van ISAF operaties. Dit komt mede omdat de OMF bewust burgers soms gebruikt als menselijk schild. De NAVO heeft maatregelen aangekondigd om het aantal burgerslachtoffers zoveel mogelijk te beperken.
De veiligheidsincidenten zijn niet slechts het gevolg van gevechtshandelingen tussen OMF, aan de ene kant en het Afghaanse gezag, ondersteund door internationale strijdkrachten aan de andere kant. Ook krijgsheren of criminele (drugs)bendes waren verantwoordelijk voor veel geweldsincidenten. Lokale commandanten konden in delen van Afghanistan vaak zonder beperkingen hun gezag laten gelden. Meest voorkomende misdrijven zijn illegale belastingheffing, gedwongen arbeid en rekrutering (die overigens kunnen worden afgekocht) en
97 Report of the Secretary General, `The situation in Afghanistan and its implications for internationale peace and security', 15 maart 2007, s/2007/152, blz. 1.
98 `Report of the High Commissioner for Human Rights on the situation of human rights in Afghanistan and on the achievements of technical assistance in the field of human rights', 5 maart 2007, A/HRC/4/98, blz. 8.

99 Report of the Secretary General, `The situation in Afghanistan and its implications for internationale peace and security', 15 maart 2007, s/2007/152, blz. 1.
100 BBC News, 2 juni 2007, BAAG, juni 2007, blz. 6.
101 AFP, 3 mei 2007.

102 BAAG, juni 2007, blz. 2. Het aantal burgerslachtoffers veroorzaakt door OMF acties ligt in deze verslagperiode bijna tweemaal zo hoog als het aantal burgerslachtoffers ten gevolge van ISAF operaties.

29

Algemeen ambtsbericht Afghanistan | augustus 2007

landconfiscaties.103 Drugshandel speelt hierbij eveneens een grote rol.104 Tussen stammen onderling vonden ook met enige regelmaat gewapende confrontaties plaats, waarbij gestreden wordt over bijvoorbeeld land of water. In de verslagperiode waren er nog steeds spanningen tussen Afghanistan en Pakistan.105 Infiltraties en aanvallen vanuit Pakistan door Taliban- en andere OMF kwamen voor. Voorts was twist over de exacte grens tussen Pakistan en Afghanistan oorzaak van diverse incidenten tussen Afghaanse en Pakistaanse grenstroepen.
West-Afghanistan: Herat, Badghis, Farah, Ghor, Nimroz Het westen van Afghanistan is in de verslagperiode onrustiger geworden. De Taliban hebben geprobeerd hun acties uit te breiden naar diverse in het westen gelegen provincies zoals Herat, Badghis, Farah en Nimroz. 106 De Taliban zouden in het westen van laatsgenoemde provincie hele gebieden onder controle hebben. Alleen in Zaranj zou het rustig zijn.107 Voorts zijn er nauwelijks internationale militairen aanwezig en zijn er problemen als gevolg van de instroom van uit Iran gezette Afghanen en de omvangrijke drugshandel.
Samen met Nimroz behoorde Farah tot de meest onrustige provincies van West- Afghanistan.108 De Taliban hebben er diverse aanvallen op vooral de ANP uitgevoerd. Voorbeeld van een bloedige aanslag was die van 5 mei, toen acht politiemensen door de Taliban werden vermoord na in een hinderlaag te zijn gelokt.109
Ghor was in vergelijking met de overige westelijke provincies rustig, hoewel ook in Ghor aanslagen zijn gepleegd en de provincie instabieler is geworden.110 Net als in de vorige verslagperiode waren Shindand en Farsi de onrustige districten in Herat.111 De onrust aldaar zou voornamelijk worden veroorzaakt door rivaliteit
103 `Report of the High Commissioner for Human Rights on the situation of human rights in Afghanistan and on the achievements of technical assistance in the field of human rights', 5 maart 2007, A/HRC/4/98, blz. 4; BAAG, juni 2007, blz. 2.
104 UNHCR, Update of the Situation in Afghanistan and International Protection Considerations, blz. 29.

105 Report of the Secretary General, `The situation in Afghanistan and its implications for internationale peace and security', 15 maart 2007, s/2007/152, blz. 3.
106 BAAG, januari 2007, blz. 1, BAAG, februari 2007, blz. 1, BAAG, maart 2007, blz. 2.
107 UNHCR, `Afghanistan security situation. Up-date', april 2007.
108 UNHCR, `Afghanistan security situation. Up-date', april 2007.
109 AFP, 5 mei 2007.

110 `Report of the High Commissioner for Human Rights on the situation of human rights in Afghanistan and on the achievements of technical assistance in the field of human rights', 5 maart 2007, A/HRC/4/98, blz. 7.

111 UNHCR, `Afghanistan security situation. Up-date', april 2007.
30

Algemeen ambtsbericht Afghanistan | augustus 2007

tussen Tadzjieken en Pashtuns en tussen Pashtuns onderling (Noorzai tegenover Barakzai). Bedrijven zouden Herat hebben verlaten vanwege de toenemende onveiligheid.112
In Badghis functioneerde de overheid nauwelijks. De bevolking werd door de Taliban geïntimideerd, onder meer door het opleggen van belastingen. Ook werd een aantal aanvallen uitgevoerd. Op 10 juni werd, na een vuurgevecht, het ANP- bureau van het district Morghab in de brand gestoken. Voorts zijn er in de provincie sterke Jamiat-i-Islami commandanten die veel mensenrechtenschendingen op hun naam hebben staan. Kaboel
In de verslagperiode hebben in de Afghaanse hoofdstad, vaker dan in de vorige verslagperiode, zware aanslagen plaatsgevonden, waarbij ook burgerslachtoffers zijn gevallen. In juni stierven meer dan 30 politiemensen bij een zware zelfmoordaanslag.113 Verder liet een zelfmoordenaar een zware bom ontploffen bij de luchtmachtbasis in Bagram toen de Amerikaanse vice-president Cheney er op bezoek was.114 Naast zelfmoordaanslagen had Kaboel periodiek last van raketaanvallen.115
De stroom van terugkerende vluchtelingen drukt zwaar op de Afghaanse hoofdstad. Dit heeft consequenties op het gebied van werkgelegenheid en huivesting. Een groot gedeelte van de 3 miljoen inwoners tellende stad, heeft niet de beschikking over riolering, schoon water en elektriciteit.116 De criminaliteit in Kaboel blijft hoog.
Zuid-Afghanistan: Kandahar, Helmand, Zabul, Uruzgan Het zwaartepunt van de gewelddadigheden in Afghanistan lag in het zuiden.117 Het zuiden van Afghanistan heeft in de verslagperiode in toenemende mate te maken gehad met gevechten en veiligheidsincidenten. In deze provincies kunnen burgers in hun veiligheid worden bedreigd.118 Op provinciaal en districtsniveau heeft de overheid slechts beperkte capaciteit. De Afghaanse overheid heeft dan ook nog
112 BAAG, maart 2007, blz. 2.

113 BAAG, juni 2007, blz. 4.

114 AP, 27 februari 2007.

115 BAAG, mei 2007, blz. 5.

116 Wereld Bank, `Kabul: Urban Land in Crisis', juni 2006, Economist Intelligence Unit, `Country Report on Afghanistan', oktober 2006, blz. 17.
117 Report of the High Commissioner for Human Rights on the situation of human rights in Afghanistan and on the achievements of technical assistance in the field of human rights', 5 maart 2007, A/HRC/4/98, blz. 8.

118 UNHCR, `Afghanistan security situation. Up-date', 2007. AKI, 31 juli 2007.
31

Algemeen ambtsbericht Afghanistan | augustus 2007

steeds moeite om op eigen kracht effectief civiel bestuur en veiligheid te garanderen in gebieden waar de Taliban werd verdreven.119 Dat de situatie vooral in het zuiden verslechterd is tijdens de verslagperiode, blijkt onder meer uit het feit dat de overheid bepaalde landelijke gebieden nauwelijks kan controleren. Zo waren Afghaanse en internationale troepen gedurende de verslagperiode continu bezig het gebied rond de Kajaki dam in Helmand van Taliban te ontdoen, opdat er herstelwerkzaamheden konden worden uitgevoerd aan de dam.120 Infiltratie van buitenlandse (niet Afghaanse) strijders doet de situatie in het Zuiden geen goed.
Kandahar en Helmand waren de provincies waar het meest werd gestreden.121 Misdaden van invloedrijke commandanten leken niet bestraft te worden. Voorbeeld hiervan is Abdul Raziq Azakzai, die in Kandahar verantwoordelijk wordt gehouden voor verscheidene executies. In Kandahar werden diverse aanslagen gepleegd op mensen die trouw waren aan Karzai. Voorbeeld is Mullah Naqeeb, een vertrouweling van Karzai op wie in maart 2007 een aanslag werd gepleegd. In Helmand waren Sher Mohammad Akhundzada, Amir Dad Mohammad, Moalim Mir Wali en Abdul Rahman Jan, machtsfactoren waarmee rekening moet worden gehouden.
In Zabul zijn in vergelijking met andere delen van Afghanistan, weinig overheidstroepen of internationale militairen aanwezig. De regio wordt geplaagd door netwerken van commandanten en Taliban. Het kan worden omschreven als een achtergebleven ruraal gebied waar de overheid er nauwelijks in slaagt haar gezag te laten gelden. De situatie in Uruzgan is enigszins beter. Niettemin kent het bestuur ook hier aanzienlijke problemen en vinden regelmatig aanslagen plaats op met name Afghaanse overheid en internationale troepen. Ook spelen er stammenconflicten, onder meer tussen Ghilzaai en Noorzai enerzijds en Popalzai anderzijds. De Hazara's zijn meer geïsoleerd geraakt in Uruzgan. Noord-Afghanistan: Balkh, Jowzjan, Faryab, Sar-i-Pol, Badakhshan, Kunduz, Takhar, Baghlan en Samanghan
In het noorden van Afghanistan heersen nog steeds spanningen.122 Niet alleen was er een lichte stijging van het aantal veiligheidsincidenten, die voornamelijk veroorzaakt worden door een toename van het aantal criminele acties en rivaliteit tussen facties.123 Ook de politiek-etnische spanningen namen toe in het noorden,
119 BAAG, mei 2007, blz. 6.

120 BAAG, februari 2007, blz. 5, BAAG, juni 2007, blz. 7.
121 RFE, 31 januari 2007, AFP, 31 januari 2007.
122 Report of the Secretary General, `The situation in Afghanistan and its implications for internationale peace and security', 15 maart 2007, s/2007/152, blz. 6.
123 Economist Intelligence Unit, `Country Report on Afghanistan', juli 2007, blz. 11.
32

Algemeen ambtsbericht Afghanistan | augustus 2007

waar OMF-eenheden meer invloed kregen, vooral de Hezb-i-Islami van Hekmatyar. De overheid functioneerde niet naar behoren. Lokale commandanten hadden grote invloed en maakten het de lokale bevolking erg moeilijk. De Taliban hebben geprobeerd hun acties uit te breiden naar het noorden en dan vooral het noord-westen. In Faryab en Sar-i-Pol zijn verscheidene aanslagen gepleegd die werden toegeschreven aan de Taliban.124 Zo werden in Faryab twee districtsgouverneurs vermoord.125 Voorts is het in de verslagperiode wederom tot confrontaties gekomen tussen verscheidene facties. Voornaamste rivalen waren de Hezb-e-Azadi (onder leiding van generaal Malek en diens broer Pahlewan) en Junbesh (in Faryab onder leiding van Shomal). De rol van Jamiat is kleiner geworden ten gunste van Junbesh. In Sar-i-Pol is de invloed van Hezb-i-Islami toegenomen. In Badakhshan vonden in de verslagperiode diverse gewapende incidenten plaats tussen facties, die streden om de heerschappij over smokkelroutes van drugs.126
In Balkh zit de Jamiat-i-Islami commandant Atta nog altijd stevig in het zadel. Hoewel het bekend is dat Atta in het verleden betrokken is geweest bij de schending van klassieke mensenrechten en zich momenteel actief inlaat met drugshandel, wordt hij als gouverneur gedoogd. Door lokale commandanten onder controle te houden zorgt hij voor relatieve kalmte. Ondanks de kalmte wordt de situatie, net als geheel Noord-Afghanistan, door organisaties ter plaatse instabiel genoemd vanwege de latente politieke en etnische spanningen. In Balkh zijn de districten Balkh, Charbolak, Chemtal en Sholgara onrustig.127 De macht van Atta strekt zich uit tot in Samanghan.
In Jowzjan zijn de politiek-etnische spanningen toegenomen. Junbesh-i-Melli, de Oezbeekse beweging van Dostum, is dominant in de noordelijke provincie Jowzjan.128 Niettemin heeft de gouverneur, de Pashtun Hamdard, een duidelijke link met Hezb-i-Islami. Hij staat bekend als corrupt en als een potentieel gevaar de regio te destabiliseren. In de verslagperiode is het in Jowzjan tot gewelddadige confrontaties gekomen tussen aanhangers van Junbesh en de politie, die onder controle stond van de Pashtun-gouverneur. Tien mensen kwamen om het leven bij een demonstratie in mei 2007 tegen de gouverneur.129 Naar aanleiding hiervan werd Hamdard tijdelijk naar Kaboel teruggeroepen.130 Ook in Samanghan stond de
124 Economist Intelligence Unit, `Country Report on Afghanistan', juli 2007, blz. 12.
125 BAAG, maart 2007, blz. 2.

126 Report of the Secretary General, `The situation in Afghanistan and its implications for internationale peace and security', 15 maart 2007, s/2007/152, blz. 3.
127 UNHCR, `Afghanistan security situation. Up-date', april 2007.
128 Economist Intelligence Unit, `Country Report on Afghanistan', juli 2007, blz. 12.
129 AFP, 28 mei 2007, BAAG, mei 2007, blz. 5.
130 Commandant Faqeer werd tot waarnemend gouverneur benoemd. Hij is een tegenstander van Dostum.

---

Algemeen ambtsbericht Afghanistan | augustus 2007

gouverneur, Ahmad Khan, onder druk van Dostum. Laatstgenoemde zou volgens Khan verantwoordelijk zijn voor een aanslag op zijn leven. Niettemin is Samanghan in vergelijking met andere regio's in het noorden rustig. Hoewel Takhar en Kunduz nog steeds voor het grootste gedeelte met minder veiligheidsincidenten kampen dan elders in Afghanistan (afgezien van het Rustaq district in Takhar en het Dasht-e-Archi district in Kunduz), zijn ook hier de aanslagen toegenomen.131 In Kunduz kwamen bijvoorbeeld bij een aanslag op 16 april 2007 negen politiemensen om. In Kunduz en Takhar nam de invloed van HiG toe. Meest dominante factie in Kunduz is Jamiat.
Oost-Afghanistan: Nangarhar, Laghman, Kapisa, Kunar, Khost, Paktia, Paktika Vier van de vijf Taliban/OMF-bases bevinden zich in het oosten van Afghanistan. In Kunar zetelen de belangrijkste commandanten van de door Hekmatyar geleide Hezb-i-Islami. De leiders van het noordelijke commando van de Taliban leven in Nangarhar en Laghman. Grote delen van het oosten kenden een instabiele veiligheidssituatie. In de Pakistaanse grensstreek met Oost-Afghanistan versterkte het Taliban netwerk Jalaluddin Haqani zijn bases.
In het oosten is het aantal veiligheidsincidenten toegenomen. Vooral Khost had hieronder te lijden. Het conflict heeft zich in juli 2007 ook in Paktia en Paktika geïntensiveerd. In heel Khost, Paktia en Paktika was de veiligheidssituatie zorgwekkend, behalve in de hoofdstad van Paktika, Gardez.132 Vanuit Noord- en Zuid Waziristan vonden veel infiltraties plaats in Khost, Paktia en Nangarhar.133 Laatstgenoemde provincie was na Khost, Paktia en Paktika de meest onrustige in het oosten.134
In Kapisa is in de verslagperiode de Jamiat gouverneur Murad ontslagen ten faveure van een vertrouweling van Karzai. Diverse incidenten vonden er plaats. Ook werd in mei een Hogerhuis-lid voor Kapisa die banden had met Hezb-i-Islami doodgeschoten.135 Behalve in de districten Asad Abad, Khas Kunar en Bar Kunar, was het in Kunar onrustig.136
Centraal-Afghanistan: Bamiyan, Wardak, Logar, Daikundi, Ghazni
131 UNHCR, `Afghanistan security situation. Up-date', april 2007, Economist Intelligence Unit, `Country Report on Afghanistan', juli 2007, blz. 12.
132 UNHCR, `Afghanistan security situation. Up-date', april 2007.
133 Report of the Secretary General, `The situation in Afghanistan and its implications for internationale peace and security', 15 maart 2007, s/2007/152, blz. 2, sinds het in het vorige ambtsbericht vermelde akkoord tussen de Pakistaanse overheid en plaatselijke stammen in Noord-Waziristan, is het aantal incidenten in Khost en Paktika fors toegenomen.
134 UNHCR, `Afghanistan security situation. Up-date', april 2007.
135 BAAG, mei 2007, blz. 5.

136 UNHCR, `Afghanistan security situation. Up-date', april 2007.
34

Algemeen ambtsbericht Afghanistan | augustus 2007

De veiligheidssituatie in een groot deel van Centraal Afghanistan wordt gekenmerkt door een hoge mate van rivaliteit tussen verscheidene sji'itische facties. Het gaat hierbij met name om politieke geschillen. Wel lijken de spanningen tussen de verschillende groepen toe te nemen. De machtigste facties zijn die van vice-president Khalili (Nasr-factie) en die van Lagerhuislid Kazemi (Sepah Pasdaran factie). Beide facties vallen onder de paraplu van de Hezb-e-Wahdat partij. Voorts hebben Lagerhuislid Mohaqeq; Akbari en de gouverneur van Herat, Hussein Anwari (Hezb-e Harakat-e Islami) invloed van betekenis op Centraal Afghanistan.137 In de verslagperiode heeft er vooral een verslechtering van de veiligheidssituatie plaatsgehad in Ghazni. Behalve dat daar in juli 22 Zuid-Koreaanse christenen werden ontvoerd, was Ghazni ook het decor van een aantal publieke executies, uitgevoerd door de Taliban.138 De executies lijken niet gericht op een specifieke etnische groep. Wel lopen personen werkzaam voor of gelinkt aan de overheid of buitenlanders een grotere kans om slachtoffer te worden van geweld, waaronder executies. De Taliban waren eveneens aanwezig in Daikundi, waar nauwelijks militairen van de internationale troepenmacht komen. De provincie is instabieler geworden.139
In Wardak zijn de spanningen tussen Hazara's en Kuchi's opgelopen ten gevolge van conflicten over land.
2.4 Sociaal-economische situatie
2.4.1 Humanitaire situatie
De humanitaire situatie is in grote delen van Afghanistan nog steeds zorwekkend, ofschoon sinds een aantal jaren vluchtelingen ­zowel uit Iran als uit Pakistan- terugkeren. Afghanistan is een van de armste landen van de wereld. Vanwege de instabiele veiligheidssituatie, de slechte voedseldistributie en de droogte, kampen delen van het land met water- en voedseltekorten. Onder de bevolking heerst een tekort aan voedsel. Ondanks een constante daling in de afgelopen jaren is de kinder- en moedersterfte nog steeds hoog. De economie en de infrastructuur van het land zijn verwoest, de basisvoorzieningen zoals onderwijs, gezondheidszorg en veilig drinkwater zijn ontwricht en op veel plaatsen liggen nog mijnen. Het onderwijs is slecht. Tussen
137 http://www.nimd.org/upload/publications/2006/ndi_afghanistan_assessment.pdf (Political Party assessment, spring 2006).
138 Reuters, 4 augustus 2007.
139 `Report of the High Commissioner for Human Rights on the situation of human rights in Afghanistan and on the achievements of technical assistance in the field of human rights', 5 maart 2007, A/HRC/4/98, blz. 7.
35

Algemeen ambtsbericht Afghanistan | augustus 2007

de 10 en 18 % van de vrouwen kan lezen en schrijven. Hoewel het aantal meisjes dat in Afghanistan naar school kan sinds 2001 gestaag is toegenomen, zijn nog steeds 1,3 miljoen van de 2 miljoen kinderen die niet naar school gaan meisjes.140 2.4.2 Economische situatie
De groei van de Afghaanse economie is iets afgenomen en bedroeg voor het fiscale jaar 2006-2007 7,5 %. Het IMF verwacht voor volgend jaar een stijging van de groei.141
Ondanks de economische groei kampte Afghanistan met economische problemen, die moeilijk op te lossen zijn. Corruptie de drugshandel en de onveiligheid zijn negatieve factoren die het meest geprononceerd aanwezig zijn.142 2.4.3 Drugs
De drugsproblematiek in Afghanistan vormt een bedreiging voor de veiligheid en stabiliteit van Afghanistan. Voorts wordt een effectieve overheidsstructuur erdoor ondermijnd. Allerhande commandanten zijn betrokken bij de drugscriminaliteit: van commandanten die nauwe banden hebben met de overheid, tot Taliban- eenheden die de bevolking dikwijls onder druk zetten opium te verbouwen.143 De opiumproductie is ook in deze verslagperiode toegenomen. De trend is dat de productie in het noorden afneemt en in het zuiden juist toeneemt. 144 UNODC schatte dat zowel het areaal als de produktie met enige tientallen percentages is gestegen.145

140 Idem.

141 Economist Intelligence Unit, `Country Report on Afghanistan', juli 2007, blz. 18.
142 Idem, blz. 8.

143 `Report of the Secretary General, `The situation in Afghanistan and its implications for internationale peace and security', 15 maart 2007, s/2007/152, blz. 13 en 14.
144 `Report of the Secretary General, `The situation in Afghanistan and its implications for internationale peace and security', 15 maart 2007, s/2007/152, blz. 13.
145 Economist Intelligence Unit, `Country Report on Afghanistan', juli 2007, blz.. 8.
36

Algemeen ambtsbericht Afghanistan | augustus 2007

3 Mensenrechten
3.1 Juridische context
3.1.1 Verdragen en protocollen
Afghanistan is partij bij het Genocideverdrag (sinds 1956), het VN-Verdrag inzake de politieke rechten van vrouwen (sinds 1966), het VN-Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten (sinds 1983), het VN-Internationaal verdrag inzake de economische, sociale en culturele rechten (sinds 1983), het VN-Verdrag inzake de uitbanning van alle vormen van rassendiscriminatie (sinds 1983), het VN-Verdrag tegen marteling en andere wrede, onmenselijke of onterende behandeling of bestraffing (sinds 1987), het VN-Verdrag inzake de rechten van het kind (sinds 1994), het VN-Anti mijnenverdrag (sinds 2002), het Statuut van Rome, waarbij het Internationaal Strafhof (ICC) is opgericht, het VN-Verdrag inzake de uitbanning van alle vormen van discriminatie tegen vrouwen (sinds 2003) en het VN-Vluchtelingenverdrag van 1951 (sinds 2005) . Daarnaast is Afghanistan ook partij bij de vier Geneefse conventies van 1949 ter bescherming van slachtoffers van gewapende conflicten. In artikel 7 van de grondwet staat dat Afghanistan zich dient te houden aan de internationale verdragen waarbij het partij is.
3.1.2 Nationale wetgeving
De grondwet van 2004146
Op 4 januari 2004 heeft de Loya Jirga een nieuwe grondwet voor Afghanistan aanvaard. De nieuwe grondwet is na ondertekening door president Karzai met onmiddellijke ingang in werking getreden ter vervanging van de tot dan toe geldende grondwet van 1964. In de nieuwe grondwet zijn belangrijke compromissen opgenomen over gevoelige kwesties. Een belangrijk punt van discussie betrof de positie van de islam. In de grondwet is namelijk de zinsnede opgenomen `geen enkele wet kan tegengesteld zijn aan de heilige religie van de islam en het geloof en bepalingen van de islam'(artikel 3) en dat indien de grondwet noch een andere wet voorziet in regels met betrekking tot een bepaalde zaak, rechters moeten oordelen in lijn met de `Hanafi jurisprudentie'147 (artikel 130).148 Deze bepaling lijkt ruimte te bieden voor het ontlopen van verplichtingen met betrekking tot vrijheden genoemd in
146 Zie ook paragraaf 2.1.3.
147 Het hanafisme is binnen de soennitische islam één van de vier scholen (madhhabs) voor wat betreft de interpretatie van de godsdienstige wet, de fiqh. Imam Abu Hanifa staat aan de basis van deze stroming.
148 Amnesty International, 22 maart 2006.
37

Algemeen ambtsbericht Afghanistan | augustus 2007

internationale mensenrechtenverdragen. Er bestaat geen eenduidige jurisprudentie over hoe onder meer de artikelen 2 (vrijheid van godsdienst binnen de marges van de wet), 7 (onderschrijving van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens en van andere internationale verdragen) en 130 (de verwijzing naar Hanafi- jurisprudentie indien de grondwet geen uitkomst biedt) zich tot elkaar verhouden.149
Het Hooggerechtshof is bij amendement geautoriseerd tot het `toetsen van wetten, wetgevende decreten, internationale verdragen en internationale conventies aan de grondwet en het interpreteren hiervan in overeenstemming met de wet' . De bepaling in de grondwet waarin wordt gesteld dat een `onafhankelijke commissie voor de supervisie van de implementatie van de grondwet zal worden gevormd' creëert meer mogelijkheden voor tegenstanders van onderdelen van de grondwet en voor hen die proberen de interpretatie van deze onderdelen te beïnvloeden.150 Voorstanders van versterking van de positie van de islam wisten via een amendement artikel twee van de grondwet te wijzigen tot `de religie van de staat van de Islamitische Republiek van Afghanistan is de heilige religie van de islam'.151 Ook dit levert het risico op dat Afghanistan juridische verplichtingen ontloopt, die voortvloeien uit internationale (mensenrechten) verdragen, waarbij het partij is.
Anderzijds werd tijdens de Constitutionele Loya Jirga (CLJ) duidelijk bevestigd dat een meerderheid van de afgevaardigden een gematigde vorm van de islam voorstond in plaats van meer conservatieve vormen. Dit kwam onder meer tot uitdrukking door de toevoeging van een zinsnede aan de bepaling over de verbanning van politieke partijen die zijn gebaseerd op de `islamitische leerschool'152.
In de definitieve grondwettekst zijn ten opzichte van de concepttekst belangrijke veranderingen opgenomen ter versterking van de positie van vrouwen in Afghanistan. Een voorbeeld hiervan is de toevoeging `- hetzij man of vrouw-' aan de zin `de burgers van Afghanistan hebben gelijke rechten en plichten voor de wet'. Net zo belangrijk is de bepaling dat ten minste twee vrouwelijke gedelegeerden per provincie dienen te worden gekozen ter afvaardiging naar de
149 Zie verder paragraaf 3.3.10 en 3.4.5. Het zij opgemerkt dat artikel 149 van de grondwet amenderingen uitsluit van wetsartikelen die de grondbeginselen van de islam verwoorden.
150 Zo heeft het Hooggerechtshof bijvoorbeeld geoordeeld dat een aparte commissie moest uitzoeken welke tv-programma's `immoreel' zijn. Dit nadat een programma op de kabel-tv volgens het Hof in strijd was met de massamedia wet.
151 British Agencies Afghanistan Group (BAAG), `Afghanistan monthly review' (december 2003), blz. 3.

