Gemeente Utrecht


2008 SCHRIFTELIJKE VRAGEN


Gemeente Utrecht - vragen van de heer dr. ir. W.W. Buunk, de heer T.W. Schipper, de heer A. Taskan, mevr. M.C. Mos, de heer J.A. Kleuver, de heer V. Oldenborg, mevr. M.M.L.H. Mossel, mevr. M.H. Bikker, de heer drs. C.J. Verhoef, mevr. drs. K.E.M. Monnink

(ingekomen 06 maart 2008 en antwoorden door het college verzonden op 8 april 2008)


De gemeenteraad heeft op 17 januari 2008 een consultatieronde gemaakt langs een aantal bedrijventerreinen. In de bespreking van het verslag van de consultatieronde in de raadscommissie Verkeer & Beheer van 19 februari is gebleken dat er raadsbreed een aantal vragen zijn die om nadere beantwoording verdienen door het college.

1. Bereikbaarheid en parkeeroverlast
Op meerdere bedrijventerreinen is de goede bereikbaarheid een probleem. Het openbaar vervoer rijdt bijvoorbeeld op de Wetering Noord alleen in de spitsuren. Voor klanten of voor werknemers die op andere tijden dan kantooruren werken is dit onvoldoende. De bereikbaarheid per fiets is door onlogische routes van fietspaden onvoldoende, zoals op bedrijventerrein Oudenrijn. Overleg met ondernemers en ondernemersverenigingen leiden nog onvoldoende tot duidelijkheid over oplossingen en over tijdstip en voortgang van werkzaamheden. Voorbeelden zijn de werkzaamheden en tijdelijke veranderingen van autoroutes (Lage Weide, Cartesiusweg) en recent het tijdelijk vervallen van buslijn 6 naar Overvecht en het initiatief van het OVO voor een sprinterbus naar bedrijventerrein Overvecht. Op een aantal bedrijventerreinen zijn parkeerproblemen. Sommige bedrijven zorgen niet voor voldoende parkeerplaatsen op het eigen terrein, waardoor lukraak langs wegen en in bermen geparkeerd wordt. Dit tast de kwaliteit en de bereikbaarheid van bedrijventerreinen wezenlijk aan. Handhaving op foutparkeren vindt niet of nauwelijks plaats.

1. Kan het college aangeven op welke wijze deze bereikbaarheidsproblemen van de bedrijventerreinen opgelost kunnen worden en daarbij ingaan op de genoemde voorbeelden?


De bereikbaarheid van onze bedrijventerreinen is van cruciaal belang voor het economisch functioneren van de stad. Hierbij gaat om de bereikbaarheid met verschillende mobiliteiten. Naast de bereikbaarheid per auto is het belangrijk dat bedrijventerreinen bereikbaar zijn per openbaar vervoer en per fiets. Voor het goederenvervoer wordt multimodale bereikbaarheid (per spoor en water) steeds belangrijker


Het bedrijventerrein De Wetering Noord is, anders dan de vragenstellers suggereren, wel gedurende de hele dag bereikbaar per openbaar vervoer: lijn 39 rijdt hier de hele dag door, dus niet alleen in de spitsuren.


De bereikbaarheid van bedrijventerrein Oudenrijn is in de huidige situatie voor fietsers niet ideaal. Het terrein wordt voor een belangrijk deel ontsloten aan de noordkant via de hoofdfietsroute Rijksstraatweg. Deze vormt een belangrijke oost-westverbinding. Aan de zuidkant ligt de hoofdfietsroute via de Tjepmaweg. Deze route sluit aan op de bestaande kern van De Meern.

De bereikbaarheid per fiets zal in de komende periode aanzienlijk worden verbeterd. Hierbij gaat het om de volgende maatregelen: het aanleggen van een fietsroute langs de nog te realiseren HOV-Zuidradiaal, die dwars door bedrijventerrein Oudenrijn zal lopen; een nieuwe fietsverbinding naar de Meern ter hoogte van het Meentpark; en nieuwe fietsroutes door Strijkviertel en (sportpark) Rijnvliet.

