Vlaamse Overheid

het Frans?

Kunnen twaalfjarigen een brood bestellen in het Frans?

Frank Vandenbroucke vice-minister-president van de Vlaamse Regering en Vlaams minister van Werk, Onderwijs en Vorming

donderdag 29 mei 2008
Dubbele peilingtoets test leerlingen voor Frans en wiskunde 3.067 leerlingen van het zesde leerjaar basisonderwijs krijgen vandaag een toets die peilt naar hun kennis van het Frans. Op 5 en 6 juni volgt een tweede peilingtoets over wiskunde bij 5.714 leerlingen van de B-stroom van de eerste graad secundair onderwijs. Met deze dubbele peilingtoets wil minister van Onderwijs Frank Vandenbroucke nagaan in welke mate scholen en hun leerlingen de eindtermen en ontwikkelingsdoelen bereiken. De resultaten worden in de eerste helft van 2009 verwacht. Op dat ogenblik krijgen ook niet-deelnemende scholen de kans om met paralleltoetsen aan de slag te gaan en na te gaan waar zij staan op vlak van de realisatie van deze eindtermen en ontwikkelingsdoelen.

Peiling Frans: lezen, luisteren, schrijven én spreken

Met de peiling Frans wil minister Vandenbroucke nagaan of de leerlingen van het zesde leerjaar basisonderwijs de eindtermen voor Frans lezen, luisteren, schrijven en spreken beheersen. 110 lagere scholen vormen een representatieve steekproef voor het hele Vlaamse onderwijs. 3.067 leerlingen zullen een schriftelijke toets afleggen over lezen, luisteren, schrijven en opzoeken in een woordenlijst. Een kwart van deze leerlingen legt ook een praktische proef spreken af bij een toetsassistent van ca. vijftien minuten. Het is de eerste keer dat een taal "spreken" getoetst wordt tijdens een peiling.

Frans is pas sinds het schooljaar 2004-2005 verplicht in het vijfde en zesde leerjaar. De Vlaamse overheid wil er zo voor zorgen dat leerlingen bij de aanvang van het secundair onderwijs al een basis Frans bezitten. In juni 2007 werd de kennis van het Frans bij de leerlingen van de eerste graad secundair onderwijs gemeten. Hieruit bleek dat er een betere aansluiting nodig is tussen de eindtermen Frans in het lager en secundair onderwijs. De nieuwe peiling in het basisonderwijs moet de sterkten en zwakten van het taalonderwijs verder in kaart brengen en meer gegevens opleveren om de aansluitingsproblematiek op te lossen.

Peiling wiskunde

De peiling wiskunde gaat na in welke mate de leerlingen in het beroepsvoorbereidend leerjaar (B-stroom) van de eerste graad secundair onderwijs de ontwikkelingsdoelen bereiken. 5.714 leerlingen uit 195 secundaire scholen vormen een representatieve steekproef voor het hele Vlaamse onderwijs.

Tot nu toe kwamen in de peilingen enkel de leerlingen van de A-stroom aan bod. Het is de eerste keer dat de leerlingen van de B-stroom gepeild worden. Leerlingen in de B-stroom maken de overstap van het lager naar het secundair onderwijs vaak zonder een getuigschrift basisonderwijs behaald te hebben. Omdat zij vanuit een zeer verschillende startpositie vertrekken en een erg diverse schoolloopbaan achter de rug hebben, werd in oktober 2006 een begintoets voor wiskunde en Nederlands afgenomen in het eerste leerjaar van de B-stroom. Dat laat de onderzoekers toe rekening te houden met het aanvangsniveau van deze leerlingen, nu ze in het (tweede) beroepsvoorbereidend leerjaar van de B-stroom zitten, en uitspraken te doen over de leervorderingen.

Resultaten

De resultaten van deze twee peilingtoetsen zullen ter beschikking zijn in de eerste helft van 2009. Nadien organiseert minister Vandenbroucke een consultatieronde bij een ruime groep vertegenwoordigers uit het onderwijsveld. Al hun meningen, opmerkingen en voorstellen vormen de input voor een open conferentie over de peilingresultaten, waar het onderwijsveld kan laten horen welke bijsturingen het wenselijk en haalbaar acht. In dat kader starten dit najaar bv. de consultatierondes over de voorbije peilingen Nederlands (basisonderwijs) en Frans (eerste graad secundair onderwijs A-stroom).

Beleidskracht verhogen

De peilingtoetsen besteden ook aandacht aan leerling-, klas- en schoolkenmerken. Zowel voor de overheid als voor scholen is het leerzaam om te weten of verschillen in leerlingenprestaties verband houden met deze kenmerken. Deze gegevens bekomen de onderzoekers via invullijsten met achtergrondvragen. Zowel de leerlingen, hun ouders en leraren van de deelnemende scholen vullen deze vragenlijst in.

Sinds dit schooljaar kunnen scholen die niet deelnemen aan de peilingen -na de bekendmaking van de peilingresultaten- via paralleltoetsen nagaan in welke mate hun leerlingen de onderzochte eindtermen en ontwikkelingsdoelen beheersen. Dit kan een nuttig instrument zijn voor zelfevaluatie. De paralleltoetsen zijn vergelijkbaar met de peilingtoetsen maar ze worden door de school zélf afgenomen en geëvalueerd. Ze geven scholen een idee welk resultaat ze zouden bereikt hebben met hun leerlingen indien ze aan de officiële peiling zouden hebben deelgenomen. Zoals voor de peilingtoetsen kunnen scholen het resultaat gebruiken bij het opzetten van een doordacht taalbeleid op school.

Minister Vandenbroucke wil met de peilingen niet alleen de overheid van informatie voorzien, maar ook scholen leerkansen bieden. "Het beleid heeft nood aan betrouwbare landelijke gegevens over de leerprestaties van leerlingen. Alleen zo kunnen we inhoudelijk en op het vlak van kwaliteit een duidelijke koers bepalen. Maar deze peilingen zijn ook belangrijk voor de scholen zelf. Zij kunnen maar op een krachtige manier doelen stellen en nastreven, als we hen de middelen geven om te kijken waar ze staan."

Praktisch

Meer informatie over de twee peilingtoetsen met een overzicht van de getoetste eindtermen en ontwikkelingsdoelen en achtergrondinformatie over de peilingen vindt u op:

www.ond.vlaanderen.be/dvo/peilingen/basis/index.htm voor de peiling Frans

www.ond.vlaanderen.be/dvo/peilingen/secundair/index.htm voor de peiling wiskunde.

Vanaf 16u (na afloop van de peilingtoets) komen enkele opgaven van de peiling Frans in het basisonderwijs op hetzelfde webadres online.

Voor meer persinformatie kunt u terecht bij:

Leen Muys, persmedewerker kabinet Vandenbroucke (Onderwijs) Tel: 02 552 68 50
GSM: 0479 42 44 23
Email: persdienst.vandenbroucke@vlaanderen.be