152 Via deze zinssnede wordt rechtstreeks verwezen naar de madrassas (religieuze scholen) van de Taliban. British Agencies Afghanistan Group (BAAG), `Afghanistan monthly review' (december 2003), blz. 3.

38

Algemeen ambtsbericht Afghanistan | augustus 2007

Wolesi Jirga (de volksvertegenwoordiging), waarmee de vrouwelijke aanwezigheid wordt verdubbeld. Dit betekent dat 64 van de in totaal 249 zetels in de Wolesi Jirga door vrouwen bezet moeten worden.
Onderwijs heeft in de grondwet prioriteit gekregen door de opname van een bepaling dat onderwijs kosteloos zal worden gegeven tot en met het propedeuse- niveau. In de grondwet is overigens geen sprake van onderwijsplicht. Lang niet alle kinderen onder de 15 jaar gaan regelmatig naar school. Voornaamste redenen hiervoor zijn dat die kinderen werken; de tussen huis en school af te leggen route niet veilig wordt geacht en huwelijk (bij meisjes).153 In de grondwet is voorts opgenomen dat de staat verplicht is gratis gezondheidszorg te verstrekken, waarmee eerdere voorstellen tot betaling van medische voorzieningen vervielen.154 In de grondwet wordt ook aandacht besteed aan de positie van gehandicapten. Diverse amendementen verzekeren medische voorzieningen voor en ondersteuning aan gehandicapten en invaliden, garanderen hun `rechten en privileges' en stellen hen in staat `actief deel te nemen aan en te reïntegreren in de maatschappij'.155 Huidige wetgeving in Afghanistan
De huidige wetgeving in Afghanistan is gebaseerd op drie rechtsbronnen: het seculiere recht; de shari'a en het gewoonterecht.
De basis van het huidige rechtsstelsel wordt gevormd door de nieuwe grondwet. Daarnaast gelden bestaande wetten en regels, voorzover zij niet in strijd zijn met het Akkoord van Bonn, internationale verdragen waarbij Afghanistan partij is of de nieuwe grondwet. Hoewel het rechtsstelsel de afgelopen jaren enigszins is verbeterd, kampt het met ernstige en systematische problemen. Geïnstitutionaliseerde corruptie is het grootste probleem.156 In Afghanistan is nog altijd het burgerlijk wetboek uit 1977 van kracht, waarin ook familierecht wordt behandeld. Datzelfde geldt voor de huwelijkswetgeving uit 1971.

153 `Report of the High Commissioner for Human Rights on the situation of human rights in Afghanistan and on the achievements of technical assistance in the field of human rights', 5 maart 2007, A/HRC/4/98, blz. 4, slechts 37 % van de meisjes tussen de 7 en 12 jaar gaat naar school.

154 British Agencies Afghanistan Group (BAAG), `Afghanistan monthly review' (december 2003), blz. 3, 4.

155 British Agencies Afghanistan Group (BAAG), `Afghanistan monthly review' (december 2003), blz. 4. In 20 van de 34 provincies bestaan assistentie programma's voor gehandicapten, USDoS, `Country report on human rights practices', 6 maart 2007, blz. 23.
156 `Report of the High Commissioner for Human Rights on the situation of human rights in Afghanistan and on the achievements of technical assistance in the field of human rights', 5 maart 2007, A/HRC/4/98, blz. 13.

39

Algemeen ambtsbericht Afghanistan | augustus 2007

Hoewel het Afghaanse ministerie van Justitie zegt aan de modernisering van het nu geldende wetboek van strafrecht (daterend van 1976) te werken, heeft het in de verslagperiode niet één wetswijziging op dat terrein doorgevoerd. Het lijkt er vooralsnog op alsof de Afghan Independent Human Rights Commission (AIHRC zie hierna onder 3.2) tevergeefs voorstellen heeft gedaan tot opneming van wetsartikelen inzake onder andere vrouwen- en kinderhandel en oorlogsmisdaden in de nieuwe strafwetgeving.157
Rechtspraak gebaseerd op de shari'a is wijdverbreid in Afghanistan. In veel rurale delen van Afghanistan is seculiere wetgeving zelfs niet of nauwelijks bekend en wordt in eerste instantie naar de shari'a gekeken bij juridische geschillen.158 De interpretatie van de shari'a kent grote verschillen per gebied. In de delen van Afghanistan waar overwegend Pashtuns wonen, wordt zowel op het platteland als in de steden recht gesproken volgens de Pashtun-traditie, de `Pashtunwali'. Conflicten worden beslecht in raden van ouderen en tribale hoofden (die ook bestaan bij andere bevolkingsgroepen dan Pashtuns), die shura's, jirga's of maraka's worden genoemd en niet in formele rechtbanken.159 Ook bij zware misdrijven wordt volgens dit systeem recht gesproken, waarbij meestal niet wordt voldaan aan internationale normen en standaarden.
Volgens Afghaanse wetgeving zijn shura-uitspraken niet geldig, indien ze in strijd zijn met de grondwet, shari'a of mensenrechten. In de praktijk komt weinig terecht van de implementatie van die wet.
Het aantal rechtbanken dat door de overheid wordt aangestuurd is klein. Bijna een derde van alle rechters bevindt zich in Kaboel evenals bijna de helft van alle officieren van justitie. Het grootste gedeelte van juridische conflicten buiten de hoofdstad wordt beslecht door middel van gewoonterechtspraak, waarvan het zeer de vraag is of die in lijn is met mensenrechtenstandaarden.160 Voorts maakte de verslechterde veiligheidssituatie het haast onmogelijk voor overheidsrechtbanken in de provincies adequaat te functioneren.161

157 AIHRC, `Annual Report 2006' (juli 2007), blz. 53.
158 USDoS, `Country report on human rights practices', 6 maart 2007, blz. 7.
159 Raden zoals shura's en jirga's komen ook bij de meeste andere etnische groeperingen in Afghanistan voor.

160 UNHCR, Update of the Situation in Afghanistan and International Protection Considerations, June 2005, blz. 21, USDoS, `Country report on human rights practices', 6 maart 2007, blz. 7.
161 Report of the High Commissioner for Human Rights on the situation of human rights in Afghanistan and on the achievements of technical assistance in the field of human rights', 5 maart 2007, A/HRC/4/98, blz. 13.

40

Algemeen ambtsbericht Afghanistan | augustus 2007

In februari 2002162 is door de toenmalige interim-regering decreet nummer 66 uitgevaardigd waarin werd verklaard dat alle voorgaande wetgeving die in strijd was met de grondwet van 1964163 of met de internationale verdragen waar Afghanistan partij bij is, nietig werd verklaard. Hiermee zijn ook de meeste van de door de Taliban uitgevaardigde decreten komen te vervallen. Sommige van die decreten vallen niet onder de vervallende voorwaarden van decreet nummer 66 en zijn in theorie nog inroepbaar. Het inroepen van Taliban-decreten komt echter niet of nauwelijks voor, niet in de laatste plaats omdat de meeste Taliban-decreten niet op schrift zijn gesteld. In de praktijk baseert de rechtsprekende macht zich dan ook niet op oude Taliban-decreten, maar op eigen interpretaties van de Koran. Veel rechters zijn niet geschoold in het recht.164
De Judicial Reform Commission, die wetswijzigingen zou moeten voorstellen, is al in 2005 afgeschaft. Haar taken zijn overgenomen door het ministerie van Justitie; het Hooggerechtshof en het kantoor van de openbare aanklager (OM). Samenwerking tussen die instanties op het gebied van wethervormingen vindt plaats in de Justice Sector Consultative Group (JSCG). Die groep heeft in samenwerking met UNDP een hervormingsstrategie getiteld Justice for All ontwikkeld, die in oktober 2005 door het kabinet is aangenomen.165 Volgens UNAMA en AIHRC ziet dit plan vooral op de vergroting van de toegankelijkheid van de rechtsgang, maar ontbreekt nog een strategisch plan voor daadwerkelijk inhoudelijke hervorming. Een dergelijke structurele hervorming is wel voorzien in het transitional justice actieplan van de regering.166 In juli 2007 is in Rome een internationale conferentie gehouden ten behoeve van de versterking van de rechtelijke macht in Afghanistan. Tijdens de conferentie is daar $360 miljoen voor uitgetrokken door de internationale gemeenschap.167 De Afghaanse overheid heeft ook in de afgelopen verslagperiode geen nieuw (concept) Wetboek van Strafvordering kunnen opstellen, als gevolg van chronische onderbezetting van Wetgevingssectie binnen het ministerie van Justitie.168 Per 2010 dient er, op grond van het Afghanistan Compact, een juridisch raamwerk te zijn opgebouwd waarin onder meer het Wetboek van Strafrecht en het Burgerlijk Wetboek zijn hervormd. Voorts is de in de vorige verslagperiode
162 Volgens de Afghaanse kalender 16 november 1380.
163 Volgens de Afghaanse kalender 1343.
164 `Report of the High Commissioner for Human Rights on the situation of human rights in Afghanistan and on the achievements of technical assistance in the field of human rights', 5 maart 2007, A/HRC/4/98, blz. 14.

165 Report of the United Nations High Commissioner for Human Rights on the situation of human rights in Afghanistan and on the achievements of the technical assistance in the field of human rights, (A/60/343), 9 september 2005, blz 7.
166 Zie 3.2.

167 AP, 3 juli 2007.

168 Sinds 2004 geldt een interim Wetboek van Strafvordering.
41

Algemeen ambtsbericht Afghanistan | augustus 2007

aan het parlement voorgelegde nieuwe wet inzake jeugdstrafrecht nog niet goedgekeurd. 169 Andere wetten die nog moeten worden goedgekeurd zijn de Wet op de Provinciale Raden en de Gevangeniswet. Wel is de wet die voorziet in de oprichting van een Orde van Advocaten aangenomen.170 In 2007 zouden in totaal 35 nieuwe wetten moeten worden aangenomen volgens het ministerie van Justitie. 3.2 Toezicht
3.2.1 Mensenrechtencommissie
De Afghaanse mensenrechtencommissie AIHRC (Afghan Independent Human Rights Commission) is in juni 2002 geïnstalleerd en sinds 18 mei 2003 operationeel met acht kantoren. Het hoofdkantoor, met zeven afdelingen, is gevestigd in Kaboel. Regionale kantoren, met elk vijf afdelingen, bevinden zich in Kandahar, Mazar-i-Sharif, Kunduz, Herat, Jalalabad, Gardez en Bamiyan. Deze kantoren maken het mogelijk de mensenrechtensituatie in Afghanistan nauwkeuriger te volgen.
De AIHRC werkt nauw samen met UNAMA, waarbij mensenrechtenschendingen worden geïdentificeerd en onderzocht, alsmede door geheel Afghanistan voorlichtingsactiviteiten worden georganiseerd.171 De AIHRC bestaat uit negen commissarissen, waaronder enkele vrouwen, en wordt voorgezeten door voormalig minister van Vrouwenzaken Sima Samar.172 Officieel wordt het bestuur van de AIHRC aangewezen door de president, daarin geadviseerd door het Hooggerechtshof. De AIHRC ondervindt tegenwerking van voornamelijk conservatieve krachten in het parlement zoals Sayyaf. In de verslagperiode zijn de commissarissen officieel door president Karzai benoemd. Het presidentiële decreet op basis waarvan de AIHRC is geïnstalleerd, bevatte een stevig mandaat voor de bescherming van de mensenrechten in Afghanistan. De commissie werd onder meer belast met het opstellen van een nationaal actieplan voor transitional justice en het onderzoek naar misstanden uit het verleden.
169 Report of the Secretary General, `The situation in Afghanistan and its implications for internationale peace and security', 15 maart 2007, s/2007/152, blz. 11.
170 Report of the High Commissioner for Human Rights on the situation of human rights in Afghanistan and on the achievements of technical assistance in the field of human rights', 5 maart 2007, A/HRC/4/98, blz. 13.
171 United Nations General Assembly, 'Situation in Afghanistan and its implications for International peace and security' (A/57/850, 23 juli 2003), blz. 14, AIHRC, `Annual Report 2003-2004 (juli 2004), p. 0 t/m 2.
172 AIHRC `Annual Report 2006' (juli 2007), blz. 6.
42

Algemeen ambtsbericht Afghanistan | augustus 2007

Daarnaast moet de commissie erop toezien dat nationale wetgeving consistent is met de verplichtingen die voortvloeien uit de internationale mensenrechtenverdragen waarbij Afghanistan partij is.173 Ook werd de commissie belast met advisering over de naleving van de mensenrechtenverdragen.174 De commissie is geautoriseerd onderzoeken te initiëren in zowel individuele gevallen als in `algemene situaties' waarbij de mensenrechten in het geding zijn. De commissie heeft daarbij de beschikking over procesrechtelijke instrumenten, zoals de mogelijkheid tot het oproepen en horen van getuigen. Via vijf verschillende themagerichte onderdelen wordt uitvoering gegeven aan het mandaat van de AIHRC.175
De AIHRC is in de nieuwe grondwet formeel geïnstitutionaliseerd in artikel 58. De wet van augustus 2005 betreffende het mandaat van de AIHRC is nog niet ter goedkeuring aan het parlement worden voorgelegd. Op provinciaal niveau kunnen mensen nu met hun klachten terecht bij de regionale centra van AIHRC. De meeste klachten die de AIHRC heeft gekregen gingen over gedwongen huwelijken; huiselijk geweld; de illegale toe-eigening van land en arbitraire detentie.176 Veel klachten konden door de AIHRC uiteindelijk niet onderzocht worden vanwege de onveilige situatie en de betrokkenheid van plaatselijke commandanten voor wie dikwijls een grote mate van straffeloosheid geldt.177 Door de toenemende onveiligheid, met name in Helmand, Kandahar, Uruzgan, Herat, Paktia, Paktika en Khost, is de AIHRC in de verslagperiode beknot in haar mogelijkheden te onderzoeken of mensenrechten worden nageleefd.178 3.2.2 Transitional Justice
Verzoeningsproces
De vraag hoe om te gaan met mensenrechtenschendingen die zijn begaan sedert 1978 is een delicate kwestie. De situatie in Afghanistan is op dit gebied zeer complex, gezien de lange periode waarin door verschillende regimes en oppositiegroepen ernstige en systematische mensenrechtenschendingen zijn gepleegd.

173 Zie paragraaf 3.1.1.

174 United Nations General Assembly, 'Situation in Afghanistan and its implications for International peace and security' (A/57/487, 21 oktober 2002), blz. 6 en International Crisis Group (ICG), 'Afghanistan: judicial reform and transitional justice' (28 januari 2003), blz. 13, AIHRC, `Annual Report 2003-2004 (juli 2004), p. 10.
175 De Transitional Justice Unit, de Monitoring and Investigation Unit, de Human Rights Education Unit, de Women's Rights Unit en de Child Rights Unit.
176 AIHRC `Annual Report', 2004-2005 (2005), blz. 43.
177 Ibidem, 53.

178 AIHRC `Annual Report 2006' (juli 2007), blz. 63.
43

Algemeen ambtsbericht Afghanistan | augustus 2007

Het belangrijkste obstakel voor het verzoeningsproces is dat veel van de verantwoordelijken voor mensenrechtenschendingen en/of oorlogsmisdaden in het verleden, thans prominente posities in de Afghaanse politiek bekleden en intensief betrokken zijn (geweest) bij de politieke transformatie die na de val van het Talibanbewind is ingezet. Rapporten van Human Rights Watch (`Blood-Stained Hands') en van het Afghan Justice Project (`Casting Shadows: War Crimes and Crimes against Humanity') hebben duidelijk bewijs hiervoor geleverd.179 Daarnaast zijn de instituties die noodzakelijk zijn voor verzoening, zoals het leger, de politie en het justitieapparaat en de rechterlijke macht, zwak, dan wel niet aanwezig of in handen van personen waarvan bekend is dat zij zich zelf schuldig hebben gemaakt aan mensenrechtenschendingen en/of oorlogsmisdaden. Ook vinden in Afghanistan nog altijd mensenrechtenschendingen plaats, die de geloofwaardigheid van het verzoeningsproces aantasten en de etnische tegenstellingen verdiepen. Ten slotte is bij de samenwerking tussen coalitie- eenheden en regionale commandanten in de strijd tegen de Taliban en Al Qa'ida niet altijd nagegaan of de betreffende commandanten in het verleden betrokken zijn geweest bij mensenrechtenschendingen. Sommige commandanten die in het verleden mensenrechtenschendingen hebben begaan, hebben de wapenleveranties gebruikt om hun milities en hun eigen positie te versterken.180 Het doel van het eerste onderdeel van het verzoeningsproces, was te komen tot een zo volledig mogelijke documentatie van mensenrechtenschendingen van de periode 1978-2001. In januari 2005 publiceerde AIHRC haar rapport A Call for Justice, waarin ze weergaf hoe de Afghanen willen dat er met het oorlogsverleden wordt omgegaan.181 AIHRC beval aan dat de overheid met een nationale strategie inzake transitional justice moest komen.
Actieplan
Mede op grond van de in juni 2005 in Den Haag gehouden internationale conferentie over transitional justice, is hogergenoemde strategie neergelegd in een door het kabinet in oktober 2005 goedgekeurd Nationaal Actieplan voor
179 Afghan Justice Project, `Casting Shadows. War Crimes and Crimes against Humanity' (2005), Human Rights Watch, `Blood Stained Hands' (2005), diverse prominenten uit de Afghaanse politiek hebben zich schuldig gemaakt aan mensenrechtenschendingen, zoals Dostum, Sayyaf en Fahim.

180 United Nations General Assembly, 'Situation of Human Rights in Afghanistan' (A/57/309, 13 augustus 2002), blz. 17, International Crisis Group (ICG), 'Afghanistan: judicial reform and transitional justice' (28 januari 2003), blz. 15 ­19, Afghanistan Research and Evaluation Unit (AREU) , `Ending impunity and building justice in Afghanistan' (december 2003).
181 AIHRC, A call for Justice (2005), blz. 6.
---

Algemeen ambtsbericht Afghanistan | augustus 2007

Transitional Justice. Op 10 december 2006 is officieel het Nationale Actieplan gelanceerd.182
Aan bepaalde elementen van het Actieplan is ook daadwerkelijk gevolg gegeven. Zo is er een apart Appointments Advisory Panel opgericht, dat nagaat of mensen die op hoge functies binnen de overheid of politie benoemd worden in het verleden geen mensenrechten hebben geschonden.183 Niettemin verloopt de uitvoering van andere elementen uit het Actieplan traag. Zo is bijvoorbeeld een benoemingspanel voor juridische posities op de lange baan geschoven.184 Het plan is vanwege de politieke gevoeligheid zeer terughoudend over eventuele toekomstige vervolging van mensenrechtenschenders. Wel wordt in het plan gesteld dat er geen amnestie zal zijn voor oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid.185
Amnestie-resolutie
Gelet op bovenstaande, valt het proces van transitional justice moeilijk te rijmen met de reeds in hoofdstuk 2 genoemde amnestie-resolutie die op 10 maart 2007 door het het parlement werd aangenomen. De amnestie-resolutie is afgezwakt ten opzichte van de oorspronkelijke resolutie die op 20 februari 2007 door het parlement was aangenomen.186 Zo is het verbod (voor media en anderen) om kritiek te uiten op Mudjahedin geschrapt. Voorts rept de resolutie niet meer over een mogelijke heroverweging of Afghanistan wel partij kan zijn bij bepaalde mensenrechtenverdragen.
In aanmerking voor amnestie zouden moeten komen: politieke facties en vijandelijke partijen die de afgelopen 25 jaar bij het conflict betrokken zijn geweest (vóór 2001 en ná 2001). De resolutie biedt ook OMF en personen die momenteel nog gewapend zijn de mogelijkheid aan het amnestie programma deel te nemen.

182 Report of the Secretary General, `The situation in Afghanistan and its implications for internationale peace and security', 15 maart 2007, s/2007/152, blz. 9.
183 In geen van de provincies wordt de politie tegenwoordig door één factie gedomineerd. `Report of the High Commissioner for Human Rights on the situation of human rights in Afghanistan and on the achievements of technical assistance in the field of human rights', 5 maart 2007, A/HRC/4/98, blz. 11.

184 IRIN, 15 juli 2007.

185 http://www.aihrc.org.af/tra_jus.htm, geraadpleegd op 8 december 2005. Het plan bevat vijf dimensies, te weten: symbolische erkenning van het lijden van het Afghaanse volk, geloofwaardige en verantwoordelijke staatsinstellingen, waarheidsvinding en documentatie, bevordering van verzoening, opzet van betekenisvolle en effectieve mechanismen voor verantwoording.

186 Karzai weigerde die resolutie te tekenen en stuurde haar terug naar het Lagerhuis.
45

Algemeen ambtsbericht Afghanistan | augustus 2007

Mensen die al worden vervolgd wegens `crimes against domestic and foreign security' vallen niet onder de amnestie-resolutie. De resolutie maakt verder melding van het recht van slachtoffers de daders van mensenrechtenschendingen aan te klagen voor misdaden tegen de menselijkheid, oorlogsmisdaden en andere ernstige mensenrechtenschendingen.
De huidige status van de resolutie is onduidelijk. President Karzai heeft haar nog niet ondertekend. Er kan niet worden gesteld dat de resolutie ook daadwerkelijk een wet is geworden. Mocht de resolutie wet worden, dan zijn de praktische gevolgen daarvan zeer gering. De huidige politieke situatie en de niet goed functionerende juridische instituties staan een adequate uitvoering namelijk in de weg.187
Ook de nieuwe versie van de resolutie stuit op weerstand van de internationale gemeenschap. Zo is het in strijd zijn met internationale verdragen dat Afghanistan niet van overheidswege mogelijke plegers van misdaden tegen de menselijkheid vervolgt. Voorts is het welhaast onmogelijk voor een individu met succes een aanklacht in te dienen tegen een machtige krijgsheer.188 Uit de gang van zaken rondom de amnestie-resolutie bleek dat voormalige ­conservatieve- krijgsheren veel macht hebben in Afghanistan. Nog steeds hebben commandantennetwerken invloed op de overheid, maken mensen binnen de overheid misbruik van hun macht en is er sprake van straffeloosheid.189
Amnestie Taliban
Voor voormalige Taliban-strijders van lagere rang is meer dan twee jaar geleden een re-integratieprogramma van start gegaan: Takhim-E Solh/ Strengthening Peace.190 Het programma wordt sinds mei 2005 uitgevoerd door de Independent National Commission for Peace in Afghanistan. Deze commissie staat onder leiding van oud-president en Hogerhuisvoorzitter, Mojadeddi. Ruim 2700 ex- Taliban hebben zich sinds de start ervan voor het programma aangemeld (stand januari 2007). 191
Aanwezigheid (internationale) mensenrechtenorganisaties In Afghanistan aanwezige (internationale) mensenrechtenorganisaties leveren een bijdrage aan het toezicht op de naleving van de mensenrechten in het land. Het
187 Kamerbrief juni 2007.