Bovendien wordt in het kader van de Pakketstudies Ring Utrecht gestudeerd op oplossingen voor een goede bereikbaarheid voor alle verkeerssoorten, voor vooral Lage Weide en de A2-zone waar Oudenrijn binnen valt. Besluiten hierover worden pas na de zomer genomen. Er is nog geen zicht op maatregelen vanuit de pakketstudies.


Voor de tijdelijke bereikbaarheid van bedrijventerreinen tijdens werkzaamheden is het kernteam bereikbaarheid opgericht. Hierin zijn de volgende organisaties vertegenwoordigd: politie, ambulancedienst, brandweer, busmaatschappijen verenigd in de MOVU en van de gemeente Utrecht afdeling verkeer en vervoer, het parkeerbedrijf en de wegbeheerder. Het kernteam staat onder voorzitterschap van Bureau Bereikbaarheid Utrecht.

De uitgangspunten van het kernteam zijn:
- alle bedrijven blijven bereikbaar met uitzondering van zo kort mogelijke momenten, tijdens het openbreken van straten (riolering en kabels en leidingen) en tijdens asfalteringswerkzaamheden;
- voor deze werkzaamheden maakt de opdrachtgever een wijkbericht en vaak organiseert hij i.s.m. het wijkbureau een informatiebijeenkomst. Tevens maakt de projectleider op individuele basis afspraken met de bedrijven die tijdelijk slecht of voor korte periodes in het geheel niet bereikbaar zijn;
- de werkzaamheden worden gefaseerd uitgevoerd zodat men via omleidingen en bebording altijd in het gebied en bij de bedrijven kan komen;
- de veiligheid en bereikbaarheid van hulpdiensten moeten gegarandeerd worden tijdens de werkzaamheden.

Busmaatschappijen bepalen zelf of zij routes vanwege werkzaamheden geheel of gedeeltelijk verlaten. Het proces en de besluitvorming van het openbaar vervoer maakt deel uit van de behandeling in het kernteam.

Het plan voor een sprinterbus, een nagenoeg rechtstreekse busverbinding tussen Utrecht CS en Overvecht (met name de Vechtsebanen), is niet verder uitgewerkt aangezien er geen geld voor beschikbaar is.

Uitgangspunt op bedrijventerreinen is parkeren op eigen terrein. De ervaring leert dat op oudere bedrijventerreinen problemen kunnen ontstaan doordat de bedrijfskavels geleidelijk worden volgebouwd. Op plekken waar daadwerkelijk een tekort aan parkeerruimte ontstaat, is ons beleid gericht op het creëren van extra parkeerplaatsen. Zo zijn bijvoorbeeld in het kader van de herstructurering extra parkeerplaatsen aangelegd langs de Positronweg en langs de Savannahweg op Lage Weide. Ook op Overvecht is dit gebeurd in het het kader van de revitalisering.

1. Bent u bereid in overleg te treden met het BRU (OV) en met de politie (reactie op meldingen en handhaving van parkeerregels)? Hoe gaat u afspraken maken met bedrijven zelf over hun verantwoordelijkheden?


Ja, overleg met het BRU vindt op reguliere basis plaats. Onlangs heeft een overleg met de politie plaatsgevonden over handhaving van parkeerregels. De politie heeft toegezegd handhavend op te treden wanneer er als gevolg van illegaal parkeren gevaarlijke situaties ontstaan of het functioneren van het bedrijventerrein wordt belemmerd.


In het overleg met de ondernemersverenigingen stellen wij regelmatig de parkeerproblemen aan de orde. Doel is tot gezamenlijk gedragen oplossingen te komen. De eigen verantwoordelijkheden van de ondernemers zijn hierbij punt van aandacht


1. Is het college bereid om met ondernemers en ondernemersverenigingen tot een bereikbaarheidsplan te komen voor de bedrijventerreinen? Kunt u hierin ook mobiliteitsmanagement meenemen?


Ja, dit gebeurt al. Binnen Utrecht Bereikbaar benadert en betrekt de gemeente actief ondernemers bij het op peil houden van de bereikbaarheid tijdens de werkzaamheden in de komende jaren. Daarnaast wordt in het kader van de Pakketstudies gewerkt aan structurele mobiliteitsplatforms per economisch kerngebied (bijv. een (cluster van) bedrijventerrein(en).

