Buitenlandse Zaken België


Datum: 31/03/2008

Veiligheidsraad verlengt sanctieregime DRC met 9 maanden

Minister De Gucht verheugt zich over de goedkeuring door de Veiligheidsraad van resolutie 1807, waarmee het sanctieregime voor de DRC tot het einde van dit jaar wordt verlengd. Het sanctieregime bestaat uit een wapenembargo tegen gewapende groepen en individuele sancties (bevriezing van tegoeden, reisverboden) tegen onder meer de leiders van dergelijke groepen.

"Onze belangrijkste bekommernissen konden in de eindtekst ingebracht worden", aldus de Minister. "Het is van groot belang dat het verbod op wapenleveringen aan irreguliere gewapende groepen gehandhaafd blijft, omdat deze bendes nog steeds dood en verderf zaaien in Oost-Congo". Het embargo werd in zijn huidige vorm in 2003 ingesteld om een eind te stellen aan de wapentoevoer naar Congolese en buitenlandse gewapende groepen, en bevatte reeds uitzonderingsbepalingen voor leveringen aan het Congolese leger en de politie.

"Op voorstel van België wordt de plicht om de Veiligheidsraad te informeren over voorgenomen wapenleveringen verscherpt, zodat zowel de DRC autoriteiten als MONUC beter kunnen controleren of dergelijke leveringen wel bedoeld zijn voor het reguliere leger of de politie", zo vervolgt de Minister. Tot nu toe was niet duidelijk op wie deze notificatieplicht precies rustte, wat niet bijdroeg aan een effectieve handhaving van het embargo. Nu is duidelijk vastgelegd dat het exporterende land de Veiligheidsraad moet informeren, en hierbij gedetailleerde gegevens moet overmaken. "De nieuwe afspraken zijn helder en verlossen de DRC autoriteiten van een omslachtige bureaucratie", aldus nog de Minister. "Tegelijkertijd verwacht ik dat de regeringen van de DRC en de buurlanden, MONUC en de expertengroep de uitwisseling van informatie over wapenstromen en over de illegale handel in natuurlijke grondstoffen opvoeren, zoals gevraagd in de resolutie."

"Een ander belangrijk punt waarvan België de andere leden van de Veiligheidsraad heeft kunnen overtuigen, is dat geweldpleging tegen vrouwen - met inbegrip van seksueel geweld - voortaan een reden vormt voor de Raad om persoonsgerichte sancties op te leggen aan de belangrijkste verantwoordelijken voor deze wandaden", aldus de Minister. "Dergelijke sancties zijn uiteraard complementair aan strafrechtelijk optreden, waarvoor de DRC zelf verantwoordelijk is".

De Minister besluit: "Deze nieuwe resolutie biedt een aantal instrumenten om de naleving van het wapenembargo in de DRC te versterken, en om de ernstigste schenders van de mensenrechten via gerichte sancties aan te pakken. België zal de uitvoering van deze resolutie van nabij opvolgen, zowel met de DRC autoriteiten als met MONUC".