188 ANP, 17 maart 2007. UNHCR is een uitgesproken tegenstander van de amnestie-regeling.
189 AIHRC `Annual Report 2006' (juli 2007), blz. 53, `Report of the Secretary General, `The situation in Afghanistan and its implications for internationale peace and security', 15 maart 2007, s/2007/152, blz. 4, Amnesty International, ` Annual Report 2007'.
190 Reuters, 12 november 2005.

191 `Report of the Secretary General, `The situation in Afghanistan and its implications for internationale peace and security', 15 maart 2007, s/2007/152, blz. 3.
46

Algemeen ambtsbericht Afghanistan | augustus 2007

aantal in Afghanistan aanwezige organisaties groeit gestaag. Afghaanse NGO's, zowel die vanuit Pakistan naar Afghanistan zijn verhuisd, als die ter plekke zijn opgericht, ontplooien activiteiten in Afghanistan op zeer uiteenlopende terreinen. Ten gevolge van de veiligheidssituatie zijn in het zuiden en zuidoosten van Afghanistan weinig organisaties actief.
De United Nations Assistance Mission in Afghanistan (UNAMA) heeft diverse onderzoeken uitgevoerd naar mensenrechtenschendingen. De eenheid van UNAMA die zich bezighoudt met onderzoek naar mensenrechtenschendingen, heeft geen retroactief mandaat. Belangrijkste reden hiervoor is dat er eerst van Afghaanse zijde moet worden besloten hoe om te gaan met het verzoeningsproces in relatie tot de wandaden uit het verleden. Onderzoeken van UNAMA zouden de facto al richting geven aan een keuze die de Afghanen zelf moeten maken. Over specifieke zaken doet de eenheid geen mededelingen.192 Het is in de verslagperiode moeilijker geworden voor mensenrechtenorganisaties om adequaat te functioneren.193 Dit was niet alleen een gevolg van de verslechterde veiligheidssituatie, maar ook omdat overheidsinstanties wantrouwender werden ten opzichte van de mensenrechtenorganisaties. NGO's en mensenrechtenorganisaties zijn regelmatig het doelwit geweest van aanslagen.194 Om de invloed van NGO's te reguleren is een NGO-wet van kracht. Aanvankelijk verbood de ontwerp-wet de overheid opdrachten aan NGO's te gunnen. Later is de verbodsbepaling afgezwakt met de uitzonderingsgrond dat bepaalde werken wel aan NGO's kunnen worden gegund als het een urgente en belangrijke zaak betreft.195 Het ministerie van Economische Zaken heeft strenge eisen gesteld aan de medewerkers van NGO's die niet uit Afghanistan komen. Zo moeten NGO's bijvoorbeeld medische dossiers van hun stafleden overleggen. 3.3 Naleving en schendingen
De mensenrechtensituatie in Afghanistan in de verslagperiode is onveranderd zorgwekkend. Door corruptie, verslechterende veiligheidssituatie, afwezigheid van
192 Algemeen Ambtsbericht januari 2005.
193 British Agencies Afghanistan Group (BAAG), `Afghanistan monthly review', maart 2007, blz. 2.

194 `Report of the High Commissioner for Human Rights on the situation of human rights in Afghanistan and on the achievements of technical assistance in the field of human rights', 5 maart 2007, A/HRC/4/98, blz. 8, USDoS, `Country report on human rights practices 2006', 6 maart 2007, blz. 1.

195 AFP, 3 april 2005.

47

Algemeen ambtsbericht Afghanistan | augustus 2007

sterke overheidsinstanties en de grote invloed van lokale commandanten worden mensen in hun rechten geschonden, vooral in rurale gebieden.196 Formele en informele machthebbers houden straffeloosheid in stand en houden juridische hervormingen tegen.197 Instituties als rechtbanken functioneren niet of nauwelijks.198 Ook de met criminaliteit omgeven drugseconomie draagt bij aan toenemende onveiligheid en leidt tot mensenrechtenschendingen.199 Mensenrechten worden in Afghanistan door verschillende partijen en om verschillende redenen geschonden. Het gaat om afrekeningen, wraakacties, (oude) vetes en vijandschappen, de uitschakeling van politieke rivalen, het zaaien van angst en intimidatie. Mensenrechtenschendingen, zoals afpersing, landroof, gedwongen verhuizingen, ontvoering, verkrachting en willekeurige arrestaties, vinden plaats in het hele land.200
De omgang tussen mannen en vrouwen wordt nog altijd bepaald door strikte regels en tradities, waarbij uitsluiting van vrouwen de regel is. Naast maatschappelijke uitsluiting komt geweld tegen vrouwen op grote schaal voor. In de nieuwe grondwet hebben mensenrechten een plaats gekregen, waarbij onder meer de positie van vrouwen gelijk is gesteld aan die van mannen. In de praktijk is daar in grote delen van Afghanistan nauwelijks iets van te merken.201 Er zijn geen aanwijzingen dat de regering op systematische wijze burger-en politieke mensenrechten schendt. Wel is het zo dat mensenrechtenschendingen door overheidsinstanties zoals leger, en veiligheidsdienst voorkomen. Marteling tijdens verhoorprocedures van de nationale politie komt geregeld voor. 202 Voorts
196 `Report of the High Commissioner for Human Rights on the situation of human rights in Afghanistan and on the achievements of technical assistance in the field of human rights', 5 maart 2007, A/HRC/4/98, blz. 4, Report of the Secretary General, `The situation in Afghanistan and its implications for internationale peace and security', 15 maart 2007, s/2007/152, blz. 9, Amnesty International, `Report 2007'.
197 AIHRC `Annual Report 2006' (juli 2007), blz. 53.
198 `Report of the High Commissioner for Human Rights on the situation of human rights in Afghanistan and on the achievements of technical assistance in the field of human rights', 5 maart 2007, A/HRC/4/98, blz. 13.

199 UNHCR, Update of the Situation in Afghanistan and International Protection Considerations, June 2005, blz. 23, S. E. Cornell, `Narcotics and armed conflict: interaction and implications', Studies in conflict & terrorism, vol. 30, iss. 3, maart 2007, blz. 207
200 USDoS, `Country report on human rights practices 2006', 6 maart 2007, blz. 1.
201 Zie 3.4.4.

202 `Report of the High Commissioner for Human Rights on the situation of human rights in Afghanistan and on the achievements of technical assistance in the field of human rights', 5 maart 2007, A/HRC/4/98, blz. 15. en AIHRC, `Annual Report 2006' (juli 2007).
48

Algemeen ambtsbericht Afghanistan | augustus 2007

worden mensenrechten geschonden door lokale commandanten die banden hebben met de overheid.203
3.3.1 Vrijheid van meningsuiting
Alhoewel de regering officieel de vrijheid van meningsuiting en persvrijheid waarborgt en deze ook is neergelegd in de Afghaanse grondwet, werden verschillende kritische journalisten, verspreid door het hele land, geconfronteerd met restricties die door religieuze leiders, overheidsfunctionarissen of lokale machthebbers zijn opgelegd. Afghanen die kritisch staan ten opzichte van een verdere islamisering van de Afghaanse samenleving, hebben aangegeven bang te zijn openlijk voor hun mening uit te komen. In het licht van het voorgaande passen veel journalisten zelfcensuur toe.204
De macht van conservatieve islamitische krachten is in de verslagperiode toegenomen. De conservatieve minister van Informatie en Cultuur, Abdul Karim Khorram, heeft in de verslagperiode de onafhankelijkheid van de pers aan banden proberen te leggen. Zo maakte hij dikwijls het functioneren van het publieke TV- station Afghan Radio and Television (RTA) moeilijk, door onder meer in januari 2007 vele medewerkers te laten ontslaan. Een conflict tussen de directeur van RTA en de minister van Informatie en Cultuur (die de zender onder zijn gezag wil brengen) lag hieraan ten grondslag.
In de verslagperiode is veel te doen geweest om een nieuwe Mediawet. Volgens de concept-wet, voorgesteld door de parlementaire commissie voor religieuze aangelegenheden (onder voorzitterschap van de conservatieve Mohaqeq), diende de RTA onder volledige controle van de minister voor Informatie te komen. Voorts zou er een commissie moeten worden opgericht die zou beoordelen welke programma's zouden mogen worden uitgezonden op de Afghaanse televisie.205 Uiteindelijk is in mei 2007, na druk van de internationale gemeenschap, een geamendeerde Mediawet aangenomen. Hoewel geamendeerd, staat de nieuwe Mediawet op gespannen voet met de vrijheid van meningsuiting. Zo is onder meer vaag omschreven wanneer een (tv) programma verboden mag worden. Reden voor verbod is bijvoorbeeld als islamistische principes niet worden gerespecteerd.206
203 UNHCR, Update of the Situation in Afghanistan and International Protection Considerations, June 2005, blz. 28.

204 `Report of the High Commissioner for Human Rights on the situation of human rights in Afghanistan and on the achievements of technical assistance in the field of human rights', 5 maart 2007, A/HRC/4/98, blz. 11.
205 In de Perswet van 2004 is een verbodsbepaling opgenomen ten aanzien van publicaties die beledigend zijn voor de islam of andere godsdiensten, UNAMA persbriefing, 1 april 2004
206 In oktober 2007, heeft een commissie van leden van het Afghaanse Lager- en Hogerhuis overeenstemming bereikt over de Afghaanse mediawet. De nieuwe wettekst voorziet in een onafhankelijke Radio Television Afghanistan (RTA). Wel dienen buitenlandse organisaties
49

Algemeen ambtsbericht Afghanistan | augustus 2007

Journalisten hebben het in de verslagperiode moeilijker gekregen: zijn bedreigd wegens het maken van on-islamitische reportages.207 Het televisiestation Tolo is één van de media die continu worden dwars gezeten door de overheid. Zo had de Advocaat-Generaal in april 2007 een politie-inval bevolen bij het tv-station Tolo, omdat hij, de Advocaat-Generaal, verkeerd zou zijn geciteerd in een programma van Tolo.208
De vrijheid van meningsuiting wordt het best gewaarborgd in Kaboel. In de rest van het land kwam het gedurende de verslagperiode voor dat lokale functionarissen en/of commandanten het mensen beletten vrijelijk hun mening te uiten.209
3.3.2 Vrijheid van vereniging en vergadering
Op dit moment zijn in Afghanistan meer dan 130 groeperingen politiek actief, die ambities hebben deel te nemen aan het democratiseringsproces. De groeperingen vertegenwoordigen een breed scala aan meningen en motivaties. In de verslagperiode zijn verscheidene vertegenwoordigers van politieke partijen mishandeld en vermoord.210 Lokale commandanten die gelinkt waren aan de centrale overheid, hebben verscheidene politici gevangen gezet.211 In totaal zijn er bij het ministerie van Justitie meer dan 80 politieke partijen geregistreerd. De partijen zijn in vier categorieën in te delen: religieus; communistisch; etnisch en nieuwe, vrijdenkende partijen. Het gros van de partijen is voortgekomen uit militaire facties.212 Veruit de meeste politieke partijen bevinden zich in Kaboel. Daarnaast kent het noorden een redelijk hoge dichtheid

van de Afghaanse overheid goedkeuring te krijgen voor onderzoek en publicaties over Afghanistan. Een voorstel van de minister voor Informatie en Cultuur die graag meer controle wilde over de media door ondermeer de RTA (Radio Television Afghanistan) tot staatsomroep om te vormen en te laten ressorteren onder zijn gezag, haalde het niet.
207 `Report of the High Commissioner for Human Rights on the situation of human rights in Afghanistan and on the achievements of technical assistance in the field of human rights', 5 maart 2007, A/HRC/4/98, blz. 11.
208 RFE, 18 april 2007.

209 USDoS, `Country Report on Human Rights Practices', 6 maart 2007, blz. 11.
210 British Agencies Afghanistan Group (BAAG), `Afghanistan monthly review', mei 2007, blz. 5, British Agencies Afghanistan Group (BAAG), `Afghanistan monthly review', januari 2007, blz. 2. Economist Intelligence Unit, ` Country report on Afghanistan', april 2007, blz. 4, bijvoorbeeld werd in januari 2007 de heer Mohammadi, voormalig burgemeester van Bamiyan in Kaboel vermoord. Factie-rivaliteit lag ten grondslag aan de moord.
211 USDoS, `Country Report on Human Rights Practices', 6 maart 2007, blz. 7.
212 http://www.nimd.org/upload/publications/2006/ndi_afghanistan_assessment.pdf
50

Algemeen ambtsbericht Afghanistan | augustus 2007

van politieke groeperingen.213 In de praktijk was de vrijheid van vereniging en vergadering beperkt. De aanhoudende onveiligheid blijft de vrijheid van vergadering vooral in het zuiden bedreigen.214 3.3.3 Vrijheid van godsdienst en overtuiging
In de grondwet wordt de islam benoemd als staatsreligie en aangemerkt als de `heilige religie', maar het praktiseren van andere religies is formeel niet verboden. Echter, in de Afghaanse praktijk is het moeilijk een ander geloof dan de islam openlijk te belijden. Van godsdienstvrijheid in Afghanistan is geen sprake. Niet- moslims hadden te vrezen van hun omgeving.215 Aan het voorstel van de regering Karzai het Department for Vice and Virtue (DVV) op te richten, is in de verslagperiode na binnen- en buitenlandse druk geen gevolg gegeven. Dit neemt niet weg dat binnen het overheidsapparaat conservatieve krachten nog altijd veel invloed hebben.216 3.3.4 Bewegingsvrijheid en documenten
Documenten
Elke Afghaan behoort een identiteitskaart genaamd taskera te bezitten. Zo'n document is bijvoorbeeld nodig om een paspoort te verkrijgen of onroerend goed te kopen. De aanvraagprocedure voor een taskera is in de verslagperiode niet gewijzigd. Slechts 6 % van de Afghanen onder de 18 jaar beschikt over een taskera.217
Een taskera is sinds 2001 zo groot als een A-4 vel. In het document staan naast de geboortedatum en ­plaats van de taskera-houder eveneens de taskeragegevens van de vader en grootvader vermeld. Voorts bevat het een pasfoto en vermeldt het document de nationaliteit en de moedertaal van de documenthouder. De Afghaanse nationaliteit is in de praktijk enkel te verliezen op aanvraag bij de Identity Checking Unit (IDCU). De nationaliteit gaat niet verloren als een Afghaan met een niet-Afghaan in het huwelijk treedt: dubbele nationaliteit is mogelijk. Als iemand zijn documenten verloren is, kan de nationaliteit bewezen worden als drie
213 UNHCR, Update of the Situation in Afghanistan and International Protection Considerations, June 2005, blz. 20.

214 USDoS, `Country Report on Human Rights Practices', 6 maart 2007, blz. 11.
215 USDoS, `Country Report on Human Rights Practices', 6 maart 2007, blz. 13, USDoS, `Religious Freedom Report', 2006, blz. 1. Volgens de grondwet moeten president én vice- presidenten moslim zijn.

216 `Report of the High Commissioner for Human Rights on the situation of human rights in Afghanistan and on the achievements of technical assistance in the field of human rights', 5 maart 2007, A/HRC/4/98, blz. 12.
217 United Nations Economic and Social Council, `Report of the Independent Expert on the situation of human rights in Afghanistan' (E/CN.4/2005/122), blz. 13.
51

Algemeen ambtsbericht Afghanistan | augustus 2007

personen uit het veronderstelde geboortedorp de nationaliteit bevestigen. De dorpsoudste moet hieraan goedkeuring verlenen. Een niet-Afghaan kan de Afghaanse nationaliteit aanvragen bij de IDCU. De niet-Afghaan zal geen strafblad mogen hebben. De procedure duurt dan vijf jaar. Indien de niet-Afghaan met een Afghaan is getrouwd, gelden dezelfde regels wat betreft het verkrijgen van de Afghaanse nationaliteit, alleen geldt de termijn van vijf jaar dan niet meer, maar zal de procedure zo snel als mogelijk verlopen. De aanvraagprocedure voor een paspoort en de meeste formaliteiten eromheen, zijn in de verslagperiode niet gewijzigd. De leeftijd waarop iemand zelfstandig een paspoort aan kan vragen is zestien jaar. Van geboorte tot en met 6 jaar is het onmogelijk een paspoort te hebben en staat men altijd in het paspoort van de vader of moeder bijgeschreven.218 Van 7 tot en met 15 jaar staat men ofwel bijgeschreven in het paspoort van één van beide ouders of kan door één van de ouders een paspoort voor het kind worden aangevraagd. Vanaf 16 jaar kan men in principe zelfstandig een eigen paspoort hebben. Vrouwen kunnen desalniettemin bij hun man in het paspoort worden bijgeschreven als een geldige trouwakte kan worden getoond. Degene die in het paspoort wordt bijgeschreven dient aanwezig te zijn als het paspoort wordt opgehaald In de aanvraagprocedure voor paspoorten wordt geen onderscheid gemaakt tussen mannen en vrouwen.219 Corruptie bij het verkrijgen van civiele documenten (waaronder reis- en identiteitsdocumenten) is in Afghanistan wijdverbreid. Documenten kunnen in de praktijk op niet reguliere wijze worden verkregen. Geboorteakten, overlijdensakten, huwelijksakten, identiteitskaarten, paspoorten, arrestatiebevelen en schooldiploma's zijn vrij eenvoudig en tegen relatief lage prijzen te koop in Afghanistan, maar ook op de zwarte markt van Peshawar in Pakistan. Vooral in de grensstreek met Pakistan zijn veel valse taskera's in omloop. Veel valse Afghaanse documenten zijn, ook na gedegen onderzoek door Afghaanse deskundigen, niet van authentieke documenten te onderscheiden. Afghaanse documenten hebben derhalve slechts een zeer beperkte waarde bij het vaststellen van de identiteit van een Afghaanse asielzoeker. De AIHRC noch het Hooggerechtshof geeft documenten af waarin wordt verklaard dat iemand geen mensenrechtenschendingen op zijn of haar geweten heeft. Het NDS noch het OM is bevoegd verklaringen af te geven over het feit of de veiligheid van iemand door de overheid wel of niet te garanderen is.
218 Alleen als een kind zowel ouderloos als ernstig ziek is en voor behandeling naar het buitenland moet, kan het een paspoort hebben.
219 In veel delen van Afghanistan blijkt in de praktijk dat vrouwen wel degelijk toestemming van hun man nodig hebben om een paspoort aan te vragen, USDoS, `Country Report on Human Rights Practices', 6 maart 2007, blz. 15.
52

Algemeen ambtsbericht Afghanistan | augustus 2007

Mensenrechtenschendingen die plaats hebben gehad tijdens het communistische regime, zijn niet systematisch geregistreerd of structureel gearchiveerd. Bewegingsvrijheid
Afghaanse burgers hebben formeel het recht om vrij te reizen binnen en buiten Afghanistan. In de praktijk gelden voor vrouwen en meisjes restricties: hun bewegingsvrijheid is met name buiten de grote steden zeer beperkt. Buiten de grote steden kunnen vrouwen noch meisjes alleen reizen. Culturele gewoontes en een gebrek aan veiligheid liggen ten grondslag aan de ernstige beperkingen in bewegingsvrijheid voor vrouwen.220
Eind 2003 had de toenmalige president van het Hooggerechtshof Shinwari de uitspraak gedaan dat vrouwen binnenslands niet langer dan drie dagen zonder mahram221 mogen reizen. Wanneer een vrouw naar het buitenland gaat, kan dat alleen onder begeleiding van een mahram. Overigens komt het beperkt voor dat (alleenstaande) vrouwen vrijelijk en onbegeleid het land in- en uitreizen. Het betreft dan bijvoorbeeld vrouwen wier maatschappelijke status het hen mogelijk maakt te reizen. Volgens onder meer UNIFEM-Kaboel is het echter over het algemeen niet verstandig als vrouwen alleen reizen, met het oog op veiligheid.222 Omdat in de meer afgelegen gebieden van Afghanistan feitelijk de dienst wordt uitgemaakt door commandanten, komt afpersing van reizigers dikwijls voor, met name in de vorm van illegale tolheffingen. Bovendien is de infrastructuur vaak erg slecht waardoor reizen op zich een gevaarlijke bezigheid is.223 Vooral in het zuiden en in het oosten was de bewegingsvrijheid in de verslagperiode verminderd vanwege de vele aanslagen, die dikwijls plaatshadden op snelwegen.224 Het gevaar, voor vooral buitenlanders, ontvoerd te worden is in de verslagperiode toegenomen, gelet op de vele kidnappings die in de verslagperiode plaatshadden. Ook is reizen gevaarlijk door criminaliteit en moorden.225

220 USDoS, `Country Report on Human Rights Practices', 6 maart 2007, blz. 20, UNHCR, Update of the Situation in Afghanistan and International Protection Considerations, June 2005, blz. 53. Zie paragraaf 3.4.4.
221 Echtgenoot of mannelijk familielid met wie geen (huwelijks)relatie kan worden aangegaan.
222 USDoS, `Country Report on Human Rights Practices', 6 maart 2007, blz. 15.
223 UNHCR, Update of the Situation in Afghanistan and International Protection Considerations, June 2005, blz. 29, Report of the United Nations High Commissioner for Human Rights on the situation of human rights in Afghanistan and on the achievements of the technical assistance in the field of human rights, (A/60/343), 9 september 2005, blz 5.
224 UNHCR, `Afghanistan security situation. Up-date', april 2007.
225 British Agencies Afghanistan Group (BAAG), `Afghanistan monthly review', maart 2007, blz. 2, British Agencies Afghanistan Group (BAAG), `Afghanistan monthly review', april
53

Algemeen ambtsbericht Afghanistan | augustus 2007

Mijnenvelden vormen een obstructie voor de bewegingsvrijheid in Afghanistan. In de verslagperiode hebben zich verscheidene incidenten met landmijnen voorgedaan. Per maand zouden tientallen mensen slachtoffer worden van een landmijnexplosie.226 Voorts heeft Pakistan in het grensgebied met Afghanistan mijnen geplaatst.227
3.3.5 Rechtsgang
Het rechtssysteem in Afghanistan kent vele tekortkomingen. Als gemeld in hoofdstuk 3.1 geschiedt het grootste gedeelte van de rechtspraak in vooral rurale gebieden niet door overheidsrechtbanken maar door lokale shura's. In sommige rurale gedeelten van Afghanistan hebben Taliban hun eigen parallelle rechtsprekende shura's opgericht.228 De zwakte van het formele rechtssysteem wordt nog steeds voornamelijk veroorzaakt door het gebrek aan sterke staatsinstellingen, weinig fondsen ter verbetering daarvan, corruptie en capaciteitsproblemen.229
Het Afghaanse vertrouwen in het rechtssysteem is laag. Corruptie is er geïnstitutionaliseerd, rechters zijn laag of niet opgeleid; de obstakels voor onpartijdige rechtspraak zijn hoog; de salariëring van rechters en aanklagers is laag en er lijkt weinig politieke wil uitvoering te geven aan gerechtelijke uitspraken. Lokale commandanten hebben grote invloed op rechtbanken én aanklagers. Niet alleen de wijdverbreide rechtspraak door shura's, maar ook `geschillenbeslechting' door religieuze, niet door de staat ondersteunde rechtbanken draagt bij aan de ondermijning van het staatsgezag en staat opbouw van een rechtstaat in de weg.230

2007, blz. 3. Op 6 maart 2007 werd een Italiaan ontvoerd, in april 3 Afghaanse en 2 Franse medewerkers van Terre d'Enfance en in juli 2007 23 Zuid-Koreanen.
226 http://www.berkeley.edu/news/media/releases/2007/04/06_peace.shtml, USDoS, `Country Report on Human Rights Practices', 6 maart 2007, blz. 10.
227 ABC News, 8 mei 2007, IRIN, 9 januari 2007.
228 USDoS, `Country Report on Human Rights Practices', 6 maart 2007, blz. 7, Amnesty International, `Afghanistan. All who are not friends are enemies: Taleban abuses against civilians', april 2007, blz. 34.
229 Report of the Secretary General, `The situation in Afghanistan and its implications for internationale peace and security', 15 maart 2007, s/2007/152, blz. 11.
230 `Report of the High Commissioner for Human Rights on the situation of human rights in Afghanistan and on the achievements of technical assistance in the field of human rights', 5 maart 2007, A/HRC/4/98, blz. 13. Een voorbeeld van zo'n religieuze rechtbank is de Nationale Raad van Ulema's. Deze raad heeft zijn wortels niet in de nationale wetgeving liggen. Niettemin nemen reguliere rechtbanken zijn uitspraken regelmatig over als het aankomt op overtredingen van de regels van de islam.
54

Algemeen ambtsbericht Afghanistan | augustus 2007

De wijdverbreide corruptie in het rechtssysteem is ook voor de veiligheid een groot probleem. Verdachten, waaronder ook Taliban en andere militanten, kunnen zich vaak vrijkopen.231
Afghanistan kent van overheidswege twee soorten rechtbanken: de algemene rechtbanken en de speciale rechtbanken. De algemene rechtbanken kennen een indeling naar provincie en district: dit zijn respectievelijk de rechtbanken van tweede en eerste aanleg. Ieder district en iedere stadszone heeft een rechtbank van eerste aanleg. Kaboel heeft zestien rechtbanken van eerste aanleg. Deze rechtbanken hebben alleen jurisdictie binnen hun zone.232 De speciale rechtbanken kunnen opgericht worden op grond van grondwetsartikelen 69, 78 en 126.233 Momenteel bestaan als speciale rechtbank onder meer de veiligheidsrechtbank, de rechtbank voor drugszaken, de militaire rechtbank en de familierechtbank. Laatstgenoemde rechtbank functioneert alleen in Kaboel en omgeving. De internationale gemeenschap dringt aan op snelle hervorming van het personen- en familierecht, omdat veel wetgeving ­ in het bijzonder de wetgeving inzake huwelijksbeëindiging ­ discriminerend is jegens vrouwen.234 Genoemde hervorming heeft in de verslagperiode op zich laten wachten.
De belangrijkste provinciale rechtbanken (tweede aanleg) bevinden zich in Kaboel, Herat, Kandahar, Nangarhar en Balkh en kennen een indeling naar strafrecht, civiel recht, openbare veiligheid, publiekrecht, handelsrecht en jeugdrecht.235 De gerechten van eerste aanleg kennen een indeling naar strafrecht, civiel recht, publieke rechten, openbare veiligheid en verkeersrecht.236 Het Hooggerechtshof, de hoogste gerechtelijke instantie, bestaat uit de volgende afdelingen: strafrecht, civiel en publiek recht, handelsrecht en nationale veiligheid.237 Het Hooggerechtshof bestaat uit negen rechters, de voorzitter wordt aangewezen door de president van Afghanistan en hun voordracht moet door het parlement worden goedgekeurd. De negen rechters worden bijgestaan door 36 onderrechters. Behalve dat het Hooggerechtshof tot taak heeft wetten op hun
231 USDoS, `Country Report on Human Rights Practices', 6 maart 2007, blz. 6.
232 Amnesty International, `Afghanistan: Re-establishing the rule of law' (14 augustus 2003), blz. 6-8, International Crisis Group (ICG), 'Afghanistan: judicial reform and transitional justice' (28 januari 2003), blz. 9.
233 Wet op de Rechtelijke Organisatie art. 4.
234 Amnesty International, `Afghanistan: Re-establishing the rule of law' (14 augustus 2003), blz. 7, International Crisis Group (ICG), 'Afghanistan: judicial reform and transitional justice' (28 januari 2003), blz. 9.