Mobiliteitsmanagement is hierbij een feitelijk uitgangspunt. Niet alleen het opstellen van een mobiliteitsplan is een gedeelde verantwoordelijkheid van gemeente en bedrijven, maar ook de uitvoering is dat.


2. Masterplan Ondernemersvereniging Overvecht

Het masterplan van de Ondernemersvereniging Overvecht is een interessant particulier initiatief van een groep betrokken ondernemers. Het is een concreet plan voor herstructurering van een verouderd bedrijventerrein dat te kampen heeft met leegstand, verlies van uitstraling en verandering van functie, rol en identiteit in de Utrechtse economie. De raad stelt vast dat er een goede aansluiting is in het masterplan op de doelen voor de wijkactieplannen voor Overvecht als geheel. De raad plaatst kanttekeningen bij de gevolgen voor de ruimte die mogelijk verdwijnt voor de zogenaamde categorie 4 en 5 bedrijven en mate waarin woningbouw nodig is voor een succesvolle realisatie van het initiatief. De raad is geïnteresseerd in de verdere uitwerking van het masterplan.

2. Kan het college op korte termijn een reactie geven op het masterplan van het OVO en daarbij aangeven hoe het zich verhoudt tot het collegeprogramma?


Het college heeft het masterplan Overvecht besproken in haar vergadering van 19 februari 2008. Het college heeft waardering voor het initiatief van de ondernemersvereniging. Het masterplan bevat een aantal elementen die een bijdrage kunnen leveren aan de oplossing van de leegstand. De voorgestelde transformatie van Overvecht past echter niet in het 'Ontwikkelingskader Bedrijventerreinen 2006 - 2020' dat wij in maart 2006 hebben vastgesteld. Gezien het beperkte aanbod aan kleinschalig gemengde bedrijventerreinen in de stad is het uitgangspunt van het ontwikkelingskader dat Overvecht als bedrijventerrein blijft functioneren voor bedrijven die zijn verbonden met de stedelijke economie. Hierbij gaat het om kleinschalige bouwbedrijven, garages, handel, ambachten en consumenten- en productendiensten. Het masterplan is gericht op het ontwikkelen van nieuwe functies (woningen, winkels) in het gebied die de vestigingsmogelijkheden voor genoemde bedrijven waarschijnlijk zullen beperken.

In een eerste overleg met vertegenwoordigers van de ondernemersvereniging hebben wij de spanning tussen ontwikkelingskader en masterplan aan de orde gesteld. Dit heeft ertoe geleid dat we op basis van een gezamenlijke analyse van knelpunten en mogelijke oplossingsrichtingen een plan van aanpak zullen opstellen, waarvan het gewenste profiel van het terrein onderdeel uitmaakt. Op basis hiervan zullen wij een definitief standpunt bepalen over de voorstellen in het masterplan.


2. Welke stappen gaat het college ondernemen om bedrijventerrein Overvecht weer aantrekkelijk te maken? Op welke manier wordt het plan van het OVO daarbij betrokken?


Wij onderschrijven de noodzaak van een structurele aanpak van de leegstand op Overvecht. Dit is ook de essentie van raadsmotie 63 'meer economische kansen voor bedrijventerrein Overvecht'. In de bespreking op 19 februari hebben we een eerste bespreking gevoerd over een mogelijk plan van aanpak dat invulling geeft aan deze motie. Mogelijke elementen zijn:
. een analyse van de huidige leegstand gericht op het identificeren van oplossingen;
. het ontwikkelen van een marketingstrategie om bedrijven te interesseren zich te vestigen in Overvecht;
. het creëren van een financiële voorziening waarop ondernemers en eigenaren van vastgoed een beroep kunnen doen bij het opknappen van leegstaande bedrijfsruimten;
. het benoemen van een manager kansenzone die ondernemers informeert over de mogelijkheden van het project, die als intermediair functioneert tussen ondernemers en vastgoedeigenaren en die de acquisitie van nieuwe bedrijven voor zijn rekening neemt.