235 Wet op de Rechtelijke organisatie, artikel 32.
236 Ibidem artikel 41.

237 Ibidem, artikel 18.

---

Algemeen ambtsbericht Afghanistan | augustus 2007

islamitische gehalte te beoordelen, fungeert het ook als hoogste rechtsprekende instantie waar beroep aangetekend kan worden tegen uitspraken van lagere rechters.
De voorzitter van het Hooggerechtshof is de gematigde Abdul Salam Hazami (ook wel Azimi genoemd).238 Hoewel de invloed van de factie van Sayyaf (Dawat-i- Islami) nog steeds aanwezig is, geldt het Hooggerechtshof nu als relatief hervormingsgezind, hetgeen blijkt uit de achtergrond van de meeste rechters in het Hooggerechtshof. Hazami heeft een plan gelanceerd op grond waarvan het Hooggerechtshof binnen vijf jaar moet zijn hervormd.239 Het bureau van de openbare aanklager wordt gedomineerd door leden van de Shura-i-Nazar.240 De genoemde invloed is nog steeds aanwezig ondanks het feit dat de aan de Hezb-i-Islami (niet zijnde de factie van Gulbuddin Hekmatyar, HiG) gelieerde Abdul Jabar Sabit nog steeds Advocaat-Generaal is. Jabar Sabit staat bekend als zeer conservatief. Hij heeft het tot prioriteit gemaakt de corruptie te bestrijden.241 Ook in de afgelopen verslagperiode heeft Sabit van zich laten spreken door naar diverse hoge gezagsdragers onderzoeken in te laten stellen.242 Eén van Sabit meest controversiële acties, was zijn confrontatie met de invloedrijke commandant uit de Pansjir, Generaal Jurat.243 Voorts legt Jabar Sabit de nadruk op het handhaven van islamitische morele waarden, zoals het verbod op alcohol.
Het bureau van de openbare aanklager heeft weinig capaciteit voor onderzoek naar mensenrechtenschendingen waarop het attent wordt gemaakt door AIHRC.244
238 Report of the Secretary General, `The situation in Afghanistan and its implications for internationale peace and security', 15 maart 2007, s/2007/152, blz. 11.
239 Report of the High Commissioner for Human Rights on the situation of human rights in Afghanistan and on the achievements of technical assistance in the field of human rights', 5 maart 2007, A/HRC/4/98, blz. 14.

240 International Crisis Group (ICG), 'Afghanistan: judicial reform and transitional justice' (28 januari 2003), blz. 9.

241 Report of the High Commissioner for Human Rights on the situation of human rights in Afghanistan and on the achievements of technical assistance in the field of human rights', 5 maart 2007, A/HRC/4/98, blz. 14. In de verslagperiode is voor het eerst een vrouw in een juridische toppositie benoemd: de hoofdaanklager van de provincie Herat.
242 Onder meer de burgemeester van Herat werd vervolgd, in deze onderzoeken en processen neemt Sabit het niet zo nauw met de regels van een eerlijk proces. Washington Post, 23 november 2006. Sabit was vaak niet te beroerd in de media zijn onderzoeken uitgebreid toe te lichten.

243 Sabit liet leden van Jurat's beveiligingsbedrijf ontwapenen nadat Sabit door Jurat's bedrijf was tegengehouden toen hij onderweg was naar een picknick.
244 Report of the High Commissioner for Human Rights on the situation of human rights in Afghanistan and on the achievements of technical assistance in the field of human rights', 5 maart 2007, A/HRC/4/98, blz. 14.

56

Algemeen ambtsbericht Afghanistan | augustus 2007

Bovendien lijdt de effectiviteit onder de rivaliteit tussen de juridische instanties. De rechtsgang in Afghanistan wordt gehinderd door bedreigingen en intimidatie van rechters door gewapende groepen en interventies door (lokale) machthebbers. Daarnaast is op grote schaal sprake van corruptie onder rechters en openbare aanklagers.245
Hoewel het recht op een eerlijk proces is vastgelegd in de thans geldende Afghaanse wetgeving, ontberen vele verdachten in Afghanistan het recht op een eerlijk proces. Zowel voorafgaand aan als tijdens rechtszaken worden de rechten van verdachten veelvuldig geschonden. Zo worden verdachten onder meer na arrestatie niet snel voor een rechter geleid, kunnen zij het recht om hun detentie aan te vechten zelden uitoefenen en hebben zij geen toegang tot rechtsbijstand.246 De duur van voorarrest is volgens het strafprocesrecht maximaal 45 dagen (gedurende de vervolging). In de praktijk wordt deze regel vaak met voeten getreden.247
Tijdens de rechtszitting wordt er niet altijd vanuit gegaan dat een verdachte onschuldig is totdat het tegendeel is bewezen. Ook hebben verdachten niet altijd het recht getuigen op te roepen en te horen, wordt bewijs aangevoerd dat onder dwang (bijvoorbeeld door foltering) van de verdachte is verkregen en beschikken verdachten niet over dezelfde informatie als hun aanklager. Bovendien vinden veel rechtszaken achter gesloten deuren plaats, waardoor niet duidelijk is of de rechtsgang zich op een eerlijke manier heeft voltrokken.248 Een onder het Talibanbewind uitgesproken veroordeling kan ten uitvoer worden gelegd voorzover de veroordeling niet in strijd is met het thans geldende recht. Een dergelijke veroordeling is derhalve wel geldig maar heeft geen automatische doorwerking in het huidige rechtssysteem. De veroordeling dient rechterlijk te worden getoetst alvorens tot tenuitvoerlegging kan worden overgegaan. Dit geldt voor alle veroordelingen, ook voor veroordelingen tot de doodstraf op grond van beschuldiging van overspel.

245 USDoS, `Country Report on Human Rights Practices', 6 maart 2007, blz. 6,
246 USDoS, `Country Report on Human Rights Practices', 6 maart 2007, blz. 7. Binnen 72 uur moet besloten worden of een verdachte wordt vervolgd. Deze regel wordt stelselmatig overtreden.

247 Report of the High Commissioner for Human Rights on the situation of human rights in Afghanistan and on the achievements of technical assistance in the field of human rights', 5 maart 2007, A/HRC/4/98, blz. 13, Report of the Secretary General, `The situation in Afghanistan and its implications for internationale peace and security', 15 maart 2007, s/2007/152, blz. 10.

248 USDoS, `Country Report on Human Rights Practices', 6 maart 2007, blz. 7.
57

Algemeen ambtsbericht Afghanistan | augustus 2007

Niet ten uitvoer gelegde Talibanveroordelingen worden niet automatisch aan een hernieuwde rechterlijke toetsing onderworpen. Meestal is een door familieleden van een slachtoffer bij de officier van justitie ingediende hernieuwde klacht aanleiding voor rechterlijke toetsing van een niet ten uitvoer gelegde veroordeling. Dergelijke klachten worden door de huidige autoriteiten serieus genomen omdat het vaak om sociaal gevoelige misdrijven zoals overspel gaat, waarbij het risico bestaat van wraakneming door familieleden van personen betrokken bij het overspel.
Overspel is in het huidige rechtssysteem van Afghanistan evenals ten tijde van het Talibanbewind een misdrijf waarop overeenkomstig de vereisten van de shari'a de doodstraf staat.249
3.3.6 Arrestaties en detenties
Volgens de geldende Afghaanse Wet van gevangenissen en huizen van bewaring moet iedere provinciehoofdstad beschikken over een gevangenis en een huis van bewaring. Alle districten moeten beschikken over een huis van bewaring. Huizen van bewaring vallen onder de jurisdictie van de politie, die ressorteert onder het ministerie van Binnenlandse Zaken. Gevangenissen vallen onder de jurisdictie van het ministerie van Justitie, met uitzondering van de gevangenissen van het NDS. Hoewel de omstandigheden in de gevangenissen enigszins zijn verbeterd, voldoen nog steeds veel gevangenissen in Afghanistan niet aan internationale standaarden, die zijn opgenomen in de Afghaanse wet.250 Zo laat in de meeste gevallen de hygiëne te wensen over; zijn de cellen overvol en is er een gebrek aan voedsel en vers drinkwater. Voorts waren er meldingen van marteling.251 De tekortkomingen van vrouwengevangenissen zijn nog schrijnender.252 Vrouwen worden voornamelijk vastgehouden op grond van gewoonterechtelijke uitspraken. Een eerlijk proces werd hen meestal ontzegd.253 Een groot deel van de gevangen
249 De hodod misdaden worden nog steeds als misdrijf genoemd in het wetboek van strafrecht (art. 1), maar worden daar materieel niet uitgewerkt. Ten uitvoerlegging van straffen naar aanleiding van hodod-misdrijven heeft voor zover bekend van overheidswege niet plaatsgevonden.

250 Report of the High Commissioner for Human Rights on the situation of human rights in Afghanistan and on the achievements of technical assistance in the field of human rights', 5 maart 2007, A/HRC/4/98, blz. 14, AIHRC, `Annual Report 2006', (juli 2007), blz. 6 en 18, het zij opgemerkt dat de verbeteringen door de AIHRC waren gesignaleerd in de 30 provinciale gevangenissen die ze had bezocht. Wat betreft vrouwengevangenissen geldt genoemde conclusie voor 21 gevangenissen in 15 provincies.
251 USDoS, `Country Report on Human Rights Practices', 6 maart 2007, blz. 4.
252 Veel districten beschikten niet over vrouwengevangenissen, waardoor vrouwen in mannengevangemissen werden geplaatst.
253 USDoS, `Country Report on Human Rights Practices', 6 maart 2007, blz. 4.
58

Algemeen ambtsbericht Afghanistan | augustus 2007

vrouwen zat een straf uit wegens het weglopen van huis.254 Vrouwen zaten vast in veel te kleine gevangenissen of zelfs privé-woningen van de dorpsoudste. Bovendien wonen de kinderen dikwijls bij de vrouwen in de detentiecentra in zonder dat er extra voedsel beschikbaar is en zonder dat er speciale voorzieningen zijn voor deze kinderen.255
Sommige gevangenissen vallen direct onder Afghaanse veiligheidsinstanties256. Zowel de gevangenissen van het NDS als die van het ministerie van Justie zijn niet op het niveau van internationale standaarden. Deze gevangenissen zijn soms ook onbekend bij organisaties als AIHRC en ICRC. Bovendien werd de AIHRC de toegang tot verscheidene NDS-gevangenissen ontzegd. Detentiecentra vallend onder dergelijke niet-statelijke actoren kennen de meest erbarmelijke omstandigheden. Veel lokale krijgsheren hebben zo'n privé gevangenis.257 De juridische status van de mensen die door Amerikaanse strijdkrachten werden gedetineerd bleef reden geven tot zorg. Hoewel het aantal klachten over de Amerikaanse detentiecentra was afgenomen in de verslagperiode, bleef het risico op mensenrechtenschendingen bestaan vanwege de beperkte toegang tot de Amerikaanse detentiecentra.258
Formeel is de politie verantwoordelijk voor gearresteerden tijdens de eerste 72 uur van hun arrest. Na 72 uur zouden de gearresteerden voor een rechter moeten verschijnen, waarna zij onder de verantwoordelijkheid van het gevangenissysteem komen te vallen. In de praktijk lopen deze verantwoordelijkheden door elkaar, mede omdat het personeel zelf door onvoldoende training niet op de hoogte is van de regelgeving hieromtrent. Er zijn gevallen bekend waarin mensen zelfs na een vrijspraak vast bleven zitten.259

254 Report of the High Commissioner for Human Rights on the situation of human rights in Afghanistan and on the achievements of technical assistance in the field of human rights', 5 maart 2007, A/HRC/4/98, blz. 5.

255 AIHRC, `Annual Report 2006', (juli 2007), blz. 22.
256 Nederland heeft met de Afghaanse autoriteiten een Memorandum of Understanding (MoU) gesloten, waarin de Afghanen zich verplichten tot een behandeling conform de daarvoor geldende internationale normen van door Nederlandse troepen overgedragen gevangenen Krachtens dit MoU hebben het AIHRC, het IRCC en de Nederlandse ambsaasade toegang tot de gevangenen. Uit monitoring is niet gebleken dat deze afspraken zouden zijn geschonden.
257 USDoS, `Country Report on Human Rights Practices', 6 maart 2007, blz. 1.
258 Amnesty International, ` Annual Report 2007'.
259 Amnesty International, `Afghanistan. Crumbling prison system desperately in need of repair', www.web.amnesty.org, geraadpleegd op 10 juli 2003. USDoS, `Country Report on Human Rights Practices', 6 maart 2007, blz. 6.
59

Algemeen ambtsbericht Afghanistan | augustus 2007

Willekeurige arrestaties en detenties komen in Afghanistan geregeld voor en personen verblijven geregeld voor kortere of langere tijd in politiecellen, -illegale- detentiecentra of gevangenissen zonder te worden voorgeleid.260 3.3.7 Foltering, mishandeling en bedreiging
Volgens artikel 275 van het wetboek van strafrecht van 1976 is foltering een misdrijf. Niettemin zijn gevallen bekend van mishandelingen en folteringen in politiecellen en gevangenissen . Foltering en mishandeling geschiedden door zowel politiekorpsen als de veiligheidsdienst NDS in het gehele land.261 Daarnaast maken leden van lokale milities zich in veel gebieden in Afghanistan schuldig aan mishandeling en foltering. Ook wijdverbreid is de praktijk van ontvoering, aanranding en verkrachting van kinderen en vrouwen.262 De ontvoeringen vinden meestal plaats op klaarlichte dag, de aanrandingen en verkrachtingen 's avonds of 's nachts tijdens gewapende overvallen op huizen. Gevallen van pPlundering en afpersing komen in geheel Afghanistan voor. Lokale commandanten dwingen de bevolking een (financiële) bijdrage af te staan voor de instandhouding van hun milities. Het komt ook voor dat milities huizen van burgers plunderen.263 Ook leden van de politie en het leger maken zich schuldig aan plundering en beroving van burgers.
Burgers kunnen ook slachtoffer worden van illegale beslaglegging op huizen en land door leiders van lokale milities. Een belangrijk probleem waarmee terugkerende vluchtelingen en ontheemden geconfronteerd worden, vormen disputen over land waarbij regelmatig sprake is van bedreigingen en mishandelingen. Illegale confiscatie van land komt in heel Afghanistan voor.264
260 Report of the High Commissioner for Human Rights on the situation of human rights in Afghanistan and on the achievements of technical assistance in the field of human rights', 5 maart 2007, A/HRC/4/98, blz. 15, AIHRC, `Annual Report 2006', (juli 2007), blz. 26.
261 AIHRC, `Annual Report 2006' (juli 2007), blz. 7. Nederland heeft met de Afghaanse autoriteiten een Memorandum of Understanding (MoU) gesloten, waarin de Afghanen zich verplichten tot een behandeling conform de daarvoor geldende internationale normen van door Nederlandse troepen overgedragen gevangenen Uit monitoring is niet gebleken dat deze internationale normen zouden zijn overschreden.
262 USDoS, `Country Report on Human Rights Practices', 6 maart 2007, blz. 2.
263 UNHCR, Update of the Situation in Afghanistan and International Protection Considerations, June 2005, blz. 29.

264 Report of the High Commissioner for Human Rights on the situation of human rights in Afghanistan and on the achievements of technical assistance in the field of human rights', 5 maart 2007, A/HRC/4/98, blz. 15
60

Algemeen ambtsbericht Afghanistan | augustus 2007

Beschuldigingen van het schenden van mensenrechten aan het adres van internationale troepen kwamen in deze verslagperiode voor.265 Zo waren er onder meer klachten over het gebruik van disproportioneel geweld bij aanhoudingen.266 OMF-eenheden maakten zich op grote schaal schuldig aan het mishandelen, intimideren en bedreigen van mensen. Veel van de bedreigingen geschieden via brieven.267 Slachtoffers waren hoofdzakelijk mensen die voor de overheid of buitenlandse organisaties werkten, in het bijzonder vrouwen. Ook dwongen de Taliban veel mensen in het zuiden belasting te betalen.268 3.3.8 Verdwijningen
In heel Afghanistan komen ontvoeringen voor losgeld of als intimidatiemethode voor. Het aantal ontvoeringen is in de verslagperiode toegenomen.269 Voornaamste doelwitten van ontvoering waren buitenlanders, mensen die werkten voor buitenlandse organisaties of voor de overheid, medewerkers van veiligheidsinstanties en journalisten.270 Ook komen roofhuwelijken voor, waarbij vrouwen worden ontvoerd en gedwongen om te trouwen. De status van vrouwen in de Afghaanse samenleving maakt het moeilijk deze gevallen te onderzoeken.271
265 Amnesty International, `Annual Report', 2007.
266 AIHRC, `Use of indiscriminate and excessive force against civilians by US forces', 4 maart 2007, blz. 1, bij een aanval in Nangarhar gebruikten Amerikanen bijzonder veel geweld bij jegens burgers. Journalisten die de aktie hadden gefilmd moesten hun materiaal inleveren.
267 USDoS, `Country Report on Human Rights Practices', 6 maart 2007, blz. 3, anonieme brieven met daarin een bedreiging. Provincies waarin de bedreigingen voornamelijk plaatshadden waren Ghazni, Paktika, Kandahar, Helmand, Khost, Laghman, Kapisa, Wardak, Nuristan, Sar-i-Pul, Farah en Uruzgan. Report of the High Commissioner for Human Rights on the situation of human rights in Afghanistan and on the achievements of technical assistance in the field of human rights', 5 maart 2007, A/HRC/4/98, blz. 8, de bedreigingen waren met name bedoeld om het mensen te beletten voor de overheid of (buitenlandse) bedrijven te werken die opdrachten uitvoerden voor de staat of internationale strijdkrachten.
268 Amnesty International, `Afghanistan. All who are not friends are enemies: Taleban abuses against civilians', april 2007, blz. 5, IRIN, 2 juli 2007.
269 Amnesty International, `Afghanistan. All who are not friends are enemies: Taleban abuses against civilians', april 2007, blz. 31, BAAG, april 2007, blz. 3, BAAG mei 2007, blz. 4, BAAG juni 2007, blz. 6, HRW, `Hostage taking is a war-crime', 1 augustus 2007, AFP, 23 juni 2007. Veel ontvoeringen door de Taliban worden niet gemeld, USDoS, `Country Report on Human Rights Practices', 6 maart 2007, blz. 10.
270 USDoS, `Country Report on Human Rights Practices', 6 maart 2007, blz. 10. Mensen worden ook ontvoerd als ze `verdacht' worden spionage voor internationale troepen, Amnesty International, `Afghanistan. All who are not friends are enemies: Taleban abuses against civilians', april 2007, blz. 32.
271 USDoS, `Country Report on Human Rights Practices', 6 maart 2007, blz. 19, UNHCR, Update of the Situation in Afghanistan and International Protection Considerations, June 2005, blz. 52 en 53. Onder de voorgaande regimes zijn veel personen verdwenen, hetgeen nog altijd grote gevolgen heeft voor de achtergebleven familieleden. Een vrouw van wie de man wordt vermist mag volgens de thans gangbare interpretaties van de shari'a opnieuw
61

Algemeen ambtsbericht Afghanistan | augustus 2007

Voorts werden in het noord-westen van Afghanistan illegaal (kind)soldaten geronseld door lokale commandanten.272 In gebieden waar de Taliban districten onder controle hebben (in het zuiden, zuid-oosten en oosten), werden jonge mannen gedwongen zich aan te sluiten bij gewapende groepen.273 Families kunnen rekrutering afkopen. Lukt dat niet, dan zijn ze min of meer gedwongen hun zoon te laten gaan. Veel kinderen zijn ook het slachtoffer van dwangarbeid of seksuele exploitatie. Gevallen van kinderhandel worden dikwijls niet gemeld uit angst voor vergeldingsacties.274
3.3.9 Buitengerechtelijke executies en moorden
In grote delen van Afghanistan komen onder verscheidene etnische groepen buitengerechtelijke executies en moorden voor, zoals eerwraak en bloedwraak.275 Het gaat hierbij met name om de vergelding van de dood van een familielid (bloedwraak) en de verdediging van de eer van de familie (eerwraak). Eerwraak en bloedwraak zijn uiterst complexe en eeuwenoude facetten van de Afghaanse cultuur. Het ontkomen aan eerwraak en bloedwraak hangt onder meer af van het vergrijp zelf, onder welke omstandigheden het vergrijp heeft plaatsgevonden en wie erbij betrokken waren. Daarom is het niet mogelijk te bepalen op welke schaal dit plaatsvindt. Vaak wordt bloedgeld betaald of worden dochters afgestaan aan de familie van het slachtoffer om het conflict op te lossen.276 Ook overheidsinstanties hebben zich bezondigd aan het plegen van buitengerechtelijke moorden.277
Het aantal moorden gepleegd door de Taliban is de verslagperiode toegenomen.278 Taliban-eenheden en HiG-eenheden hadden in 2006 ruim 600 burgers gedood.279

trouwen nadat haar echtgenoot vier jaar is vermist. Ook hebben verdwijningen nog altijd gevolgen voor erfenissen van land en bezit.
272 USDoS, `Country report on human rights practices', 6 maart 2007, blz. 24.
273 Amnesty International, `Afghanistan. All who are not friends are enemies: Taleban abuses against civilians', april 2007, blz. 7.
274 USDoS, `Country report on human rights practices', 6 maart 2007, blz. 23.
275 Report of the Secretary General, `The situation in Afghanistan and its implications for internationale peace and security', 15 maart 2007, s/2007/152, blz. 10, Report of the High Commissioner for Human Rights on the situation of human rights in Afghanistan and on the achievements of technical assistance in the field of human rights', 5 maart 2007, A/HRC/4/98, blz. 6, daders worden zelden vervolgd.
276 Report of the High Commissioner for Human Rights on the situation of human rights in Afghanistan and on the achievements of technical assistance in the field of human rights', 5 maart 2007, A/HRC/4/98, blz. 5, deze praktijk wordt bad genoemd, zie verder hoofdstuk 3.4.4.

277 USDoS, `Country report on human rights practices', 6 maart 2007, blz. 1.
278 HRW, `The human cost', april 2007, blz. 3.
62

Algemeen ambtsbericht Afghanistan | augustus 2007

In 2007 zijn de aanvallen in de vorm van zelfmoordaanslagen en gerichte aanslagen doorgegaan.280 De aanvallen kwamen voornamelijk in het zuiden en zuid-oosten voor en richtten zich merendeels op hulpverleners, mensen die werken voor (buitenlandse) bedrijven die opdrachten uitvoeren voor de staat of internationale strijdkrachten, geestelijken die pro-overheid zijn, mensenrechtenactivisten, hoge ambtenaren en leraren.281 Mensen werden ook door de Taliban gedood na quasi-gerechtelijke procedures.282 Voorts hebben OMF- eenheden burgers ingezet als menselijk schild.283 3.3.10 Doodstraf
De nieuwe grondwet en het wetboek van strafrecht van 1976 voorzien in het opleggen van de doodstraf. De wet kent verscheidene misdrijven waarop de doodstraf staat, zoals moord met voorbedachte rade en ontvoering. Onder het gewoonterecht en shari'a zijn blasfemie en afvalligheid niet geaccepteerd en kunnen leiden tot het opleggen van de doodstraf.284 Voor uitvoering van de doodstraf is toestemming van de president vereist. Op 19 april 2004 is voor de eerste keer sedert de val van het Talibanbewind de doodstraf ten uitvoer gebracht, nadat president Karzai het doodvonnis had bekrachtigd dat was opgelegd aan de oorlogsmisdadiger Abdullah Shah (bijgenaamd Zardad's dog), een voormalige bondgenoot van de voormalige krijgsheren Sayyaf en Zardad. 285
Momenteel zitten er in Afghanistan minstens 50 mensen vast, die veroordeeld zijn tot de dood. Het grootste gedeelte van die veroordelingen is afkomstig van het


279 Amnesty International, `Afghanistan. All who are not friends are enemies: Taleban abuses against civilians', april 2007, blz. 2, ruim 70 % van de aanvallen was uitgevoerd door de Taliban.

280 In de eerste zes maanden van 2007 vielen er ruim 600 burgerdoden. De helft daarvan was slachtoffer van OMF-eenheden, voornamelijk Taliban. De andere helft kwam om het leven als gevolg van akties van internationale troepen en Afghaanse veiligheidstroepen, BBC News, 3 juli 2007, AFP/Reuters, 2 juli 2007.
281 Report of the High Commissioner for Human Rights on the situation of human rights in Afghanistan and on the achievements of technical assistance in the field of human rights', 5 maart 2007, A/HRC/4/98, blz. 8, HRW, `The human cost', april 2007, blz. 2. BAAG, april 2007, blz. 4, aanvallen op scholen, leraren en leerlingen zijn in de verslagperiode doorgegaan. Dit waarschijnlijk om mensen te ontmoedigen naar overheidsscholen te gaan.
282 Amnesty International, `Afghanistan. All who are not friends are enemies: Taleban abuses against civilians', april 2007, blz. 34.
283 USDoS, `Country report on human rights practices', 6 maart 2007, blz. 10.
284 Van overheidswege zijn in de verslagperiode geen doodstraffen opgelegd vanwege afvalligheid.

285 United Nations General Assembly/Security Council, `The situation in Afghanistan and its implications for International peace and security' (A/58/868-S/2004/634, 12 augustus 2004), blz. 13.

63

Algemeen ambtsbericht Afghanistan | augustus 2007

Hooggerechtshof. Redenen van veroordeling zijn veelal moord, gewapende overvallen en ontvoeringen.286 In de verslagperiode zijn geen doodstraffen van overheidswege voltrokken.287
3.4 Positie van specifieke groepen
Van de onderstaande groepen is bekend dat zij mogelijk slachtoffer kunnen worden van mensenrechtenschendingen.
3.4.1 Politieke opposanten
Personen die openlijk de macht van lokale machthebbers binnen en buiten Kaboel bekritiseren of die gezien worden als een mogelijke bedreiging hiervan, hebben op zijn minst intimidatie te vrezen van de zijde van de desbetreffende lokale machthebber of de (lokale vertegenwoordigers van de) centrale regering. Veel connecties van lokale machthebbers lopen tot in Kaboel.288 Ook commissieleden van de AIHRC worden regelmatig met de dood bedreigd of zijn slachtoffer van intimidatie of fysiek geweld. De Taliban hebben in de verslagperiode diverse aanslagen gepleegd op politieke tegenstanders.289
3.4.2 Etnische groepen
Algemeen
In de grondwet is in de bepalingen met betrekking tot nationaliteit een passage opgenomen ten aanzien van de erkenning van de etnische diversiteit van de Afghaanse samenleving.290
In sommige delen van het land komt discriminatie op grond van etniciteit voor. Het treft voornamelijk groepen die door de gemeenschap met een specifieke politieke of militaire factie worden geïdentificeerd. Personen die van origine uit een gebied komen waar zij tot een etnische minderheid behoren of personen die terugkeren naar een dergelijk gebied lopen mogelijk het risico slachtoffer te
286 Amnesty International, `Afghanistan, country overview', januari ­ december 2005.
287 Een vijftiental Afghaanse ter dood veroordeelden is op 7 oktober 2007 geëxecuteerd. Het was voor het eerst in ruim 3 jaar dat gevangenen werden geëxecuteerd. Het zou gaan om mensen die zich schuldig hadden gemaakt aan moord en ontvoering.
288 USDoS, `Country report on human rights practices', 6 maart 2007, blz. 7.
289 Economist Intelligence Unit, `Country report on Afghanistan', juli 2007, blz. 12. In maart 2007 werd bij een aanslag in de provincie Faryab Abdul Rehman, governeur van het district Qaranqul gedood. De districtsgouverneur van Khan Chahar Bagh, Alta Bai Nasary, raakte hierbij gewond. Verder werden in april 2007 aanvallen uitgevoerd op de gouverneurs van Takhar en Sar-i-Pul.

290 British Agencies Afghanistan Group (BAAG), `Afghanistan monthly review' (december 2003), blz.3.

64

Algemeen ambtsbericht Afghanistan | augustus 2007

worden van mensenrechtenschendingen. Zij lopen in sommige gebieden in Afghanistan het risico door lokale commandanten en hun troepen te worden afgeperst, mishandeld, gedetineerd, verkracht of zelfs vermoord.291 Pashtuns
Vooral in het noorden en westen van Afghanistan waar Pashtuns een minderheid vormen, zijn zij in 2002 het slachtoffer geworden van moord, foltering, seksueel geweld, ontvoering, plundering en afpersing door lokale krijgsheren en leden van in het noorden opererende facties als Junbesh-i-Melli, Hezb-i-Wahdat en Jamiat-i- Islami.292 Als gevolg daarvan zijn in 2002 naar schatting van de VN en NGO's tienduizenden Pashtuns vanuit het noorden en westen293 gevlucht naar Zuid- Afghanistan, Iran en Pakistan.294 De situatie voor Pashtuns in het noorden is moeilijk. Nog steeds lopen ze daar het risico slachtoffer te worden van mensenrechtenschendingen door lokale commandanten en hun troepen.295 Meest voorkomende schendingen voor terugkerende binnenlandse ontheemden zijn landconfiscaties. Deze zijn evenwel niet specifiek gericht tegen Pashtuns. Pashtuns lopen voornamelijk risico bij terugkeer naar Jowzjan; Sar-i-Pul; Faryab; Logar en Kapisa.296
Hoewel reeds enkele jaren mechanismen bestaan van de kant van de overheid en van de zijde van NGO's om te bemiddelen in landconflicten, lijkt het erop dat veel ontheemde Pashtuns zich definitief gaan vestigen in de meer zuidelijke regio's waar zij destijds naartoe zijn gevlucht.
Hazara's
Hazara's zijn in het verleden vaak het slachtoffer geweest van discriminatie op zowel religieuze als raciale gronden.297 Zij vormen een sji'itische minderheid in Afghanistan. Tijdens het Talibanregime resulteerde dit in misstanden jegens de
291 USDoS, `Country report on human rights practices', 6 maart 2007, blz. 24, UNHCR, Update of the Situation in Afghanistan and International Protection Considerations, June 2005, blz. 49.

292 Human Rights Watch, `Blood-Stained Hands', blz. 38, Afghan Justice Project: `Casting Shadows: War Crimes and Crimes against Humanity', blz. 57.
293 Het betreft de provincies Badghis, Balkh, Fariab, Jowzjan, Samanghan en Sar-i-Pol.
294 United Nations General Assembly, 'Situation of Human Rights in Afghanistan' (A/57/309, 13 augustus 2002), blz. 3, 9, 10, Human Rights Watch, 'Paying for the Taliban's crimes: abuses against etnic Pashtuns in northern Afghanistan' (9 april 2002) en Human Rights Watch, 'All our hopes are crushed: violence and repression in Western Afghanistan' (november 2002).
295 Dit geldt ook voor Mazar-e-Sharif en omgeving.
296 IDMC, `Afghanistan: Fighting in the south sets off new displacement', 22 december 2006, blz. 5, UNHCR, Update of the Situation in Afghanistan and International Protection Considerations, June 2005, blz. 49.
297 USDoS, `Country Report on Human Rights Practices', 6 maart 2007, blz. 24.
65

Algemeen ambtsbericht Afghanistan | augustus 2007

Hazara-bevolking in met name centraal-Afghanistan.298 Omdat de Hazara's een belangrijk aandeel hebben geleverd in de overwinning op de Taliban is de situatie van Hazara's in met name Kaboel verbeterd. De Hazara-bevolking is meer dan in het verleden vertegenwoordigd in de overheidsinstituties. Hazara's lopen verhoogd risico op discriminatie en vervolging in het zuiden en westen van Afghanistan.299 In het westen van Afghanistan zijn uit Iran terugkerende Hazara's vaak het slachtoffer van illegale landconfiscaties door lokale commandanten en hun troepen. De discriminatie aldaar vindt geregeld plaats onder het mom dat de Hazara's zouden collaboreren met Iran. Gujuren
In het noordoosten van de noordelijk gelegen provincie Takhar (met name in het Fakhar-district) lopen personen die tot de Guju-bevolking behoren risico slachtoffer te worden van mensenrechtenschendingen. Ook vindt in Takhar regelmatig illegale confiscatie van land van met name Gujuren plaats door leden van de Noordelijke Alliantie Shura-i-Nazar. De terugkeer van Gujuren naar Baghlan is redelijk verlopen.300 Na de machtsovername door de Taliban werden Gujurgemeenschappen gehuisvest in door Pashtuns en Ismaëlieten bewoonde gebieden. Hun oorspronkelijke woongebieden zijn inmiddels ingenomen door andere bevolkingsgroepen. Gujuren ondervinden nog steeds gevolgen van de verdenking dat zij hebben samengewerkt met het Talibanregime. Ismaëlieten
De Ismaëlieten worden door enkele radicale sji'ietische groeperingen als niet- moslim beschouwd en maken ongeveer 2% van de moslims in Afghanistan uit. Ze leven in de provincies Badakhshan; Baghlan; Bamiyan; Wardak en Takhar. Gedurende het Talibanbewind hebben zij zich aangesloten bij de Noordelijke Alliantie. Hoewel ze als groep niet specifiek wordt aangevallen, hebben de Ismaëlieten het wel erg moeilijk in de districten Doshi en Tala-wa-Barfak in Baghlan. Daar is niet alleen land van hen bezet, maar hebben ook verkrachtingen plaatsgevonden en werd illegaal belasting geheven.301 Syeed
Personen die behoren tot de Syeed-bevolkingsgroep lopen in het Kamard-district in de provincie Bamiyan het risico slachtoffer te worden van
298 Zie paragraaf 3.3.9 van het algemeen ambtsbericht `Situatie in Afghanistan' van 21 juni 2001 met kenmerk DPC/AM-704362.

299 UNHCR, Update of the Situation in Afghanistan and International Protection Considerations, June 2005, blz. 49.

300 UNHCR, Update of the Situation in Afghanistan and International Protection Considerations, June 2005, blz. 49.

301 USDoS, `Country Report on Human Rights Practices', 6 maart 2007, blz. 24.
---

Algemeen ambtsbericht Afghanistan | augustus 2007

mensenrechtenschendingen zoals afpersing, mishandeling en intimidatie door Tadzjiekse lokale commandanten.
Kuchi's
Kuchi's, het nomadenvolk in Afghanistan, worden in enkele delen van Afghanistan beschuldigd van het hebben onderhouden van contacten met de Taliban en behoren tot de meest kwetsbare groepen in Afghanistan.302 In de verslagperiode is het in het district Behsud in de provincie Wardak verscheidene malen tot schermutselingen gekomen tussen Hazara's en Kuchi's. Deze vonden hun oorsprong in de twist over graaslanden. In meer noordelijke delen van Afghanistan raakten Kuchi's in conflict over graaslanden met Oezbeken en Tadzjieken.303 Voorts bevinden zich veel Kuchi's in zuidelijke kampen voor binnenlandse ontheemden. Terugkeer naar het noorden lijkt niet in de lijn der verwachtingen te liggen.
Overige etnische groepen
Er zijn geen aanwijzingen dat Tadzjieken, Oezbeken of Turkmenen momenteel van regeringswege of anderszins te vrezen hebben voor geweld of intimidaties enkel op grond van hun etniciteit.
3.4.3 Journalisten
Journalisten die zich kritisch uitlieten over leden van de regering, het door de regering gevoerde beleid, lokale machthebbers en het door lokale machthebbers gevoerde beleid liepen het risico slachtoffer te worden van op zijn minst intimidatie.304 De intimidatie in de verslagperiode geschiedde niet alleen door niet- statelijke actoren, maar ook door overheidsfunctionarissen. Veel journalisten passen zelfcensuur toe of schrijven onder een pseudoniem. Sommige journalisten werden zonder opgaaf van reden gedetineerd, zoals Kamran Mir Hazar in juli 2007, die kritische artikelen schreef over de overheid.305 De bedreigingen en intimidaties van journalisten gingen in 2007 onverminderd door. Ook is het in de verslagperiode voorgekomen dat journalisten werden ontvoerd of zelfs vermoord. In juni 2007 werd een vrouwelijke journalist, Zakia
302 Report of the United Nations High Commissioner for Human Rights on the situation of human rights in Afghanistan and on the achievements of the technical assistance in the field of human rights, (A/60/343), 9 september 2005, blz 18.
303 IDMC, `Afghanistan: Fighting in the south sets off new displacement', 22 december 2006, blz. 6.

304 Zie ook paragraaf 3.3.1, Report of the High Commissioner for Human Rights on the situation of human rights in Afghanistan and on the achievements of technical assistance in the field of human rights', 5 maart 2007, A/HRC/4/98, blz. 12, USDoS, `Country Report on Human Rights Practices', 6 maart 2007, blz. 11.
305 AFP, 5 juli 2007.

67

Algemeen ambtsbericht Afghanistan | augustus 2007

Zaki vermoord. Zij was een uitgesproken critica van noordelijke krijgsheren.306 In de eerste drie maanden van 2007 waren er al ruim 40 meldingen van mishandeling van journalisten.307
3.4.4 Vrouwen
De situatie van vrouwen en meisjes in Afghanistan en vooral buiten Kaboel en andere grote steden is buitengewoon slecht.308 Dit komt niet alleen door extreme armoede en structurele discriminatie. Doordat de veiligheidssituatie in de verslagperiode met name in het zuiden is verslechterd en de invloed van fundamentalistische krachten is toegenomen, heeft de overheid allerminst betere waarborgen voor de handhaving van rechten voor vrouwen. Door de overheid gestarte programma's om de positie van vrouwen te verbeteren hebben nog weinig effect gesorteerd, maar dit kan dan ook pas op langere termijn worden verwacht.309 De grondwet van Afghanistan stelt dat mannen en vrouwen gelijk zijn. De implementatie van die bepaling is in heel Afghanistan slecht. De positie van de vrouw wordt voor een groot deel bepaald door de toepassing van strikte tradities. Zo bestaan er geen officiële kledingvoorschriften voor vrouwen. Niettemin zijn steeds meer vrouwen een burqa gaan dragen, daar ze dan minder risico lopen te worden aangevallen.310 Veel vrouwen worden ook door hun omgeving gedwongen een burqa te dragen.311 De status van vrouwen is laag en ze worden gezien als eigendom van de man.312 Ook hebben vrouwen structureel te lijden onder (traditionele) toepassing van de shari'a. In heel Afghanistan, de steden Kaboel, Herat en Mazar-i-Sharif incluis, komt op grote schaal geweld tegen vrouwen voor.313 Het geweld wordt gepleegd door in de
306 ABC News, 7 juni 2007.
307 AIHRC, 7 april 2007.

308 Report of the High Commissioner for Human Rights on the situation of human rights in Afghanistan and on the achievements of technical assistance in the field of human rights', 5 maart 2007, A/HRC/4/98, blz. 6, Amnesty International, `Annual Report', 2007, Ohmy News, 11 augustus 2007, UNIFEM, 14 augustus 2006, AIHRC, `Evaluation report on the general situation of women in Afghanistan'.
309 Report of the Secretary General, `The situation in Afghanistan and its implications for internationale peace and security', 15 maart 2007, s/2007/152, blz. 10.
310 Human Rights Watch, `Lessons in terror. Attacks on education in Afghanistan', juli 2006, blz. 67.

311 USDoS, `Country Report on Human Rights Practices', 6 maart 2007, blz. 20, UNHCR, Update of the Situation in Afghanistan and International Protection Considerations, June 2005, blz. 54.

312 Human Rights Watch, `Campaigning against fear. Women's participation in Afghanistan's 2005 election', blz. 5.

313 USDoS, `Country Report on Human Rights Practices', 6 maart 2007, blz. 18, AP, 15 maart 2007, UNIFEM, `Research on violence against women', Human Rights Watch, `Lessons in
68

Algemeen ambtsbericht Afghanistan | augustus 2007

eerste plaats familieleden.314 Het is voor een vrouw amper mogelijk zich te onttrekken aan geweld van de familie. Als ze wil scheiden van haar man, zal ze vaak niet de steun krijgen van haar eigen familie.315 Verder zijn veelal mensen uit de gemeenschap en ook uit staatsinstellingen verantwoordelijk voor geweld tegen vrouwen.316
De misdrijven waarvan vrouwen en meisjes het slachtoffer worden zijn heel divers. Uit angst voor vergeldingsmaatregelen door familie, stam of daders wordt amper aangifte gedaan van misdrijven jegens vrouwen.317 Bovendien bestaat er nauwelijks gerechtelijke bescherming tegen en is genoegdoening voor de vrouw niet mogelijk. In de eerste plaats hebben vrouwen vooral in de rurale gebieden te lijden onder huiselijk geweld.318 In de tweede plaats sluimert voor vrouwen in Afghanistan de continue dreiging van verkrachting of ander seksueel geweld. Die dreiging komt zowel van echtgenoten als van andere mannen (vooral lokale commandanten).319 In de derde plaats bestaat in Afghanistan een levendige vrouwenhandel, waaraan lokale commandanten zich straffeloos schuldig maken.320 In de vierde plaats komen zaken als bloedwraak; `bad'- en `zina'-misdrijven nog steeds voor.321 In het laatste geval kan een vrouw worden gedetineerd wegens overspel.322 Overspel moet dan wel gezien worden als verzamelnaam voor verdenking van seks buiten het huwelijk, het verlaten van de man etc. `Zina' is

terror. Attacks on education in Afghanistan', juli 2006, AIHRC, `Evaluation report on the general situation of women in Afghanistan'.
314 AIHRC, `Annual Report 2006' (juli 2007), blz. 54, USDoS, `Country Report on Human Rights Practices', 6 maart 2007, blz. 19.
315 OhmyNews, 11 augustus 2007, AP, 16 maart 2007. In, met name het westen, hebben tientallen vrouwen zichzelf in brand gestoken omdat ze geen uitweg zagen uit hun uitzichtloze situatie.

316 USDoS, `Country Report on Human Rights Practices', 6 maart 2007, blz. 20, UNIFEM, `Research on violence against women', blz. 30.
317 USDoS, `Country Report on Human Rights Practices', 6 maart 2007, blz. 19.
318 Report of the High Commissioner for Human Rights on the situation of human rights in Afghanistan and on the achievements of technical assistance in the field of human rights', 5 maart 2007, A/HRC/4/98, blz. 6.

319 Medica Mundial, `Women, peace and security in Afghanistan', januari 2007, blz. 25.
320 USDoS, `Country Report on Human Rights Practices', 6 maart 2007, blz. 23. Vrouwen werden onder meer verhandeld om van schulden af te komen. Zij werden seksueel geëxploiteerd. Dit lot kon ook jongens treffen. Slachtoffers van voornoemde misdaden werden sociaal uitgesloten.

321 Report of the High Commissioner for Human Rights on the situation of human rights in Afghanistan and on the achievements of technical assistance in the field of human rights', 5 maart 2007, A/HRC/4/98, blz. 5.

322 Zeker de helft van de vrouwen die gedetineerd waren, zaten een straf uit vanwege weglopen van huis of vanwege het overtreden van andere sociale mores, Report of the High Commissioner for Human Rights on the situation of human rights in Afghanistan and on the achievements of technical assistance in the field of human rights', 5 maart 2007, A/HRC/4/98, blz. 5.

69

Algemeen ambtsbericht Afghanistan | augustus 2007

nog steeds strafbaar volgens het Afghaanse wetboek van strafrecht, maar dan alleen als alle partijen hebben bekend. Dit levert de situatie op dat een vrouw wordt vervolgd indien zij `bekend' heeft te zijn verkracht. Verkrachting is namelijk niet letterlijk als zodanig omschreven in het Afghaanse wetboek van strafrecht.323 Bovendien wordt een verkrachte vrouw in Afghanistan vaak als een schande voor de familie gezien. De `bad'-zaken kunnen worden omschreven als het uitruilen van vrouwen. Als een man bijvoorbeeld een misdaad heeft begaan jegens een andere familie, kan hij een vrouw uit zijn eigen familie ter compensatie uithuwelijken.
Ontvoeringen, mishandelingen en zelfs moord op vrouwen, vinden meestal hun grond in een gedwongen huwelijk.324 Gearrangeerde huwelijken zijn wijdverbreid in Afghanistan. Veel meisjes worden gedwongen met een oudere man te trouwen of met een lokale commandant ter `bescherming' van de familie. Dit kan al plaatsvinden vanaf de leeftijd van zeven jaar. 325 Die meisjes zullen dan ook feitelijk de rest van hun leven bij hun echtgenoot en diens familie moeten doorbrengen. Weduwen mogen slechts huwen met familieleden van hun overleden man en worden daar regelmatig ook toe gedwongen.326 Het concept `alleenstaande vrouw' is voor de Afghaanse maatschappij niet makkelijk te vatten: vrouwen horen getrouwd te zijn. Vrouwen die alleenstaand zijn worden niet alleen als een schande voor hun familie gezien, maar vaak ook gestigmatiseerd als prostituee.327 Daaruit volgend lopen zij verhoogd risico op
323 Report of the High Commissioner for Human Rights on the situation of human rights in Afghanistan and on the achievements of technical assistance in the field of human rights', 5 maart 2007, A/HRC/4/98, blz. 18, huiselijk geweld en verkrachting staan niet (materieel) vermeld in het Wetboek van Strafrecht.
324 Medica Mundial, `Women, peace and security in Afghanistan', januari 2007, blz. 22. Ook mannen kunnen slachtoffer worden van geweld of zelfs moord als zij trouwen of een relatie hebben met een vrouw die eigenlijk voor iemand anders bestemd was. Zo is eind in Faryab een koppel om deze reden vermoord. Report of the High Commissioner for Human Rights on the situation of human rights in Afghanistan and on the achievements of technical assistance in the field of human rights', 5 maart 2007, A/HRC/4/98, blz. 7, USDoS, `Country Report on Human Rights Practices', 6 maart 2007, blz. 19, UNIFEM, `Research on violence against women', blz. 31.

325 De meisjes komen ook fysiek ná hun uithuwelijking bij hun echtgenoot te wonen. Van alle huwelijken in Afghanistan is 70 tot 80 % onder dwang tot stand gekomen, UNIFEM, `Afghanistan Factsheet May 2007', blz. 2.
326 Medica Mundial, `Women, peace and security in Afghanistan', januari 2007, blz. 25. In Kaboel leven zo'n 50.000 weduwen. Zij hebben het bijzonder moeilijk. RAWA, 9 april 2006.
327 NAV, nr8 september 2005, blz. 488, UNHCR, `Humanitarian considerations with regard to return to Afghanistan', mei 2006.