Een definitief plan van aanpak dat invulling geeft aan motie 63 zullen wij baseren op de nadere analyse van knelpunten en oplossingsrichtingen (zie antwoord 2a). Hierover zullen wij u t.z.t. nader informeren


Samenwerking met de OVO is van cruciaal belang voor het slagen van het plan van aanpak. Zowel het opstellen van een definitief plan van aanpak als de uitvoering zal wij oppakken in nauw overleg met de ondernemers. De eerste afspraken zijn hierover inmiddels gemaakt (zie antwoord 2a).


2. Kan het college aangeven onder welke voorwaarden woningbouw als onderdeel van de nieuwe inrichting van een vernieuwd bedrijventerrein Overvecht mogelijk zou kunnen zijn? Welke gevolgen zou dit hebben voor de vormen van de bedrijvigheid die dan nog mogelijk is (met name categorie 4 en 5 bedrijven)?


Binnen het profiel van een kleinschalig gemengd bedrijventerrein is woningbouw op Overvecht niet wenselijk. Dit zal het functioneren van bedrijven in de milieucategorieën 4 en 5 in feite onmogelijk maken en het functioneren van bedrijven in milieucategorie 3 ernstig belemmeren. Bij het vaststellen van het meest wenselijke profiel van Overvecht spelen naast de gebiedspotenties twee aspecten een belangrijke rol: de noodzaak om in Utrecht vestigingsmogelijkheden voor aan de stedelijke economie gebonden bedrijven overeind te houden; en het gebrek aan hervestigingsmogelijkheden voor eventueel uit te plaatsen bedrijven.

3. Ontwikkelingsruimte voor 'categorie 4 en 5' bedrijven

Het is van belang om zicht te hebben op de ruimte die er nu en de nabije toekomst is voor de meest milieubelastende bedrijven van categorie 4 en 5. Dit is nodig voor een goede beoordeling van het particuliere initiatief voor de herontwikkeling van Overvecht. Het is ook nodig voor een impuls van de herstructurering van Lage Weide.

3. Is het college bereid inzicht te geven in de vraag naar en de ruimte voor categorie 4 en 5 bedrijven in Overvecht, Lage Weide en zo nodig andere bedrijventerreinen, zowel qua bestemmingsplanbepalingen als qua milieuregelgeving? Kan het college daarbij aangeven hoeveel bedrijven van andere categorieën (1-3) zich bevinden op plaatsen waarin categorie 4 en 5 bedrijven gevestigd zouden kunnen worden en hoe dit zich verhoudt tot milieuregelgeving?


De vraag naar ruimte voor categorie 4 en 5 bedrijventerreinen is relatief beperkt en hangt vooral samen met het uitplaatsen van bedrijven in het kader van stedelijke vernieuwing. Autonome verplaatsingen komen weinig voor, aangezien de meeste bedrijven relatief veel hebben geïnvesteerd in het productieproces op de huidige locatie. Alle categorie 4 en 5 bedrijven zitten op locaties waar dit volgens het bestemmingsplan en de milieuwetgeving is toegestaan.

Ook de situatie dat bedrijven in de lagere milieucategorieën ten onrechte zijn gevestigd op locaties die bestemd zijn voor categorie 4 en 5 bedrijven komt niet voor. De voorschriften in de bestemmingsplannen voor locaties waar bedrijven in de hogere milieucategorieën zich kunnen vestigen, sluiten vestiging van bedrijven in lagere categorieën niet uit. Ook de milieuwetgeving doet dit niet. Op de desbetreffende terreinen (vooral Lage Weide en Overvecht) is vestiging van bedrijven in de milieucategorieën 1 t/m 5 cq 1 t/m 4 toegestaan.

De kern van het probleem is dat ontwikkelingen in de omgeving het functioneren van bedrijven in de hogere milieucategorieën kunnen belemmeren. Een overigens beperkt aantal bedrijven heeft daarom te kennen gegeven te willen verplaatsen. Daarnaast is in het kader van de voorgenomen transformatie van een aantal oudere bedrijventerreinen uitplaatsing van bedrijven nodig.


Er is echter een tekort aan ruimte om alle bedrijven bedrijven in de zwaardere milieucategorieën te hervestigen. Op Lage Weide en Overvecht is op dit moment geen bouwrijpe grond beschikbaar.