70

Algemeen ambtsbericht Afghanistan | augustus 2007

mishandeling en ontvoering. Alleenstaande vrouwen lopen in heel Afghanistan genoemd extra risico geschonden te worden in hun mensenrechten.328 De vrouwen die het aandurven zich aan hun omgeving te onttrekken komen vaak in nood vanwege het gebrek aan huisvesting. Van overheidswege worden nauwelijks opvanghuizen gebouwd om (vrouwelijke) slachtoffers van geweld in te huisvesten. Dergelijke initiatieven zijn weliswaar ontplooid in Herat, Mazar-i- Sharif en Kaboel,329 maar blijken in de praktijk weinig soelaas te bieden, vanwege de geringe beschikbaarheid van opvangplaatsen.
Geweld tegen vrouwen is in Afghanistan wijdverbreid en wordt gezien als een privé-zaak.330 Het gerechtelijke apparaat en ook vrouwen zelf zijn zich weinig bewust van vrouwenrechten. Voorzover de vrouwen al de kans krijgen hun zaak juridisch aanhangig te maken, biedt het rechtelijke apparaat geen bescherming. Vooral buiten de grote steden wordt recht gesproken volgens gewoonterecht, dat overal in Afghanistan de vrouwen niet beschermt. Bovendien legt het gewoonterecht strenge regels op wat betreft sociale mores.331 Vrouwen die aankloppen bij de rechtbank om bijvoorbeeld geweld tegen hen te melden, lopen gevaar mishandeld te worden.332
Binnen de nationale wetgeving bestaan omissies wat betreft misdaden jegens vrouwen. Al sinds 2003 liggen er wetsvoorstellen van de (inmiddels opgeheven) Judicial Reform Commission en AIHRC het strafrecht aan te passen. Zo zijn bepaalde misdaden tegen vrouwen en de sancties daarop niet nauwkeurig omschreven. In de verslagperiode is een wetsontwerp gemaakt inzake familiegeweld. Deze wet wacht nog op goedkeuring.333
328 IDMC, `Fighting in the south sets off new displacement', 22 december 2006, blz. 7, UNHCR, `Humanitarian considerations with regard to return to Afghanistan', mei 2006, UNHCR, Update of the Situation in Afghanistan and International Protection Considerations, June 2005, blz. 54.

329 USDoS, `Country Report on Human Rights Practices', 6 maart 2007, blz. 19, UNIFEM, `Progress note on protection responses to women-at-risk: moving towards an integrated strategy for Afghanistan', blz. 8. Het zij opgemerkt dat de opvanghuizen niet van overheidswege worden gebouwd.

330 Medica Mundial, `Women, peace and security in Afghanistan', januari 2007, blz. 21. Eén op de twee vrouwen heeft geweld binnen haar familie meegemaakt.
331 Report of the High Commissioner for Human Rights on the situation of human rights in Afghanistan and on the achievements of technical assistance in the field of human rights', 5 maart 2007, A/HRC/4/98, blz. 5.

332 Report of the United Nations High Commissioner for Human Rights on the situation of human rights in Afghanistan and on the achievements of the technical assistance in the field of human rights, (A/60/343), 9 september 2005, blz 11.
333 Report of the High Commissioner for Human Rights on the situation of human rights in Afghanistan and on the achievements of technical assistance in the field of human rights', 5 maart 2007, A/HRC/4/98, blz. 6.

71

Algemeen ambtsbericht Afghanistan | augustus 2007

In Afghanistan bekleden vrouwen weliswaar functies op hoge posities, maar procentueel zijn ze gering in aantal. Binnen de rechtelijke macht zijn er bijvoorbeeld vrouwelijke rechters, maar op de sleutelposities ontbreken ze.334 Vrouwen worden gediscrimineerd wat betreft toegang tot de arbeidsmarkt.335 Vrouwen die zich manifesteren als voorvechtsters van vrouwenrechten, vrouwen die werken voor (vrouwen) NGO's en vrouwen die publieke functies vervullen lopen risico in hun mensenrechten te worden geschonden. De risico's zijn vooral aanwezig in het zuiden en oosten van Afghanistan.336 De toegang van vrouwen tot gezondheidszorg in Afghanistan is slecht. Dit komt door een schaarste aan vrouwelijk medisch personeel en de beperkte bewegingsvrijheid van vrouwen. Sterfte bij bevallingen komt zeer regelmatig voor: per 100.000 bevallingen sterven 1900 vrouwen.337 De toegang van vrouwen tot onderwijs is slecht.338 Net als in de vorige verslagperiode is er een hele reeks aan aanslagen gepleegd op met name meisjesscholen.339 Scholen, meisjes en leraren werden voornamelijk door Taliban en strijders van Hekmatyar aangevallen.340
Op grond van het civiele recht beschikken vrouwen over dezelfde handelingsbekwaamheid als mannen. In de praktijk, waarin de shari'a en tribaal recht wordt toegepast, blijkt evenwel dat met name op het platteland vrouwen bepaalde handelingen als het kopen van land niet kunnen verrichten.341 Verder hebben vrouwen nauwelijks rechten, bijvoorbeeld als het aankomt op overerving. Afghanistan kent twee wijzen van juridische totstandkoming van een huwelijk. De ene categorie betreft een reguliere akte die wordt ingeschreven bij de lokale
334 Er zitten geen vrouwen in het Hooggerechtshof, van de 1547 rechters waren er 62 vrouw. UNIFEM Afghanistan Factsheet, 7 mei 2007.
335 USDoS, `Country Report on Human Rights Practices', 6 maart 2007, blz. 18.
336 Report of the Secretary General, `The situation in Afghanistan and its implications for internationale peace and security', 15 maart 2007, s/2007/152, blz. 10.
337 UNIFEM Afghanistan Factsheet, 7 mei 2007.
338 Slechts 19 % van de scholen in Afghanistan is erop ingericht ook onderwijs aan meisjes te geven. USDoS, `Country Report on Human Rights Practices', 6 maart 2007, blz. 21.
339 BAAG, april 2007, blz. 4. In april werden bijvoorbeeld de hoofden van twee meisjesscholen in Khost vermoord. Human Rights Watch, `Lessons in terror. Attacks on education in Afghanistan', juli 2006, blz. 3 en 126.
340 Amnesty International, `Afghanistan. All who are not friends are enemies: Taleban abuses against civilians', april 2007, blz. 17. Ook lokale commandanten maakten zich schuldig aan aanvallen op scholen.

341 USDoS, `Country Report on Human Rights Practices', 6 maart 2007, blz. 20.
72

Algemeen ambtsbericht Afghanistan | augustus 2007

rechtbank.342 De tweede categorie is een traditionele (rechts) handeling waarvan niet noodzakelijkerwijs een akte werd opgemaakt. Bewijs van een dergelijk huwelijk kan bestaan uit een mondelinge verklaring dat er een huwelijk is gesloten in het bijzijn van onder andere een mullah. Ruim 90% van de huwelijken komt op die wijze tot stand. Officieel moet de bruid minstens 16 zijn als ze trouwt, maar in de praktijk wordt die regel vaak met voeten getreden.343 Het beëindigen van een huwelijk in Afghanistan kan zeker op problemen stuiten. Zo zijn zaken bekend waarin een scheiding naderhand door de man werd ontkend. AIHRC stuurt aan op wetgeving inzake registratie van huwelijkscontracten. In de meeste scheidingszaken (in Kaboel) zijn geen officiële documenten voorhanden. Scheiden is voor Afghaanse vrouwen een moeilijke onderneming, daar een scheiding dikwijls een schande over de familie werpt.In 2006 zijn er in heel Afghanistan 158 echtscheidingen uitgesproken.344
Conservatieve islamitische krachten in de Afghaanse politiek blokkeren veel wetgeving. Desalniettemin pogen onder meer het ministerie van Vrouwenzaken en AIHRC meer bewustwording te creëren voor vrouwenrechten. In totaal zijn er meer dan 100 organisaties in Afghanistan actief die op de een of andere manier betrokken zijn bij de belangenbehartiging voor vrouwen. De meeste van die organisaties bevinden zich in Kaboel.345
Westerse vrouwen die met Afghanen zijn getrouwd hebben het niet per sé moeilijker dan Afghaanse vrouwen. In de praktijk is gebleken dat de eerste ­zeer kleine- groep vaak weinig problemen ondervond vanwege de minder traditionele families waarbij ze waren gaan horen.
De volgende categorieën vrouwen lopen volgens de UNHCR bij terugkeer naar Afghanistan verhoogd risico slachtoffer te worden van mensenrechtenschendingen.346 Hierbij dient te worden aangetekend dat de mate
342 In de verslagperiode is een nieuw ­standaard- huwelijkscontract door het Hooggerechtshof goedgekeurd. Dit 15 pagina's tellende document (een Nika Nama) stelt onder meer dat de bruidegom er zeker van moet zijn dat zijn bruid tenminste 16 jaar oud is, IRIN, 14 maart 2007.

343 Bij 57 % van de huwelijken is de vrouw jonger dan 16 jaar, UNIFEM, `Afghanistan Factsheet May 2007', blz. 2.

344 UNIFEM Afghanistan, Factsheet Mei 2007
345 Medica Mundial, `Women, peace and security in Afghanistan', januari 2007, blz. 31.
346 UNHCR, Update of the Situation in Afghanistan and International Protection Considerations, June 2005, blz. 55, 61, 62, 63. UNHCR, `Humanitarian consideration with regard to return to Afghanistan', mei 2006. Het zij opgemerkt dat UNHCR het eveneens risicovol vindt als onbegeleide bejaarden, gehandicapten en geestelijk zieke mensen terugkeren als geen van hen kan rekenen op steun van een gemeenschap.
73

Algemeen ambtsbericht Afghanistan | augustus 2007

van risico het slachtoffer te worden van mensenrechtenschendingen sterk afhangt van de omgeving of familie waarin de vrouw (in alle categorieën) zich bevindt.
- Vrouwen die zonder begeleiding reizen.
- Vrouwen die slachtoffer zijn geweest van verkrachting.
- Alleenstaande vrouwen die niet kunnen rekenen op steun van een man of gemeenschap.

- Alleenstaande (vrouwelijke) ouders met kleine kinderen zonder aanwezigheid van een kostwinner. Overigens meent UNHCR dat ook onbegeleide kinderen bij terugkeer een groot risico op mensenrechtenschendingen lopen: zijn hebben meer kans slachtoffer te worden van kinderhandel en kinderarbeid.347
- Vrouwen die de geldende sociale zeden overschrijden of waaraan dergelijk gedrag wordt toegeschreven. Onder deze laatste categorie vallen onder meer Afghaanse vrouwen die zonder toestemming van de familie met een buitenlander zijn getrouwd. (In het bijzonder geldt dit voor vrouwen die met niet-moslims zijn getrouwd, hetgeen als overtreding van de grondbeginselen van de islam wordt beschouwd.) Ook behoren tot deze categorie Afghaanse vrouwen die een westerse levensstijl hebben aangenomen die als overschrijding van de in Afghanistan geldende sociale zeden wordt aangemerkt en die zo fundamenteel onderdeel is van hun identiteit dat onderdrukking daarvan volgens UNHCR als vervolging kan worden aangemerkt.
3.4.5 Niet-moslims
Hindoes en sikhs
Er leven ongeveer 100 hindoe-families en 1.500 sikhs in Afghanistan.348 Tot 1992 konden zij hun religie vrij uitoefenen. Tijdens de Mujahedinperiode en het Taliban-regime werden veel tempels vernietigd of gebruikt als militaire bases. Tegenwoordig zijn er in Afghanistan vijf of zes gurdwaras (plaatsen waar sikhs hun erediensten houden) in Kaboel en zes hindoe-tempels verspreid over vier steden (Ghazni, Jalalabad, Kandahar en Khost). Als sikhs en hindoes genoemde religieuze plaatsen bezoeken, worden ze zelden bedreigd.349 Echter, net als andere minderheden heeft de gemeenschap nog altijd te lijden onder een rigoureuze en minder tolerante toepassing van orthodoxe islamitische waarden van de zijde van zowel de overheid als de verschillende facties. Zij zijn slachtoffer van verschillende vormen van intimidatie op publieke plaatsen en zij durven hun kinderen niet naar publieke scholen te sturen uit angst dat zij mishandeld of belachelijk gemaakt zullen worden.350 Hindoes en sikhs die zijn teruggekeerd
347 UNHCR, `Humanitarian consideration with regard to return to Afghanistan', mei 2006.
348 USDoS, `International Religious Freedom Report 2006', maart 2007, blz. 2.
349 Idem.

350 USDoS, `International Religious Freedom Report 2006', maart 2007, blz. 8.
74

Algemeen ambtsbericht Afghanistan | augustus 2007

vanuit India, hebben aangegeven dat zij niet in staat waren hun door anderen toegeëigende land terug te krijgen. Vaak durfden zij ook geen juridische stappen te ondernemen uit angst voor represailles van de lokale commandanten die hun land bezet houden.351 Voorts werd het hindoes en sikhs moeilijk gemaakt hun doden te cremeren of religieuze feesten te vieren.352
Christenen
Het is onduidelijk hoeveel christenen er in Afghanistan leven. Door de meeste bronnen wordt hun aantal tussen enige honderden en enige duizenden geschat.353 Er zijn geen christelijke scholen.354 De enige kerk die in Kaboel staat, is niet toegankelijk voor Afghanen. Omdat ze anders het risico lopen in hun mensenrechten te worden geschonden, komen Afghaanse christenen bijeen op geheime plaatsen.355 Omdat de christenen die er zijn hun geloof in het geheim belijden, is er weinig bekend over hun positie. De christenen die zich over hun geloof uitspreken, lopen in ieder geval het risico te worden geïntimideerd en bedreigd.356
Bekeerlingen
Volgens de grondwet is het praktiseren van andere religies formeel niet verboden (artikel 2). Echter, volgens artikel 3 van de grondwet mag niet één wet strijdig zijn met de voorschriften van de islam. Onder het gewoonterecht en de shari'a zijn blasfemie en afvalligheid niet geaccepteerd en kunnen leiden tot het opleggen van de doodstraf. Bekeerlingen lopen ernstig risico in hun mensenrechten te worden geschonden.357
Na de zaak Rahman in maart 2006, is een aantal maal melding gemaakt van bekeerlingen die door lokale religieuze leiders waren beschuldigd van afvalligheid.358 Het zijn niet alleen de conservatieve gerechtelijke instanties die een dreiging kunnen vormen voor bekeerlingen, maar vooral de sociale kring rond
351 USDoS, `Country Report on Human Rights Practices', 6 maart 2007, blz. 14.
352 USDoS, `International Religious Freedom Report 2006', maart 2007, blz. 1.
353 AP, 19 maart 2006, RFE, 28 maart 2006, AFP 17 april 2006, USDoS, `International Religious Freedom Report 2006', maart 2007, blz. 2.
354 USDoS, `International Religious Freedom Report 2005'.
355 AFP, 17 april 2006, USDoS, `International Religious Freedom Report 2006', maart 2007, blz. 4.

356 USDoS, `Country Report on Human Rights Practices', 6 maart 2007, blz. 14.
357 Als voorbeeld dient de vervolging van de tot christen bekeerde Rahman in 2006, zijn vervolging geschiedde op grond van artikel 130 van de grondwet. Ten principale is nog geen uitspraak gedaan of Rahman terecht vervolgd werd voor afvalligheid. Amnesty International, `Afghanistan: case of Abdul Rahman underlines urgent need for judicial reform', 22 maart 2006, USDoS, `International Religious Freedom Report 2006', maart 2007, blz. 4.
358 Report of the High Commissioner for Human Rights on the situation of human rights in Afghanistan and on the achievements of technical assistance in the field of human rights', 5 maart 2007, A/HRC/4/98, blz. 12.

75

Algemeen ambtsbericht Afghanistan | augustus 2007

de bekeerling zelf. Indien iemand zich bekeert, ervaart de familie van de bekeerling dit als een schande die ook op de familie zelf afstraalt. Het risico bestaat dat de omgeving van een bekeerling zelf het recht in handen neemt. 3.4.6 Taliban
Algemeen wordt aangenomen dat de meeste reguliere manschappen van de Taliban inmiddels zijn teruggekeerd naar hun plaatsen van herkomst in Afghanistan dan wel Pakistan. Vele honderden Talibanstrijders zijn in 2002 door de interim-regering vrijgelaten, omdat zij door de Taliban gedwongen waren voor hen te vechten. President Karzai heeft een amnestie afgekondigd voor reguliere manschappen, die niet verdacht worden van mensenrechtenschendingen. De reeds genoemde commissie onder leiding van oud-president Mojadeddi onderzoekt de mogelijkheden voor verdere reconciliatie. Op dit moment zijn vele duizenden Taliban strijders in Afghanistan actief.
Mensen die openlijk de Taliban (en Hezb-i-Islami van Hekmatyar) steunen, lopen groot risico slachtoffer te worden van geweld in de plaatsen waar de Taliban het niet voor het zeggen hebben. Teneinde zelf meer macht te krijgen of oude rekeningen te vereffenen of geld af te persen, worden in Oost en Zuid-Oost Afghanistan regelmatig mensen door lokale commandanten al dan niet valselijk van beschuldigd Taliban-aanhanger te zijn.359 3.4.7 Ex-communisten
Veel voormalige DVPA-leden en medewerkers van de voormalige inlichtingendiensten KhAD en WAD, werken momenteel voor de Afghaanse overheid, waaronder de veiligheidsdienst. Door oud-DVPA leden zijn verscheidene nieuwe partijen gevormd. Alhoewel ex-communisten van de zijde van de regering niets te vrezen hebben, lopen zij mogelijk toch een risico slachtoffer te worden van mensenrechtenschendingen als zij geen bescherming genieten van invloedrijke facties of stammen. De mate waarin zij risico lopen, hangt af van verschillende factoren, waaronder de persoonlijke omstandigheden; de familie-achtergrond; de rang of positie die zij ten tijde van het communistische regime hebben bekleed en de mate waarin zij geassocieerd worden met de mensenrechtenschendingen tussen 1978 en 1992.360 De volgende groepen lopen volgens de UNHCR mogelijk risico, indien zij geen banden onderhouden met de huidige invloedrijke islamitische en politieke partijen of stammen:361

359 UNHCR, Update of the Situation in Afghanistan and International Protection Considerations, June 2005, blz. 48.

360 ACCORD, UNHCR ­ COI Network III, Country Report Afghanistan (Information Seminar - Vienna, 21-22 juni 2007), blz. 36
361 Ibidem

76

Algemeen ambtsbericht Afghanistan | augustus 2007


- personen die een hoge rang of positie hebben bekleed binnen de Democratische Volkspartij van Afghanistan (DVPA), ongeacht of zij tot de Parcham of Khalq-factie hebben behoord. Zij lopen risico indien zij publieke bekendheid genoten. Tot deze groep behoren ook leden van het Centrale Comité en van de provinciale comités en hun familieleden en leiders en andere hooggeplaatste personen van publieke instanties die aan de DVPA verbonden waren.

- sommige voormalige militaire functionarissen, leden van de politie en de veiligheidsdienst KhAD/WAD lopen een risico van de zijde van de bevolking (familie van slachtoffers) aangezien zij worden geïdentificeerd met de mensenrechtenschendingen gedurende het communistische regime. 3.4.8 Homoseksuelen
Over de positie van homoseksuelen is weinig bekend. Homoseksualiteit is in Afghanistan een taboe, en daardoor zeer moeilijk bespreekbaar. Het Afghaanse wetboek van strafrecht noch de Afghaanse grondwet bevatten expliciete bepalingen over homoseksualiteit. Volgens het wetboek van strafrecht kunnen overspel en pederastie worden bestraft met een gevangenisstraf van vijf tot vijftien jaar. De grondwet bepaalt voorts dat als de wet terzake niets voorschrijft, de shari'a kan worden toegepast.
Onder de shari'a zijn seksuele handelingen tussen mensen van hetzelfde geslacht niet toegestaan. Ofschoon onder islamitische rechtsgeleerden geen consensus bestaat over de bestraffing van homoseksualiteit onder de shari'a, kan in Afghanistan niet worden uitgesloten dat de doodstraf wordt opgelegd. Er zijn geen gevallen bekend van homoseksuelen in Afghanistan die om die reden ter dood zijn veroordeeld of zijn geëxecuteerd. Ook gevallen van vervolging of veroordeling van homoseksuelen in Afghanistan of van mensen die homoseksuele handelingen verrichten zijn niet bekend.
Het begrip homoseksualiteit zoals dat in het Westen wordt erkend, wordt in Afghanistan niet gehanteerd. Homoseksuelen in Afghanistan houden hun geaardheid geheim.362 Indien iemand openlijk homoseksueel is, zal hij of zij waarschijnlijk op zijn minst door zijn of haar familie worden uitgesloten. Er zijn geen mensenrechtenorganisaties in Afghanistan die zich sterk maken voor de rechten van homoseksuelen.

362 USDoS, `Country Report on Human Rights Practices', 6 maart 2007, blz. 24.
---

Algemeen ambtsbericht Afghanistan | augustus 2007

3.4.9 Minderjarigen
In sommige zuidelijke regio's is het risico voor jonge jongens groter slachtoffer te worden van seksueel geweld dan voor jonge meisjes. Het komt vaak voor dat krijgsheren jongens misbruiken. Dit is algemeen bekend en de daders ondervinden geen represailles. Het gaat met name om Kandahar, Helmand en Uruzgan, maar het komt ook in andere zuidelijke provincies voor. Tevens waren er meldingen van seksueel geweld jegens jongens in Parwan, Kunduz, Takhar en Faryab.


78

Algemeen ambtsbericht Afghanistan | augustus 2007

4 Migratie
4.1 Migratiestromen en ­motieven
4.1.1 Terugkeer algemeen
Sinds 2002 zijn meer dan 5 miljoen Afghanen naar hun vaderland teruggekeerd, grotendeels gefaciliteerd door UNHCR. Het grootste gedeelte van de vluchtelingen keerde terug vanuit Iran en Pakistan. Vanuit dat laatste land zijn meer dan drie miljoen mensen teruggekeerd. In 2007 lag het aantal terugkeerders vanuit Pakistan op iets meer dan 300.000 (stand per juli 2007). Vanuit Iran zijn in totaal meer dan 1,8 miljoen mensen teruggekeerd.363 In 2007 zijn vanuit Iran meer dan 100.000 Afghanen naar Afghanistan teruggekeerd (stand juni 2007).364 Een kwart van de teruggekeerde vluchtelingen had in 2007 Kaboel als eindbestemming. Provincies waar ook veel vluchtelingen naartoe terugkeerden waren Nangarhar, Herat en Kunduz.365
Sinds de zomer van 2005 zijn in Iran de onderwijsgelden omhoog gegaan voor Afghaanse vluchtelingen, net als de kosten voor gezondheidszorg. Deze maatregelen werden ingezet als drukmiddel om het land te verlaten.366 In de afgelopen verslagperiode is het niet alleen bij druk gebleven: de Iraanse autoriteiten hebben tienduizenden Afghanen het land uitgezet.367 Ook vanuit Pakistan vindt druk plaats op Afghanen dat land te verlaten. In Pakistan zijn in de verslagperiode verscheidene vluchtelingenkampen gesloten en werden bewoners ervan gesommeerd Pakistan te verlaten.368 4.1.2 Terugkeer vanuit Nederland
Het in maart 2003 ondertekende Memorandum of Understanding tussen Nederland, Afghanistan en UNHCR is nog van kracht en heeft gedwongen uitzetting mogelijk gemaakt. In totaal zijn er meer dan 50 Afghanen uitgezet naar Afghanistan.
Sinds de val van het Talibanbewind zijn al meer dan 800 personen vrijwillig naar Afghanistan teruggekeerd. Het grootste gedeelte hiervan werd bij terugkeer geassisteerd door IOM. Die assistentie bestond onder meer uit medische
363 UNHCR, 10 augustus 2007.
364 BAAG, juni 2007, blz. 10.
365 UNHCR, `Operational information summary report up-date', maart 2002 ­ maart 2007, blz. 2.

366 UNHCR Operational Information. Monthly Summary Report, February 2005.
367 Economist Intelligence Unit, `Country report on Afghanistan', juli 2007, blz. 13.
368 UNHCR, 27 juli 2007.