Door herstructurering zal op Lage Weide nieuwe ruimte beschikbaar moeten komen. Lage Weide is op dit moment het enige bedrijventerrein in de regio waar zich categorie 5 bedrijven kunnen vestigen. Het streven is deze bedrijven zoveel mogelijk te concentreren in het middengebied, vooral in het gebied rond de havens, waar alle veel van deze bedrijven zijn gevestigd.

Complicerende factor is dat het bedrijventerrein Lage Weide tegen de milieugrens aanloopt wat betreft geur- en geluidhinder. Behalve de concentratie van bedrijvigheid speelt hierbij mee dat de omgeving van Lage Weide verandert. Lage Weide wordt steeds meer een binnenstedelijke bedrijfslocatie. Een aantal bedrijven heeft daarom te kennen gegeven belangstelling te hebben voor het bedrijventerrein 't Klooster in Nieuwegein.

Gezien de bestaande geurhinder overwegen wij bij de herziening van het bestemmingsplan Lage Weide vestiging of uitbreiding van zware geurproducenten onmogelijk te maken. Wel is dan een vrijstellingsregeling nodig voor gevallen, waarin een bedrijf met een geurraport kan aantonen dat vestiging of uitbreiding niet bijdraagt aan geurhinder.

Ook de aanwezige geluidsruimte vormt een probleem. Omdat op een groot deel van Lage Weide zogeheten grote lawaaimakers zijn toegestaan, is rond het terrein is conform de Wet geluidhinder een zone vastgelegd. Dit houdt in dat de gecumuleerde geluidsbelasting van alle bedrijven bij elkaar op bepaalde locaties de geldende wettelijke grenswaarden niet mogen overschrijden. In de huidige situatie is deze grenswaarde al bereikt, zodat er weinig ruimte is voor nieuwe vestigers. Voor iedere nieuwe vestiging of uitbreiding moet daarom worden getoetst of de normen worden overschreden.

Op Overvecht is de toekomst voor bedrijven in de zwaardere milieucategorieën punt van aandacht bij het ontwikkelen van plannen voor revitalisering cq herontwikkeling van het gebied (zie vraag 2).


3. Is het college bereid aan te geven welke instrumenten en maatregelen de gemeente kan nemen om verplaatsing van bedrijven te stimuleren, zodanig dat de plekken waar de vestiging van categorie 4 en 5 bedrijven mogelijk is, optimaal benut worden? Kunt u hierbij ook de milieuruimte binnen de hinderwet en milieuregelgeving betrekken?


In het kader van de ( brede) werkgelegenheid en de economische structuur van Utrecht is het gewenst dat voor bedrijven in de zwaardere hindercategorieën ruimte beschikbaar blijft cq komt. Dit gebeurt op een aantal manieren:
. oplossing ter plaatse door maatwerk (bijvoorbeeld technologische maatregelen om de hinder te reduceren);
. optimaliseren van de ruimte op Lage Weide door inwaartse zonering zodat het juiste bedrijf op de juiste plaats komt en in specifieke situaties door herschikking van kavels, zodat een zittend bedrijf zich uitbreiden of een van elders uit de stad te verplaatsen bedrijf zich kan vestigen.
. ontwikkelen van nieuwe ruimte aan de stadrand. Het ontwikkelingskader bedrijventerreinen voorziet in ruimte voor categorie 4 bedrijven op Strijkviertel en Rijnenburg. Voor categorie 5 bedrijven moet ruimte worden op 't Klooster in Nieuwegein. Hierover vindt overleg plaats in het BRU.


Gezien het incidentele karakter van de vraag en de juridische basis van vestiging voeren wij geen actief beleid om zittende bedrijven in lagere milieucategorieën uit te plaatsen ten gunste van bedrijven in de zwaardere milieucategorieën.

4. Herstructurering van Lage Weide


De herstructurering van bedrijventerrein Lage Weide gaat langzaam. De bestaande bedrijven lopen op tegen beperkingen van het geldende bestemmingsplan. Het bestemmingsplan biedt te weinig flexibiliteit. Voor een deel van Lage Weide geldt vooral dat een deel van de aanwezige kantoorruimte leeg staat. Daarnaast is herontwikkeling van panden voor nieuwe gebruikers zodanig beperkt, dat kansen op nieuwe gebruikers verloren zijn gegaan. Een grotere flexibiliteit is door de wethouder al toegezegd bij de raadsbehandeling van de kadernota in 2007. De samenwerking van ondernemers en de ondernemersvereniging met gemeente is verbeterd. Maar de vragen om verbetering blijven urgent.