79

Algemeen ambtsbericht Afghanistan | augustus 2007

voorzieningen bij aankomst, transport en een geldbedrag. Vrijwillige terugkeerders kunnen gebruik maken van de REAN en REAN +-programma's (Return and Emigration of Aliens from the Netherlands). In de zomer van 2006 liep het REAN + programma af en konden mensen die normaliter onder de REAN + regeling zouden vallen een beroep doen op Herintegratieregeling project Terugkeer. Voorts kon iedere terugkeerder een beroep doen op de voorzieningen van het door de Europese Commissie-gesponsorde RANA-project (Return, reception and reintegration of Afghan nationals to Afghanistan). Dit programma is in de verslagperiode afgelopen. Over een vervolgproject is nog niets bekend. In april 2006 is het programma Temporary Return for Qualified Nationals van start gegaan. Onder dit programma kunnen hoogopgeleide mensen tijdelijk naar hun land van herkomst terugkeren om daar mee te helpen aan het wederopbouwproces. Het programma is bedoeld voor een zestal landen, waaronder Afghanistan. Onder het TRQN-programma zullen in ieder geval 25 mensen tijdelijk naar Afghanistan terugkeren. Alle projecten en programma's die hierboven zijn beschreven, worden in Afghanistan uitgevoerd door IOM. De organisatie meent dat de programma's succesvol verlopen. Echter, groter succes is volgens IOM mogelijk indien de Afghanen in Nederland zich meer bewust zouden worden van de mogelijkheden van de genoemde programma's.
4.1.3 Problemen bij terugkeer
Gebrek aan huisvesting en werkgelegenheid zijn de grootste problemen waarmee terugkeerders te kampen krijgen. De problemen zijn in de afgelopen verslagperiode niet verminderd.369 De toegenomen onveiligheid heeft ook voor terugkeerders negatieve consequenties.
De huurprijzen binnen de uit de voegen groeiende hoofdstad Kaboel zijn hoog. Daarbij komt dat door het gebrek aan werkgelegenheid het voor veel terugkeerders moeilijk is een bestaan op te bouwen in de hoofdstad, die desondanks wel het leeuwendeel van de stroom terugkeerders absorbeert. Momenteel verstrekt de overheid gratis stukken land aan terugkeerders op de heuvels rond de stad, waar ze zelf woningen bouwen. Rioleringen en sanitair zijn, indien aanwezig, van een povere kwaliteit.370

369 IDMC, `Afghanistan: Fighting in the south sets off new displacement', 22 december 2006, blz. 6, UNHCR, Update of the Situation in Afghanistan and International Protection Considerations, June 2005, blz. 34, AIHRC, `Economic and Social Rights in Afghanistan', mei 2006, blz. 3

370 AIHRC, `Economic and Social Rights in Afghanistan', mei 2006, blz. 23, UNHCR, Update of the Situation in Afghanistan and International Protection Considerations, June 2005, blz. 34.

80

Algemeen ambtsbericht Afghanistan | augustus 2007

Buiten Kaboel is het overgrote deel van de bevolking voor de inkomsten afhankelijk van de landbouw. Goede landbouwgronden zijn schaars voor terugkeerders. In de eerste en voornaamste plaats zijn veel stukken land door lokale krijgsheren bezet. Daarnaast is het dikwijls ook onduidelijk wie precies eigenaar is van een perceel.371 Gedurende de verscheidene machtsregimes zijn stukken land al dan niet terecht van eigenaar gewisseld. In de noordelijke regio's zijn diverse initiatieven van de grond gekomen die tot doel hebben geschillen over landeigendom op te lossen. Van overheidswege is de `Return Commission' opgericht. Deze bemiddelt ­voornamelijk op districtsniveau- in conflicten over landeigendom en bestaat uit vertegenwoordigers van de drie grootste noordelijke facties, Junbesh-i-Melli, Jamniat-i-Islami, Hezb-i- Wahdat, UNAMA en UNHCR.
In veel individuele gevallen biedt de Norwegian Refugee Council (NRC) hulp bij een juridische procedure. De NRC maakt mensen in de eerste plaats bewust van de juridische mogelijkheden. Belangrijker nog: hij brengt onpartijdige shura's (raden) bij elkaar en kaart misstanden aan bij lokale leiders. Mochten die betrokken zijn bij het conflict en een juridische procedure uit de weg gaan, dan meldt de NRC dit als schending bij hogere instanties. Echter, de door de NRC gebruikte formule krijgt vooralsnog slechts voet aan de grond in het noorden. In het zuiden is het bijvoorbeeld veel moeilijker een onpartijdige shura bijeen te laten komen.372 De economische situatie van terugkeerders is in het zuiden nog slechter dan elders. Die situatie beïnvloedt het bestaan dermate negatief, dat de veiligheid van veel terugkeerders in gevaar is gekomen. Lokale commandanten strijden onderling om bijvoorbeeld vruchtbaar land en hout. Mensen worden zodoende gedwongen partij te kiezen in conflicten die hen in principe niet aan zouden moeten gaan.373 In het westen doen zich problemen voor aangaande de opvang van terugkerende (jonge) mannen vanuit Iran. In veel gevallen werden zij totaal berooid over de grens gezet. UNHCR ontfermt zich vooralsnog over deze mensen maar de vraag is hoe het hen zal vergaan als UNHCR ook zijn activiteiten in het westen uitfaseert.
371 http://www.nrc.no/print.aspx?did=9169435, geraadpleegd op 20 augustus 2007.
372 www.nrc.no/NRC/eng/programmes/Afghanistan_Pakistan.htm, geraadpleegd op 21 december 2005.

373 UNHCR, Update of the Situation in Afghanistan and International Protection Considerations, June 2005, blz. 35.

81

Algemeen ambtsbericht Afghanistan | augustus 2007

4.2 Opvang binnenlandse ontheemden
Het aantal binnenlandse ontheemden in Afghanistan is ruwweg in twee groepen te delen. In de eerste plaats leven in het zuiden en westen van Afghanistan sinds vijf jaar ongeveer 130.000 mensen in kampen.374 Dit zijn vooral Pashtuns en Kuchi's die het noorden en westen zijn ontvlucht na de omverwerping van het Taliban- regime. Hun ontheemding was het gevolg van dreigend geweld en droogte. De grootste kampen bevinden zich in het zuiden: te Panjwayi (ongeveer 43.000 ontheemden) en Zehray Dhast (ongeveer 39.000 ontheemden).375 Een groot gedeelte van deze ontheemden in het zuiden zal zich daar waarschijnlijk permanent vestigen.376 UNHCR zal in 2007 voor het laatst ontheemden van deze groep assisteren in hun terugkeer naar hun oorspronkelijke leefgebieden.377 De tweede groep binnenlandse ontheemden is vanwege het recente geweld in het zuiden op de vlucht geslagen. Waarschijnlijk gaat het om 80.000 mensen die ontheemd zijn geraakt. Deze leven onder moeilijke omstandigheden in Helmand en Kandahar.378
4.3 Opvang in de regio
Pakistan
Een telling van UNHCR in Pakistan heeft in 2005 uitgewezen dat er zich daar iets meer dan drie miljoen Afghanen bevonden. Een groot deel daarvan (80 %) had niet de intentie naar het vaderland terug te keren.379 In oktober 2006 is de Pakistaanse overheid begonnen met de registratie van de Afghaanse vluchtelingen in Pakistan die bij voornoemde telling zijn geteld. De geregistreerde vluchtelingen krijgen een identiteitskaart en daarmee het recht nog drie jaar in Pakistan te blijven. Na die drie jaar zijn ze echter verplicht het land te verlaten.380 In totaal bevonden zich aan het eind van de verslagperiode iets meer dan 2 miljoen geregistreerde Afghanen in Pakistan. De tripartite-overeenkomst tussen UNHCR,
374 UNHCR, 27 maart 2007, UNHCR, 20 augustus 2007, UNHCR Operational Information. Monthly Summary Report, March 2007, blz. 4, IDMC, `Afghanistan: Fighting in the south sets off new displacement', 22 december 2006, blz. 1. Aanvankelijk raakten honderdduizenden mensen in 2001 ontheemd. Sinds 2002 zijn van deze groep ontheemden bijna 500.000 teruggekeerd naar hun oorspronkelijke leefgebied.
375 UNHCR Operational Information. Monthly Summary Report, February 2007, blz. 24.
376 UNHCR Operational Information. Monthly Summary Report, February 2005
377 UNHCR, 27 maart 2007, UNHCR verwacht dat in 2007 15.000 ontheemden ­van genoemde groep- terug zullen keren naar hun oorspronkelijke leefgebieden.
378 IRIN, 16 augustus 2007.

379 DAWN Group of Newspapers, 19 mei 2005.
380 BBC News, 16 oktober 2006, AP, 16 oktober 2006, UNHCR, 16 oktober 2006. Tot en met 15 april 2007 konden niet-geregistreerde Afghanen bij vrijwillige terugkeer $100 ontvangen. Ruim 200.000 Afghanen hebben van die regeling gebruik gemaakt, UNHCR, 16 april 2007.
82

Algemeen ambtsbericht Afghanistan | augustus 2007

Pakistan en Afghanistan dat de vrijwillige terugkeer vanuit Pakistan regelt, is verlengd tot en met 2010.381
In de verslagperiode zijn wederom vluchtelingenkampen gesloten, waaronder het Kacha Garhi kamp. In Kacha Garhi verbleven ongeveer 64.000 Afghanen.382 De sluiting maakte onderdeel uit van de afspraak tussen Pakistan, Afghanistan en UNHCR in 2007 vier grote vluchtelingenkampen te sluiten.383 Iran
Volgens schattingen van UNHCR leven er ongeveer 920.000 geregistreerde Afghaanse vluchtelingen in Iran. Een groot gedeelte daarvan leeft al 20 jaar in Iran en zou er, theoretisch gezien, kunnen blijven.384 In de verslagperiode is Iran begonnen met het uitzetten van niet geregistreerde, illegale Afghanen naar hun vaderland. Aan het eind van de verslagperiode heeft Iran 160.000 Afghanen het land uitgezet, die er tijdelijk woonden en werkten.385 Echter, er zouden ook veel geregistreerde vluchtelingen zijn uitgezet.386 Veel uit Iran gezette Afghanen kwamen terecht in Zaranj, Nimroz, waar ze in tijdelijke tentenkampen werden opgevangen.387
Enige duizenden Afghanen die werden uitgezet zouden tijdens de uitzetting zijn mishandeld.388 Iran's beslissing Afghanen uit te zetten dient te worden bezien tegen de achtergrond van hoge werkloosheid in bepaalde delen van het land.389 4.4 Activiteiten van internationale organisaties In Afghanistan zijn tal van internationale organisaties actief, waaronder veel VN- organisaties. UNAMA heeft 8 regionale kantoren en was voornemens het aantal provinciale kantoren uit te breiden van 7 naar 11.390 De belangrijkste taak van UNHCR was hulp bij reïntegratie van teruggekeerde Afghanen en ontheemden. Dit geschiedde zowel in de vorm van hulp bij transport
381 UNHCR, 2 augustus 2007.

382 UNHCR, 27 juli 2007.

383 UNHCR, 17 mei 2007. De andere kampen betreffen Jungle Pir Alizai, Girdi Jungle en Jalozai.

384 IRIN, 14 mei 2007.

385 Reuters, 6 augustus 2007.
386 HRW, 19 juni 2007.

387 IRIN, 14 mei 2007.

388 HRW, 19 juni 2007, IRIN, 14 mei 2007.
389 Economist Intelligence Unit, `Country Report on Afghanistan', juli 2007, blz. 14.
390 Report of the Secretary General, `The situation in Afghanistan and its implications for internationale peace and security', 15 maart 2007, s/2007/152, blz. 3.
83

Algemeen ambtsbericht Afghanistan | augustus 2007

als het opnemen van terugkeerders in ontwikkelingsprogramma's. Hierbij werd samengewerkt met de overheden van Afghanistan, Pakistan en Iran.391 IOM werkt vanuit 8 kantoren in Afghanistan en is in eerste instantie voornamelijk actief bij de begeleiding van terugkeerders en ontheemden.392 Voorts houdt ze zich bezig met reïntegratie van gedemobiliseerde strijders in het noorden en westen van Afghanistan.
Op verscheidene gebieden heeft het Internationale Comité van het Rode Kruis (ICRC), onder meer in samenwerking met de Afghaanse Rode Halve Maan, de inwoners van Afghanistan hulp geboden, onder meer via hulp bij gezondheidszorg. ICRC had zijn hoofdkantoor in Afghanistan in Kaboel en sub- kantoren in Herat, Mazar-e-Sharif, Kandahar, Jalalabad, Gulbahar, Faizabad en Bamiyan.393


391 UNHCR `Global report 2006', blz. 353.
392 Kaboel, Herat, Maimana, Mazar-I-Sharif, Kunduz, Bamiyan, Gardez en Kandahar.
393 ICRC, `Afghanistan: ICRC activities January to June 2007', 2 augustus 2007.
84

Algemeen ambtsbericht Afghanistan | augustus 2007

Literatuur
Afghan Independent Human Rights Commission (AIHRC), `Annual Report' (juli 2004)
AIHRC Annual Report, 2004-2005 (2005)
AIHRC, A call for Justice (Kaboel 2005)
AIHRC, `Economic and Social Rights in Afghanistan' (mei 2006) AIHRC, `Evaluation report on the general situation of women in Afghanistan' (2006)
AIHRC, `Annual Report 2006', juli 2007
AIHRC-UNAMA, `Joint Verification of Political Rights', First Report (19 april ­ 3 juni 2005)
AIHRC-UNAMA, `Joint Verification of Political Rights', Second Report (4 juni ­ 16 augustus 2005)
AIHRC-UNAMA, `Joint Verification of Political Rights', Third Report (17 augustus ­ 13 september 2005)
Afghan Justice Project, `Casting Shadows. War Crimes and Crimes against Humanity' (2005)
Afghanistan Research and Evaluation Unit (AREU), `Ending impunity and building justice in Afghanistan' (december 2003)
AREU, Caught in confusion (Kaboel, 2005)
AREU, Provincial governance structures in Afghanistan: from confusion? (Kaboel 2006)
AREU, `Cops or robbers? The struggle to reform the Afghan National Police', juli 2007
Amnesty International, `Afghanistan. Crumbling prison system desperately in need of repair' (Kaboel, 8 juli 2003)

85

Algemeen ambtsbericht Afghanistan | augustus 2007

Amnesty International, `Afghanistan. Re-establishing the rule of law' (Kaboel, 14 augustus 2003)
Amnesty International, `Women failed by progress in Afghanistan' (28 oktober 2004)
Amnesty International, `Afghanistan country overview' (2006) Amnesty International `Report 2007'
Amnesty International, `Afghanistan. All who are not friends are enemies: Taleban abuses against civilians', april 2007
British Agencies Afghanistan Group (BAAG), `Afghanistan: monthly review' (december 2003)
British Agencies Afghanistan Group (BAAG), `Afghanistan: monthly review' (oktober 2005)
British Agencies Afghanistan Group (BAAG), `Afghanistan: monthly review' (juni 2006)
British Agencies Afghanistan Group (BAAG), `Afghanistan: monthly review' (januari t/m juli 2007)
CIA world factbook juli 2006
The Danish Immigration Service, `The political conditions, the security and human rights situation in Afghanistan', (November 2004) Economist Intelligence Unit, Country Profile Afghanistan (Londen, 2006) Economist Intelligence Unit, Country Report Afghanistan (Londen, februari 2004) Economist Intelligence Unit, Country Report Afghanistan (Londen, augustus 2004)
Economist Intelligence Unit, Country Report Afghanistan (Londen, april 2007) Economist Intelligence Unit, Country Report Afghanistan (Londen, juli 72007Human Rights Watch, 'Paying for the Taliban's crimes: abuses against etnic Pashtuns in northern Afghanistan' (9 april 2002)

86

Algemeen ambtsbericht Afghanistan | augustus 2007

Human Rights Watch, `All our hopes are crushed': violence and repression in Western Afghanistan' (november 2002)
Human Rights Watch, `Killing you is a very easy thing for us': Human rights abuses in Southeast Afghanistan' (New York, juli 2003) Human Rights Watch, `The rule of the gun. Human Rights Abuses and Political Repression in the Run-up to Afghanistan's Presidential Election' (september 2004) Human Rights Watch, `Between Hope and Fear' (oktober 2004) Human Rights Watch, `Blood Stained Hands' (2005)
Human Rights Watch, `Campaigning against fear. Women's participation in Afghanistan's 2005 election' (2005)
Human Rights Watch, `Afghanistan on the Eve of Parliamentary and Provincial elections' (2005)
Human Rights Watch, `Insecurity in Afghanistan' (2006) Human Rights Watch, `Lessons in Terror. Attacks on education in Afghanistan (juli 2006)
Human Rights Watch, `The Human Cost', april 2007
ICRC, Provincial prisons: technical assessment and recommendations regarding the state of prison premises and water and sanitation infrastructure', januari 2006 IDMC, `Afghanistan: Fighting in the south sets off new displacement', 22 december 2006
International Crisis Group (ICG), `Afghanistan: judicial reform and transitional justice' (Kaboel en Brussel, 28 januari 2003)
International Crisis Group (ICG), `Afghanistan: the problem of Pashtun alienation' (Kaboel en Brussel, 5 augustus 2003)
International Crisis Group (ICG), `Peacebuilding in Afghanistan' (Kaboel en Brussel, september 2003)
International Crisis Group (ICG), `Afghanistan's New Legislature' (Kaboel en Brussel, mei 2006)

87

Algemeen ambtsbericht Afghanistan | augustus 2007

International Crisis Group (ICG), `Countering Afghanistan's insurgency' (Kaboel en Brussel, november 2006)
International Crisis Group (ICG), `Afghanistan's endangered compact' (Kaboel en Brussel, januari 2007)
International Crisis Group, `Crisis Watch', juli 2007 JCMB, `Implementation of the Afghanistan Compact. Fifth meeting 1st May 2007, Kabul'
JEMB, Meshrano Jirga Elections, 27 november 2005
Seth Jones, `Averting failure in Afghanistan', in Survival (2006). H. Magnus en E. Naby, Afghanistan. Mullah, Marx and Mujahid (Colorado en Oxford 2000)
Medica Mundial, `Women, peace and security in Afghanistan', januari 2007 Report of the United Nations High Commissioner for Human Rights on the situation of human rights in Afghanistan and on the achievements of the technical assistance in the field of human rights, (A/60/343), 9 september 2005 Report of the High Commissioner for Human Rights on the situation of human rights in Afghanistan and on the achievements of technical assistance in the field of human rights, 3 maart 2006 (E/CN.4/2006/108)
Report of the High Commissioner for Human Rights on the situation in Afghanistan and on the achievements of technical assistance in the field of human rights', 5 maart 2007,(A/HRC/4/98)
Tweede Kamerstuk 27 925, nr 221
Tweede Kamerstuk 27 925, nr 237
Tweede Kamerbrief 23 maart 2007, DVB/CV/121
UNIFEM, `Research on violence against women' (2006) UNIFEM, `Progress note on protection responses to women-at-risk: moving towards an integrated strategy for Afghanistan' (2006)
88

Algemeen ambtsbericht Afghanistan | augustus 2007

United Nations Economic and Social Council, `Report of the Independent Expert on the situation of human rights in Afghanistan' (E/CN.4/2005/122) United Nations Economic and Social Council, `Report of the Secretary General, The situation of women and girls in Afghanistan' (E/CN.6/2005/5) United Nations General Assembly, 'Situation of Human Rights in Afghanistan' (A/57/309, 13 augustus 2002)
United Nations General Assembly, 'The situation in Afghanistan and its implications for international peace and security' (A/57/487, 21 oktober 2002) United Nations General Assembly,'The situation in Afghanistan and its implications for international peace and security' (A/57/850, 23 juli 2003) United Nations Security Council, `Report of the Secretary General on the situation in Afghanistan and its implications for international peace and security (S/2005/183)
United Nations Security Council, `Report of the Secretary General on the situation in Afghanistan and its implications for international peace and security' (S/2005/525)
United Nations Security Council, `Report of the Secretary General on the situation in Afghanistan and its implications for international peace and security' (S/2006/145)
United Nations Security Council, `Report of the Secretary General on the situation in Afghanistan and its implications for international peace and security' (S/2006/727)
United Nations Security Council, `Report of the Secretary General on the situation in Afghanistan and its implications for international peace and security', 15 maart 2007 (S/2007/152)
UNHCR, `Update of the situation in Afghanistan and international protection considerations' (Genève, 2003)
UNHCR, 'Update of the situation in Afghanistan and international protection considerations' (Genève, december 2004)
UNHCR, `Update of the Situation in Afghanistan and International Protection Considerations' (Genève juni 2005)

89

Algemeen ambtsbericht Afghanistan | augustus 2007

UNHCR, `Border Monitoring Report 2005'
UNHCR Operational Information. Monthly Summary Report, February 2005 UNHCR, `Up-date on the security situation in Afghanistan' (juni 2006) UNHCR, `Humanitarian consideration with regard to return to Afghanistan' mei 2006
UNHCR, `Afghanistan security situation. Up-date, april 2007 UNHCR, `Operational information summary report up-date', maart 2002 ­ maart 2007
UNHCR Operational Information. Monthly Summary Report, February 2007 U.S. Department of State, `Background note Afghanistan' (januari 2004) US Department of State, `Country reports on human rights practices', 6 maart 2006
US Department of State, `Country report on human rights practices', 6 maart 2007 US Department of State, `International Religious freedom report 2006', maart 2007
W. Vogelzang, Afghanistan, een geschiedenis (Amsterdam 2002) Wereldbank, `Afghanistan: State building, sustaining growth and reducing poverty' (februari 2005)
Wereldbank, `Kabul: Urban Land in Crisis' (juni 2006)
90

Algemeen ambtsbericht Afghanistan | augustus 2007

Bijlage (n)


91

Algemeen ambtsbericht Afghanistan | augustus 2007

I Samenstelling van de regering
Regering (geactualiseerd op 26 november 2007) Functie Naam Etniciteit President Hamid Karzai Pashtun Vice-president Karim Khalili Hazara Vice-president Zia Massoud Tadzjiek Minister van Rangin Dadfer Spanta Tadzjiek Buitenlandse Zaken
Minister van Zarar Ahmad Muqbil Tadzjiek Binnenlandse Zaken
Nationale Zalmay Rasool Pashtun Veiligheidsadviseur
Minister van Defensie Abdurrahim Wardak Pashtun Minister van Financiën Anwar-ul Haq Ahadi Pashtun Minister van Transport Nimatullah Eshan Jawid Hazara Minister van Amirzai Sangeen Pashtun Communicatie
Minister van Mijnbouw Ibrahim Adel Hazara en Industrie
Minister van Water en Mohammad Ismael Khan Tadzjiek Energie
Minister van Publieke Suhrab Ali Safaree Hazara Werken
Minister van Stedelijke Ysof Pashtun Pashtun Ontwikkeling
Minister van Landbouw Obaidullah Ramin Hazara Minister van Justitie Mohammad Sarwar Hazara Danish
Minister van Onderwijs Mohammad Hanif Atmar Pashtun Minister (zonder Hedeyat Amin Arsala Pashtun portefeuille, controleert
de programma's van de
andere ministeries)
Minister van Sayed Mohmmad Amin Pashtun Volksgezondheid Fatemi
Minister van Hadj en Nimatullah Shahrani Oezbeek Islamitische Zaken
Minister van Grenszaken Mohammad Karim Baloch Barahawi
Minister van (mevr.) Hassan Bano Tadzjiek
92

Algemeen ambtsbericht Afghanistan | augustus 2007

Vrouwenzaken Ghazanfar
Minister van Arbeid en Jalil Shams Tadzjiek Economische Zaken
Minister van Sher Mohammad Pashtun Vluchtelingen en Etibaree
Repatriëring
Minister van Cultuur en Karim Khuram Pashtun Jeugdzaken
Minister van Handel Mohammad Amin Tadzjiek Farhang
Minister van Hoger Mahammad Azam Oezbeek Onderwijs Dadfar
Minister van Eshan Ziya Tadzjiek Plattelandsontwikkeling
Minister voor Anti- General Khody Dad
drugszaken (waarnemend)
Minister van Noor Mohammad Turkmeen Werkgelegenheid en Qarqeen
Sociale Zaken
Gouverneurs (geactualiseerd op 26 november 2007)
Provincie Gouverneur Etniciteit Badakhsan Munshee Majeed Pashtun Badghis Mohammad Ashraf Nasiri Pashtun Baghlan Mohammad Alam Eshaqzai Pashtun Balkh Mohammad Noor Atta Tadzjiek, partij: Jamiat-i-Islami Mohammad
Bamiyan Habiba Surabi Hazara, partij: Hezb-i-Wahdat Farah Mr. Muhaiyudin Balouch Faryab Abdul Haq Shafaq
Ghazni Mr. Faizan
Ghor Baz Mohammad Ahmadi
Helmand Assadullah Wafa Pashtun Herat Sayed Hussain Anwari Hazara, partij: Harakat-i-Islami Jowzjan Abdul Karim Zari
Kabul Hadji Deen Mohammad Pashtun, partij: Hezb-i-Islami (Khalis) Kandahar Hadji Assadullah Khalid Pashtun, partij: Hezb-i-Islami Kapisa Khwaja Abubakar Abdul Tadzjiek Satar

93

Algemeen ambtsbericht Afghanistan | augustus 2007

Khost Arsallah Jamal Pashtun Kunar Fazllullah Wahidi Pashtun Kunduz Mohammad Omar Oezbeek, partij: Jamiat-i-Islami Laghman Mohammad Gulab Mangal Pashtun, partij Logar Abdullah Wardak Pashtun Nangarhar Gulaqa Sherzai Pashtun, partij: Mahazi-e-Melli Nimroz Gulam Dastageer Pashtun: Jamiat-i-Islami Nuristan Tamim Nuristani Nuristani Paktia Rahmatullah Rahmat Pashtun Paktika Mohammad Ekram Pashtun Khpalwak
Parwan Abdul Jabar Taqwa Tadzjiek Samangan Mr. Enayatullah Tadzjiek Sar-i-Pol Sayed Mohammad Eqbal Tadzjiek Munib
Takhar Abdul Latif Ibrahimi Tadzjiek Uruzgan Assadullah Hamdam Pashtun Wardak Abdul Jabar Naimi Pashtun, partij: Mahazi-e-Melli Zabul Hadji Delbar Jan Arman Pashtun, partij: Hezb-i-Islami (Khalis) Pansjir Bahlol Baheej Tadzjiek, partij: Jamiat-i-Islami Daikundi Ali Uruzgani Hazara Lijst van commandanten van politie per provincie (geactualiseerd op 17 oktober 2007)
Naam Provincie Opmerkingen Mr. Aqa Noor Katawaz Badakhshan
Mr. Mohammad Ayub Niyazi Badghis
Mr. Abdul Rahaman Sayedkhili Baghlan Tadzjiek Mr. Sardar Mohammad Sultani Balkh
Mr. Sayed Akbar Bamyan
Mr.Abdul Rahman Sarjang Farah
Mr. Khalilullah Andarabi Faryab Tadzjiek Mr. Ali Shah Ahmadzai Ghazni Pashtun Mr. Shah Jahan Noory Ghur
Mr. Mohammad Hassan Andiwal Helmand Pashtun Mr.Juma Mohammad Adeel Herat
Mr. Mohammad Khalil Aminzada Juzjan
Mr. Mohammad Salim Hasas Kabul Tadzjiek Mr. Sayed Aqa Saqib Kandahar Pashtun
94

Algemeen ambtsbericht Afghanistan | augustus 2007

Mr. Abdul Razaq Kapisa Pashtun Mr. Mohammad Ayub Khost Pashtun Mr. Abdul Jalal Jalal Kunar
Mr. Mohammad Ayub Salangi Kundoz Tadzjiek Mr. Abdul Karim Omaryar Laghamn Pashtun Mr. Ghulam Mustafa Mujtaba Logar Pashtun Mr. Sayed Abdul Ghafar Nangrahar
Mr. Mohammad Daud Askaryar Nimroz
Mr. Khan Mohammad Mujahid Nuristan
Mr. esmatullah Alizai Paktya
Mr. Nabi Jan Mullahkhil Paktika Pashtun Mr. Wali Wullah Panjsher
Khalillullah Ziayee Parwan Pashtun Dr. Sharafudin Samangan
Mr. Abdul Khaliq Samimi Sari Pul
Mr. Sayed Ahmad Sami Takhar
Mr. Juma Gul Urozgan Pashtun Mr. Mohammad Ewaz Wardak
Mr. Mohammad Yaqub Zabul
Mr. Sayed Baqer Dykundi
Mr.Shafiq Fazli Kabul airport border police department


95

Algemeen ambtsbericht Afghanistan | augustus 2007

II Historisch overzicht van de belangrijkste politieke facties en hun militaire eenheden
Harakat-i-Islami (Islamitische beweging van Afghanistan) De uit sji'ieten bestaande Harakat-i-Islami was anti-Sovjet en anti-Taliban en zijn militaire eenheden opereerden in de jaren tachtig en negentig in met name centraal-, noord- en oost-Afghanistan. De partij is nu enigszins versplinterd en wordt geleid door Mohammad Ali Jawid.
Hezb-i-Islami (Islamitische partij van Afghanistan) Hezb-i-Islami werd in 1976 door Gulbuddin Hekmatyar opgericht en bestaat grotendeels uit Pashtuns. De Hezb-i-Islami richtte zich zowel tegen het communisme als tegen de traditionele leiders van Afghanistan. In 1979 scheidde Yunus Khalis zich af van Hezb-i-Islami en begon een eigen partij onder dezelfde naam. Datzelfde deed Khalid Farooqi in 2001. Als gevolg van de radicale, fundamentalistische ideeën van Hekmatyar, zijn opportunisme en het feit dat zijn beweging voornamelijk uit Pashtuns bestond, kon de partij jarenlang rekenen op de (financiële) steun van de Pakistaanse geheime dienst, de Inter-Service Intelligence (ISI). Hekmatyar wordt verantwoordelijk gehouden voor een reeks van aanslagen die sinds eind 2002 in Afghanistan zijn gepleegd met als doel de regering omver te werpen.
Hezb-i-Wahdat
Hezb-i-Wahdat is met financiële hulp van Iran in 1989 opgericht als overkoepelende partij voor acht kleinere sji'ietische partijen en bestaat uit overwegend sji'ietische Hazara's. De partij stond oorspronkelijk onder leiding van Abdul Ali Mazari tot zijn dood in februari 1995 in gevangenschap van de Taliban. In 1993 was een splitsing in de partij ontstaan tussen Mohammad Karim Khalili, die haar basis had in Bamiyan en Yakawlang en Mohammad Akbari, die zich had verbonden met het Rabbani-bewind en tot de komst van de Taliban in 1996 in Kaboel verbleef. In november 1998 gaf Akbari zich over aan de Taliban, terwijl Khalili en Haji Mohammad Mohaqeq (die Hezb-i-Wahdat in Mazar-i-Sharif vertegenwoordigde) in centraal Afghanistan actief tegen de Taliban vochten. Khalili is de huidige leider van Hezb-i-Wahdat en een van de twee vice- presidenten van Afghanistan.
Ittehad-i-Islami (Islamitische eenheid)
Ittehad-i-Islami bestaat voor het merendeel uit Pashtuns en is begin jaren tachtig opgericht als Mujahedin-partij door Abdul Rabb al-Rasul Sayyaf. De partij zou in ieder geval in het verleden financieel zijn gesteund door Saoedi-Arabië. Ittehad
96

Algemeen ambtsbericht Afghanistan | augustus 2007

speelde een belangrijke rol bij de gevechten tussen de verschillende Mujahedin- facties in de periode 1992 tot 1995, maar is zijn militaire macht sedertdien verloren. De partij heeft zich sinds het Mujahedin-bewind in de jaren negentig politiek verbonden met de Jamiat-i-Islami. Op dit moment zou de Ittehad een belangrijke rol spelen bij de financiering van de oppositie van de regering Karzai. Tegenwoordig draagt de partij van Sayyaf de naam Dawat-i-Islami. Jamiat-i-Islami (Islamitische samenleving van Afghanistan) De overwegend uit Tadzjieken bestaande Jamiat-i-Islami is in 1973 opgericht door voormalig president Burhanuddin Rabbani. Jamiat was de grootste en machtigste politieke macht in de Noordelijke Alliantie tijdens het Taliban-bewind. Tot de partij behoren ook de minister van Energie, Ismael Khan, en de noordelijke commandant Ustad Mohammad. Veel leden van Jamiat zijn ook leden van de Shura-i-Nazar.
Junbish-i-Melli (Nationale islamitische beweging van Afghanistan) Junbish is de partij van generaal Abdul Rashid Dostum, een voormalig leider van een militie die aan voormalig president Najibullah394 was verbonden. De partij bestaat overwegend uit Oezbeken. In mei 1997 liep Dostums' plaatsvervanger generaal Abdul Malik over naar de Taliban, waardoor hij hen in staat stelde het noorden van Afghanistan te veroveren. Dostum vluchtte daarop naar Turkije. Hij keerde terug in september 1997 na de tweede aanval van de Taliban op Mazar-i- Sharif, maar was niet in staat het gehele noorden te heroveren. In augustus 1998 werd Dostum voor een tweede keer verslagen, vluchtte wederom naar het buitenland, maar keerde later terug om in het noorden tegen de Taliban te strijden. Na de aanval op Afghanistan in oktober 2001 wist Dostum met behulp van de coalitie-eenheden onder leiding van de Verenigde Staten zijn positie in het noorden te heroveren en werd hij tevens benoemd tot plaatsvervangend minister van Defensie in de interim-regering.
Mahzat-i-Milli
Mahzat-i-Milli is kort na de val van het Taliban-bewind opgericht door verschillende vooraanstaande commandanten van de Noordelijke Alliantie, waarvan het merendeel afkomstig was van Jamiat-i-Islami. Ook enkele belangrijke leden van de Shura-i-Nazar zijn betrokken bij Mahzat-i-Milli.
394 Najibullah was president en hoofd van de communistische Democratische Volkspartij van Afghanistan (DVPA) van 1986 tot 1992. Na de machtsovername door de Mujahedin in 1992 verbleef hij op de VN-compound in de hoofdstad. Nadat de Taliban in 1996 Kaboel hadden ingenomen, werd hij opgehangen op het Arianaplein.
97

Algemeen ambtsbericht Afghanistan | augustus 2007

Shura-i-Mashriqi (Raad van het Oosten)
De Shura-i-Mashriqi is een groep van voormalige leden van de Shura van Jalalabad395, die onder leiding stond van de voormalige gouverneur van de provincie Nangarhar Haji Abdul Qadir. De Shura-i-Mashriqi zou met wisselende allianties van lokale Mujahedin-commandanten hebben geopereerd in de provincies Laghman en Kunar. Na de moord op Haji Abdul Qadir op 6 juli 2002 werd hij zowel als gouverneur als hoofdleider van de Shura-i-Mashriqi opgevolgd door zijn broer Haji Din Mohammad.
Shura-i-Nazar
De Shura-i-Nazar is de naam van de eind jaren tachtig opgerichte alliantie tussen verschillende Mujahedin-commandanten onder leiding van Mujahedin- commandant Ahmed Shah Massoud tot hij werd vermoord op 9 september 2001. De naam wordt nu gebruikt als aanduiding voor een politieke en militaire alliantie tussen voormalige commandanten en vooraanstaande leden van de Noordelijke Alliantie (waarvan de meeste afkomstig zijn uit Jamiat-i-Islami) en staat onder leiding van de voormalige minister van Defensie maarschalk Fahim, voormalig minister van Onderwijs Qanooni en minister van Buitenlandse Zaken Abdullah. Veel Afghanen refereren aan leden van Jamiat-i-Islami en Mahzat-i-Milli, alsmede aan andere groepen die aan deze groeperingen verbonden zijn, nog steeds als Shura-i-Nazar.
Taliban
De Taliban-beweging werd in 1994 opgericht door een groep Afghanen die had gestudeerd aan koranscholen, zogenaamde madrassas, in Afghanistan en Pakistan. De Taliban bestaan grotendeels uit Pashtuns en worden geleid door mullah Mohammad Omar. De Taliban streefden ernaar om van Afghanistan een islamitische staat te maken, waarbij de invoering van een vorm van de sharia een belangrijk onderdeel van hun strijd vormde. Tussen 1994 en 2001 wisten de Taliban ongeveer 90 % van Afghanistan te veroveren. De Taliban werden in oktober en november 2001 uit Afghanistan verdreven door een coalitie onder leiding van de Verenigde Staten, omdat zij hulp hadden verleend aan het terroristische Al Qa'ida-netwerk, dat verantwoordelijk wordt gehouden voor de op 11 september 2001 gepleegde aanslagen op het World Trade Centre in New York en het Pentagon in Washington. Alhoewel enkele hooggeplaatste Taliban-leden door de coalitie zijn opgepakt of gedood, lopen de meeste leiders, waaronder mullah Omar, nog vrij rond. De Taliban worden verantwoordelijk gehouden voor een reeks van aanslagen die sinds eind 2002 in Afghanistan zijn gepleegd en die zijn bedoeld om de overgangsregering omver te werpen.
395 Raad van gerespecteerde personen die optreden als scheidsrechters bij disputen en als aanjagers bij het organiseren van collectieve acties.
98

Algemeen ambtsbericht Afghanistan | augustus 2007

III Lijst van politieke partijen die officieel geregistreerd zijn bij het ministerie van Justitie (geactualiseerd op 17 oktober 2007) Naam politieke partij Leider Republican Party (Hizb-e Jamhuri

1 Sibghatullah Sanjar Khwahan)
National Unity Movement (Tahrik-e

2 Sultan Mahmood Ghazi Wahdat-e Melli)
Freedom Party of Afghanistan (Hizb-e-

3 Ghulam Farooq Najrabi Istiqlal-e-Afghanistan)
Youth Solidarity Party of Afghanistan (Hizb-
4 e Hambastagi-ye Melli-ye Jawanan-e Mohammad Jamil Karzai Afghanistan)
National Unity Party of Afghanistan (Hizb-e
5 Abdul Rasheed Jalili Wahdat-e Melli-ye Afghanistan)
National Tribal Unity Islamic Party of
Mohammad Shah
6 Afghanistan (Hizb-e Melli-ye Wahdat-e Khugianay Aqwam-e Islami-ye Afghanistan)
Labor and Progress of Afghanistan Party

7 Zulfiqar Omid (Hizb-e Kar wa Tawse'a-e Afghanistan)
National Solidarity Movement of

8 Afghanistan (Nahzat-e Hambastagi-ye Pir Sayyad Ishaq Gailani Melli-ye Afghanistan)
National Islamic Front of Afghanistan

9 Sayyad Ahmad Gailani (Mahaz-e Melli-ye Islami-ye Afghanistan) Freedom and Democracy Movement of
Abdul Raqib Jawed
10Afghanistan (Nahzat-e Azadi wa
Kohestani Demokrasi-ye Afghanistan)
Afghan Social Democratic Party (Afghan

11 Anwar al-Haq Ahadi Mellat)
Islamic Movement of Afghanistan (Harakat-
12 Mohammad Ali Jawid e Islami-ye Afghanistan)
United Afghanistan Party (Hizb-e

13 Mohammad Wasel Rahimi Afghanistan-e Wahid)
People's Welfare Party of Afghanistan

14 Mohammad Zubair Payroz (Hizb-e Sahadat-e Mardum-e Afghanistan)
National Unity Movement of Afghanistan

15(Hizb-e Harakat-e Melli-ye Wahdat-e Mohammad Nader Atash Afghanistan)

16Human Rights Protection and Development Baryalai Nasrati
---

Algemeen ambtsbericht Afghanistan | augustus 2007

Party of Afghanistan (Hizb-e Hifazat az
Hoquq-e Bashar wa Inkeshaf-e
Afghanistan)
National Party of Afghanistan (Hizb-e Melli-

17 Abdul Rashid Aryan ye Afghanistan)
National Congress Party of Afghanistan

18 Abdul Latif Pedram (Hizb-e Kongra-ye Melli-ye Afghanistan)
Peace Movement (Da Afghanistan Da

19 Shahnawaz Tanai Solay Ghorzang Gond)
Islamic People's Movement of Afghanistan
Al-Hajj Sayyed Hosain
20(Hizb-e Harak-e Islami-ye Mardum-e
Anwari Afghanistan)
Islamic Justice Party of Afghanistan (Hizb-e

21 Mohammad Kabir Marzban Adalat-e Islami-ye Afghanistan)
People's Message Party of Afghanistan

22 Noor Aqa Wainee (Hizb-e Risalat-e Mardum-e Afghanistan)
People's Welfare Party of Afghanistan

23 Miagul Waseq (Hizb-e Refah-e Mardum-e Afghanistan)
National Peace & Unity Party of

24Afghanistan (Hizb-e Sulh wa Wahdat-e Abdul Qader Imami Melli-ye Afghanistan)
Understanding and Democracy Party of

25Afghanistan (Hizb-e Tafahum-e wa Ahmad Shaheen Demokrasi-ye Afghanistan)
Young Afghanistan's Islamic Organization

26 Sayyed Jawad Husaini (Sazman-e Islami-ye Afghanistan-e Jawan)
National Peace & Islamic Party of the

27Tribes of Afghanistan (Hizb-e Sulh-e Melli- Abdul Qaher Shari'ati ye Islami-ye Aqwam-e Afghanistan)
Islamic Unity Party of Afghanistan (Hizb-e

28 Mohammad Karim Khalili Wahdat-e Islami-ye Afghanistan)
Islamic Unity Party of the People of

29Afghanistan (Hizb-e Wahdat-e Islami-ye Haji Mohammad Mohaqeq Mardum-e Afghanistan)
People's Liberal Freedom Seekers Party of

30Afghanistan (Hizb-e Libral-e Azadi-ye Ajmal Sohail Khwa-e Mardum-e Afghanistan)
People's Prosperity Party of Afghanistan

31 Ustad Mohammad Zareef (Hizb-e Falah-e Mardum-e Afghanistan)
Solidarity Party of Afghanistan (Hizb-e

32 Abdul Khaleq Ne'mat Hambastagi Afghanistan)

100

Algemeen ambtsbericht Afghanistan | augustus 2007

Afghan Society for the Call to the Koran

33and Sunna (Jama'at al-Da'wat il'l Qur'an wa Mawlawi Sami'ullah Najibi Sunnat al-Afghanistan)
National Movement of Afghanistan (Hizb-e

34 Ahmad Wali Masood Nahzat-e Melli-ye Afghanistan)
National Peace Islamic Party of

35Afghanistan (Da Afghanistan Da Solay Shah Mahmud Popalzai Melli Islami Gond)
People's Aspirations Party of Afghanistan

36 Al-Hajj Sirajuddeen Zafari (Hizb-e Arman-e Mardum-e Afghanistan)
National Solidarity Party of Afghanistan

37 Sayyed Mansur Naderi (Hizb-e Paiwand-e Melli-ye Afghanistan)
National Prosperity and Islamic Party of
Mohammad Osman
38Afghanistan (Hizb-e Sahadat-e Melli wa
Salekzada Islami-ye Afghanistan)
Freedom Party of Afghanistan (Hizb-e

39 Abdul Malik Azadi-ye Afghanistan)
People's Uprising Party of Afghanistan
Sayyed Zaher Qaydam Al-
40(Hizb-e Rastakhaiz-e Mardum-e
beladi Afghanistan)
Peace and National Welfare Activists

41Society (Majmah-e Melli-ye Fahalin-e Sulh- Shams al-Haq Nur Shams e Afghanistan)
Islamic Party of the Afghan Land (Da Mohammad Hassan
42
Afghan Watan Islami Gond) Ferozkhel People's Freedom Seekers Party of

43Afghanistan (Hizb-e Azadi-ye Khwa-e Fida Mohammad Ehsass Mardum-e Afghanistan)
Muslim Unity Movement Party of

44Afghanistan (Hizb-e Wahdat-ul-Muslimeen Wazir Mohammad Wahdat Afghanistan)
Tribes Solidarity Party of Afghanistan Hizb-

45e Hambastagi-ye Melli-ye Aqwam-e Mohammad Zareef Naseri Afghanistan)
National Islamic Moderation Party of

46Afghanistan (Hizb-e Etedaal Melli Islami ye Qara Baik Izadyar Afghanistan)
National Development Party of Afghanistan

47 Dr. Assef Baktash (Hizb-e Taraqi Melli ye Afghanistan)
National Independence Party of

48Afghanistan (Hezb-e-Isteqlal Milli Taj Mohammad Wardak Afghanistan)

101

Algemeen ambtsbericht Afghanistan | augustus 2007

National Islamic Unity Party of Afghanistan
50(Hizb-e Wahdat-e Melli-ye Islami-ye Mohammad Akbari Afghanistan)
People's Sovereignty Movement of
51Afghanistan (Nahzat-e Hakimyat-e Hayatullah Subhani Mardum-e Afghanistan)
National Islamic Movement of Afghanistan
52 Sayed Noorullah (Hizb-e Junbish-e-Melli-ye Afghanistan)
Islamic Unity of the Nation of Afghanistan
53Party (Hizb-e Wahdat-e-Islami Millat-e- Qurban Ali Irfani Afghanistan)
Elites People of Afghanistan Party (Hib-e
54 Abdul Hamid Jawaad Nukhbagan-e Mardum-e-Afghanistan)
55National Country Party Ghulam Mohammad National Freedom Seekers Party (Hizb-e-
56 Abdul Hadi Dabeer Azaadi Khwahan-e-Maihan)
National Patch of Afghanistan Party (Hib-e-
57 Sayyed Kamal Sadaat Paiwand-e-Mehanee Afghanistan)
Islamic Society of Afghanistan (Jami'at-e
58 Ustad Rabbani Islami-ye Afghanistan)
Afghanistan's Islamic Mission Organization
59 Abdul Rabb Rasool Sayyaf (Tanzim-e Dahwat-e Islami-ye Afghanistan)
People's Party of Afghanistan (Hizb-e
61 Ahmad Shah Asar Mardum-e Afghanistan)
National Stability Party (Hizb-e Subat-e
62 Mohammad Sami Kharotai Melli)
National Islamic Fighters Party of
63Afghanistan (Da Afghanistan Da Melli Amanat Nangarhari Mubarizinu Islami Gond)
Democratic Party of Afghanistan (Hizb-e-
64 Abdul Kabir Ranjbar Democrat-e-Afghanistan)
People's Movement of the National Unity of
65Afghanistan (Da Afghanistan da Melli Abdul Hakim Noorzai Wahdat Wolesi Tahreek)
National Sovereignty Party (Hizb-e-Iqtedar
66 Sayyed Mustafa Kazimi Melli)
New Afghanistan Party (Hezb-e-
67 Mohammad Yunis Qanuni Afghanistan Naween)
National Prosperity Party (Hizb-e Refah-e
68 Mohammad Hasan Jahfari Melli)
69National Stance Party (Hizb-e-Melli Habibullah Janebdar
102

Algemeen ambtsbericht Afghanistan | augustus 2007

Dareez)
Afghanistan's Welfare Party (Hizb-e Refah-
70 Mir Mohammad Asef Za'ifi e Afghanistan)
Afghanistan's Islamic Nation Party (Hizb-e- Tooran (Captain) Noor Aqa 71
Umat-e-Islami Afghanistan) Ahmadzai Afghanistan's National Islamic Party (Hizb-
72 Ruhullah Ludin e-Melli Islami Afghanistan)
The People of Afghanistan's Democratic
73 Movement (Hizb-e-Junbish- Democracy Mohammad Sharif Nazari Mardum-e-Afghanistan)
Progressive Democratic Party of
74Afghanistan (Hizb-e-Mutaraqi Democaraat Mohammad Wali Aria Afghanistan)
Democratic Party of Afghanistan (Hizb-e- Al-hajj Mohammad Tawoos 75
Democracy Afghanistan) Arab Muslim People of Afghanistan Party (Hizb-
76 Bismillah Joyan e-Mardum-e-Muslman-e-Afghanistan)
77Hizullah-e-Afghanistan Qari Ahmad Ali Islamic Party of Afghanistan (Hizb-e-Islami
78 Mohammad Khalid Farooqi Afghanistan)
Comprehensive Movement of Democracy
and Development of Afghanistan Party
79 Sher Mohammad Bazgar (Hizb-e-Nahzat Faragir Democracy wa
Taraqi-e-Afghanistan)
Afghanistan Peoples' Treaty Party (Hizb-e-
80 Sayyed Amir Tahseen Wolesi Tarhun Afghanistan)
United Islamic Party of Afghanistan (Hizb-
81 Wahidullah Sabawoon e-Mutahed Islami Afghanistan)
Islamic Movement of Afghanistan Party
82 Mohammad Mukhtar Mufleh (Hizb-e-Nahzat-e-Melli Islami Afghanistan)
National and Islamic Sovereignty
Engineer Ahmad Shah 83Movement Party of Afghanistan (Hizb-e-
Ahmadzai Eqtedar-e-Melli wa Islami Afghanistan)
The Afghanistan's Mujahid Nation's Islamic
84Unity Movement (Da Afghanistan Mujahid Saeedullah Saeed Woles Yaowaali Islami Tahreek)

103

Algemeen ambtsbericht Afghanistan | augustus 2007

IV Lijst van afkortingen
AAP
Appointments Advisory Panel
AIA
Afghan Interim Administration
AIHRC
Afghan Independent Human Rights Commission
AMF
Afghan Military Forces
ANA
Afghan National Army
ANAP
Afghan National Auxiliary Police
ANBP
Afghanistan's New Beginnings Programme
ANDS
Afghan National Development Strategy
ANP
Afghan National Police
AREU
Afghan Research and Evaluation Unit
CLJ
Constitutionele Loya Jirga
CSO
Central Statistics Office
DDR
Disarmament, Demobilisation Reintegration
DIAG
Disbandment of Illegally Armed Groups
DVPA
Democratische Volkspartij van Afghanistan
DVV
Department for the prevention of Vice and the promotion of Virtue IDCU
Identity Checking Unit
IAG
Illegally Armed Group
ISAF
International Security Assistance Force

104

Algemeen ambtsbericht Afghanistan | augustus 2007

JCMB
Joint Co-ordination and Monitoring Board
JSCG
Justice Sector Consultative Group
NDS
National Directorate for Security
OEF
Operation Enduring Freedom
OMF
Opposing Militant Forces
PAG
Policy Action Group
PDC
Provincial Development Committee
PRR
Pay and Rank Reform
PRT
Provincial Reconstruction Team
QVP
Quick and Visible Project
UNAMA
United Nations Assistance Mission to Afghanistan


105

Algemeen ambtsbericht Afghanistan | augustus 2007

V Kaart van Afghanistan


106