4. Kan het college aangeven wanneer het ontwerpbestemmingsplan gereed is?


De huidige planning is erop gericht het ontwerp bestemmingsplan in het eerste kwartaal 2009 vast te stellen. Basis voor het ontwerp vormt de in 2007 vastgestelde kadernota. Op dit moment vindt overleg plaats met vastgoedeigenaren, ondernemers en marktpartijen over hun wensen in het kader van de herstructurering

5. Parkmanagement

Op alle bedrijventerreinen is het beheer van de openbare ruimte, de organisatie van bereikbaarheid en het parkeren en de beveiliging een probleem. Het organiseren van een vorm van beheer (parkmanagement) is cruciaal. Wetering Noord en kantorenlocaties Papendorp en Rijnsweerd laten zien hoe dat kan. Op de bestaande bedrijventerreinen is het invoeren van parkmanagement een lastige opgave. Dit vraagt om actief optreden van de gemeente en ondernemers gezamenlijk. Er is nu op dit moment een bewonderenswaardige organisatiegraad van ongeveer 50% in industrieverenigingen en ondernemersverenigingen. Het moet mogelijk zijn om op deze basis te komen tot een vorm van publiek-privaat parkmanagement op bestaande industrieterreinen.

Afhankelijk van de wensen van de betrokken eigenaren en gebruikers van bedrijventerreinen en afhankelijk van de situatie kan een pakket aan maatregelen worden opgepakt door het parkmanagement. Voorbeelden zijn: veiligheid (cameratoezicht, meldkamer, beveiligingspersoneel, gezamenlijke receptie, etc), beheer van de openbare ruimte, investering in hogere kwaliteit van de openbare ruimte, verkeersmanagement en eventueel de samenhang in gebruik van de industrieterreinen (thema's of concepten zoals: autoboulevard, leerwerkcampus, samengebonden bedrijvigheid, of mix met detailhandel etc.)

5. Is het college bereid initiatief te nemen in het ontwikkelen van vormen van parkmanagement op de Utrechtse bedrijventerreinen? En zo ja, op welke termijn?


Wij onderschrijven het belang van een vorm van parkmanagement op bestaande bedrijventerreinen om knelpunten op te lossen en de kwaliteit van de terreinen te versterken en op langere termijn in stand te houden. Onderhoud en beheer van het openbare gebied is één van de belangrijke dragers van parkmanagement. Daarnaast maken wisselende pakketen collectieve voorzieningen deel uit van parkmanagement

Op de nieuwe bedrijventerreinen wordt bij de erfpachtovereenkomst verplicht gesteld om deel te nemen aan parkmanagement. Op bestaande terreinen is dit niet mogelijk. Deelname vindt hier plaats op vrijwillige basis. De wijze van organisatie is daarom maatwerk en afhankelijk van de bereidheid van de ondernemers om te participeren. Een voorbeeld is de collectieve beveiliging van bedrijventerreinen. Daarnaast zijn in overleg met de ondernemers op Lage Weide afspraken gemaakt over het aanbieden van een aantal collectieve voorzieningen. Op Overvecht gaan de gedachte vooralsnog uit naar het beschikbaar stellen van menskracht, om verder invulling te geven aan gezamenlijke activiteiten.

5. Is de gemeente bereid tot actieve deelname aan parkmanagement en daarbij eventueel verantwoordelijkheden te delen met bedrijven?


Ja, actieve betrokkenheid van de gemeente is van cruciaal belang van het slagen van park-management. Dit komt in de eerste plaats tot uiting in de zorg voor onderhoud en beheer van het openbare gebied. Daarnaast participeert de gemeente op nieuwe terreinen in de parkmanagementorganisatie. Bij gebrek aan een formele organisatie krijgt de gezamenlijke verantwoordelijkheid van ondernemers en gemeente op bestaande bedrijventerreinen invulling op ad hoc basis. Het versterken van de organisatiegraad op bestaande bedrijventerreinen blijft daarom onze aandacht behouden.


---- --